Homo Deus

Dieren geloven niet, maar ze moeten er wel aan geloven…aan de mens.
Ze moeten geloven aan de god die hun kwaliteit van leven en dood bepaalt.
De mens heerst als een god over de dieren. Hij zet ze gevangen in dierentuinen.
Hij bejaagd ze, fokt ze en slacht ze af op industriële schaal, vergiftigt ze, ontneemt ze hun leefgebied en roeit hele soorten uit.
Een enkele uitverkoren diersoort krijgt een paradijselijke behandeling als huisdier,
zolang ze zich maar niet te dierlijk gedragen…het troeteldier, de kat, de hond.

De mens gedraagt zich als een zelfverklaarde godheid die over het dierenrijk heerst.
Een godheid die alle trekken vertoont van een wraakzuchtige, sadistische god.
Het enige verschil met de oudtestamentische god is dat het dier volkomen onschuldig is, nooit beging het dier een zonde tegen de godheid.
De dat godheid zichzelf nooit bevraagt over de rechtvaardiging van zijn wangedrag laat zien dat de mens een redeloos wezen is, wars van zelfreflectie.
Blind voor het feit dat dieren zijn eigen voorouders zijn.

Ieder menselijk wezen zou de neiging hebben om wrok en haat koesteren als hij dergelijke misdrijven moest verdragen. Het wonderlijke van dieren is dat ze geen wraak en haat juist koesteren. Geen oog om oog tand om tand. Ze lijken blind te vertrouwen.
Alleen daarom zijn dieren al goddelijker dan de mens.

Eh…?

Nou, ik vind het eh..nogal wat!

Inderdaad…eh, dat getuigt van een eh…grote mentaliteit!

Nee, dat eh…zeg ik…ik bedoel maar!

Eh…zeker weten, dat is toch ongekend?!

Je moet er toch niet aan eh..denken dat..?

Het kan toch niet zo zijn dat..eh…weet je?

Nee, maar dat eh…valt niet meer terug te draaien…

Nee, ik eh…zeg altijd maar zo…

Eh…nou wat?

Ach eh…, laat eigenlijk ook maar zitten.

Het zal eh…wel!

Wat…eh?

Eh…dat!

Eh…?

Pulp

Dat men een levend wezen tot pulp vermaalt en in zijn eigen darmen
propt, niet om daar te verteren maar om de dood te conserveren.
Een dergelijke wreedheid en vernedering kon de worst zich niet voorstellen.
En dat zovelen daar gretig achteraan zouden lopen, ondenkbaar.

Parafabels

Zandkorrel, je bent een parel, ik ga je geen zwijnen geven,
om je mee te versieren. Kaal is het mooiste juweel.

De schaapskudde vertrapte ‘snachts in paniek hun herder,
nadat hij voor het slapen gaan het verhaal verteld had
over de wolf in schaapskleren.

Mensenvoeten die over water lopen, wat zou dat?
Dat water overal heen loopt zonder voeten is pas een wonder
en terloops & moeiteloos bergen verplaatst naar het dal.

De arbeider raakte niet meer vermoeid toen hij zag dat zijn schaduw
al het zware werk deed. Voortaan delegeerde hij alle taken aan de schaduw.

De harde wind had het gezicht van de kustmens weggewaaid,
gezandstraald. Ze leken nergens meer op, zelfs niet op zichzelf,
ze leken op niemand. Gezichten als zandkorrels.

Wonder

Wetenschap bedrijft onbedoelde humor…let wel: de wetenscheppers kunnen er zelf helemaal niet om lachen. Wetenschapbedrijvers houden niet van wonderen.
Ze zijn overtuigd dat de wereld in logische, rationele termen totaal verklaard kan worden.
Dat welke verklaring dan ook, slechts een dode kaart is van een levend gebied dringt kennelijk nooit tot hen door.
Ze leven in de kaart en verwaarlozen de levende directe ervaring van het gebied.

Dat de schepping doelgericht geschapen zou kunnen zijn is wetenschappelijk ondenkbaar en kennelijk hoogst onwenselijk voor hun theoretisch modellen.
Zo wil de wetenschap ons doen geloven dat de ‘Big Bang’ zomaar spontaan het heelal veroorzaakte. Daarvoor was er ‘Niets’, geen materie, geen tijd, geen ruimte…
Hier begint de humor pas goed, want wat is de definitie van een wonder?
Iets dat uit niets wordt geschapen. Alleen tovenaars kunnen dat.

Deze wetenschappelijke schepping vanuit Niets zou zomaar zonder intentie zijn gebeurd.
Dat is nog veel wonderbaarlijker dan dat een tovenaar iets met intentie uit het Niets zou toveren.
Het maakt alles alleen nog maar wonderlijker dat juist de wetenschap ons dit vraagt te geloven. Eigenlijk vraagt ze het niet eens, nee ze legt het op als een dogma.

Wetenschap nodigt ons dwingend uit: kom toch lekker in de kaart leven, hier op de kaart hebben wij alles onder controle. Welkom in Flatland, hier is het veilig, hier zijn alleen papieren tijgers.

Anony-mus

Je voedde als kind uit het nest gevallen musjes op, of was het…als kind uit het nest gevallen voedden musjes jou op?
Er was in ieder geval een sterke lotsverbondenheid.
Daar zat je, blij met je bijna dode mus.
Je pincet met broodpap, gevuld met vliegjes en een wurm.
Ze zaten beverig in je hand, sliepen in je warme hals,
poepten op je kussen. Je hield heel wat mussen in leven.
Wachtend op het eerste voorzichtige Tjilpje, dan mochten ze weg…ze gingen niet, ze bleven steeds terugkomen in de loop van je leven.
Getjilp werd een lied van bevrijding.
Je hart kreeg er vleugels van.