Hartopdietongtaal

Oh my dier skatteliefie.
My skip is gesink in jou see.
Ek nie kon nie swem nie, ek is versuip
in jou traantjie, ach skattielief.

Oh my lyf, lief skattiedier
ek is verteer in jou maagsappies.
Jy het mij opgedrink in jou hemelbuik.
Ek nooit nie meer weerom kom nie.

Ach my lief skattediertjie
ek ben nou vir ewig jou gewor.
Kyk door jou oogies, proef jou tonglappie sagt.

my siel bly stilsaam in jou
lief dievehart
elkeen dag en naggie.

Bord

Franz K. had mij des middernachts van mijn bed gelicht en gedwongen tot een nietsvermoedende wandeling. ‘Doe alsof je naïef bent‘ ,instrueerde hij mij indringend. Zijn inktzwarte haar glansde bijna blauwachtig in het maanlicht. Het verwonderde mij steeds weer als hij mij hiertoe dwong, want hij had geen enkele macht over mij, toch deed ik precies wat hij mij opdroeg. Wellicht was mijn naïviteit een aangeboren natuurtalent waarvoor ik geen enkele moeite hoefde te doen? We volgden een lange maanbeschenen beukenlaan. De beuken hielden als zuilen plechtig de wacht.
Franz greep mij behoedzaam aan mijn arm en leidde mij linksaf dwars door een coniferenhaag. Nu stonden we op een open plek voor een groot verbodsbord dat dankzij he5 maanlicht goed te lezen was. Samen spelden we het opschrift, als een tweestemmige litanie:

“Streng verboden dit te lezen, zeker op dit uur. U hoort in bed te liggen in een droomloze slaap. Wie dit leest is dus in overtreding. U hebt zich onrechtmatig buiten de verharde paden van de droomloze slaap begeven. Keert terug op uw schreden, leest niet verder om strafvervolging te voorkomen!…  Artikel 888 ”

De hand van Franz K. die nog om mijn arm geklemd zat begon nu vreselijk te trillen en te beven. Het kostte mij moeite om hem enigszins tot bedaren te brengen en de terugweg naar huis te vinden. Franz kroop nu bijna naast mij, als een dier huiswaarts. Thuis stopte ik hem in, in mijn verlaten bed en zong geruststellende liedjes voor hem tot het trillen stopte. Ik kon de slaap niet meer vatten, laat staan de rest.

’Cultuur’

Je eerste kennismaking met het fenomeen cultuur kwam na een schoolbusreisje. De lange heenweg was omzoomd door lelijke bedrijventerreinen, de schoonheid der cultuur zou alles goedmaken, was ons beloofd. Eenmaal in de cultuurtempel aangekomen leek het een soort supermarkt waar menselijke figuren werden aangeprezen. In de hal stond een voor mij onbekend fenomeen op een sokkel, een wassen beeld van de maakster van dit beeldenpaleis. Haar tronie loerde stokstijf en doofstom voor zich uit. Alle andere zalen waren overbevolkt door andere publieke figuren. Beroemdheden, wereldwijd vermaard vanwege hun bekendheid. De sfeer was om te snijden, adoratie een verplichting.
Een suppoost leek ook van was, je schrok even toen hij bewoog.
‘Kijk nou, het lijkt toch net echt!’, hoorde je om je heen verzuchten.
‘Wat was er zo bijzonder aan ‘net echt?’ ,vroeg je je af…’wat kan er nu beter zijn dan echt echt… echt dat leeft…levensecht…..waar is het van gemaakt?’ ,vroeg je.
‘Van kunststof’, zei de museumgids, vroeger was het van bijenwas, maar dat smolt’
Met bijenwas was het vast veel echter geweest, dacht je.
De beelden moesten allemaal bekende medemensen voorstellen die jij nog niet kende.
Als je het ver zou schoppen in de wereld dan zou je zelf ook als een wassen beeld in een museum mogen staan, met een echte wassen neus. Mijn toch al matige ambitie om later ‘iets’ te worden smolt ter plekke. Een plasje was met Icarusvleugels op de marmeren museumvloer, je kon me zo opvegen. Ik was meer gefascineerd door wat is, niet door wat was.

‘Natuur’

Ze namen je mee naar ‘de Natuur’
Na een lange reis in de oto kwam je
aan, in het ‘bezoekerscentrum’,
het stonk daar naar, naar nat tapijt.

De ‘Natuur’ bleek een museum met
uitvergrote dode photo’s aan de muren
en overleden beestjes, met glazen oogjes,
opgezet, door spelden in hun rug vastgeprikt.

In het midden stond een heuse boomstronk,
netjes op zithoogte afgezaagd, handig als
tafeltje voor je glaasje ranja en je kleurplaat.
Die nacht droomde je gruwelijk met open ogen.

Pulk

Je nagel kan het begin op het rolletje plakband niet vinden,
nergens een uiteinde…maar je blijft niet pulken naar een begin.
Laat de scherven liggen waar ze vielen. Er wordt hier niets geplakt.
Gaande weg wordt dit schervenpad een duizelingwekkend mozaïek,
door duizenden toeristenvoeten geplet op weg naar het onvoltooide.
Wat men er ook maar in wenst te zien, precies dat stelt het voor.

At

Alles smaakt anders nu
je niet meer mee eet
en wat at je niet?

Samen konden we
de hele wereld aan,
die was om op te vreten.

Een hele kluif.

Op smaak gebracht
door lukrake strooptochten,
gekruid met talloze geursporen.

Het smaakt niet meer
samen.