Exotica

Exotisch om een Chinese Nederlands te horen praten
op een terrasje in Lissabon met een zeer zachte Gé en
een rap rollende Rrrrrrr. Zij komt uit Roermond.
Wij komen uit Amstegdam en kunnen de eg niet zeggen.
Ze kijkt ons bevreemd aan alsof we van een andere planeet…

Souvenir


Photo: Jelle Touw © 2018

Voor velen lijkt Boeddha niet meer dan een gezellige huis & tuinkabouter
van hard plastic, beton of gips, liefst met een fonteintje uit zijn hoofd,
of fluoriserend bij nacht en ontij op de vensterbank als souvenir.
Dat Boeddha ooit een einde maakte aan alle beelden weet alleen niemand.
Niemand is een onplukbare bloem die uit modder omhoog kruipt.

Kans

Statistiek is de hele wedstrijd overtuigend in balbezit blijven
en dan in de laatste minuut een strafschop tegen krijgen
wegens spelbederf. Strak geregisseerde schijncontrole.

Kansberekening is meer zichzelf rijk-rekenen voor gevorderden.
De kans dat het noodlot jou treft is verwaarloosbaar klein.
Een op de zoveel-miljoen. Leg dat maar eens uit aan degene
die feilloos getroffen wordt. De kans dat je dat lukt is welgeteld een op nul.

De mus pikt de van tafel gevallen kruimeltjes op, als een geschenk uit de hemel.
Bij elkaar soms een heel brood per week. Zo is het mussengeluk, rijk door
bijvangst van vrij rondfladderen. Daarna samen badderen in een vers regenplasje.

Potje


In 1891 werd de strafschop ingevoerd bij het voetjeballen.
Dat stuitte op weerstand bij de spelers, het ging tegen hun natuur in.
‘Het gaat ons toch juist om het spel!, zo verdedigden ze de bedreigde Homo Ludens. Demonstratief ging de doelman naast het doel staan en de tegenpartij schopte doelgericht de bal hoog over het doel, zoals bij rugby.
Daarna speelden ze vrolijk verder, elkaar dollen met een bal.
Spel is niet doelgericht, spel gaat nergens over. In het spel is niet alles geoorloofd om het doel te bereiken, doe je dat wel dan wordt het doelloze voorbijgeschoten.
De Homo Ludens staat inmiddels als een opgezet dier in het museum, het spel staat ernaast in een glazen potje, op sterk water. Een potje voetbal.

Afrit


Een computer is ook maar een mens, haar software is door en door menselijk. De mens kan zich niet wegprogrammeren, het wegprogrammeren zelf is al te menselijk. De persoon is zelf een programma dat van ontkenningen en negaties aan elkaar hangt.
De zwakste schakel wordt dus onbedoeld zorgvuldig ingebouwd in ieder systeem.
Strategie voor verbetering is zelf het onmiskenbare probleem. Het begint namelijk met te ontkennen dat er is wat er is. Daarom zal elke poging om te veranderen het gewoontespoor dieper doen inslijten. Deze hele dynamiek is door en door mechanistisch, men maakt zichzelf tot automaat. Waarom nog robots bouwen als de mens zelf een machine wil zijn?
Er is een weg om de machine uit te zetten. Elke willekeurige afrit voldoet om stil te staan bij wat is, zonder strategie.

Hulphond

{CAPTION}

Nee, echt baas, geloof me nou toch…ik heb echt niet die eend opgegeten, heus waar niet… Wat zegt u baas, dat het geen eend was maar een gans?
Ik wilde hem alleen maar redden, hij verdronk bijna in dat water… hij ging tekeer als een wild beest… en maar fladderen…ik moest hem tot rust brengen.

Vlakken

Achter schilderijen, spiegels woont soms nog een vlakje maagdelijk behang, dat nooit het daglicht zag. Een vers en fris kleurvlak, dat geen tijdverstrijk heeft gekend. Licht kijkt wel het mooie er van af zo te zien. Hoeveel kleur zoog het licht uit het schilderij…en uit het spiegelbeeld?

In de beregende straat rijdt een foutgeparkeerde auto weg.
Ze verlaat het laatste stukje droge straat. Het regent niet meer.
Een kleine oase van droogte.

Schuilend onder de reuzenplataan rust de droogte.
Na de regenbui stuurt het bladerdak bij elk vleugje wind
vette druppels naar beneden. Ze vallen klaterend neer.

Striemen

vannacht sliep je zo hemels,
de aarde was een hemelbedje,
de wolken je hoofdkussen.

Je lag heerlijk in zwijm tot
de daken en torenspitsen
in je rug begonnen te prikken,
hoogspanningskabels drukten
diepe striemen in je luie vel.

Slaapdronken werd je even wakker,
even angst om uit bed te vallen
toen je de matras-einder zag.

Je rolde je om op je andere zij.
Het was er ijzig koud en glad.
Door jou warmte smolt de poolkap.
Nu lag je voortaan rillend in het nat.

Ach, mens je kwam als dier uit zee
aan land gekropen, nu weer terug…
Je toekomst is plastic eten als een vis,
slapen met een geschubde natte rug?

Goudwaardig

{CAPTION}

Waarom zou je gebaande paden volgen als je ook door heggen kunt kruipen?

Waarom tegen muren leunen als je ook tegen de zeewind in kunt hangen op een berghelling?

Waarom makkelijk lelijk doen als het ook prachtig lastig kan of schitterend moeilijk?

(vrij naar Andy Goldsworthy)

Rit

Het bruikleen lijf wordt bereden door niemand minder dan moeder natuur…of iemand die daarop lijkt te lijken. Zat zij dan eigenlijk al die tijd al aan het stuur, wist jij veel?
Dat eigengereide zelf rijden bleek pure zinsbegoocheling of een wonder.
Had je dan altijd al een voertuig met chauffeur?
‘Ja’ zegt ze tegen jou via de achteruitkijkspiegel, ‘je wordt geleefd en zonder reden deze belevingswereld rondgereden…geniet van het uitzicht!’

‘Kijk maar voor je!’ ,roep je huiverig, ‘niet rechtdoor dwars over die rotonde!’

‘Er kan je niks gebeuren, ik rij toch onverzekerd…onzekerheid is de weg!’ ,zegt ze lachend terwijl ze met losse handen sierlijk het tegemoetkomende menselijk verkeer ontwijkt… ’enne trouwens…ik ben geen oud wijf en ook niet je moeder, ik ben jou, je oorspronkelijke natuur, verder niets persoonlijks hoor!’