De Heg

Ze noemen hem ‘de Heg’, de buurman die altijd aan het snoeien is.
Als een rondscharrelend egeltje zie je hem meestal bezig rond de heggen.
Eerst deed hij alleen zijn eigen liguster. Gaandeweg werd hij ingehuurd om buurtheggen te snoeien.Dat kwam goed uit, want hij moest stoppen als hovenier, zonder pensioen. Zo verdient hij wat bij, in natura. Pannetje soep hier, flessen beste wijn daar. Hij wil geen geld maar waren.
Het snoeisel hoeft hij niet op te ruimen, dat doen de mensen zelf.
Een snoeischaartje is dus genoeg voor ‘de Heg’ om zijn dag nuttig door te brengen.
Hij heeft een grondige hekel aan zogenaamde vormsnoeiers, die lui die een heg tot een vierkant knippen of tot een eivorm. Zijn vader blijkt een vooraanstaand lid van ‘de Stijl’ te zijn geweest. Toen de erfenis verdeeld werd had ‘de Heg’ niets willen hebben van al die abstracte werken.
‘Ik heb een abstracte vader gehad!’ , vertrouwde hij mijn vrouw eens toe.
‘Ja, dat groeit niet lekker op!’ voegde mijn vrouw toe toen ze mij over zijn ontboezeming vertelde.

Wiskat

Je kat gaf kopjes
aan je toetsenbord,

zo wist ze, terloops
je ‘zeldzame’ gedicht te wissen.

Je was van de wijs
en al weer vergeten
wat het dichtsel was.

Je kat wist niet beter,
dan zich wezenloos te wassen.

Zichtbaar tevreden,
zich van geen wissen bewust.

Ongeschreven leven

Wat fijn om geen dichter te moeten zijn.
Alleen maar het ongeschreven leven te leven.

Stel dat een vogel zijn vlucht zou beschrijven?
Ze zou uit de lucht vallen.

Stel dat een vis de zee zou beschrijven?
Ze zou verdrinken in de woorden.

Stel dat een zwart vierkant het mysterie zou beschrijven?
Dat zou het mysterie vermoorden.

Het zwarte vierkant van Malevitsj is helemaal het einde,
het einde van alle beeldtaal en ook een poort van wedergeboorte…

daar begint de poëzie van het zelf direct ervaren,
de enige levende poëzie.

Sopranenstrijd

Het liep weer tegen de voorjaarlijkse vogelvergadering dat vogels uit alle windstreken samen kwamen om af te stemmen.
Een jaarlijkse afstemming om te bepalen welke muziek er onder de film van het nieuwe leven zou moeten klinken. Welke muziek versterkte de beleving het beste? Dat was de vraag.
Zonder afstemming zou het een kakafonie van klanken worden.
De Witte Raaf was het eerst van de partij, hij had de grootste bek van allemaal, stond onbetwist te boek als grootste zangvogel van Europa.
Alle kleinergebekte vogels lieten ook hun zangpartijen horen. Zelfs de vogels die zelf niet konden of wilden zingen waren van de partij. Zij konden stemmen op de vogel die hun stem het mooiste kon weergeven.
Na de zware zangloze winter was het een verademing om na de vergadering de muziek te horen losbarsten. Alsof het winterei openbrak voor het nieuwe leven.
Alle vogelzang klonk door elkaar heen, een lukrake fuga van duizenden stemmen. Af en toe werd het concert doorbroken door het inktzwarte gekras van de Witte Raaf.

Zonder vergadering had het wellicht net zo mooi geklonken…
De harmonie was niet in de laatste plaats te danken aan de zangloze vogels die al hun ruimte lieten aan de immer woedende sopranenstrijd, ‘Wie zingt hier het hoogste lied…’

Toch gebeurde er dit jaar iets opmerkelijks;
De Witte Raaf maande plots iedereen tot stilte door werkelijk zo oorverdovende te krassen. Iedereen zweeg beduusd toen hij vroeg;
‘Zeg, waarom zijn er hier eigenlijk zoveel vogels die niets zingen?…en zijn jullie dan wel vogels?’ Het bleef lange tijd stil tot een klein grijs vogeltje zich bekend maakte;
‘Kijk, heer Raaf wij zingen niet omdat wij elkaar stilzwijgend begrijpen, wij voelen elkaar aan op grote afstand…en of wij vogels zijn of juist iets anders maakt voor ons geen verschil!’
Niemand leek het te begrijpen want de samenzang barstte al snel weer los tot diep in de avond, al kraste de raaf wat minder dan voorheen.

Meldkamer

-Zo, ik heb niks meer te melden.
-Oh, en dat kom je dus even melden?
-Ja, ik meld me af.
-Wat, bedoel je dat je stopt, definitief?
-Ja, ik ben uitgemeld!
-Maar dat kan toch zo maar niet, dat moet je aanvragen bij de afdeling aanmelden.
-Hoezo, regelen die dan ook de afmelding?
-Ja natuurlijk, daar heb je je toch ooit ook aangemeld?
-Dus als ik mij daar afmeld is het geregeld?
-Nou, nee ze moeten eerst een vervanging regelen voor ze jouw afmelding honoreren.
-Het kan dus niet per direct?
-Nee, dan zou de meldkamer toch onbeheerd achterblijven!
-Nou en, er valt toch niets te melden…de monitoren registreren niks.
-Weet je het wel zeker, wil je niet even door de gangen lopen om te checken.
-Hoezo, zag je mij daarnet niet aankomen door het detectiepoortje?
-Nee, nu je het zegt…we zitten hier toch niet naar een video-opname te kijken van lege gangen?
-Nou, dat zou wel verklaren waarom ik niets meer te melden heb.
-Als de directie hier achter komt dan hangen we!
-Luister, hier gaan wij geen melding van maken, begrepen.
-Begrepen, blijf jij hier ,dan controleer ik of de kluisdeuren nog op slot zijn!
-Fluister niet zo, praat nou gewoon alsof er niks aan de hand is, heb je de sleutels?
-Nee, die had jij toch?
-Je hebt ze toch niet in het slot laten zitten?
-Ach, nee toch, ik ga nu meteen kijken!
-Wat is er, waar wacht je nog op?
-De deur zit op slot.
-Wat ?
-De deur van de meldkamer!
-We zitten in de val!

Off-line


Vaak wanneer ik de hond ga uitlaten kijk ik nog even in de brievenbus. Hoewel er vrijwel nooit meer brieven binnenkomen open ik nog met dezelfde verheuging als vroeger de brievenbus. Misschien kijk ik wel vaker naarmate er minder post komt? Ik kijk ook gerust als er geen postbode geweest kan zijn. Het blijft kennelijk een fijne handeling die verheuging genereert ook al blijft den postbus leeg.
Een soort naïeve nieuwsgierigheid tegen beter weten in.
Of is verheugen de ongeschreven boodschap?
‘Geen post vandaag!’ zeg ik tegen mijn hond, ‘alleen een walnoot!’
Die kijkt mij aan met een blik van; ‘het is toch iedere dag vandaag?’
Een hond verheugt zich ook met elke wandeling opnieuw op de geurpost die voor hem is achtergelaten.
Wie heeft die walnoot gepost?, vraag ik mij af.
Later blijkt het mijn vrouw te zijn geweest, die in de tuin werkte, ‘zomaar!’ zegt ze.
Een goede reden om iets te doen; zomaar.

De laatste echte handgeschreven brief ontvingen we een half jaar geleden van een boer uit Aalsmeer. Het betrof een geheim bonenrecept. Met het eten van dat recept hebben wij besloten om ons verdere leven Off-line door te brengen. Onze hond was het daar helemaal mee eens; Het echte leven is leven zonder lijn.
Hoe we dat weten? Dat lezen we in zijn ogen.

Rijkrekening


Statistieken beschrijven een algemeen heden met algemeenheden.
Het punt is dat niemand leeft in een algemeen heden,
maar juist in dit specifieke, unieke heden.
Statistisch weten neemt het schijnzekere voor het zekere.
Niet specifieke feiten grijpen de macht van het getal om je in slaap te sussen.
De kansberekening dat het jou zal treffen mag dan één op ontelbaar zijn,
op het moment dat het lot je treft zul je nergens verhaal kunnen halen.

Waarom ik?, is evenredig aan; waarom ik niet?
Het is de rijkrekenhouding van: liever hij dan ik.
De angst voor het onzekere wordt verdoofd met cijfers.
Meten is niet willen weten hoe het bestaan doordrenkt is van het onberekenbare.
Onzekere, voorzichtige mensen worden onterecht gezien als gemankeerd…
Onzekerheid is ‘het nog onbepaalde’ dat een kans biedt iets nieuws te beleven.

Trui van Daan


Het begrip ‘oninteressantie’ is ooit gemunt door nulkunstenaar Wim.T.Schippers. Wat zo boeiend is aan nietboeiende dingen is dat hun interessantheid niet simpelweg door betekenis kan worden verklaard. Het raadsel van hun bestaan wordt dus alleen maar groter. Juist door het afwezig zijn van welke noodzaak of betekenis dan ook… het mysterie groeit bij zaken die volkomen overbodig en onnodig zijn. Het ‘wonder van waarom’ omgeeft het zinloze ding als een aura.
Zinvolle dingen ontlenen hun bestaansrecht meestal aan een betekenis, maar nutteloze zaken lijken te bestaan tegen alle waarschijnlijkheid is.
Kunst is volgens de nulkunst het domein van het nutteloze.
Het vormt een noodzakelijke achtergrond voor alles wat betekenis pretendeert te hebben. Zo is ook lelijkheid een absolute voorwaarde voor eeuwige schoonheid.
De trui is van Daan van Golden, de onlangs overleden Rotterdamse kunstenaar die een buitengewoon scherp oog had voor oninteressantie.

Stijle groep


Bovenstaand werk van Bart van der Leck, Compositie nr 8, (hier afgedrukt op modernistisch krantenpapier) kon binnen ‘De Stijlgroep’ aanleiding geven tot hevige ruzies, een kleur die niet kon…teveel wit…te weinig wit, een lijntje dat te dun…te dik was of nog erger…uit het lood. Met diagonale lijnen zocht je de grenzen van de goede smaak op.
Beschuldigingen van Stijlbreuk lagen dan ook permanent op de loer. Bovendien werd het ontstaan van de ‘Stijl’ door alle leden geclaimd. Vriendschap werd afgemeten aan de mate van trouw zijn aan de dogma’s. Visionaire benepenheid. Spelen mag, maar dan wel als een robot, het protocol volgend.
Humor, ho maar, wat op zich wel weer grappig is.

De winkelhaak-esthetiek heeft sindsdien een hoge vlucht genomen. Vooral de architectuur gaat daar nog altijd opgewekt onder gebukt. Nog steeds verrijst de een na de andere haakse kolos. Maar het kan altijd nog minimaler, nog kaler.
Steeds vaker zie je de streepjescode in het ontwerpen van gebouwen terugkomen om aan te geven waar het moderne leven om draait, prijs en berekening. De goedkoopste reproductie wordt ons verkocht als visie, om de winst te maximaliseren.
Van de streepjes kan het trouwens nog minder, naar een stipje, de lichtpixel op het scherm. Miljoen keer dezelfde pixel.
Minder is meer, minst is meest, van hetzelfde.