Licht

Een zon licht nergens wakker van.
Ze is geen beeld, zon heeft geen beeld,
ze is licht in alles, haar bron onzichtbaar.

Zon licht alles en iedereen in, ze licht alles door.
Nergens remt haar vaart, nooit stopt ze even
met belichten van verschijnselen.

Alle kennis licht in licht besloten,
alleen licht weet dat alles licht is,
het eeuwig voortschijnend inzicht
dat licht zacht alles doordrenkt.

Dat wat leest is van zon.

Geslodder

Onze ovenbakplaat heeft een anti-aanbaklaag, toch wil mijn man
per sé bakpapier op de bakplaat als hij plaat-eten gaar stooft.
Normaal gesproken is hij een sloddervos eersteklas, dus ik snap het niet en ik wil hem begrijpen.
Daarom zeg ik steeds : ‘Lieverd, die plaat is onaanbakbaar…hij is zelfs zelfreinigend…
Hij bakt zichzelf brandschoon op 240 graden!’
Vergeefs, hij lijkt zeer gehecht aan zijn dierbare bakpapier.
Zo is hij ook gehecht geraakt aan plaat-eten.
‘Een recept uit Luilekkerland’ ,beweert hij, ‘voor luie lekkerbekken’.
‘Geen voorbewerking, geen liflafjes…puur voedsel in stukjes op de plaat pleuren en garen maar…, geen bord nodig…gewoon prikken van de plaat!’
Zijn Rotterdamse opa noemde het plaatpleuren.
Mijn man heeft nooit een opa gekend, daarom zuigt hij alles uit zijn duim bij gebrek aan verhaalstof.
Triomfantelijk frommelt hij na het plaatprikken het bakpapier met resten tot een prop en zegt:
‘Goed toch, dat er een anti-afwaslaag op dat papier zit!’
Ik snap niks van die man…dat-ie ondanks dat geslodder zo geslepen kan zijn.

Los gehecht

Wat een zandkorrel weet?

Ze weet zo licht en fijn te zijn
dat wind haar vleugels geeft.
Zand weet zich zonder voetjes…
te verplaatsen…korreltje…voor korreltje…
Korrels hebben een hechte losse familieband,
ze zoeken elkaar op in duin of woestijn
zee en wind zijn hun openbaar vervoersbedrijf.
Zandkorrels vergaderen liefst over
fundamentele zaken zoals water en land.
Daarna gaan ze op vakantie, liggen op het strand.
In je schoenen liften vaak korrels mee,
na een wandeling aan zee,
ver van huis komen ze thuis.

Het Hetwoord

Ook al gaat het tegen onze gewoonte in om het hier over
het zelfde te hebben maakt de redactie voor Het een uitzondering,
omdat Het zo’n uitzonderlijk woord is binnen onze taal.
Het is een uniek woord, zo veelzijdig in haar onzijdigheid.
Het kan alles betekenen. Het is het grootste containerbegrip.
Het is het legendarische vat van alle tegenstrijdigheden.

Het wordt evenwel op grote schaal veronachtzaamd en onderschat.
Men ziet Het consequent over het hoofd.
Het zou niets betekenen…
Het zou nietszeggend zijn….??

Het tegendeel is het geval:
Het kan juist van alles nog wat betekenen, zelfs onbepaalde,
abstracte verschijnselen kunnen Het genoemd worden.
Het is beschikbaar voor welke inhoud dan ook.
Het is wellicht het beste wat de taal heeft voortgebracht.

Het is alomtegenwoordig.
Het is een mysterie.
Het is vanzelfsprekend.
Het is wat Het is.

Het

Opeens was Het er. Het was het gesprek van de dag. Een mannetje uit de buurt die zijn hond uitliet had Het bij toeval gevonden. De hond had hem verdoofd naar huis getrokken. Normaal liep hij daar nooit…in een mengeling van lichte paniek en opwinding was hij thuisgekomen waar hij vervolgens urenlang niets anders kon uitbrengen dan: ‘Ach….Tja…hoe moet ik dat uitleggen…ik bedoel…snap je…wat heb ik gezien?..Tja…ach…weetje…’
‘Zeg dan waar je Het hebt gezien, dan gaan we Het bekijken!’ , had zijn vrouw gezegd.
Onderweg bleef de man maar prevelen: ‘Ik weet niet waar ik Het zoeken moet…Het wordt mij allemaal teveel!’.
Als verre buurman werd ik meegevraagd als getuige en ondersteuning.
De man troonde ons mee naar de bewuste plek waar hij Het had gevonden.
Hij wees Het mij terplekke aan…overbodig want Het viel niet te ontkennen, dit was Het!
Zo had ik Het nog nooit bekeken.

De aanblik van ‘Het’ tartte mijn verbeelding…Het was zo totaal anders dan alles wat ik dacht te kennen dat ik mij hier niet aan een beschrijving durf te wagen.

Niemand weet wat Het is…waar Het vandaan komt, zei de man.
Hoe lang is Het al hier? , vroeg ik.
Ik weet niet hoe laat Het was, verklaarde de man.

Het gerucht over Het verspreidde zich snel. Een hele stoet wijkbewoners was ons gevolgd naar de vindplaats.
Men wilde Het met eigen ogen aanschouwen, maar hoe konden ze Het herkennen als Het nergens op leek en Het met niets te vergelijken was…?

Sommigen zeiden: ‘Is dit het nou?’ , ‘Het stelt niks voor’ ,
’Onvoorstelbaar…ik herken Het alleen als onherkenbaar!’
Het nodigde niet bepaald uit tot aanraking of al te dichte toenadering.

Toen Iemand toch te dicht naderde begon Het opeens te praten.
We waren allen met stomheid geslagen omdat Het onze taal sprak:
‘Ik ben Het….Het is nu aan jullie!’, klonk Het.
Er ontstond onmiddellijk een tumult van gekonkel en geroezemoes onder de aanwezigen:
Weet je wat Het is?
Het kan mij niets schelen!
Je wilt niet weten waar Het toe kan leiden!
Het is te gek voor woorden
We moeten Het zeker voor Het onzekere nemen.
Anders neemt Het ons over!
Ja maar, als wij Het niet doen doet niemand Het!
Wat heeft Het voor zin?
Niemand weet waar Het toe leidt!

Het vroeg zich intussen hardop af: ‘Waar gaat Het over?’

‘Het is mij te toevallig’ ,zei de vrouw van de man, ‘Het is vast voorbeschikt!’
Is Het niet wonderlijk?
Ja, Het is buiten gewoon!
Je moet Het niet persoonlijk nemen, Het is neutraal.

We moeten Het juiste moment vinden.
Voor Het te laat is…
Als Het even meewerkt dan kunnen we Het voor vanavond hebben opgelost!
We zijn Het meer dan zat.
Kom, ik zie Het niet meer zitten.
Je moet Het ook niet zo overdrijven.
Pas op jongens, Het loopt uit de hand!
Maak Het nou een beetje, zeg!

Weetje wat Het is, Het is gewoon niet normaal!
Inderdaad, Het moet niet gekker worden.
Waar gaat Het nou eigenlijk om?
Wat heeft Het te betekenen?
Nee, de vraag is: Wie bepaalt Het?
Wie Het weet, mag Het zeggen!
Het is mij een raadsel…

‘Stil mensen!’ ,riep de vrouw, ‘Het maakt zich weer kenbaar’
Het begon weer te spreken, heel zacht en timide klonk Het:
‘Ik geloof Het verder wel!’

De belofte

Wim K. had bezworen een roman te schrijven.
Waarom eigenlijk? ,vroeg het zich af…
Romans schrijven was nu eenmaal mode, net zoals het mode was
om niet modieus te zijn, om authentiek en ambachtelijk te zijn.
Het waren modieuze tijden, exclusief.
Men sloot alles wat niet kon behagen uit.
Alleen instantbevrediging kon nog door de beugel.

Dat die roman een loze belofte was dat wist iedereen.
Het moest natuurlijk over een figuur gaan die de kunst voorop stelde,
ja zelfs boven alles verheven…
Kunst als de surrogaatheilige voor een doodgedachte god.

Het leven zelf dat deed Wim K. er gewoon een beetje bij, vond hij.
Leven deed je eventjes tussen de dagelijkse dingetjes door,
tussen neus en lippen, terloops en frivool, vond hij.
Wim K. had het er maar druk mee….
met beginnen….eerst bezon hij zich nog over een pakkende titel,
daar begon een roman toch mee?

Jarenlang hoorde men niets meer van Wim K.
Achteraf kwam aan het licht dat hij zich impulsief en zonder voorkennis
tot Rooms Katholiek had bekeerd. Roman Catholic.
De roman was af, hoewel nooit geschreven.

Uitpakken


Zijn dat nou Seepaarden pap?
Nee jongen, dat zijn echte Waterpaarden…zeepaardjes zijn kleiner, die leven onder water.
Echt waar…heten deze echt zo…waterpaarden?
Nee, niet echt…ik noem ze alleen vandaag maar zo…
Hoe heten ze dan in het echt?
Dat weet ik echt niet, in het echt kun je ze heel veel namen noemen.
Hoe dan?
…wilde paarden….natuurpaarden….duinpaarden…indianenpaarden…
Dus namen zijn niet echt?
Namen zijn als kadopapier om de dingen in te pakken, als je ze hebt uitgepakt dan kun je het papier weggooien, namen zijn maar zogenaamd…
Bij wijze van spreken…?
Mooi gezegd, jongen!
Dan kan ik ze vandaag ook Seepaard noemen.
Natuurlijk…je kunt deze paarden inpakken met het woord Zeepaard.
Dus eigenlijk zijn alle dingen kaal.
Wat bedoel je?
Niet ingepakt door de taal…
De wereld van de tienduizend dingen is een kado, uitpakken is nodig.
Waarom eigenlijk?
Anders blijven de dingen ingewikkeld.