Achtervolging


De stoel was een beetje paranoia, bezeten door een idee.
Ja, ideeën moeten ook zitten, anders zijn ze nergens op gestoeld.
De stoel had het idee te worden achtervolgd.
Door wát wist hij niet, maar hij werd bekeken.
Door dat idee ging hij het ook zo voelen.
Op een of andere manier leek iets veel echter als je het voelde.
Zelfs iets denkbeeldigs leek dan werkelijk te bestaan.

Toen de stoel echt last kreeg van zijn achtervolgingswaan, zocht hij hulp bij de lamp.
De lamp — een kaal, onooglijk peertje dat aan het plafond hing — had wel meer meubelstukken geholpen.
Door simpelweg het probleem van alle kanten te belichten, loste het vaak vanzelf op.

De stoel legde het probleem voor aan het peertje.
Vrijwel onmiddellijk wist het peertje dat het hier een ingebeeld probleem betrof.
Uitleggen aan de stoel dat het denkbeeldig was, zou niet helpen; de stoel was overtuigd van de juistheid van zijn gevoel.
Daarom zei de lamp: “Luister, het klopt. Je wordt achtervolgd, waar je ook gaat.
Hij volgt je overal. Maar maak je niet ongerust, het is je vriend, je eigen schaduw.”
De stoel was opgelucht.
Nu wist hij tenminste zeker dat hij achtervolgd werd en door wat.
Hij voelde zich gesteund door zijn trouwe achtervolger.
Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk.
De stoel dankte de lamp voor het belichten van het probleem.

Het peertje belichtte de hele bovenkamer, ze had er nog nooit een schaduw gezien.
Overal waar het licht scheen, verdween de schaduw met de snelheid van het licht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *