Stapel

{CAPTION}

Sommige kunstenaars zijn letterlijk stapelgek. Dat wil zeggen: ze zijn gek op stapelen. Het aantal kunstenaars dat stapelt stapelt zich de laatste jaren op. Er komen er steeds meer aan de top door energiek door te stapelen. Aan inspiratie nooit gebrek. Als ze het even niet meer weten dan bestellen ze gewoon minimaal duizend stuks – van om het even wat – en ze beginnen te stapelen. De hele handel inpakken kan natuurlijk ook nog, maar dat is weer een andere stroming. Het publiek laat zich niet zo makkelijk inpakken, het gaat tegenwoordig liever uit haar dak met stapelkunst. Vaak draalt het publiek verweesd rond de enorme stapel van het een of ander met een blik van: ‘het moet toch niet gekker worden’.
Initiator van de stapelgekte is waarschijnlijk kunstpaus Andy Warhol geweest. Die begon nietszeggende beelden op te stapelen met het conceptuele concept: als 1 beeld niets zegt, dan zeggen 100 dezelfde beelden heel vaak niets, waarmee de aandacht wordt vastgehouden. De macht van het getal lijkt hier veelzeggend omdat het de aandacht trekt en vast houdt. Dat de aandacht wellicht verstandsverbijstering is rekent de kunstpaus ook goed.
Het hele verschijnsel lijkt op iemand die aan het woord blijft om aan het woord te blijven ook al heeft de spreker niets te melden.
Ik heb het soupblik van Campbell eerlijk gezegd nooit een kunstblik waardig geacht. Het hier te noemen is eigenlijk al te veel eer. Na een stapelervaring kun je het beste even een lange kunstpauze inlassen.

Gender

{CAPTION}

Photo©JelleTouw2019

Je voelde je van binnen altijd vrij en neutraal ten aanzien van het B.G.C (binair geslachtelijk classificatiesysteem)
Tenminste van binnen, daar voelde je je zowel mannelijk als vrouwelijk in gelijke mate, tegelijkertijd voelde het noch mannelijk noch vrouwelijk. Je had graag als man een jurk gedragen en een bh of als vrouw graag de broek aan en een stropdas. Liefst had je natuurlijk alle geslachtelijke kenmerken gehad, waarom niet als het zou kunnen? Tegelijkertijd maakte het je niets uit, nogmaals van binnen… Buiten heerste een ander verhaal.
Van de buitenwereld moest je de keuze maken, kleur bekennen, te koop lopen, intimiteiten openbaar maken.
Van binnen was daaraan geen enkele noodzaak of behoefte. Waarom kiezen en vernauwen tot een fragment als je ook dit, ook dat, ook zus en ook zo kon zijn?
Vervolgens moest je je er naar gaan gedragen, in de kudde ‘soortgenoten’ mee hobbelen en soortgebonden gedrag vertonen. Een dom circusnummer zonder dompteur.
Rolvastheid was een vereiste anders werd je verstoten als vreemde eend of zwart schaap. Waarom kiezen tussen eend of schaap?
Over sexualiteit gaan we het hier niet eens hebben, omdat dit een intimiteit betreft die niemand iets aangaat.
Waarmee de onschatbare waarde ervan is gewaarborgd.
De vrijheid om niemand te moeten zijn wordt niet opgemerkt in het gendergesprek. Daarmee wordt ook de mogelijke vrijheid om alles te mogen zijn niet gezien.

Vlek

{CAPTION}

Op elke plek zit wel een vlek.

Je denkt verrek, wat gek, ik zie een bek,

een oog, een langgerekte nek…

de vlek gaat in gesprek,

met de gelaatstrek van een vrek…

aan beelden geen gebrek.

Alle wensen aan dek!

Er is geen hek, de zee is lek,

pak je pen op en vertrek.

Vereeuwdag

{CAPTION}

Photo©Syban2019

De zee, moeder van alle schelpen was elke eeuw wel een keer jarig.
Voor wie het niet weet: een Zee-eeuw duurt ongeveer precies achthonderdachtentachtig jaar. De zee was dus meer eeuwig dan jarig, maar alles goed en wel.
Zo kwamen de schelpen deze keer op het strand bijeen om het ‘Zeefeest’ te vieren. De zee was al zo oud dat haar huid permanent rimpelde, soms met rimpels van negen meter hoog… of diep. Haar verjaardag was altijd een hoogtepunt, een enorme stormvloed.
Dan overstroomden alle kusten en spoelden alle stranden schoon. Maar deze keer bleef de zeespiegel zonder ook maar de minste rimpeling liggen, roerloos. Was ze moe van het golven en deinen? Was ze soms zeeziek? De schelpen wisten het ook niet. Ze konden alleen maar dankbaar zijn, eeuwig dankbaar aan de eeuwige zee.

In het ‘Niet’

De kunsttempel stelt zich ten toon als een kunststukje van klassieke verhoudingen, met als voornaamste bouwmateriaal ruimte, ruimte die er altijd al geweest is…
De kunst binnen de tempel zelf lijkt soms kunstmatig, af en toe heel kunstig, vaak kunstzinnig, of van ‘echte’ kunststof. Je weet in het beste geval niet wat je ziet, welke vreemdheid stelt dit nu weer voor? Een hoog raarheidsgehalte.

De meest zeldzame beleving ontstaat wanneer het begrip kunst zelf wordt overstegen, dat vergeten wordt dat er geen criteria voor bestaan, geen keurmerk. Dat geen kenmerk het enige kenmerk is van het wezenlijke.

In de brochure lees je dat kunst vaak iets anders wil zijn om ‘het gewone’ weer als nieuw te kunnen ervaren en ‘hoe het kunstwerk zich verhoudt tot de ruimte’. De echo van dit machteloos grijpen naar houvast klinkt nog lang na.

Een kunstwerk verhoudt zich niet tot de ruimte, het verzuipt erin. Ruimte is van nature buiten proportie, elke verhouding is zoek, elk ‘ding’ hoe groot of hoe kunstig ook verdwijnt erin. Het ‘ding’ valt in het niet.
De val in het ‘Niet’ is de directe ervaring van totale ruimte.
Dit overkomt ook de bezoeker als ding. In de val valt ‘hij’ samen met ruimte. Kunst blijkt dan een mystiek ruimtevaartproject.