Grond

Ik kende een kennis die ik verder nooit heb leren kennen. Hij was een schoonmaker die heel snel werkte om zijn magere uurloon te verhogen. Dezelfde man kocht, zo hoorde ik later, een goedkoop huis zonder grond, omgeven door wegen, het was al gauw te klein…hij besloot er ondergrondse kamers onder te graven, kamers zonder ramen, uitzichtloos…maar zijn vloeroppervlak van het huis nam enorm toe, zodat hij aan kinderen kon beginnen. Het zwanger worden lukte alleen niet meteen, ze besloten tot reageerbuisbevruchting. Zijn vrouw kreeg een vierling. Hij groef nog even door. In het dorp werden ze de familie Mol genoemd. Toen zijn vier dochters groot waren brak hij muren van hun kamertjes door, om er een bowlingbaan te beginnen. Het was een groot succes onder de grond. Ik heb deze kennis nooit meer gezien. Wat ik hier over hem schrijf weet ik slechts van horen zeggen, oppervlakkige kennis. Zo heb ik veel van dit soort kennissen nooit echt gekend maar hun verhalen klonteren in mij samen tot een hele vage kennis.

Trainer

Soms hoor je de
raarste geluiden
in de buitenwereld:

“Nu ga je, ik zeg het
nog één keer, nu ga je.
Nu ga je het veld in
en je gaat jagen, jagen”

“en nog eens jagen…
anders stellen we jou
zaterdag niet op!’
Anders kun je gaan”

Vreemde, wrede poëzie.

Binnen draaien de beste
grijsgedraaide platen,
herlezen zich eeuwig
onverwoestbare bronnen.

Hier laat leven zich
vredig en vrij afspelen.
Spelen en laten spelen,
het ware wint alles,

het geeft zich gewonnen.

Slagen

Het hoge slagingspercentage begon gaandeweg zorgen te baren. Worden klaargestoomd volgens een beproefde succesformule. Het gold als voorrecht om een paradepaardje te mogen worden voor het instituut? Ter meerdere glorie van…
Degenen die als voorbeeld werden gesteld maakten diepe indruk…de indruk van onbezielde automaten. Wie wilde dat niet?…opgenomen worden binnen eervolle gelederen en trots moeten gaan voelen, trots en eer. Sluipenderwijs begon dat slagen te benauwen, het aanpassen aan het beeld dat ze van jou aan het modelleren waren, dagelijks kneedwerk, wegpoetsen van oneffenheden, polijsten. Men zou je ter verantwoording roepen, zodra je van dat beeld zou afwijken. Na het afgedwongen succes mocht je daarna jaar in jaar uit datzelfde kunstje herhalen. Het beeld zou in eerste plaats een merk worden, een beeldmerk in plaats van een mens, in ruil voor priviléges, applaus en eer. De openbare schandpaal was nooit ver verwijderd van de sokkel waarop men eer betoonde, misschien waren ze wel identiek. Er rigoureus uitstappen wekte geen bewondering. Het sociale diepvriesmechanisme van isolatie en negatie was onmiddellijk in werking getreden. De diagnose achteraf was nog een hele klus voor de betrokken zielkundigen…de patiënt zou lijden aan ‘slaagangst’ in combinatie met ‘het syndroom van de ondankbare hond, in een bos achtergelaten aan een boom aangelijnd.
Het trof de ondankbare hond hoe menselijk dieren dan waren? Waarom waren die zo zeldzaam aangenaam in de omgang. Hoe kwam de dierlijke mens er ooit bij om het onmenselijke als maatstaf te gaan nemen voor het wenselijke? Met de automaat als rolmodel?

Lentetijd

Vandaag gaat de lentetijd in. Spijker de wijzers vast aan de wijzerplaat!
De klok staat dus 24 uur stil. Het schijnt voor onze eigen bestwil te zijn.
Niemand weet hoe het besluit gevallen is. Het voordeel zou zijn dat er geen nadelen aan kleven… 24 uur zwijgt de tijd, daarna kunnen de spijkers er weer uit…of niet, kijkt
u zelf maar hoe laat u het wilt laten zijn. Over invoering van herfsttijd wordt nog nagedacht, ter zijner tijd hoort u hoe laat het dan zal zijn. Tot die tijd: hameren maar!

Respons

Soms fluistert het scheppende
midden in de lege nacht iets
in het stille geestesoor:
‘Ik besta niet, ik…besta…niet!’

Heel geestig.

De geestesmond geeft lucide respons:
‘Ik ook niet, ik…ook…niet!’
Een ‘inside joke’ die niemand vat.
Wat is daar zo grappig aan?

Vraag het aan de geestesneus.

Hek

Sta je wel aan de goede kant van het hek? Heeft een rivier geen rechten?
Heeft een bos geen juridische status? Heeft een vervuilde zee geen recht op rechtsbijstand? De lichamelijke integriteit en waardigheid van dieren is juridisch slecht gewaarborgd. Bij insecten denkt men al snel aan ongedierte, vooral waard om grondig te worden uitgeroeid. Het hek is zelf de ziekte, een illusie waarmee we ons denken te beschermen. Bescherming is wat ons het meest bedreigt.

Laatst

Mijn vader liep op zijn laatste benen. Hij deed alle dingen voor het laatst…een laatste peer…een laatste gebakje…een laatste vis. We bezochten ook zijn laatste museum.
Oud, met een glazen oog, schuifelde hij onzeker aan mijn hand langs de meesterwerken, met zijn hoedje op. Ik probeerde hem op ‘Breughels Toren van Babel’ te attenderen, maar hij zag waarschijnlijk al niets meer van de details. Hij keek niet meer op van een meesterwerkje meer of minder…tot wij al voortsloffend langs een zwartleren museumbank schoven. Opeens leefde hij helemaal op.
‘Hee, kijk nou… een bank…!’
Alsof het om het meest exclusieve topstuk uit de museumcollectie ging.
‘Zullen we even gaan zitten?’ ,wilde ik voorstellen, maar hij zat al…met zijn elleboog op de leuning zijn hoofd ondersteunend. Ik keek even rond of ik mijn vrouw ergens zag tussen de bezoekers. Toen ik weer opzij keek zag ik hem slapen, met diepe zuchten.
Mijn vader was zelf een museum met een heel particuliere collectie beelden in zijn bovenkamer. De zwartlederen bank was het laatste kunstwerk dat mijn vader in zijn collectie opnam. Het maakte zijn verzameling compleet. Niet lang daarna overleed hij, uitverzameld. Vaak denk ik aan hem als ik een zwartleren bank zie, daarna zie ik de Toren van Babel voor mijn geestesoog gebouwd worden. Die bouw blijft eindeloos voortduren.

Pet

Wie weet nu wat poëzie is?
Velen vinden het zwaar pet
of flauwe kul met of zonder
peren, amper rijm of maat.

Je weet nooit wat je leest.
Het gaat je pet te boven.
Kun je houden van dat,
juist omdat je het niet vat?

Kun je je petje niet afnemen
omdat je er geen ene snars,
geen malle moer van grijpt?

Ach, gooi er eigenlijk ook maar
met je mooie pet naar, want
een ding moet wel gezegd:

Dat petje zit jou als gegoten.

Roerijzer

Vele mensen vragen zich al jaren af: ‘Wat heeft een helicopter te maken met een suikerklontje?’ Die vraag is zowel begrijpelijk als heel legitiem. Iedere belastingplichtige burger zal zich dat vroeg of laat afvragen. Welnu, een helicopter geeft panoramisch overzicht. Afstand maakt het geziene schijnbaar tot object. Hoe meer afstand, hoe ruimer het gebied in beeld komt. Het suikerklontje biedt een totaal andere benadering van het geheel. Ze lost erin op om het te leren kennen. Het klontje gaat helemaal op in de directe ervaring van het gebied. Alle afstand verdwijnt. Ze wordt alles door in het subjectieve te verdwijnen. De helicopter staat voor de objectieve ervaring die je hebt. Het suikerklontje staat voor de subjectieve ervaring dat je bent. Het verschil tussen hebben en zijn. Bij het hebben is er een iemand bij betrokken. In het zijn is er slechts een vage sensatie van zoetheid.
Wat wel handig is: 1) een lepeltje dat af en toe roert. 2) gooi nooit een suikerklontje in de tank van een heli.