Vlek

{CAPTION}

Op elke plek zit wel een vlek.

Je denkt verrek, wat gek, ik zie een bek,

een oog, een langgerekte nek…

de vlek gaat in gesprek,

met de gelaatstrek van een vrek…

aan beelden geen gebrek.

Alle wensen aan dek!

Er is geen hek, de zee is lek,

pak je pen op en vertrek.

Vereeuwdag

{CAPTION}

Photo©Syban2019

De zee, moeder van alle schelpen was elke eeuw wel een keer jarig.
Voor wie het niet weet: een Zee-eeuw duurt ongeveer precies achthonderdachtentachtig jaar. De zee was dus meer eeuwig dan jarig, maar alles goed en wel.
Zo kwamen de schelpen deze keer op het strand bijeen om het ‘Zeefeest’ te vieren. De zee was al zo oud dat haar huid permanent rimpelde, soms met rimpels van negen meter hoog… of diep. Haar verjaardag was altijd een hoogtepunt, een enorme stormvloed.
Dan overstroomden alle kusten en spoelden alle stranden schoon. Maar deze keer bleef de zeespiegel zonder ook maar de minste rimpeling liggen, roerloos. Was ze moe van het golven en deinen? Was ze soms zeeziek? De schelpen wisten het ook niet. Ze konden alleen maar dankbaar zijn, eeuwig dankbaar aan de eeuwige zee.

In het ‘Niet’

De kunsttempel stelt zich ten toon als een kunststukje van klassieke verhoudingen, met als voornaamste bouwmateriaal ruimte, ruimte die er altijd al geweest is…
De kunst binnen de tempel zelf lijkt soms kunstmatig, af en toe heel kunstig, vaak kunstzinnig, of van ‘echte’ kunststof. Je weet in het beste geval niet wat je ziet, welke vreemdheid stelt dit nu weer voor? Een hoog raarheidsgehalte.

De meest zeldzame beleving ontstaat wanneer het begrip kunst zelf wordt overstegen, dat vergeten wordt dat er geen criteria voor bestaan, geen keurmerk. Dat geen kenmerk het enige kenmerk is van het wezenlijke.

In de brochure lees je dat kunst vaak iets anders wil zijn om ‘het gewone’ weer als nieuw te kunnen ervaren en ‘hoe het kunstwerk zich verhoudt tot de ruimte’. De echo van dit machteloos grijpen naar houvast klinkt nog lang na.

Een kunstwerk verhoudt zich niet tot de ruimte, het verzuipt erin. Ruimte is van nature buiten proportie, elke verhouding is zoek, elk ‘ding’ hoe groot of hoe kunstig ook verdwijnt erin. Het ‘ding’ valt in het niet.
De val in het ‘Niet’ is de directe ervaring van totale ruimte.
Dit overkomt ook de bezoeker als ding. In de val valt ‘hij’ samen met ruimte. Kunst blijkt dan een mystiek ruimtevaartproject.

Steen

mijn vriendin steen is blind
te hard geweven is haar vlees

haar stilte…een en al oor
in haar slaapt lucide nacht

leen haar wat zintuigen
om naar aardzwaarte te tasten

haar schaduw koelt bodem
ze proeft vochtige aarde

bekend is dat waar ‘n zintuig mist
andere zintuigen zich scherpen

laat staan voor wie ze allen mist
die kent het kennen als geen ander

de steen kent mij onzintuiglijk
ze kent wat kent in mij steengoed

het ruikt hier naar gedicht zegt ze
met haar lichaamstaal in gewicht

Ukkel

{CAPTION}

Dit is vast de eerste Ukkel die u ziet

en meteen dan ook de allerbeste.

Betere Ukkels dan deze zijn er niet.

De Ukkel is gelukkig, geen mens,

geen dier, geen plant, geen steen.

Van deze Ukkel is er slechts één.

Wat zou het dan voor wezen wezen?

‘n wees is ‘t niet, kwam immers zonder

ouders ter wereld, als zeldzaam wonder.

De Ukkel heeft geen verleden

en leeft in huidig heden

anders dan sufsukkels vroeger deden.

Voor toekomst heeft Ukkel geen tijd,

‘later is een bloem die nooit bloeit’,

aldus Ukkel die zwemt in eigen aardigheid.

Ukkel is vrij van zwaartekracht

en zo vloeibaar als bananenlimonade,

geeft licht in de donkerste nacht.

Een Ukkel voedt zich met droomspul

geoogst uit vers mensgedommel,

al etend gonst het als een hommel.

U vraagt waar houdt Ukkel zich op?

Zelden zie je Ukkel in een notendop,

nog minder vaak in een envelop.

Meestal kom je Ukkel zomaar ergens

tegen, onverwacht bij zonsopgangen,

bij vollemaanslicht of op appelwangen,

schuilend achter vergezicht of als

schaduwrand rond krekelgezangen,

soms glijdend van een giraffehals.

Maar waar je Ukkel ook vindt, geniet,

want die eerste keer zal meestal ook

de laatste zijn dat je Ukkel ziet.

Puur geluk voor wie Ukkel ooit vindt,

met zijn hoedje zonder sproeten,

lijkt het meest een ongeboren kind.

Doe Ukkel de hartelijkste groeten

namens mij, mocht het u lukken

dit zeldzame geluk te ontmoeten.

Het eenmalige komt nooit weerom,

blijft eeuwig eenmalig als de Fluks

die u niet kent, juist..daar zit de Kruks!

Rotterdams gesprek

Wie zeg je?
Die ene vent, je weet wel.
Ik zou niet weten, welke kerel dan?
Die gozer met dat velletje over z’n neus.
…………….
Ja, wat daarmee dan?
Nou, die lamstraal is er mee gestopt.
Ohjajoh…Waarom dan?
Het had geen zin meer, zee die.
Hoezo had-ie geen zin meer dan?
Nee, Het…het had geen zin meer.
Wat is Het nou weer?
Ja zeg, Het is een velletje maar dan zonder neus, nou goed?
Waarom begin je over stoppen?
Jij begon er toch zeker over?
Nou stop ik er mee!