Bezem

‘Met wat….?’ ,vroeg meester Tandeloos aan Vaal Veulen die de binnenplaats aan het vegen was.
‘Met wat veegt deze oude bezem al haar uitgevallen borstelharen bijéén?’ ,de oude wees naar zijn hoofd.

Vaal Veulen keek naar de kale schedel van Tandeloos die glansde in het zonlicht.
‘Zo kaal als de maan’ ,was de eerste gedachte die opkwam…daarna kwam er niets op van betekenis…

‘Bezems vegen wat vuil is schoon, maar wat nu…als de bezem zelf het vuil is?’
,begon Tandeloos.

‘Lost de bezem dan op, in het overbodige?’

‘Wat valt er nog te vegen, zonder gedachten?’ ,mompelde Tandeloos verder.

‘Wat valt er nog te denken’ ,zei Vaal Veulen, ‘als gedachten zijn uitvallen als borstelharen?’

‘Zit de grote oceaan soms te wachten op een regenbuitje?’ ,vroeg Tandeloos met een raadselachtig lachje.

Tandeloos voelde met open handpalmen of er druppels vielen.

Vaal Veulen zaagde de resten van de bezem tot brandhout,
voor een vreugdevuurtje.

Na een tijdje viel er geen regen, de zee was kennelijk geheel voldaan.

Tandeloos sprokkelde wat bamboetwijgen bij elkaar voor een nieuwe bezem.

‘Dat wordt wel een heel klein bezempje!’ ,merkte Veulen op.

‘Het is ook voor heel klein vuil!’ ,lachte Tandeloos.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *