Pulk

Je nagel kan het begin op het rolletje plakband niet vinden,
nergens een uiteinde…maar je blijft niet pulken naar een begin.
Laat de scherven liggen waar ze vielen. Er wordt hier niets geplakt.
Gaande weg wordt dit schervenpad een duizelingwekkend mozaïek,
door duizenden toeristenvoeten geplet op weg naar het onvoltooide.
Wat men er ook maar in wenst te zien, precies dat stelt het voor.

Later?

Vreemd, hoe over de dunne huid van het eeuwige een rails is gelegd van een miljoenenjarige tijd. Elke biels duurt een seconde. Een megalomaan traject naar welke bestemming?
Op de rails is een treintje gezet met steeds zeven verschillende wagons,
elke wagon is een dag in de week.
Elke avond rijdt de trein door een tunnel van nacht. Dan moet de reiziger zich overdromen in een volgende wagon.
De meeste mensen worden in de trein geboren en maken de reis van hun leven in de wagon van de dag.
Ik ben echter al jong uit de trein van de tijd gevallen, wist nooit hoe laat het was, zonder dat te betreuren.
Ik zwierf vrij rond langs de rails en zag de trein altijd op tijd passeren. Mensen zwaaiden naar mij vanuit de dagen van de week en riepen:
‘Tot later!’.
Ik zwaai terug en roep: ‘Goede reis!’
In mij wil het maar nooit meer later worden.

Rijzen

Receptuur voor het ongekende:

-Wees alleen beschikbaar voor wat je echt niet laten kunt.
-Denk je het niet te kunnen, doe het dan blind tegen beter weten in,
op zo’n wijze dat je niet meer weet wat je doet of hoe.
-Maak alleen datgene waar, waar niemand op zit te wachten,
waarvan je niet weet wat het voorstelt, of waar het voor is.
-Werk aan dat waarvan je niet weet wat het zou moeten worden,
niet weet of het waarde/betekenis heeft, laat staan dat je weet
wat voor waarde of betekenis het heeft.
-Voer het uit met de grootst mogelijke toewijding,
onthechte betrokkenheid wars van enige verdienste.
-Weg zijn is het geschenk, de weg zijn het onverdiende loon.
-Dit geheel luchtig mengen en voorgoed laten rijzen…

Proef ervan en je weet niet wat je meemaakt.

Oer

Hoe die kleine wolf jou ooit tam maakte weet je niet meer.
Was het je uitgelaten hart dat achter hem aan huppelde
zodra je hem zag…of was het zijn flossige staart die een leidende
rode draad werd in het leven? Harten zijn roedeldieren. De volle maan
laat het hart zingen, bezield janken, want dit bestaan is gewoon te mooi om hier te zijn.
Het wolfje domesticeert de zwerfmens, geeft hem een thuis in
zijn oerspronkelijke natuur, om te janken zo prachtig…oerhart.

Burger

Omdat ons lichtnet al jaren spontaan dimt en fluctueert komt de zoveelste electricien ons huis doormeten. Deze keer een heel aardige Hindoestaan uit Den Haag, een plantaardige welteverstaan. Hij is veganist, draagt vegetarische schoenen en dito broekriem en is praktiserend lid van de Hare Krishna-beweging.
‘Eet je wel planten dan?’ ,vraag ik, terwijl hij overbodige draadjes doorknipt.
‘Jazeker, ik volg een puur plantaardig dieet!’ ,verzekert hij mij enthousiast.
‘Dan heb ik slecht nieuws, ik lees nu net een boek over plantenleven waaruit blijkt dat onze groene vrienden 15 meer zintuigen hebben dan wij mensachtigen!’.
Hij moet lachen om de term ‘mensachtigen’ ,maar kijkt zorgelijk bij het idee dat planten intelligent zouden kunnen zijn. Er blijft weinig te eten over.
Hij neemt het roer van het gesprek graag van mij over en begint te vertellen dat er in Den Haag de beste vegaburgers te koop zijn, met rundersmaak, varken, kipsmaak, vis, kibbeling, gegrild, gebarbecued, in allerlei soorten. Het smaakt hem als echt vlees of zelfs beter.
‘Dan stem je zeker ook op de dierenpartij?’ ,vraag ik hem.
Nee dus, hij is gestopt met stemmen, de politiek luistert toch niet naar zijn ene stem.
‘Maar stem dan voor de dieren, want zij hebben geen stem!’ ,stel ik voor, ‘of wil je wachten tot er een plantenpartij is opgericht?’.
Hij neemt stoïcijns foto’s van onze gemankeerde bedrading en stoppenkast. Hij zal ons stroomprobleem doorgeven aan de volgende electricien. Onze electra is maar bijzaak,
er zit bij ons waarschijnlijk een draadje los, vermoedt hij.
Ik beloof hem bij zijn vertrek een veganistische burger te gaan eten, zonder salade…
Hij belooft te gaan stemmen…niet voor mij, maar voor de dieren.
Weet hij veel dat ik een dier ben geboren in het verkeerde lichaam, het lichaam van een burger? Of sterker nog: een vleesgeworden plant.

Kakkerlakafka

Ik, Koeka Racha groeide op in een veilig warm nest van welopgevoed ongedierte. Als nazaat van een trotse familie adellijke kakkerlakken uit het Carboon, een driehonderdmiljoen jaar oude beschaving. In de vochtwarme sfeer van onze kelderwoning koesterden wij ons kleinburgerlijk geluk. Op een alledaagse doordeweekse morgen riep mama Racha mij wakker: ‘Koeka! Opstaan, nu, hoor je me Koeka?!’. Om naar het insectengymnasium te gaan, ik had immers een tentamen entomologie…tijdens het ontwaken deed ik de gruwelijke ontdekking: het prachtige chitinepantser van mijn uitwendige skelet was verweekt en vleesroze verkleurd, met hier en daar wat vies haar erop. Bij nadere inspectie bleek mijn gehele kakkerlaklijf van gedaante veranderd. Het zweet brak mij uit toen ik mijzelf al huiverend in de door vocht verweerde badkamerspiegel aanschouwde: waar waren mijn fiere voelsprieten?…waar mijn fraai glanzend schilferig schild…ik was veranderd in een afschrikwekkend monsterlijk wezen…in een mensch…van vleesch en bloedch…ch.. Niemand mocht mij zo rozebevleesd betrappen…  ‘Koeka!, waar ben je?’ ,klonk het, ijlings schoot ik de kamelenharen kamerjas van Opa Racha aan, ze zouden mij verstoten of verdelgen als een ongewenste indringer.
Wij, vanuit het Carboon, keken hautain neer op deze inferieure soort, als een nog vrij recent verschijnsel, evolutionair gezien feitelijk een snotneus, bovendien een plaag voor de planeet. Inmiddels was ik ruimschoots te laat voor het tentamen. Mijn entomologische carrière kon ik sowieso wel op m’n buik schrijven.

Sluip

De rivier neemt soms een olifantenpaadje, ze steekt af om dichter bij zee te zijn.
Laatst stond je in een dode file, rivier van blik. Er zat geen beweging meer in.
Ingeblikt ontsnapte je door een sluiproute te nemen die gaandeweg een enorme omweg bleek te zijn. Een ongezocht avontuur dwars door lang onbezochte verwaarloosde gebieden, maar het reed, het stroomde heel lang en langzaam naar huis. Toen je eenmaal aankwam voelde het dan ook heel erg thuis. Soms zijn olifantenpaadjes heel lang, ze maken de belevingswereld intens. Elk vertrek is een sluipweggetje naar huis.

Zuur

‘Daar komt weer een schip zure appelen!’ ,wees mijn vader naar de massief staalblauwgrijze hemelwand die op ons af stevende. Ik keek met ontzag naar dat enorme regenschip, zo groot dat ik de omvang van het gevaarte niet kon afbakenen.
Mijn vader had een plastic gebloemd tafelzeiltje meegenomen om onder te schuilen
Ieder hielden we twee punten vast in afwachting van een verpletterende stortbui…
die niet losbarstte. Het werd wel schemerdonker, maar het schip dreef geruisloos over ons kleurige tafelzeiltje. Hij pelde een oud mandarijntje onder het zeiltje, gaf mij de helft, we genoten. ‘Alsof er een engeltje over je tong piest!’ ,zei hij terwijl het geleidelijk aan weer lichter werd. We hadden de boot gemist.

Zwerm

Vergaderen op z’n indiaans. Indianen komen samen, iedereen kan spontaan spreken over wat hem of haar bezighoudt. Er wordt alleen maar geluisterd tot iedereen is uitgesproken. Er worden geen oplossingen bedacht, geen reacties, geen ongevraagde adviezen. Als iedereen is uitgesproken en het stil blijft is de samenkomst klaar. Ieder gaat z’n weg. De praktijk van samenleven genereert vanzelf dat wat nodig is. Door luisteren raakt iedereen afgestemd en komt de oplossing van wat niet stroomt spontaan op uit het leven zelf. Vraag maar eens een zaal om tegelijkertijd samen een willekeurig toon te zingen, even is er een dissonantie die spontaan oplost in harmonische samenklank, een accoord.
Luisteren geeft kans aan het zwermbewustzijn om zich te manifesteren.
Het is vreemd om intelligentie toe te schrijven aan het individu, alsof een individu apart van zijn context kan worden gezien. De intelligentie van een zwerm, mieren, bijen, termieten, is meer dan de som der delen. Ook planten maken gebruik van zwermbewustzijn, waarom mensen niet? Zwermbewustzijn is de natuurlijke internetverbinding, met oneindig bereik.

Genen 2

Nog immer had ik geen enkele letter op papier. Tijdens het uitlaten van Belko kostte het mij moeite om uit handen van de recrutenjagers te blijven. Ik had de riem losgelaten en rende schreeuwend voor mijn leven achter de roodharige Wolfshond aan. ‘Mijn hond gaat er vandoor!’ Uitgeput kwam ik via een omweg thuis. Het moederland moest weer eens worden verdedigd door moedig in de aanval te gaan. De kameraden waren weer fanatiek aan het werven voor dat groen geüniformeerde monster dat louter prooien doodt zonder ze daarna netjes op te eten.
‘Zinloos sterven is niets voor een ware Beusgard’ ,peperde moeder mij in.
‘Je kunt beter zinloos leven, ik heb je niet voor niets gebaard!’
‘Nou, dus eigenlijk wel voor niets!’ ,verbeterde ik haar.
‘Goed dan…ik heb je gratis gebaard, laat ik het dan zo zeggen’ ,verbeterde ze zichzelf.
Meteen zag ik mij zelf deze zin opschrijven. Deze beginzin bevatte een hele roman
op zich. Overal had ik vergeefs gezocht naar een stukje papier tot ik het bij gebrek aan beter in mijn handpalm krabbelde om nooit meer te vergeten. Moeder Wami was de enige vroedvrouw voor het gehele oude stadsdeel in Warbovald, in het nieuwe weigerde ze een stap te zetten. Principieel was ze tot op het bot. Zo weigerde ze pertinent om zich in geld te laten uitbetalen, alleen in natura. Dan wist je tenminste wat je in huis had. De duurzame geldinflatie had haar gehard in deze overtuiging, waardoor we inderdaad nogal wat in huis hadden. Onze woning was een soort van spullenmagazijn van overbodige voorwerpen en levensmiddelen, analfabetisch gerangschikt. Moeder wist ongeveer precies waar haar ruilwaren tussen of onder lagen, meestal eronder. Dingen waar niemand op zat te wachten, tot je ze opeens hoogstnodig had. Ons adres werd door de jaren heen een plek van openbare ruilhandel
zonder sluitingstijden. Midden in de nacht kon er iemand aanbellen om het overbodige te ruilen voor een eerste levensbehoefte. Uiteindelijk wilde moeder alleen nog maar conservenblikken incasseren, corsetten had ze inmiddels genoeg. Droge worst wilde ook ze niet meer sinds Belko daar lucht van had gekregen en de voorraadkamer had geplunderd. Toiletpapier was er al jaren niet meer te krijgen nadat de fabriek was afgebrand. Langzaam begon ik te begrijpen waarom mijn schrijverschap maar niet wilde vlotten. Elk snippertje papier werd voor andere, nog dringender behoeftes benut.