Het Hetwoord

Ook al gaat het tegen onze gewoonte in om het hier over
het zelfde te hebben maakt de redactie voor Het een uitzondering,
omdat Het zo’n uitzonderlijk woord is binnen onze taal.
Het is een uniek woord, zo veelzijdig in haar onzijdigheid.
Het kan alles betekenen. Het is het grootste containerbegrip.
Het is het legendarische vat van alle tegenstrijdigheden.

Het wordt evenwel op grote schaal veronachtzaamd en onderschat.
Men ziet Het consequent over het hoofd.
Het zou niets betekenen…
Het zou nietszeggend zijn….??

Het tegendeel is het geval:
Het kan juist van alles nog wat betekenen, zelfs onbepaalde,
abstracte verschijnselen kunnen Het genoemd worden.
Het is beschikbaar voor welke inhoud dan ook.
Het is wellicht het beste wat de taal heeft voortgebracht.

Het is alomtegenwoordig.
Het is een mysterie.
Het is vanzelfsprekend.
Het is wat Het is.

Het

Opeens was Het er. Het was het gesprek van de dag. Een mannetje uit de buurt die zijn hond uitliet had Het bij toeval gevonden. De hond had hem verdoofd naar huis getrokken. Normaal liep hij daar nooit…in een mengeling van lichte paniek en opwinding was hij thuisgekomen waar hij vervolgens urenlang niets anders kon uitbrengen dan: ‘Ach….Tja…hoe moet ik dat uitleggen…ik bedoel…snap je…wat heb ik gezien?..Tja…ach…weetje…’
‘Zeg dan waar je Het hebt gezien, dan gaan we Het bekijken!’ , had zijn vrouw gezegd.
Onderweg bleef de man maar prevelen: ‘Ik weet niet waar ik Het zoeken moet…Het wordt mij allemaal teveel!’.
Als verre buurman werd ik meegevraagd als getuige en ondersteuning.
De man troonde ons mee naar de bewuste plek waar hij Het had gevonden.
Hij wees Het mij terplekke aan…overbodig want Het viel niet te ontkennen, dit was Het!
Zo had ik Het nog nooit bekeken.

De aanblik van ‘Het’ tartte mijn verbeelding…Het was zo totaal anders dan alles wat ik dacht te kennen dat ik mij hier niet aan een beschrijving durf te wagen.

Niemand weet wat Het is…waar Het vandaan komt, zei de man.
Hoe lang is Het al hier? , vroeg ik.
Ik weet niet hoe laat Het was, verklaarde de man.

Het gerucht over Het verspreidde zich snel. Een hele stoet wijkbewoners was ons gevolgd naar de vindplaats.
Men wilde Het met eigen ogen aanschouwen, maar hoe konden ze Het herkennen als Het nergens op leek en Het met niets te vergelijken was…?

Sommigen zeiden: ‘Is dit het nou?’ , ‘Het stelt niks voor’ ,
’Onvoorstelbaar…ik herken Het alleen als onherkenbaar!’
Het nodigde niet bepaald uit tot aanraking of al te dichte toenadering.

Toen Iemand toch te dicht naderde begon Het opeens te praten.
We waren allen met stomheid geslagen omdat Het onze taal sprak:
‘Ik ben Het….Het is nu aan jullie!’, klonk Het.
Er ontstond onmiddellijk een tumult van gekonkel en geroezemoes onder de aanwezigen:
Weet je wat Het is?
Het kan mij niets schelen!
Je wilt niet weten waar Het toe kan leiden!
Het is te gek voor woorden
We moeten Het zeker voor Het onzekere nemen.
Anders neemt Het ons over!
Ja maar, als wij Het niet doen doet niemand Het!
Wat heeft Het voor zin?
Niemand weet waar Het toe leidt!

Het vroeg zich intussen hardop af: ‘Waar gaat Het over?’

‘Het is mij te toevallig’ ,zei de vrouw van de man, ‘Het is vast voorbeschikt!’
Is Het niet wonderlijk?
Ja, Het is buiten gewoon!
Je moet Het niet persoonlijk nemen, Het is neutraal.

We moeten Het juiste moment vinden.
Voor Het te laat is…
Als Het even meewerkt dan kunnen we Het voor vanavond hebben opgelost!
We zijn Het meer dan zat.
Kom, ik zie Het niet meer zitten.
Je moet Het ook niet zo overdrijven.
Pas op jongens, Het loopt uit de hand!
Maak Het nou een beetje, zeg!

Weetje wat Het is, Het is gewoon niet normaal!
Inderdaad, Het moet niet gekker worden.
Waar gaat Het nou eigenlijk om?
Wat heeft Het te betekenen?
Nee, de vraag is: Wie bepaalt Het?
Wie Het weet, mag Het zeggen!
Het is mij een raadsel…

‘Stil mensen!’ ,riep de vrouw, ‘Het maakt zich weer kenbaar’
Het begon weer te spreken, heel zacht en timide klonk Het:
‘Ik geloof Het verder wel!’

Gewapend beton


Met oefenbommen van gewapend beton oefenden de Duitsers boven de Kennemerduinen met hun Messerschmidts.
Ook vernietigen moet je kennelijk oefenen, zorgvuldige vernietiging door bommentapijtjes te leggen.
Oefening baart kunst, de kunst van het doelgericht vernietigen.

Is het precisiebombardement een teken van beschaving?
Voorheen gooiden of brandden de barbaren alles lukraak plat.

Is destructie het omgekeerde van kunst of kan het vernietigen van lelijke dingen soms ook schoonheid opleveren?
Bijvoorbeeld de vernietiging van de wapenindustrie…zou dat schoonheid brengen?

Na de destructie kunnen er weer standbeelden van oorlogshelden geboetseerd, medailles en onderscheidingen opgespeld.
Liefst gegoten uit het zelfde brons als de granaathulzen.

De oefenbommen zijn van gewapend beton, zware wapens uit het stenen tijdperk. Beton is niet om te smelten.
Ze liggen nog her en der in duinen. Ze liggen onschuldig te zijn.

Voorwaarde voor waarde

Voorwaarde voor waarde

Van nul en generlei waarde is de voorwaarde.
Elk cijfer bestaat uit 1 of meerdere enen.
De nul kan alle getallen verheffen en opheffen.

Nul is geen cijfer, nul is de afwezigheid van alle getallen.
Zoals wit geen kleur is, stilte geen klank is,
smaakloos geen smaak, zo is nul geen nummer.

Alle cijfers zijn in feite 1, ze verenigen zich rond de nul.
In de speelruimte van de nul verschijnen de cijfers.
Drie enen, veertig enen of miljarden enen, apart genomen zijn ze 1,
ze veréénzamen, samen zijn ze één, veelvoudig of enkel.

Nummers strijden niet om de macht van het getal.
Het kan de vijf niets schelen of je er drie vanaf trekt of er zes bij optelt.
Nummers hebben geen benul van aantallen, ze zijn onbenullig.
Je kunt je niets voorstellen bij de nul, elk denkbeeld is al te veel.

In de nul wordt alles één, niets anders is daar toe in staat.
Dat is het wonder van nul, als je hiervan benul hebt kun je benul zijn.

Open bijsluiter


Men denkt te weten dat er geen leven is na de dood, anderen denken van wel.
Na het sterven zullen geen van beiden hun gelijk kunnen proeven of hun ongelijk toegeven, er is immers niets en niemand.
De dood eindigt in een slot dat op slot zit.
Blijft er wel een bewust zijn over na het sterven dan is iedereen er nog.
Er valt dan niets te erkennen of te ontkennen, een open slot is geen slot meer.

Wat wij zeker denken te weten zegt niets over hoe het werkelijk is, dat is de traditionele benadering in de wetenschap, vermeend objectief.
Overweeg nu eens dat wat wij zeker denken te weten er wel toe doet en zelfs een scheppende werking heeft, zoals bij het placebo-effect, waar totale subjectiviteit kennelijk genezing bewerkstelligt.
Er is bewezen dat het middel geen enkele werkzame stof bevat; kennelijk is vertrouwen en overgave genoeg om het zelfgenezend vermogen te activeren.
Stel dat de mens medeschepper is van deze werkelijkheid dan zou het slim zijn als je dat middel bewust zou inzetten.
Stel dat blind vertrouwen of overgave, wellicht zelfs tegen beter ‘weten’ in, een poort is voor creatie of genezing.

Er heerst een raar meningendogma: dat je in alles een houding moet aannemen van voor of tegen zijn.
Het leven gaat daar niet beter van stromen.
Je kunt heel goed leven door het open te laten en te erkennen:
‘ik weet het niet, het zou kunnen en zo niet dan is het ook goed.’
Hoe leg je uit dat een open houding geen houding is?

De smaak van het verbod


Een hek sluit indringers buiten en het sluit binnen wat ontsnappen wil.
Maar het hek is ook een uitnodiging om er overheen te klimmen.
Wat is daar achter het hek?
Vast iets bijzonders wat ik niet mag weten.
Schapen zijn over het algemeen volgzaam en blijven in de kudde.
Ik ken echter een Texels schaap dat in z’n eentje over het hek springt.
Langs de snelweg groeit nog het beste gras en de lekkerste onkruiden.
Ze proeft daar de heerlijke smaak van het verbod.
Ze ziet mij helaas niet als bewonderaar maar als schapenhoeder.
Wanneer ik nader springt ze even braaf terug het weiland in, voor de vorm.
Ben ik voorbij dan grasduint ze weer in de groenstrook.
Ik moedig haar aan om als vrij schaap over Texel te gaan,
dwars door alle grasduinen.
Dankzij het hek kunnen wij ontsnappen.
Dankzij regels kunnen wij vrij zijn aan beide kanten van het hek.

Het hek als smaakmaker van het bestaan.

Romancanon

Er wordt steeds meer geschreven en steeds meer niet gelezen, wegens tijdnood, dat kan nu eenmaal niet anders bij ongebreidelde groei.
Van een vergeten schrijver werd wel eens gezegd: ‘hij schrijft sneller dan god kan lezen’
Ik dacht dan altijd, god heeft onze lege bovenkamer geschapen, maar het meubilair moet de mens er toch echt zelf in zetten of aan de straat zetten.
Trouwens, god kent het alfabet niet eens, god zou te lui zijn om Oblomov te lezen. Op mijn scholen met ‘de Bijbel’ kon ik daar moeilijk mee aankomen.

We kunnen wel vaststellen dat er veel te veel is geschreven.
Zelfs meest fanatieke lezer zou niet eens alle boeken die tijdens zijn leven verschijnen kunnen lezen, laten we ons tot de romans beperken.
Ik pleit voor een literaire mijnbouw: deze onafzienbare berg uitgegeven romans zal worden afgegraven en door de goudzeef worden gespoeld, het taalkundige goud blijft in de zeef achter.
Een roman kan als roman mislukt zijn, maar als samenvatting (de achterflap) een juweeltje.
Er kunnen onvergetelijke begin of slotzinnen in zitten, doeltreffende aforismes of onbedoelde poëzie.
Kortom, ik pleit voor het ‘object trouvé’ in de literatuur, already made.
We zoeken dus mijnwerkers, wie mee wil werken stuurt mij de zelfgedolven goudklompjes toe.
Onze krachten en het goud worden samengebundeld.
Zo kan de tijdnodige lezer in een paar kostbare seconden literaire delicatessen tot zich nemen, ‘gefundenes fressen’

Dat de schrijvers het oorpronkelijk niet zo bedoeld hebben is mijns inziens gelukkige bijvangst.
Het onbedoelde is het enige keurmerk van echte kunst, was dat niet zo dan zou men kunst kunnen fabriceren en dat kan uiteraard niet. De kunstenaar bestaat niet, er bestaan alleen doorgeefluiken. Geef het door.
Wie kan ontkennen dat God een doorgeefluik is, dat alles een gegeven is en dat alles ons gegeven wordt, um sonst?
Inderdaad ook het woord God is ons gegeven.

Een dier dat definieert


Definities willen dingen strikt bepalen, maar denkt ook vast te stellen wat iets niet is.
Dit laatste is een illusie, beschrijf maar eens wat een mens is of wat menselijk is, dan beschrijf je automatisch wat een onmens is en wat onmenselijk.
De werkelijkheid is natuurlijk dat alles wat onmenselijk wordt genoemd bij uitstek tot het menselijke moet worden gerekend, ook een onmens blijft een mens.
De mens die zichzelf defineert moet zich bewust zijn evenzeer uit het tegendeel te bestaan.
Deze erkenning doet recht aan de totaliteit van de mens, potentieel tot alles in staat. In plaats van definieren kun je de vraag ook open laten en stellen:
We weten niet wat een mens is, een mens is nooit af.
Elk mens is slechts een poging, een mogelijkheid in evolutie of degeneratie.

De mens is een ondefinieerbaar wezen.

Mikado-chaos


Het verschil tussen een lukrake ‘mikado chaos’ en harmonische orde is simpelweg het verbinden van de losse eindjes.
Bij mensen ligt het nog wat eenvoudiger, die verbinding is er al, of je het leuk vindt of niet.
(Filosofie van de directe ervaring gaat altijd voorbij aan iets wel of niet leuk vinden.)
Verbinding ligt in het voelen, zodra je geen verbinding voelt zit het hoofd in de weg, denken is een goed voorbehoedmiddel tegen het voelen.
Denkbeelden staan grotendeels ten dienste van het ontkennen
van die onmiskenbare verbinding en hanteert graag het omgekeerde bewijs:
Zie je wel, we zijn niet verbonden dus mijn denkbeelden kloppen.
Voelen staat in een kwaad daglicht, met voelen zou je geen land kunnen besturen. Inderdaad, de wereld zou geen landen meer kennen.