De smaak van het verbod


Een hek sluit indringers buiten en het sluit binnen wat ontsnappen wil.
Maar het hek is ook een uitnodiging om er overheen te klimmen.
Wat is daar achter het hek?
Vast iets bijzonders wat ik niet mag weten.
Schapen zijn over het algemeen volgzaam en blijven in de kudde.
Ik ken echter een Texels schaap dat in z’n eentje over het hek springt.
Langs de snelweg groeit nog het beste gras en de lekkerste onkruiden.
Ze proeft daar de heerlijke smaak van het verbod.
Ze ziet mij helaas niet als bewonderaar maar als schapenhoeder.
Wanneer ik nader springt ze even braaf terug het weiland in, voor de vorm.
Ben ik voorbij dan grasduint ze weer in de groenstrook.
Ik moedig haar aan om als vrij schaap over Texel te gaan,
dwars door alle grasduinen.
Dankzij het hek kunnen wij ontsnappen.
Dankzij regels kunnen wij vrij zijn aan beide kanten van het hek.

Het hek als smaakmaker van het bestaan.

Romancanon

Er wordt steeds meer geschreven en steeds meer niet gelezen, wegens tijdnood, dat kan nu eenmaal niet anders bij ongebreidelde groei.
Van een vergeten schrijver werd wel eens gezegd: ‘hij schrijft sneller dan god kan lezen’
Ik dacht dan altijd, god heeft onze lege bovenkamer geschapen, maar het meubilair moet de mens er toch echt zelf in zetten of aan de straat zetten.
Trouwens, god kent het alfabet niet eens, god zou te lui zijn om Oblomov te lezen. Op mijn scholen met ‘de Bijbel’ kon ik daar moeilijk mee aankomen.

We kunnen wel vaststellen dat er veel te veel is geschreven.
Zelfs meest fanatieke lezer zou niet eens alle boeken die tijdens zijn leven verschijnen kunnen lezen, laten we ons tot de romans beperken.
Ik pleit voor een literaire mijnbouw: deze onafzienbare berg uitgegeven romans zal worden afgegraven en door de goudzeef worden gespoeld, het taalkundige goud blijft in de zeef achter.
Een roman kan als roman mislukt zijn, maar als samenvatting (de achterflap) een juweeltje.
Er kunnen onvergetelijke begin of slotzinnen in zitten, doeltreffende aforismes of onbedoelde poëzie.
Kortom, ik pleit voor het ‘object trouvé’ in de literatuur, already made.
We zoeken dus mijnwerkers, wie mee wil werken stuurt mij de zelfgedolven goudklompjes toe.
Onze krachten en het goud worden samengebundeld.
Zo kan de tijdnodige lezer in een paar kostbare seconden literaire delicatessen tot zich nemen, ‘gefundenes fressen’

Dat de schrijvers het oorpronkelijk niet zo bedoeld hebben is mijns inziens gelukkige bijvangst.
Het onbedoelde is het enige keurmerk van echte kunst, was dat niet zo dan zou men kunst kunnen fabriceren en dat kan uiteraard niet. De kunstenaar bestaat niet, er bestaan alleen doorgeefluiken. Geef het door.
Wie kan ontkennen dat God een doorgeefluik is, dat alles een gegeven is en dat alles ons gegeven wordt, um sonst?
Inderdaad ook het woord God is ons gegeven.

Een dier dat definieert


Definities willen dingen strikt bepalen, maar denkt ook vast te stellen wat iets niet is.
Dit laatste is een illusie, beschrijf maar eens wat een mens is of wat menselijk is, dan beschrijf je automatisch wat een onmens is en wat onmenselijk.
De werkelijkheid is natuurlijk dat alles wat onmenselijk wordt genoemd bij uitstek tot het menselijke moet worden gerekend, ook een onmens blijft een mens.
De mens die zichzelf defineert moet zich bewust zijn evenzeer uit het tegendeel te bestaan.
Deze erkenning doet recht aan de totaliteit van de mens, potentieel tot alles in staat. In plaats van definieren kun je de vraag ook open laten en stellen:
We weten niet wat een mens is, een mens is nooit af.
Elk mens is slechts een poging, een mogelijkheid in evolutie of degeneratie.

De mens is een ondefinieerbaar wezen.

Mikado-chaos


Het verschil tussen een lukrake ‘mikado chaos’ en harmonische orde is simpelweg het verbinden van de losse eindjes.
Bij mensen ligt het nog wat eenvoudiger, die verbinding is er al, of je het leuk vindt of niet.
(Filosofie van de directe ervaring gaat altijd voorbij aan iets wel of niet leuk vinden.)
Verbinding ligt in het voelen, zodra je geen verbinding voelt zit het hoofd in de weg, denken is een goed voorbehoedmiddel tegen het voelen.
Denkbeelden staan grotendeels ten dienste van het ontkennen
van die onmiskenbare verbinding en hanteert graag het omgekeerde bewijs:
Zie je wel, we zijn niet verbonden dus mijn denkbeelden kloppen.
Voelen staat in een kwaad daglicht, met voelen zou je geen land kunnen besturen. Inderdaad, de wereld zou geen landen meer kennen.

Gelukgekte

Op de glasbak vond ik Japans porselein, een drakenpotje.
Als kind hield ik al van draken, van oosterse draken.
De europese draak is een kwaadaardig wezen dat verslagen moet worden, Sint Joris had er zijn handen vol aan.
Dinosauriërs konden mij bekoren, maar toen ik de oosterse draak ontmoette vielen die in het niet.
Dino’s waren dood, deze draak was springlevend in mij.
De oosterse draak is een geluksdraak, een ongrijpbaar, vluchtig wezen, paradoxaal, onvoorspelbaar, creatief.
Je klimt op zijn rug en je maakt een vlucht.
Heeft de oosterse draak je eenmaal ingepalmd dan is de geest uit de fles, totale gekte ligt op de loer.
Gelukkig is de draak nergens bang voor.
Geluk en gekte liggen dicht bij elkaar, gek van geluk is de draak. De oosterse draak weet dat er niets te verliezen is.
Sommigen zullen het een monsterlijk potje vinden en dat is het ook. Een draak is een monster, weerzinwekkend prachtig.

Fabel van het onderscheid


Kijk mij nou, ik ben een mooie sneeuwvlok, zei het tegen de zee.
Nee, luister, ik hier ben een heel bijzondere wolk, zei het tegen de lucht.
Zie mij nu eens een uitzonderlijk suikerklontje zijn, zei het tegen de zoete thee.

Stelt allemaal niks voor, zei de mysterieuze schaduw,
kijk naar mij, ik ben het licht dat zich achter de tienduizend dingen verstopt,
ik los op in het zicht zodra je achter de dingen kijkt.

Het zelfde wil zich onderscheiden omdat het hetzelfde is.
Het andere zoekt gelijkgestemden om zich samen anders te voelen.

Dit verschijnsel is een van de tienduizend wereldwonderen,
die allemaal verenigd zijn in het ene feit van wonderbaarlijk zijn.

Fabel van de Saurus

Hoe gaat het?
De rivier stroomt of de bedding ligt droog en vol geslepen stenen.
Wat was er heerlijker om door een rivier te waden in de zon,
ijskoud smeltwater uit de bergen rondom, ijsvoeten op de zonwarme keien.
Een stroom zo breed als het dal, het ruisende geluk van het vinden.
Wat viel daar te vinden?
Gepolijste kiezels met bergkristal, zachte keiharde vormen,
verzamelen en weer in de rivier gooien om dat geluid te horen,
wekenlang ruisende oren.
Een enkele eivormige mocht mee in bed om te worden uitgebroed tot een onbekende saurus. Het lukte, die saurus was je zelf.

Sindsdien is er weinig veranderd, nog steeds waad ik door de rivier van informatie, verzamel, gooi terug voor de weerklank en neem een enkele mee naar bed om tot droom uit te broeden.
Als woorden de rivier zijn dan zijn stenen de echte directe ervaringen.
Woorden kunnen al stromend slechts verwijzen naar die echte keien.
Een drooggevallen bedding heeft niets meer te zeggen,
dat is van een schoonheid die zelden herkend wordt.
Zo gaat het.

Generositeit

Ergens in Australië woonde een jonge jongen in the bush,
groeide op met Aboriginals in een caravankamp.
Wonen in een wagen, hunkerend naar een nomadisch bestaan,
ook al komt die kar nooit meer van zijn plek.
Op de radio hoorde hij jazz op piano en een exotische naam, Tristano.
Dat daar een pianist aan te pas kwam, wist hij veel,
ontdekt hij jaren later tijdens een roundabout,
in een kroeg speelt een kerel op een piano in ruil voor drank.
Dat wil hij ook wel, a muse for booze, klank voor drank.
Hij vraagt of hij hem les wilde geven, dat kan.
Kom maar langs in de caravan, die ene met nog wielen.
De volgende dag krijgt hij zijn eerste les:
Speel ‘round midnight’ maar, in alle toonsoorten en kom dan terug.
Hier was de bladmuziek.
Na vijf jaar ploeteren lukt het.
Dankzij al die fouten noten die hij zelf heeft leren
oplossen in goedklinkende heeft hij zijn eigen stijl gevonden.
Stijl is overwonnen onvermogen.
Nu pas realiseert hij zich dat hij die eerste en laatste les nooit heeft betaald.
Vraagt aan zijn meester wat dat kost.
Geef maar een fles had deze gezegd of speel wat.

Didactisch meesterwerk.

Fabel van leraar

Ik had eens les bij een leraar.
Na zes lessen lukte het mij niet meer om naar de les te komen. Ik had nog recht op zes lessen zei mijn leraar die ik vaak op straat tegenkwam.
Steeds beloofde ik te komen en dan kwam ik niet.
Het was een altijd een leuk contact, ook de lessen vond ik leuk, toch lukte het niet. Wat voor lessen hij gaf weet ik inmiddels niet meer, zo lang geleden is het.
Ik weet nog goed wat hij op een gegeven moment zei:
“Weet je wat, die lessen blijven gewoon staan voor jou, er is alleen één principe dat ik hanteer en dat is dat bij iedere week dat je de les mist dat de lestijd gehalveerd wordt,
dus na de eerste gemist les heb je recht op twee weken een half uur, vier weken een kwartier les, acht weken zeven en een halve minuut les etc. begrijp je?”
“Waarom?” vroeg ik.
“Omdat je mijn beste leerling bent”

Tot op de dag van vandaag heb ik recht op zijn lessen.
Inmiddels een ontelbaar aantal lessen van de duur van een oogwenk of minder. Ik zou weken tekort komen in dit leven.
Deze les zal mij altijd bij blijven, wat je noet begrijpt is onvergetelijk.

Nu pas denk ik te begrijpen waarom het niet lukte.
Ik had wat hij mij vertelde al begrepen, ik moest het alleen in de praktijk brengen.

Een echte leraar maakt zichzelf het liefst zo snel mogelijk overbodig,
daar is hij zijn leerlingen dankbaar voor.