ijl

De Sjerpa’s hadden tot nog toe alle klimmers om de route heen weten te leiden.
Een geheimgehouden route die langs de grot leidde. Er waren natuurlijk al lang geruchten over, maar de berggidsen weigerden Zelfs tegen ruime betaling iets los te laten. Ze wimpelden alle speculaties af. Het was een oud volkslegende.
Nu was er die gekgeworden klimmer de berg afgedaald, een Amerikaan die al weken als vermist was opgegeven. Opgewonden en uitgeput deed hij zijn verhaal in de ziekenboeg van het basiskamp. Hij was verdwaald, losgeraakt van de groep in de sneeuwstorm. Blind was hij voortgekropen over de bergwand op zoek naar beschutting. Opeens was hij in een holte terechtgekomen…bijna bevroren de grot binnengekropen… omvat door de eeuwige nacht van de berg. In slaap gevallen tegen iets zachts, zo bleek later toen hij ontdooid en opgewarmd wakker werd. Op de tast had hij zijn zaklantaarn gezocht en in het rond geschenen. Geschrokken van die harige contouren van dat wezen waar hij tegenaan had gelegen. Was het een beer? Die kwamen niet voor in dit onbegaanbare gebergte. Vreemd genoeg werd hij niet panisch merkte hij op. Er kwam een soort sereniteit over hem die hem diep deed zuchten. Het wezen zat rechtop. Was het verzonken in een winterslaap. Nu zijn ogen gewend raakten aan het duister zag hij de witgrijze beharing van het wezen dat ondanks de volledige gezichtsbeharing verder een menselijke gedaante had. In het lantaarnlicht zag hij heel langzaam een wolkje asem ontsnappen dat condenseerde in de omvatting van de koude grotlucht. Elk besef van tijd raakte hij kwijt. Hoelang had hij daar gezeten in verwondering bij dit mysterieuze wezen? Toen de lantaarn geleidelijk aan doofde raakte hij zijn oriëntatie helemaal kwijt. Zijn laatste mondvoorraad had hij gegeten in het besef dat hij terug moest. Op de tast zoekend naar de uitgang raakte hij nog een paar keer de harige gestalte aan die onverstoorbaar bleef zitten. Eenmaal buiten de grot werd hij verblind door het daglicht, de sneeuwstorm was voorbij. De afdaling was een helse tocht geweest.
De Sjerpa’s hadden zijn opgewonden ontdekking bewust weggelachen als zijnde een oude legende. Alles om hun heilige voorvader te beschermen. Het was bekend dat mensen hier gingen hallucineren door uitputting en ijle berglucht.
De klimmer had geen enkel fysiek bewijs van zijn waarneming. Vaak werd hij midden in de nacht wakker omdat hij de gloeiende aanwezigheid van die vacht meende te voelen. Slapen kon hij niet meer, alleen maar sereen waken.

Wijds

De blik op een immer wijkende horizon
legt het af tegen het microscopische panorama
van het innerlijkste binnen.

Ook dat blijft wijken,
hoe kleiner hoe grootser,
hoe minder hoe wijdser.

Het oog op zoek naar vastigheid
vindt hier nergens houvast
in de vrij spelende dynamische energie,
die speelt met de natuurwetten,
fluïde spelregels.

Dit zijn hier is te ver om naar toe te reizen,
er zit geen ruimte tussen dat gene dat kijkt
en dat wat bekeken lijkt.
Zijn is onbereikbaar, zo identiek.

Nonjectief

Veel mensen kunnen helemaal niets met begrippen als: subject en object, als men daarmee poogt de werkelijkheid te beschrijven. Ze haken wijselijk af omdat het niet te volgen is. Terwijl het toch zo logisch lijkt, maar hun intuïtie zegt iets anders.
Wat zegt Wiki over deze logica?

“De subject-objectscheiding is sinds Immanuel Kant een algemeen aanvaarde scheiding tussen enerzijds de mens als kennend en onderzoekend subject en anderzijds de werkelijkheid als studieobject, dat buiten de mens gelegen is”

Lees dit een paar keer, trek de wenkbrauwen zo hoog mogelijk op en laat de absurditeit van deze ‘algemeen aanvaarde’ hersenschim tot je doordringen. Het klinkt zo logisch, je heb A en je hebt B. De werkelijkheid als iets wat buiten de mens gelegen is. De mens staat dus los van ‘de wereld’…? Hoe kun je jezelf buiten de werkelijkheid plaatsen? Toch denken wetenschappers dat te kunnen doen. De werkelijkheid is een directe zintuiglijke ervaring, waar kun je een scheiding maken tussen jou en de werkelijkheid? De objectieve wereld zoals wij die beschrijven en ons voorstellen bestaat helemaal niet, ons wereldbeeld is een door en door antropocentrisch misvatting bepaald door onze specifieke zintuigen. Zouden we dieren zijn met geheel andere zintuigen hoe totaal anders zou ‘onze’ wereld er dan uitzien?
De misvatting komt vooral voort uit de denkbeelden die we over de wereld hebben.

Wetenschap koestert een pretentie van objectiviteit die ze niet kan waarmaken. Geen verwijt, want die objectiviteit is domweg niet haalbaar. Het subject doet immers het onderzoek. Elke menselijke activiteit begint bij het subject.
De ‘keuze’ zelf al, om objectief te willen zijn is al een subjectieve aanname. Je kunt best aannames innemen, maar je mag nooit vergeten dat het maar aannames zijn.

De hele verdeling in subject en object is dus onzinnig. Die crisis blijkt in allerlei wetenschapsdomeinen, de psychologie, geschiedenis, economie, filosofie.
Wat blijft er van over zonder die pretentie. Dan blijken het gewoon verhalen te zijn die je kunt geloven of niet of geen van beiden.
Mijn voorstel is een nonjectieve benadering waar het beginsel waarmee het onderzoek gedaan wordt eerst wordt onderzocht. Nonjectief bewust zijn.
Bewustzijn is niet specifiek en exclusief menselijk, maar universeel.
Voor er een wereld kan verschijnen is er toch echt eerst bewust zijn nodig.

Guru

I had a dream that I was awake and I woke up to find myself asleep.
I always feel that action speaks louder than words.
I have forgotten more than you shall ever know.
Humor is the truth, wit is the exaggeration of the truth.
If any of you cry at my funeral, I’ll never speak to you again.

Stan Laurel

Raap

Je hebt echte gesprekken, recht voor z’n raap en er bestaat zoiets als sociale vaardigheid, de kunst van het naar de mond praten en om de hete brij heen. Sociale codes vragen meestal: Niet doorvragen. Liefst alleen de bekende wegen bevestigen, dat is wel zo gezellig. De mentale kaart bevragen is vervelend, verstorend. Want de mentale kaart is de automatische piloot waarop men leeft. De route ligt vast, op schema. De mentale kaart is niets anders dan een voorlopige afspraak die steeds bevestigd wordt door gewoonte. De macht der gewoonte ligt in de herhaling. Het levendige van het bestaan zit nu juist in de de afwijking van het gewoontespoor. Daar zit de mogelijkheid van evolutie in.
Van vervelende doorvragers leer je het meest. Al was het maar dat je er achter komt dat je eigenlijk niets weet. Socrates was zijn leven lang zo’n verstorende doorvrager. Zelfs de dreiging van de doodstraf kon hem niet afschrikken om te blijven vragen naar de onbekende weg. Zo’n man zouden we als onze beste vriend moeten koesteren. Door en door betrouwbaar omdat hij alles op het spel zette, ook zijn eigen leven.
Socrates is de mug die midden in de nacht je uit de droom helpt. Hij zegt: Je bent niets dan wakkerheid, het was maar een droom. Asociaal vaardig.

Oud

Pleonexia heette het: ‘de Ziekte van Meer’. De media-psychiater verklaarde het, zelf zichtbaar snel verouderd. Het was namelijk al een heel oude ziekte. In de Antieke Oudheid leden de oude Grieken er al aan en probeerden de ziekte in te tomen. Pleonexia uitroeien of genezen bleek een oude illusie, je kon het hooguit intomen. Liefst zelf, maar wie had daar nu zin in als de nieuwe mens, homo consumens? Zelfbeheersing was ooit het begin van oude beschavingen geweest. Het leek er op dat we in dit begin waren blijven steken. De Ziekte van Meer was nu als vanouds een algemeen erkende staatsvorm geworden. Het virus waarmee de ziekte verspreid werd stond bekend als ‘de vrije markt’.
In plaats van zelfbeheersing te verbreiden had de overheid roven tot deugd verheven. Wie niet beroofd wilde worden moest zelf maar rover worden. Zo werd de burger een wolf onder de wolven van de vrije markt. Homo homini lupus. Zo was onze succesvolle roofbouweconomie ontstaan. Het was een oud verhaal, zo oud als de wereld. De mediapsychiater droop af als een teleurgestelde oudtestamentische God. De Nieuwe Mens kon nooit genoeg krijgen van Nieuw. Die zat niet op zo’n oud verhaal te wachten.

Foto: Hanne van der Woude 2011

Dun

De man van de straat zag het even niet neer zitten en liep bij de opticien naar binnen voor een oogmeting.
‘Er mankeert niets aan uw ogen, maar uw geestesoog is zo goed als blind’ ,constateerde de optometrist.
‘Dat kan ik mij niet voorstellen’ ,zei de man.
‘Nee, dat klopt u hebt geen voorstellingsvermogen, geen verbeelding’.
‘Ja, dat klopt wel, ik ben altijd een heel gewone jongen gebleven’.
‘Dat is op zich wel weer bijzonder, maar ik kan u daarvoor geen bril aanmeten’
‘Is er niets aan te doen?’
‘We kunnen u hooguit een hersenspoeling aanbieden, het punt is wel…dat we niet instaan voor het eindresultaat en het kost u …niets…’
‘Ok, maar als het resultaat niet bevalt krijg ik dan niets terug?’
‘Uiteraard, maar als het bevalt zit u er wel blijvend aan vast.’
‘Krijg ik dan nieuwe overtuigingen door die hersenspoeling?’
‘Nee, integendeel, we spoelen alle denkbare overtuigingen weg die u denkt te hebben, om het gat weer vrij te maken.’
‘Het gat? ,dus ik blijf wel met een gat zitten?’
‘Hopelijk wel, als de spoeling slaagt’
‘Hoe groot is de kans van slagen?’
‘Wel, onze spoeling is heel dun, het dunst van alle spoelingen.’
‘….en dan wat moet ik dan met die verbeelding?’
‘Ja, daar kunt u zich nu niets bij voorstellen, maar na de behandeling alles!’

Haaks

Een van de vreemde conventies in de kunstwereld…alsof er ook nog een echte wereld daarbuiten bestaat?…kennelijk zijn dat toch echt twee gescheiden werelden of willen ze ons dat graag doen geloven…
Die vreemde gewoonte betreft de haakse hoek. Hou je haaks! Waarom moeten schilderijen altijd haakse hoeken hebben en rechtlijnige randen? Waarom geen trapeziumvorm? Vaak is het standaardformaat volgens de gulden snede vastgesteld.
Er is vast wel een gulden snede van de scheefheid te vinden. Ik hou wel van mooie schuinte en glooiende lijnen. Als alle vormen mogelijk zijn waarom zou de kunst zich dan laten bepalen door een ingesleten gewoonte.
Zou de conventie van de haakse hoek wellicht verband houden met de uitvinding van het raamkozijn? Even kort door de kromme bocht: heeft de mens te lang uit het venster gekeken zodat hij een raamwerk in zijn geestesoog ontwikkelde?
Als ik kijk zie ik nooit een raamwerk. Zelfs niet als ik door een klein venster tuur.
De randen van mijn gezichtsveld zijn een soort van vaag ei met diffuse randen.
Maar dat zal wel een oogafwijking zijn. Veel kunst ontstond ten gevolg van oogafwijkingen, dus bevind ik mij in goed gezelschap. Ik weet het niet.

Kind

Geschiedenis is meestal de beschrijving van het onwenselijke,
menselijk misverstand en onvermogen, gebeurtenissen die beter
nooit hadden kunnen plaatsvinden. Geluk kent geen geschiedschrijving,
het laat geen sporen na. Geluk is net als gezond zijn zonder noemenswaardige kenmerken, het heeft aan zichzelf genoeg. De geschiedenis van een gelukkig volk
is een ongeschreven boek, er valt te weinig te melden.
Welzijn is de bijl aan de wortel van de geschiedkunde.
Daders schrijven geschiedenis door het doden van ‘de anderen’.
Gelukkigen gaan liever op in de vergetelheid, zij houden van hun eigen
dood alsof het hun enig kind is. Soms kunnen ze zich zelfs verheugen
in die wedergeboorte van het lichaamsloze.
De blik van de jager is wijds. Zo overziet hij het hele gebied.
Zijn oog merkt alleen datgene op wat beweegt.
Wat niet beweegt bestaat niet in het oog van de jager.