San Marco

Telkens wanneer wij cappuccino nippen uit de dierbare Venetiaanse kopjes van het San Marcoplein proeven we de nasmaak van ons legendarische verblijf in die betoverende gondelstad. Ik zie nog de aimabele ober op mijn netvlies, die ons zo charmant bediende en gespeeld discreet vertelde hoe graag hij eens naar Amsterdam wilde, dat vrijgevochten Venetië van het hoge Noorden. Vanwege onze royale bui, we hadden iets te vieren, nodigden we hem uit bij ons te komen logeren als hij zijn droom zou waarmaken. In ruil voor onze ruimhartigheid schonk hij ons de kopjes met goudopdruk ‘San Marco’ als herinnering. Wat een man, wat een hartstocht! Toen wij nog jong waren dachten we immuun te zijn voor dergelijke nostalgische aandoeningen, maar nu moeten we toegeven dat we weemoedig worden als we koffie drinken, niet in de laatste plaats omdat we in werkelijkheid nooit in Venetië zijn geweest. De weemoed van een nooit gemaakte reis geeft wel een heel speciale bijsmaak…in dit geval mocca. Niet dat we er spijt van hebben nooit als massatoerist dezelfde platgetreden paden te hebben bewandeld. Sommige wensen worden soms gewoon onwenselijk door overbevolking of gebrek aan belevingsruimte.
De kopjes vonden we trouwens in de lokale kringloopwinkel. Soms betrap ik mij op de verheugingsvolle verwachting dat de ober toch nog plots bij ons zal aanbellen.
Terwijl ik mij de vergeefsheid ervan realiseer zet ik nog een ‘bakkie troost’ met de Pavoni.

Proces

F. Wildesheim merkte al eens op:
‘De leunstoel genereert degeneratie van de ruggengraat, de blender maakt het gebit overbodig, automatisering kweekt handelingsonbekwamen’.
Als zo iets onschuldigs als een luie fauteuil al zulke gevolgen heeft, wat zou de computer, de geestelijke prothese bij uitstek dan voor gevolg hebben? Het menselijk tekort zoekt een prothese in de robot, men vergeet dat het ding geprogrammeerd is door de mens, een ingebouwde systeemfout dus. Waarom systeemfout? Omdat de mens een proces is en geen systeem. Er valt wat voor te zeggen om het menselijk te kort gelijk te stellen met de mechanistische visie op de mens. Het zou wellicht beter zijn de mens organisch te zien, als een wandelende plant. Opvoeden zou dan een vorm van tuinieren worden.

Souvenir

{CAPTION}

Identiteit is een goedkoop souvenir.
Neem drie hoogtepunten uit de Romeinse historie, gegoten in echt plastic, Made in China. Een mooi aandenken aan wie men nooit was. Voetbal is ook een mooie metafoor voor de relativiteit van identiteit. In elk elftal spelen wereldspelers, de duurst betaalde slaven van de vrije markt. De supporters juichen voor hun roemruchte club die in geen enkel opzicht verschilt van willekeurig welke andere club, ze hebben geen eigenheid, ze zijn inwisselbaar.
Alle identiteiten staat gelijk aan geen identiteit. Het is goed dat de sport zich hiervoor inzet, om aan te tonen dat identiteit een tijdelijk waanbeeld is. Zodra er meer geld in kas is koop je een andere, een ‘nog betere’ identiteit in de internationale souvenirshop.

Aarde

Aarde heeft geen voeten, geen vleugels, toch is ze op reis, onderweg,
ze reist als saharazand duizenden kilometers door de wolkenhemel.
Er spoelen eilandjes weg voor de kust terwijl elders door zandaanwas
land aangroeit. Vulkanen hoesten midden in de oceaan eilandjes van lava op
of verzwelgen hele archipels. Hele continenten drijven traagzaam uit elkaar
en uiteindelijk weer naar elkaar toe. Hun kusten ontmoeten elkaar ooit.
We dachten hier te kunnen bouwen op vaste grond, maar je kunt beter
je leven op ruimte funderen. Alleen ruimte is blijvend, betrouwbaar bodemloos.

Stof

Het kind was bang dat de stofzuiger hem zomaar zou opzuigen.
‘Die slurf zuigt alleen maar stof op…stof en huidschilfers’ ,probeerde zijn nuchtere vader hem gerust te stellen, ‘je huidschilfers, je haar en nagels zijn toch al dood’.
De jongen keek bezorgd naar de slurf.
‘Bovendien worden al je cellen om de zeven jaar vervangen door nieuwe, verse cellen’ ,legde zijn vader uit.
‘Maar blijft je ziel dan?’ ,vroeg het kind.
‘Eh, misschien blijft de ziel wel eeuwig vers…net als de zon?’
De jongen keek met toegeknepen ogen tegen het zonlicht in en vroeg:
‘Hoe zit het dan met hele oude zielen?’
‘Het schijnt dat de zon de oudste ziel is die we kennen en die blijft steeds jong’
‘Hoe kan de zon dat?…zo oud zijn en jong blijven?’
‘Kijk maar vaak naar de zon!’ ,raadde zijn vader aan.
Het kind volgde het advies van zijn vader op.
‘Kijk eigenlijk maar liever met je ogen dicht naar de zon, dan voel je het van binnen gloeien’ ,stuurde vader bij.
Daarna leerde hij de jongen stofzuigen. Spelenderwijs ontdekte het kind daarbij een heimelijk genoegen…om de stofzuiger aan zijn hand te laten vastzuigen. Dat gaf een speciale genotshuivering aan de hele binnenzijde van zijn huid. Alsof daar voor het eerst zonlicht op viel.

Bril

Is het niet verbazingwekkend dat het bestaan van het derde oog wordt betwist
terwijl elk mens toch begiftigd is met een geestesoog. Zouden sommige mensen
met een blind geestesoog geboren zijn? En is dat nog te opereren? Kan een donor-geestesoog met succes worden geïmplanteerd zodat de patïent alsnog verbeelding krijgt? Wat wel kan is dat beeldende kunst als bril kan dienen voor mensen die slecht zien, veraf of van dichtbij of beide. Het zien van verbeeldende kunst kan het gezichtsvermogen van het geestesoog wel degelijk verbeteren. Laatst probeerde ik iemand aan te spreken die zo’n speciale kunstbril droeg. Onbenaderbaar zo bleek, hij ging helemaal op in verbeelding.

Gelaat

Je kent vast wel het verschijnsel dat je oog in oog staat met iemand, die je dan min of meer verwijtend vraagt waarom je hem aankijkt?
Dan zeg je: ‘Maar u kijkt mij toch ook aan?’
Wie kijkt nu wie aan of wat kijkt naar wat?
Zo kijk je naar ‘de dingen’ ,maar zie je ook dat de dingen terugkijken? Valt het niet op dat ze een eigen gezicht en gezichtspunt hebben ,een eigen gelaatsuitdrukking, weliswaar geen menselijk gezicht, maar hoe menselijk is zo’n menselijk gezicht trouwens? Ten aanzien van de dingen kijkt de mens vaak superieur onverschillig. Menselijke blikken kijken meestal op de dingen neer, als op vervangbare, inwisselbare, dode objecten. Dingen kijken daarentegen op tegen mensen, ze bewonderen de mens als een eigenaardig fenomeen met het vermogen te bezielen.
De gelaatstrekken van een stoel zijn weer anders dan die van de schemerlamp, een kiezelsteen of de koelkast. Een boek of een potlood heeft weer een heel ander gezicht, het tapijt weer een ander. Bij de uitdrukking: ‘je hebt mensen en potloden’, voelde ik mij altijd meer verwant aan het potlood. Zo bekeken is de wereld vol van gezichten. Over het algemeen kijken de dingen gelaten, alsof ze zich permanent bezinnen. Wellicht is reflectie niets anders dan dat de dingen bij jou naar binnenkijken door het dakraampje van je bovenkamer. Ze zijn buiten gewoon nieuwsgierig en ze hebben mogelijk iets te zeggen.
Wat bezielt de wereld toch? Het leeft maar raak, het bergt, het riviert, het glijdt, het schuurt, het boomt, het menst, het plant, het diert, het zielt…het dingt van jewelste!
Potloden tekenen van alles, schetsen speelse mogelijkheden en betekenissen.

Eonen

‘Eeuwigheid is geen stok achter de deur, tijd is pas een aanjager’, zo moet ‘de maffia van de ziel’ hebben gedacht om het leven vòòr de dood te manipuleren door een deadline in te stellen. Het laatste taboe en tevens het meest openbare geheim is: dat de dood niet bestaat. Wie het taboe doorbreekt wacht gelukkig de doodstraf. Precies deze enige zekerheid die de mens dacht te hebben blijkt alsnog een illusie. Het maakt de moderne, postmoderne, neo-postmoderne mens een beetje zielig vanwege zijn ultieme pretentie om volkomen zielloos te zijn. Zijn meest vaste overtuiging blijkt niet meer dan een voorbarige aanname. Een aanname die wellicht ook wel goed uitkwam. Zo was je overal in een klap voorgoed overal van af, wishfull thinking. Onverwoestbaar heeft de wereldziel alle levensvormen door tijdloze eonen heen geïmpregneerd, gemarineerd in een zee van bezieling. Niets persoonlijks overigens. Bescheiden universeel. De dood sterft van het leven. Zelfs stenen zijn bezield. Luister maar eens in de nacht, dan kun je de planeten horen bulderen van het lachen. Ze lachen zich werkelijk dood, al eonen lang. Zelfs de meest hartstochtelijke ontkenning van bezieling is doordrenkt van bezieling, alsof het leven ervan af hangt. Onbedoeld geestig.

Kaft

Het is een prachtige gebruiksaanwijzing, mooi ingebonden, linnen kaft, goud op snee.
Een juweeltje van boekdrukkunst, vijftalig: Frans ,Duits ,Engels ,Spaans en Nederlands.
Gebruiksaanwijzing, staat erop in diepdruk. Nog nooit gelezen zo te zien, de rug is nog ongebroken. Je weet niet hoe je eraan komt. Soms probeer je nogmaals te ontdekken waar het over gaat, voor welk apparaat? Na een paar zinnen geef je het al op, het zegt je niets, raadseltaal.
“Voeg niets toe, doe er niets aan af”
“Verander niets, verbeter niets”
“Zoek niet en verberg niets…het valt vanzelf op z’n plek, op de vindplaats!”
Je doet het boekje voorzichtig weer dicht. Je wilt de rug niet breken. Het zegt: doe dit en dat, zus en zo ,maar in hemelsnaam met wat? Je zet het netjes terug in de kast. Even later vindt je jezelf terug op de vindplaats.