wolkzool

wolkzool

Nieuwe schoenen uit Amerika.
‘If the sky is the limit, we can walk on clouds’
Dit merk is de tweede marktleider, zegt de verkoper.
Deze schoenen wegen nauwelijks nog, ze veren alsof je op marshmallows loopt.
Ik loop verend en geruisloos over het marmer van het nieuwe zelfde winkelcentrum.

Buiten, in het wild, slibt het profiel vol als ik over de grindpaden ga. Waar ik ook loop, asfalt of straattegels,
weerklinkt een onzichtbaar grindpad.
Nostalgie is het grindpad van je vader.
Knarsend ga ik voorwaarts richting toekomst, als ik mijn amerikaanse schoenen moet geloven.
Dat is het mooie van de toekomst, in welke richting dan ook,
je gaat altijd recht op haar af.
Amerika is het land van de nostalgische toekomst.
Die goeie oude American dream is al lang een nachtmerrie gebleken en toch maar blijven dromen.
Ze leven op de wolken van een staatsschuld die zo enorm is dat het substantie lijkt te worden, je kunt er voorzichtig op lopen zolang je de droom blijft geloven.
Elke krantenjongen kan marktleider worden zelfs als iedereen aan die markt blijkt te lijden.

Logica con carne

Logica con carne

Ik hou van dieren, daarom eet ik ze zo graag.
Ik hou van dieren, daarom eet ik ze nooit.
Ik haat dieren zo, daarom eet ik ze op.
Ik haat dieren, daarom lust ik ze niet.

Logica is corrupt genoeg om elke mening te rechtvaardigen.
Daarom kan logica nooit als argument gelden.
Zo kan ook kwantiteit nooit een argument zijn
om de geldigheid van iets aan te tonen.

De meerderheid van de dieren heeft geen mening
over het feit dat ze niet opgegeten worden.
Over het wel opgegeten worden zouden ze wellicht
een mening hebben, maar dan hebben ze geen stem meer.

Vlagnamen

Hij heette gewoon Oskar, tenminste zo werd hij uiteindelijk genoemd. Geboren en getogen in München, vernoemd naar de jongen uit ‘die Blechtrommel’
Hoe je heet is de naam waar je naar luistert.
Oskar luisterde naar vele namen niet, Oskar was de enige naam die hij wel wilde adopteren.
Hij was vaak uitgescholden; ‘Fibo di Pisa’ ‘Figlio di Fibo’,’Pisa di Figlio’ Dat kreeg je met zo’n voorvader ook al leefde die zeven eeuwen geleden.
Fibonacci…Oskar werd gekgepest met die voorname achternaam.
Altijd ging de aandacht naar die wiskundige konijnenfokker die een reeks getallen had uitgevonden.
Oskar was cijferblind, dyscalculie had de schoolarts gemompeld alsof het een ongeneeslijke ziekte betrof. Moeder Fibonacci had gehuild. Zodra men de naam Fibonacci hoorde ging het alleen nog maar over getallen.

De Fibonaccireeks, beschreef spiraalvormen en hield verband met de gulden snede. De illustere voorvader wierp zijn schaduw eeuwen vooruit en in die schaduw moest Oskar zien te leven. Leonardo di Pisa was weer naar zijn vader genoemd Figlio di Bonacci, zoon van de goedzak. Leonardo noemde zichzelf soms ‘Bigollo’ hetgeen onbruikbaar of reiziger betekent.
Namen zijn slechts vlaggen die ladingen verbergen.

Oskar bezon zich op manieren om de doem van de roem te ontvluchten. Een pseudoniem aanmeten of een compleet andere naam aannemen, het werd dat laatste. Maar welke naam zou hem kunnen verlossen van zijn roemrijke wortels?
Per toeval kwam hij op ‘Samuel Higgs’, een gedistingeerde engelse naam. De naïeve Oskar had nog nooit van de naam Higgs gehoord totdat hij op een regenachtige middag de ochtendkrant opensloeg en las dat het Higgsdeeltje was ontdekt.
Samuel kreeg de schrik van zijn leven en durfde eerst dagenlang zijn huis niet uit. Hij besloot voorgoed op reis te gaan en op reis te blijven.
Als telg van een rijke familie kon hij zich permitteren onbruikbaar te zijn. In de hotels checkte hij in onder de schuilnaam ‘Bigollo’.
Zijn familie kon zijn levensreis volgen door de bankafschriften die hij als een spoor achterliet. Ze lieten hem begaan, hij was altijd al onberekenbaar geweest.

Drijfveer

‘Wat is uw drijfveer?’ had de man gevraagd die zich voor journalist uitgaf, freelancer welteverstaan.
‘U bent dus onafhankelijk?’ vroeg ik meteen.
‘Inderdaad, ik werk voor alle media, als ze mij willen publiceren’
‘U bent dus feitelijk helemaal afhankelijk van de media” stelde ik mij voor.
‘Het hangt van uw antwoorden af of ze willen publiceren of niet’
‘Meent u dat, dus dan zou u helemaal van mijn antwoorden afhankelijk zijn?’
‘Min of meer ja, maar u geeft tot nu toe geen antwoord op de vraag, wat is uw drijfveer’
‘Is dat geen rare vraag om mee te beginnen, ik ben toch geen eend, een eend heeft drijfveren!’
‘U begrijpt best dat ik wil weten wat u drijft’
‘Nogmaals, ik drijf niet, ik drijf geen handel, ik verdrijf geen tijd’
‘Uw beweegreden, waarom u doet wat u doet!’ drong de freelancer aan.
‘Goed dan, de aanname van een beweegreden is dat alles een reden moet hebben, ik vraag mij dat af’
‘Maar alles heeft toch een reden?’
‘Ik erken dat elke gebeurtenis voortkomt uit talloos veel oorzaken, zovelen dat er niet één specifieke reden is maar ontelbare, dat ontelbare noemen we de wereld, alle redenen zijn hetzelfde als geen reden.’
‘Dus u noemt de wereld een totaal van oorzaken die bijvoorbeeld ons hier bij elkaar heeft gebracht?’
‘Zo ongeveer ja, maar dan zit er dus geen specifieke reden achter!’
‘Dat is toch wonderbaarlijk dat we hier dan toch zitten!’
‘Zonder beweegreden leven is wonderbaarlijk’ beaamde ik.
‘Is dat dan niet uw drijfveer om te schrijven?’
‘Welnee, het feit dat ik wel eens schrijf maakt mij niet tot schrijver,
dan zou ik ook stofzuiger zijn, en een afwasser, een liefhebber, een lezer, een luisteraar, een chauffeur, enzovoort..’
‘Maar dat bent u dan toch ook?’
‘Wat je doet ben je maar voor even, het zit hem in het woord ook, net als met al die redenen, zo doe je van alles voor even en niets specifieks’
‘Ik heb vanochtend het toilet nog gereinigd, dat wordt een mooi verhaal’
‘Zie je je bent veel meer, je bent van alles’

Traagzaam


Je hebt mensen die het allemaal al eens gezien hebben, althans, zo denken ze.
Sommigen hebben de hele wereld bereisd, onderweg alles vastgelegd op camera,
om thuis te bekijken.
Ze hebben ontdekt dat er niets meer te ontdekken valt.
Aan de andere kant van het spectrum leven mensen op postzegelformaat en blijven nog steeds verwonderd over de kartelrandjes van het bestaan, over het simpele feit dat hier niets een stempel draagt. Het onbestempelde als onbetaalbare waarde.
Ervaren en beleven gaat nu eenmaal langzaam, nu en eenmalig.
Traagheid is een soort microscoop voor de directe ervaring.
Zodra de tijd verdwijnt kun je inzoomen op details die je nooit eerder had opgemerkt, in die details zitten weer details, etcetera….duizelingwekkend.
Een ruimtereis in een notendop.

Zodra leven te snel voortraast met teveel vluchtige indrukken, gaat de beleving aan je voorbij.
Geen tijd voor traagheid. Zou dat verveling zijn, te veel indrukken die geen van allen echt binnenkomen?
Het denken bestempelt alles als benoemd, ingedeeld, bekend en begrepen.
Post voor de vergetelheid.
De brief blijf ongeopend, onbezorgbaar.

Grafdans


Wat ooit het levensrad van leven en dood was zou nu een nieuwe vorm krijgen.
Het rad zou voortaan vierkant zijn, genetische determinatie, geboortedesign,
volwassenwording en eindeloze regeneratie, vier hoeken van het vierkantige levenswiel. In het Utopia van de maakbaarheid, zou het verval ten val worden gebracht.
Ouderdom zou worden uitgeroeid door regeneratietechnieken.
Ziektes zouden sterven aan een blakende gezondheid.
De dood zou worden vernietigd en definitief worden uitgeroeid.
De dood zou nergens geen leven meer hebben.
Waarom klonk dit zonnige toekomstbeeld toch zo sinister uit de monden van de enthousiaste utopisten?
Totale controle over het leven, vroeg dat niet om bovenmenselijke wijsheid?
Was de controleur en determinator nu niet verplicht om goddelijk te worden om alle consequenties te overzien.
Hoe zou het eigenlijk rijden zo’n volmaakt wiel?

Je zag het al voor je, de begrafenis van de dood.
Een begrafenis zonder lijk.
De mensheid zou dansen op het lege graf.
Zou er één sterveling treuren over het verlies?
Treuren over welk verlies?
Was de dood niet altijd de onbekende schepper van betekenis en waarde geweest? Wie zou er empathie hebben met de dode dood?
Had de dood zich niet, met gevaar voor eigen leven, belangeloos ingezet voor de zin van het bestaan?

Corpus Porcus


Hier volgen enkele citaten uit het boekwerkje ‘Corpus Porcus’ een kleine zwijnenfilosofie, van etholoog Lodewijk Witsteen. De onderzoeker is een jaar ‘embedded’ geweest bij een ‘rotte’ zwijnen in de Onzalige Bossen op de Hoge Veluwe.

-Bij datgene waarover men niets kan zeggen daar volstaat een zacht geknor.
-Voor gedane arbeid is het nog beter rusten dan erna, laat staan hoe goed men uitrust voor werk dat nooit en nimmer gedaan zal worden, die rust is bij uitstek des zwijns.
-Er is nooit tijdsdruk om je te haasten als je het haast nooit druk hebt.
-In de grond ben je veel aardiger dan boven alle grond verheven.
-Als je hardgrondig in de aarde wroet naar het geluk (het zwarte goud van de truffel) weet je dat de horizon onder je buik ligt, klaar om te vinden.
-Uiterlijk mooie dingen zijn niet om te eten, parels smaken nergens naar,
dus je hoeft ook nergens te zoeken om ze niet te vinden.
-De trog die men net heeft leeggegeten kan men na gebruik weggooien of als ligmodderbad gebruiken.

Het zwijn prijst zich gelukkig om als onrein worden veracht door de religie,
het beschermt tegen zinloze slachtingen, aldus de schrijver.
Te zwijnen of niet te zwijnen? de vraag waarop de etholoog het antwoord zoekt.
Dankzij theologische verdachtmakingen kan het zwijn zijn ware aard uitleven.
Het is een mooie bijvangst van ‘het zuiver op de graat’ willen zijn.

In het nawoord vertelt Witsteen over de cultuurshock die hij kreeg toen hij
na een jaar weer terugkeerde in de menselijke roedel en tot de schrijnende slotsom moest komen dat hij niet meer kon aarden in de ‘menselijke bestaansgrond’.
Heimwee naar de thuisgeur van muskus en humus.

Renaissance

In de tuin van de kliniek zaten mijn oude vrienden bij te komen van de grote operatie die hun weer jong zou maken.
Ze waren nog helemaal ingezwachteld, het verband zou er pas na een maand af mogen.
Gelukkig waren mijn vrienden niet bepaald onbemiddeld, anders hadden ze deze totaaltransplantatie nooit kunnen bekostigen.
Alles was tegenwoordig maakbaar, maar het moest ook nog betaalbaar zijn.
Het kweken van een heel nieuw vel op de juiste maat kostte al een ton, de organenkweek kostte een meervoud daarvan. Om alles ineens te vervangen en hadden ze een extra lening moeten afsluiten, die ze nooit zouden kunnen afbetalen bij de orgaanbank.
Zouden ze ooit eigenaar worden van hun nieuwe jeugdige lichaam?
Tegen de tijd dat ze de laatste aflossing deden waren ze al weer versleten.
Maar dat was van later zorg, eerst het verband eraf.
Eerlijk gezegd herkende ik ze niet zoals ze daar zaten en er zat een hondje bij, kennelijk ook net gerenoveerd.
Ik ging er zo aan twijfelen of zij het wel waren dat ik willoos wegliep
ten prooi aan lichte paniek.
Mijn vrienden hadden de pest aan honden.
Bij de intakebalie van de kliniek informeerde ik naar mijn vrienden.
Ze hadden nog nooit patiënten met die namen behandeld, zo werd mij vriendelijk meegedeeld.
Zouden ze hun namen ook hebben laten vervangen?
Waarom zouden ze dat doen, om echt helemaal vanaf nul te beginnen? Als een pasgeborene.
Welbeschouwd was dit natuurlijk ook een wedergeboorte.
Het verval moest helemaal uitgeroeid worden.
De dood moest dood.