Kami Peek a boo

Tojo heeft van Fuji
een kind gekregen
een echt kind van steen

de losse keien vormen
samen gestapeld het wezen
een oude ziel zegt Tojo

in een stille bergholte
heeft hij het kind gelegd
steen op steen op steen

een evenwichtig kind
van ooit vloeibare lava
tot vaste vorm gestold

het kind bespeelt Tojo’s
gedachten het spel
van zijn en niet zijn

de Kami verstopt zich
in de stapel en toont zich
wanneer de toren omvalt

wie hier weg is is gezien

Osho Ozamaki uit ‘Meester van het Manke Vers’ FutonPress 2016

Tojo eert de berg
hij weet de Kami inwezig
verstild in elke steen

versteende zielen
springlevend werpen ze
flitsende schaduwen

Tojo gaf Fuji zijn hart
koestert al haar nazaten
van keien tot kiezels
van zand tot gruizig stof

Stilstaan bij je steenstaat
noemt hij dat zacht

Stenen zijn licht dicht Tojo
zonder enig gewicht

Osho Ozamaki uit: ‘Meester van het Manke Vers’Futonpress 2016

Steenpers

een pen schreef
in de schaduw van een hand
een gedicht over licht

de woorden verbleekten
metéén in het licht
van de zonnebol

als een verblindend oog
zwevend boven Mount Fuji
een wakende Kami

hiermee vergeleken
blijkt geest slechts
een bleek schemerlampje

heeft geesteslicht gewoon
veel duisternis nodig
om zich te zien?

***

‘hoe pers je water
uit een steen?’
zo dichtte Tojo

‘leg hem blijvend
in de volle zon!’

Osho Ozamaki uit: ‘Meester van het Manke Vers’ FutonPress 2016

Vers falen

Manke haiku’s strompelen
als in vorm gedwongen
bonsai-gedrochten

raku-gestookte poëzie
eenmalige misbaksels
unieke barsten van glazuur

werp lukraak lettergrepen
als bloemen in een vaas
bij wijze van ikebana

bloemen schikken zichzelf
hun kleuren vloeken spontaan
zo prachtig passend bij elkaar

zo is de traditie van het éénmalige
ze wordt doorgegeven door nooit
dezelfde fout maar steeds weer
een andere nieuwe fout…

dit heet: Het eeuwig verse falen

Osho Ozamaki uit:
‘Meester van het Manke Vers’ Futonpress 2016

Mist

Berg Fuji verbergt zich
midden in het zicht
van de dagjestoerist

weggedommeld ligt ze
onder een deken van nevel
een droom van dichte mist

niemand mist haar
schitterende afwezigheid
zonder ondergronds geronk

Tojo leidt bezoekers
rond door de lage wolken
als een blindegeleidehond

ze zijn er stuk voor stuk
geweest, daarvan getuigen
hun volgeschoten fotocamera’s

haarscherp vastgelegde waterdamp
met dank aan de Kami

Osho Ozamaki uit ‘Meester van het Manke Vers’ Futonpress 2016

(Tojo: Tokyo Joe, gids op Mount Fuji)

Setsebun

Op Setsebun
dooft mijn vriend
Tokyo Joe uit

zijn laatste sigaret
legt hij aan de voet
van Fuji
als offerande

nooit meer
zal hij roken als
de berg ook stopt

ze stemt in gezien
haar rooksignaal
bij dageraad

of is het
een mistflard
in de geest?

Tojo denkt
aan hoe ooit
zijn gerook begon

om het magma
van binnen
te bedwingen

zal hij nu
lava spuwen?
vruchtbare grond
ontginnen?

Osho Ozamaki: uit ‘Meester van het Manke Vers’ FutonPress 2016

*Setsebun is een Shinto-ceremonie , ( bonenstrooifeest)

Pupil

Onder het mom van toerisme wilde hij Mount Fuji bezoeken.
Tot zijn vierentwintigste had Joey Yamamoto Kyoto nog nooit verlaten.
Toerist zijn was een dekmantel. Eigenlijk zocht hij genezing
door een bedevaart te ondernemen. Er mankeerde hem niets,
maar voelde zich ziek, zwak en misselijk. De beklimming bleek een uitputtingsslag voor zijn frêle gestalte. Zijn opleiding tot kantoormens had zijn lichaam verzwakt nog voordat het goed en wel volgroeid was.
Aan de rand van de krater had hij plotseling oog in oog gestaan met die enorme pupil van Fuji.
Hij die geen oogcontact gewend was werd ervan overtuigd dat de berg hem diep van binnenuit aankeek.
De Kami, de heilige geest van de berg nam hem helemaal in zich op.
De tranen kwamen, het was alsof hij leegstroomde van alles wat hij in Kyoto had doorgemaakt.
Zo trof Osho Ozamaki, dichter en papierprikker van Mount Fuji hem aan, geknield aan de rand van de krater. Hij wist niets meer behalve dat hij uit Kyoto kwam.
Ter plekke doopte Ozamaki hem tot Tokyo Joe. Ze herkenden elkaar ondanks het leeftijdsverschil als zielsverwanten.
Tokyo Joe bleef, als gids op de heilige berg, keerde nooit weer naar Kyoto.
Waar hij zich ook bevond, vanaf die ontmoeting voelde hij zich altijd en overal bekeken door Fuji’s machtige pupil, zoals op de prenten van Hokusai waarop Fuji je vanuit elk gezichtspunt begluurde.
Het voelde als een beschermend zicht van de Kami.
Nu brengt Joe elke ‘toerist’ die hij maar tegenkomt aan rand van de afgrond, het beste wat hem ooit overkomen is.

Elke toerist is een bedevaartganger op zoek naar genezing, de toeristen die dit ontkennen zijn er het ergst aan toe. F. Wildesheim

Tokyo Joe

Tokyo Joe
paft in bed
zijn op één na
laatste sigaret

een geisha
ligt er naast
om niets
te lachen

berg Fuji rust
op haar rug
ze kucht
vredige wolkjes

ontspannen
dwarrelt de
vulkaanas
als bloesem?

‘Voor welke
vrucht?’ ,vraagt Joe
aan de lege
kimono

de geisha
lacht haar
tanden bloot
en de rest

Osho Ozamaki uit: ‘Meester van het Manke Vers’, FutonPress 2016

Ozamaki leest bloem

God weet
welk vogeltje
zich nestelt
in je oorschelp

het zingt
als knerpend
kiezelgrind

speur hemelshoog
naar haar vleugelafdruk
onuitwisbaar

*

de vijver fronst
haar gave gezicht even
als een vin de stilte beroert
de hemel rimpelt mee

of wierp die toerist
een muntje?

*

ach kijk, het openen
van deze tere bloem
doet de zon
berg Fuji
beklimmen

*

Fuji moeten verlaten
maakt mijn droevig hart
heimelijk bereid om
de laatste trein te missen

*

Osho Ozamaki uit: ‘Meester van het Manke Vers’ FutonPress 2014