Uitgepakt

geisha is te mooi
te mooi om uit te pakken

volmaakte Furoshiki
de nacht brengt uitkomst

handen zien alles
in de diepste duisternis

schuchter getast naar
huidige vergezichten

tweeheid opgeheven
het al binnen handbereik

wat wie hoe waar is
geisha uitgepakt?

uiterste discretie
niemand aanwezig

ontlastend bewijs
wordt zomaar weggegiecheld

Bontjas

Om…gonst de hommel
Om..om..om..om..ommm.

als veel te dikke Boeddha
in zijn tijgerbontjasje

zijn ééntonige lied
laat bloemblaadjes trillen

de klaproosstengel
buigt zo ver door dat

de verhevene

even met zijn rug
de grond kust

zwaar van de nectar
in dit aardse Nirvana

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’ ,FutonPress 2017

Holy Haiku

Een twee drie vier vijf
zes zeven acht negen tien
elf twaalf dertien veer                       Kiku

een twee drie vier vijf
zes zeven acht zeven zes
vijf vier drie twee een                        Tojo

een nul twee nullen
drie keer nul blijft nul helaas
en gelukkig maar                               Ozamaki

Afrekening

tellen van lettergrepen
zo besmettelijk

zowel Tojo als Kiku
zijn gaan dichten

holy haiku wat een ramp
wat is kunst kunstmatig

nu kunnen ze niets meer
normaal verwoorden

tellen of niet te tellen
dat is hier de vraag

zonder te tellen
tel je niet mee

rekenen we dit ook goed?
of is het mij om het even?

Bosrand

aan de rand van het
Aokigahara -bos
vond ik Tokyo Joe

een vuurtje vroeg hij
voor zijn laatste sigaret
ik zei bewaar hem

je hebt een heel leven
voor je die laatste rook blaast
jij bent een vulkaanman

Tojo lachte zich tranen
om deze oude papierprikker
hoe of ik heette?

Ozamaki Osho
maar prik mij niet er op vast
ik luister naar elke naam

hoe heette de roker?
die naam vergeet ik liever
waar ga je naartoe?

wie de weg kwijt is
die kan hier gids worden
Fuji wachtte lang op jou

zo kwam Tojo thuis
de vulkaan vond zijn rustplaats
zijn allereerste

Osho Ozamaki uit: ‘Nieuwe Manke Verzen’, Futonpress 2017

(Aokigahara: berucht zelfmoordbos bij Mount Fuji)

Doorschijnend

salamandertje
zo jong al op de lelie
fragiel doorschijnend

heb je wel alles
binnen dit ene huidje
weten te stoppen

maagje, hersentjes
botjes, één ruggengraatje,
één kloppend hartje

ach, bijna was je
die kleine ziel vergeten
opgelucht zucht het

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’ ,FutonPress 2017

Jeugdzonden

als achtjarige begon hij
het Bonsai-bevrijdingsfront
’s nachts ging hij op pad

uit doodse tuinen
werden boompjes ontvreemd
van dwangbuis ontdaan

herplant in het bos
vierden bevrijde wortels feest
juichende takken alom

‘de bonsaibende’
opereerde ondergronds
werd nooit opgepakt

nu komt dit aan het licht
de goede werken zijn verjaard
bomen groeiden groots

bejaard achtjarig
helpt hij bonsai-mensen uit
die veel te nauwe pot

het bodemloze
verschaft verse bestaansgrond
lukraak is hun bloeiwijze

zeer vreemde vruchten
bevolken het mensenbos
het weet niet wat zich proeft

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017

elk hondje

 

sinds Tojo’s hondje
op Fuji’s huid loopt

prik ik meer keutels dan vuil
ik moet bekennen

haar keutels zijn zo wit niet
als de sushi die

zij het liefste eet
Tojo bewaart graag

zijn favoriete sushi voor haar
uit zijn mond gespaard

overtuigd als hij is
dat zij de Kami’s bewaakt

ik geloof dat niet zo
ik weet wel beter

in elk hondje woont
dezelfde Kami

van mij krijgt ze
zalm-sashimi

heilige kak

 

 

Osho Ozamaki uit:’Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017