Afrekening

tellen van lettergrepen
zo besmettelijk

zowel Tojo als Kiku
zijn gaan dichten

holy haiku wat een ramp
wat is kunst kunstmatig

nu kunnen ze niets meer
normaal verwoorden

tellen of niet te tellen
dat is hier de vraag

zonder te tellen
tel je niet mee

rekenen we dit ook goed?
of is het mij om het even?

Bosrand

aan de rand van het
Aokigahara -bos
vond ik Tokyo Joe

een vuurtje vroeg hij
voor zijn laatste sigaret
ik zei bewaar hem

je hebt een heel leven
voor je die laatste rook blaast
jij bent een vulkaanman

Tojo lachte zich tranen
om deze oude papierprikker
hoe of ik heette?

Ozamaki Osho
maar prik mij niet er op vast
ik luister naar elke naam

hoe heette de roker?
die naam vergeet ik liever
waar ga je naartoe?

wie de weg kwijt is
die kan hier gids worden
Fuji wachtte lang op jou

zo kwam Tojo thuis
de vulkaan vond zijn rustplaats
zijn allereerste

Osho Ozamaki uit: ‘Nieuwe Manke Verzen’, Futonpress 2017

(Aokigahara: berucht zelfmoordbos bij Mount Fuji)

Doorschijnend

salamandertje
zo jong al op de lelie
fragiel doorschijnend

heb je wel alles
binnen dit ene huidje
weten te stoppen

maagje, hersentjes
botjes, één ruggengraatje,
één kloppend hartje

ach, bijna was je
die kleine ziel vergeten
opgelucht zucht het

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’ ,FutonPress 2017

Jeugdzonden

als achtjarige begon hij
het Bonsai-bevrijdingsfront
’s nachts ging hij op pad

uit doodse tuinen
werden boompjes ontvreemd
van dwangbuis ontdaan

herplant in het bos
vierden bevrijde wortels feest
juichende takken alom

‘de bonsaibende’
opereerde ondergronds
werd nooit opgepakt

nu komt dit aan het licht
de goede werken zijn verjaard
bomen groeiden groots

bejaard achtjarig
helpt hij bonsai-mensen uit
die veel te nauwe pot

het bodemloze
verschaft verse bestaansgrond
lukraak is hun bloeiwijze

zeer vreemde vruchten
bevolken het mensenbos
het weet niet wat zich proeft

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017

elk hondje

 

sinds Tojo’s hondje
op Fuji’s huid loopt

prik ik meer keutels dan vuil
ik moet bekennen

haar keutels zijn zo wit niet
als de sushi die

zij het liefste eet
Tojo bewaart graag

zijn favoriete sushi voor haar
uit zijn mond gespaard

overtuigd als hij is
dat zij de Kami’s bewaakt

ik geloof dat niet zo
ik weet wel beter

in elk hondje woont
dezelfde Kami

van mij krijgt ze
zalm-sashimi

heilige kak

 

 

Osho Ozamaki uit:’Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017

Proef

 

leegte wordt niet

voor vol aangezien

 

als een ruime mondholte

sabbelt ze vredig

op de tienduizend dingen

 

als een onzichtbare tong

aan zoete zuurtjes

 

stil kosmisch gesnoep

niets smaakt zo

als dit

voorproefje

 

 

Osho Ozamaki uit: ‘Verse Manke Verzen’, Futonpress 2017

Het kaalgeborene

scheert Tojo zich zo goed ?
laat hij zijn baard soms niet staan?
of had hij nooit haargroei?

zo kaalgeboren
geen haar op z’n hoofd dacht ooit
aan Bashõ’s kikker

de oude vijver
zit nu vol met donderkopjes
onbehaard geluk

er gloort een toekomst
vol met oeverloos geplons
feest in Bashõ’s geest

Osho Ozamaki uit: ‘Verse Manke Verzen’ , Futonpress 2017

Senryu

‘kijk nu eens mama!’
ik kneep mijn billen samen
‘wat een karakter!’             Kiku Hiroshi

 

Kiku is samoerai
tenminste dat speelt hij knap
zo vroeg zindelijk.             Osho Ozamaki

 

Osho prikt papier
eet sushi met zijn handen
met stokjes lukt het niet         Tojo

 

 

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’ Futonpress 2017

(Senryu is de volkse variant van de haiku)