Vlek

{CAPTION}

Op elke plek zit wel een vlek.

Je denkt verrek, wat gek, ik zie een bek,

een oog, een langgerekte nek…

de vlek gaat in gesprek,

met de gelaatstrek van een vrek…

aan beelden geen gebrek.

Alle wensen aan dek!

Er is geen hek, de zee is lek,

pak je pen op en vertrek.

Vereeuwdag

{CAPTION}

Photo©Syban2019

De zee, moeder van alle schelpen was elke eeuw wel een keer jarig.
Voor wie het niet weet: een Zee-eeuw duurt ongeveer precies achthonderdachtentachtig jaar. De zee was dus meer eeuwig dan jarig, maar alles goed en wel.
Zo kwamen de schelpen deze keer op het strand bijeen om het ‘Zeefeest’ te vieren. De zee was al zo oud dat haar huid permanent rimpelde, soms met rimpels van negen meter hoog… of diep. Haar verjaardag was altijd een hoogtepunt, een enorme stormvloed.
Dan overstroomden alle kusten en spoelden alle stranden schoon. Maar deze keer bleef de zeespiegel zonder ook maar de minste rimpeling liggen, roerloos. Was ze moe van het golven en deinen? Was ze soms zeeziek? De schelpen wisten het ook niet. Ze konden alleen maar dankbaar zijn, eeuwig dankbaar aan de eeuwige zee.

Rotterdams gesprek

Wie zeg je?
Die ene vent, je weet wel.
Ik zou niet weten, welke kerel dan?
Die gozer met dat velletje over z’n neus.
…………….
Ja, wat daarmee dan?
Nou, die lamstraal is er mee gestopt.
Ohjajoh…Waarom dan?
Het had geen zin meer, zee die.
Hoezo had-ie geen zin meer dan?
Nee, Het…het had geen zin meer.
Wat is Het nou weer?
Ja zeg, Het is een velletje maar dan zonder neus, nou goed?
Waarom begin je over stoppen?
Jij begon er toch zeker over?
Nou stop ik er mee!

Medium

Die lieve hond van de buurtvrouw kwam op bezoek. Ze had onze dierbaarste nog gekend in zijn schrale nadagen. Ze gaf me geen poot. Dat vond ze kennelijk ongepast. Ik kreeg meteen haar hele kop in handen gelegd. Ik pakte haar gebaar dankbaar aan bij beide oren. Dat vertrouwde gevoel van flapzachte vachtwarmte.
Ze vertrouwde mij toe…’Het gaat heel erg goed met onze voormalige…’ ,met haar sprekende omberbruine ogen. Stilzwijgend staarde ze in de verste verten van de eeuwige jachtvelden alsof ze hem daar vredig zag rondsnuffelen…
Haar bejaarde wenkbrauwen gingen plots omhoog:
‘…Als je me nu nog een koekje geeft dan vertel ik je meer…’