‘Natuur’

Ze namen je mee naar ‘de Natuur’
Na een lange reis in de oto kwam je
aan, in het ‘bezoekerscentrum’,
het stonk daar naar, naar nat tapijt.

De ‘Natuur’ bleek een museum met
uitvergrote dode photo’s aan de muren
en overleden beestjes, met glazen oogjes,
opgezet, door spelden in hun rug vastgeprikt.

In het midden stond een heuse boomstronk,
netjes op zithoogte afgezaagd, handig als
tafeltje voor je glaasje ranja en je kleurplaat.
Die nacht droomde je gruwelijk met open ogen.

Home

In het drukbezochte prentenkabinet van het Van Goghmuseum schuiven mijn ogen samen met vele anderen langzaam over de kleurige houtsnedeprenten van Hiroshige…
Plots grijpt een Japans meisje naast mij mijn hand bijna vast. Euforisch wijst ze naar een dorpje in de verte van de kustlijn op de prent:
‘There is my birthvillage… I was born there!!
‘Really?’ ,vraag ik verwonderd over de spontane uitbarsting van de doorgaans nogal gereserveerde Japanner.
‘Yes really, look there, that tiny house over there!’ ,wijst ze.
‘Incredible, so small!’ ,bevestig ik.
‘It is the first time I see this picture!’ ,prevelt ze met traanbeglansde oogjes.
‘Well, wellcome home in Amsterdam!’
Ze straalt als een kind zo blij.
Daarna hebben we tijdens de rondgang nog twee keer oogcontact.
Een zeldzaam moment van openbare intimiteit.
Ik weet nu waar haar thuis woont…

Thuis herlees ik zen-dichter Ryōkan,
bijnaam: ‘de Heilige Dwaas’ ofwel ‘Lamp bij Daglicht’:

Hoewel ik op reis
nacht na nacht elders slaap,
blijft waar ik ook ben,
het onderwerp van mijn droom
mijn geliefd geboortedorp.

Ik vraag mij af waar mijn geboortedorp ligt?
Voor mij is dat geen plek, het is het voorgeboortelijke.
Nirgendwo…waar dan ook thuis.