Pulk

Je nagel kan het begin op het rolletje plakband niet vinden,
nergens een uiteinde…maar je blijft niet pulken naar een begin.
Laat de scherven liggen waar ze vielen. Er wordt hier niets geplakt.
Gaande weg wordt dit schervenpad een duizelingwekkend mozaïek,
door duizenden toeristenvoeten geplet op weg naar het onvoltooide.
Wat men er ook maar in wenst te zien, precies dat stelt het voor.

At

Alles smaakt anders nu
je niet meer mee eet
en wat at je niet?

Samen konden we
de hele wereld aan,
die was om op te vreten.

Een hele kluif.

Op smaak gebracht
met lukrake strooptochten,
gekruid met talloze geursporen.

Het smaakt niet meer
samen.

Los

Liefde is te gek
om aan de riem te lopen,
daarom loopt ze los,
snuffelt ze aan elke hond…
voelt terloops even
hoe die vacht valt,
hoe het oog beaamt.

Ze is uitgelaten, de liefde,
uitgerend ligt ze
voor de haard
uit te hijgen,
klaar om te blijven
in welke levenswandel
er verder nog komt.

Rijzen

Receptuur voor het ongekende:

-Wees alleen beschikbaar voor wat je echt niet laten kunt.
-Denk je het niet te kunnen, doe het dan blind tegen beter weten in,
op zo’n wijze dat je niet meer weet wat je doet of hoe.
-Maak alleen datgene waar, waar niemand op zit te wachten,
waarvan je niet weet wat het voorstelt, of waar het voor is.
-Werk aan dat waarvan je niet weet wat het zou moeten worden,
niet weet of het waarde/betekenis heeft, laat staan dat je weet
wat voor waarde of betekenis het heeft.
-Voer het uit met de grootst mogelijke toewijding,
onthechte betrokkenheid wars van enige verdienste.
-Weg zijn is het geschenk, de weg zijn het onverdiende loon.
-Dit geheel luchtig mengen en voorgoed laten rijzen…

Proef ervan en je weet niet wat je meemaakt.

Oer

Hoe die kleine wolf jou ooit tam maakte weet je niet meer.
Was het je uitgelaten hart dat achter hem aan huppelde
zodra je hem zag…of was het zijn flossige staart die een leidende
rode draad werd in het leven? Harten zijn roedeldieren. De volle maan
laat het hart zingen, bezield janken, want dit bestaan is gewoon te mooi om hier te zijn.
Het wolfje domesticeert de zwerfmens, geeft hem een thuis in
zijn oerspronkelijke natuur, om te janken zo prachtig…oerhart.

Verstopt

Je voelt je geschaduwd door een zachte leegte op pootjes.

Soms kwispelt het nog van verheuging en verwachting.

Overal volgt het jou op de voet, zo bladstil en trouw.

Aandacht blijft waaks op welk teken van leven dan ook.

Vergeefs probeer je daar te krabben, waar je nooit bij kunt.

Je graaft maar raak, vergeten waar je je botje hebt verstopt.

Wat niet slaapt kun je nooit meer wakker maken.

Nat

Met de beste uitrusting, de beste hengel,
de sterkste lijn, de scherpste haak,
het lekkerste aas zitten vissen
aan de oever van de zandwoestijn.

Je oude opa had een lek bootje,
maar geen hengel en geen haak,
daarom voerde hij zijn oude karpers
stukjes brood uit de losse hand.

Naar welke vangst vist een lezer?
Niets om aan de haak te slaan.
Wie is hier een vis of een visser?
Hoe dan ook, lezen, niet happen

of wel, is ook goed, men wordt toch weer
teruggeworpen in de zee van mogelijk
heden, en wat een ontvangst, alles nat.
Niet meer weten wat nat is en wat niet.

Vrij zwemmend door deze regels heen.

Wanderlust

Overal zwerft nog haar van de dierbare.

Nomadische vlokken die over steppen

van tapijten en vloerkleden trekken.

Jaren van wanderlust vinden hierin rust.

Verzameld tot een hele dot dons

pluizen lentevogeltjes in de tuin er

pluisjes uit, nesteldraadjes…

eitjes in vachtwarmte.

Balans

Je bent het licht
aan het wegen,
dat jou is gegeven.

Het zware hart dient
als weegschaal.

Als tegenbalans
weegt de schaduw
die je hebt gegeven.

Iets vreemds gebeurt:
licht en schaduw wegen
samen minder dan niks,
het hart begint te zweven.

Dit komt aan het licht:
in de schaduw steken
iele sprietjes van
ik weet niet
welk gewas.

Wel licht
Hartegras?