Och…

Och, rood ombere hommelgonzige…
ge ronkt overkomstig ‘n snorrend bromtolke
in ‘t holst zong ons ondergronds hol.

Och, mollige donzig bontkontige,
kom toch volmondig onze honingvondst
orberen, zonvocht onzer slorpige tong.

Och, sonoor wollig zonnevonkske,
moge onze bronzige zomers verpozen
tot d’hommelgod ons komt mollen.

Och, betovergodhommelke,
lost ons op tot godstoffelijk ochtendgloorsel,
verdronken in droomloze dommel,

des goden bongerd verworven.

 

 

 

Flamke de Kreuckelaere – van Warmhond
(geb. St. Job-in-‘t-Goor ca. 1764-?)
(Er is slechts dit ene vers van haar bekend.)

Los gehecht

Wat een zandkorrel weet?

Ze weet zo licht en fijn te zijn
dat wind haar vleugels geeft.
Zand weet zich zonder voetjes…
te verplaatsen…korreltje…voor korreltje…
Korrels hebben een hechte losse familieband,
ze zoeken elkaar op in duin of woestijn
zee en wind zijn hun openbaar vervoersbedrijf.
Zandkorrels vergaderen liefst over
fundamentele zaken zoals water en land.
Daarna gaan ze op vakantie, liggen op het strand.
In je schoenen liften vaak korrels mee,
na een wandeling aan zee,
ver van huis komen ze thuis.

Om

Waartoe zijn wij op aarde? ,vroeg de maan in hemelsnaam.

Om onszelf overbodig te maken, zei de leraar.
Om sporen na te laten, zei de archeoloog.
Om ons voort te planten, zei de bioloog.
Om haar te vervuilen, zei de grootindustrieel.

Om haar te versieren, zei de kunstenaar.
Om haar groen te maken, zei de plant.
Om haar te overwinnen, zei de bergbeklimmer.
Om haar aan te harken, zei de tuinman

Om haar te ontvluchten, zei de astronaut.
Om muziek voor haar te maken, zei de violist.
Om over haar roddelen, zei de filosoof.
Om krankzinnig van haar te worden, zei de gek.

Om haar weg te waaien, zei de wind
Om haar in kaart te brengen, zei de geograaf.
Om haar te vernietigen, zei de atoombom.
Om haar te bevochtigen, zei de zee.

Om haar te onherstelbaar te verbeteren, zei de utopist.
Om haar te bestraten, zei de stratenmaker.
Om haar te exploiteren, zei de projectontwikkelaar.
Om haar te redden, zei de wereldverbeteraar.

Om haar te beschrijven, zei de historicus.
Om haar mooier te maken, zei de estheet.
Om haar te veroveren, zei de dictator.
Om haar te bewonderen, zei de reiziger.

Om haar therapie te geven, zei de psycholoog.
Om haar ervaring te verdoven, zei de psychiater.
Om in haar kringloop op te lossen, zei de ecoloog.
Om haar essentie te doorzien, zei esotericus.

Om haar te meten, zei de wetenschapper.
Om niemand te zijn, zei de mysticus.
Om aardig te zijn, zei de boer.
Om te spelen, zei het kind.

Om, zei Boeddha.
Om…

O, zegt de maan in hemelsnaam

Waltgras


Achtduizend soorten gras:
Mierik, Kruipertje, Hanepoot,
Pijpestrootje, Bunt, Helm, Zwenk,
Fakkel, Kleef, Knoop, Veder, Beemd,
Vlot, Vinger, Honds, Kam, Greppel, Fluweel,
Henne, Hazen, Dodde, Kwelder, Kwast, Snij, Staart,
Siepel, Schaduw, Schapen, Reuk, Raai, Priem, Pluim,
Pijl, Peen, Borstel, Boender, Bezem, Baard, Bent, Bot, Egel,
Zee, Wol, Zuur, Zoet, Water, Tril, Tandjes, Straat, Stoel, Lint, Meel
Mot, Zandhaver, Slijk, Haviks, Kruip, Kuil, Braad en Klein Liefdesgras.

Overal tussen de tegels zie je de ziel van Walt Whitman
als grashalmen het onverwoestbare vieren, Waltgras.

Betonworst


Modernisme-achtige architectuur
teistert onze ontboste aardkorst
(ik leef liever in ’n houten schuur)
overal verrijst de eenheidsworst
betoncultuur, een hel zonder vuur.
Hij heeft zijn kindzijn voorgoed geschorst,
de architect, zo speels als grijze plamuur
(ik sterf nog liever in een houten schuur)

Ode aan de snoei

Snoeien genereert energie, vrijheid,
beperkingen stimuleren scheppingsdrift,

wetten vragen om eerbiedige ontduiking,
regels baren uitzonderingen en het uitzonderlijke,

hekken zijn een uitnodiging voor een hordenloop,
normen zijn grijs behang, achtergrond voor het wonder,

verboden maken slapende honden wakker,
de honden houden ons weer wakker,

kom maar op met dictaten en dictaturen,
we zullen ondergronds gaan bloeien en vrucht dragen,

we beloven plechtig nooit te vragen of iets mag,
we doen het onstuitbaar, desnoods legaal.

Het onverwoestbare is onze muze.

Conditioner

De partituur of de eenmalig klinkende muziek,
een recept lezen of zelf vers brood bakken,
filosofische theorie of de ongrijpbare praktijk,
het gedicht of de poëzie van dit enige moment,
een portret van de mooiste of de levende mens,
een landkaart of het alomvattende gebied,
airconditioning of een frisse wind,
de hoogtezon of de zon zelf,
een gordijn of de nacht,
oordoppen of stilte,
hairconditioner
of je haar
door de
war

Papieren vuur

Ik heb een smaak van goud op snee.
Mijn halve boekenkast staat ongelezen
en wat ik las las ik half of diagonaal.
Een god zonder gedachten zij geprezen.

Ik slaap liefst in mijn eigen alfabet,
mijn bovenkamer is zo ongeletterd hol.
‘Je verleest je verstand’ zei grootmoeder,
thuis speelde ‘echt toneel’ de grootste rol.

Een doorlopende voorstelling was het,
tragi-komisch drama, geen enkele regie,
een script bleek achteraf te ontbreken.
Het toeval stuurt als lukrake destinatie.

Bestaan is de waargeleefde literatuur,
boeken zijn slechts surrogaten, prothesen.
Je brandt je nooit aan een papieren vuur.
Directe ervaring behoeft geen exegese.

Pooltiek fonetisme

Nister Ploeg vant misterie van binlanszake
voertebat met wedekame
over hiep thee krent aftrek.
De nister zegt volgende:
Het kan tuuk niezo zijn
dat gezien dat daant rekkende ekemie
duidige wetgeving wor taangepast
dat zou symboolpooltiek zijn.
Doposisie diente mosie van want rauwen in.
Demosie wormet een kameerdereid veworpen.
Wekrabben verderaan de korst, luxe jeuk,
alsdus onze parmentair slaggever in daag.