Comfort zone

Wijnand nam de eerstvolgende tram in Amsterdam vanaf de dichtstbijzijnde halte. Het maakte niet uit op welke halte hij zou uitstappen. Wijnand wilde immers nergens heen, dus iedere tram was de meest effectieve. Zolang hij maar weg was uit deze zone. Weg van hier, hij was helemaal weg van hier. Wijnand vond het hier fantastisch, maar het kon kennelijk ook te goed bevallen.

Wijnand was net de deur uitgestapt bij zijn coach. Het was goed om eens je comfortzone te verlaten, had zijn coach gezegd terwijl hij zijn wenkbrauwen optrok. Na tien oriënterende gesprekken kwam de coach met het comfortzone-moment. De coach bewoonde een prachtig pand aan het water. Het reflecteerde mooi het reflecterende karakter van de coach.

Het pand was hypotheekvrij, een erfstuk van zijn ouders. Feitelijk had de coach zijn ouderlijk huis nooit verlaten. De enkele keren dat hij een trip naar het buitenland had ondernomen, was hij vooral blij om weer thuis te zijn en vroeg hij zich af waarom hij zichzelf zo’n reis had aangedaan.

Het kwam wel goed uit als zijn cliënten daar geen lucht van kregen, het comfortzone-concept was immers zijn core business. De laatste strohalm die hij uit de handen van de cliënt kon grissen. Zonder uitzondering gaf hij hen allemaal na tien sessies hetzelfde advies, tegen vorstelijke betaling.

De eerste sessies stonden vooral in het teken van het uithoren van de cliënt over ‘the world out there’. Het levensmateriaal dat hij daarbij verzamelde, spreidde hij vervolgens tentoon bij de volgende cliënt, als een man van de wereld die overal was geweest, alles had meegemaakt. Men was onder de indruk van zoveel ervaring. De rest van de gesprekken bestond eruit met zachte hand de cliënt uit zijn comfortzone te jagen. Als de cliënt stopte, was dat voor de coach het teken dat zijn missie geslaagd was.

Hij vond het zelf opmerkelijk dat ze hem daar zo dankbaar voor waren. Wanneer ze hem weer eens tegen het lijf liepen in het vertrouwde grachtendorp, zeiden ze zo blij te zijn. Hun leven had een heel andere wending genomen.
Hoe heerlijk was het niet buitenom de comfortzone te leven. Het was wel af en toe struggelen, maar eerlijk gezegd wilden ze niet anders meer. De coach hoorde het aan en dacht er het zijne van.

Toen Wijnand drie kwartier lang in de buitenwijk had rondgedoold rond de eindhalte van de tram, begon hij zich buitengewoon oncomfortabel te voelen. Was dit het waar de coach op doelde? ’s Avonds op het tv-journaal zag hij mensen in een vluchtelingenkamp na een natuurramp. Wijnand voelde zich een door en door verwend kreng.

Het oncomfortabele gevoel bleef, alsof het hem begeleidde als een beschermengel.