Fabel van de fanatieke atheïst

Er zijn atheïsten — je komt ze wel eens in het wild tegen — die fanatiek ongelovig zijn.
Er zit een lading achter hun ongeloof waarmee ze anderen willen overtuigen.

Zijn ze boos en teleurgesteld?
Ze lijken het niet-bestaan van God te verwijten aan God.
Het is Gods schuld dat hij niet bestaat.
Een prachtige paradox.
Dat hun mooie wereld zo’n puinhoop is, komt door Gods afwezigheid.

Ze poneren hun atheïsme even fanatiek als gelovige fanatici hun geloof.
Missen ze hun vader?
Die immer aanwezige afwezige man, die achter zijn krant beschutting zoekt tegen het wrede wereldnieuws?
Zonder zijn kind te begeleiden in het aanvaarden van het onaanvaardbare?

Is de overtuigde atheïst eigenlijk een vadermoordenaar?
Wacht de atheïst in het geheim tot God alsnog zal besluiten om te gaan bestaan en rechtvaardig zal ingrijpen?
De gelovige atheïst ontsteekt in woede als je zegt dat als de mens zelf zijn eigen almachtige God heeft geschapen, dat de mens dan nog machtiger is dan God.
Baas boven baas.

Het is een vreemd soort aanname dat je zou moeten kiezen tussen geloven of niet geloven.
Is keuzevrijheid vrij zijn van keuze?
Waarom zou je overal iets van moeten vinden?

Wat is je lievelingskleur, vroeg je aan het kind.
Allemaal!, luidde het antwoord.

One thought on “Fabel van de fanatieke atheïst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *