Geen prater

Mijn opa was een vergetelijke man, met name omdat ik hem nooit heb ontmoet. Hij had een voorkomen van wellicht en of misschien.
Ook de verhalen die er niet over hem verteld werden heb ik nooit kunnen onthouden.
Ik weet zelfs zijn naam niet, maar hij had heel goed Arie kunnen heten net als mijn vader. Elke zondag gingen we niet naar hem toe, dat was altijd heel gezellig.
Hij vertelde vaak niets over zichzelf, Opa was niet zo’n prater…net aks zijn zoon. De volwassenen dronken samen geen thee of koffie, als jongste kind kreeg ik dan geen flesje Ranja of gazeuse.
Oma was er nooit bij, zij was al overleden, maar ik zal nooit haar foto vergeten die ik daar nooit op het dressoir van Opa zag staan.
Wat wel leuk was…Opa had geen hondje waar ik mee kon spelen. Gelukkig had ik een levendige fantasie. Het denkbeeldige hondje sprak tegen mij in mensentaal. Het was een slim dier dat al mijn vragen kon beantwoorden. Op een dag had het hondje in de deftige voorkamer geplast en ik kreeg de schuld. Toen moest het hondje weg. Ik had het uit moeten laten in plaats van ermee te kletsen. Daarna wilde ik nooit meer naar het huis van Opa. Veel later probeerde ik de plek waar het stond op te sporen. Het gekke was…het huis dat er nooit stond was verdwenen, maar de plek zelf was ook weg. Ik dacht nog eens aan dat hondje en vroeg aan hem waar de plek gebleven was. Het hondje keek mij trouw aan en zei rustig:
‘Die plek is nergens niet!’

One thought on “Geen prater

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *