Geschiedenis van mijn jeuk 2

Na drie maanden kwam ik met mijn chronische jeuk op consult bij de hoogbejaarde professor W. G. Zeelbrandt. ‘Zielkundige’ stond er, nog nauwelijks leesbaar op de groen gëoxideerde muurplaquette.
W.G. Zeelbrandt leek ruim de negentig gepasseerd maar was zo uitgelaten als een kind in een speeltuin, een kind met een witte baard, dat wel.
Hij vroeg of ik zelf de doorverwijzingsbrief wilde voorlezen, omdat zijn ogen zo slecht waren. Bij het woord ‘Pruritus sine materia’ begon hij te grijnzen alsof hij aan een oude dierbare vriend werd herinnerd. Even sloot hij zijn wild bewenkbrauwde ogen en leek na te genieten…of was het een voorpretje?
‘Beste heer Wulkhage, als ik zo vrij mag zijn meteen van wal te steken…’ , begon hij doortastend:
‘Weet u, huid is ons grootste orgaan en zintuig… feitelijk zitten we in één grote huidzak en toch geven we er maar zo weinig aandacht aan…we denken liever dan dat we direct voelen met onze huid…jeuk is één van de meest onbegrepen fenomenen…tussen uw oren heeft zich waarschijnlijk de aanname vastgezet dat het leven te begrijpen moet zijn, dat het logisch moet zijn…verklaarbaar…

‘Uiteraard!’ , beaamde ik, ‘als huidzak wil je toch weten hoe de wereld in elkaar steekt!’

De hoogbejaarde keek geamuseerd en vervolgde:
‘Naar mijn bescheiden inzicht is jeuk simpelweg de fysieke uitingsvorm van het niet-weten van de mens, de feitelijke jeuk wordt veroorzaakt door het verzet tegen dat niet-weten…het bestaan is paradoxaal, maar niet tegenstrijdig…alle dingen kunnen moeiteloos naast elkaar bestaan….daar kan het hoofd niet bij!’

‘Zo had ik er nog nooit naar gekeken professor!’ ,zei ik verwonderd over deze wending inzake mijn jeuk…dus het mysterie kriebelt en kietelt ons, mag ik dat zo vertalen?’

‘Zo mag u dat gerust vaststellen….Ik ben zelf ervaringsdeskundige…daarom koos ik ooit voor dit vak…van kindsbeen af leed ik aan ondraaglijke jeukaanvallen, ik krabte mij tot bloedens toe en daarna aan de droge korsten…het was neurotisch maar het had tegelijktijd iets heel aangenaams… iets kinderlijk eenvoudigs….er was een vraag, de jeuk, en er was het antwoord, krabben, heel aangenaam en geruststellend… het gaf mij een kortstondig gevoel van controle…tot het weer ging jeuken natuurlijk!’

Liggend op de sofa kreeg ik een Aha-erlebnis door het relaas van Zeelbrandt die met genoegen verder oreerde alsof hij college gaf of was hij de patiënt?

‘Uiteindelijk kwam ik erachter dat het mijn vaders taboe op niet-weten was dat de jeuk veroorzaakte…ik moest alles weten van hem, zeker weten en als ik het niet wist dan moest ik het opmeten…maar hoe meet je het mysterie? …waar begint dat en waar eindigt het…Het mysterie is synoniem met niet weten, onmeetbaar!…mijn vader vond dat onaanvaardbaar. Die onredelijke eis om te weten en het feit dat hij mij nooit aanraakte is het begin geweest van mijn Pruritis..’

‘En hoe verdween uw jeuk nu uiteindelijk?’, vroeg ik terwijl ik onwillekeurig aan de fluwelen bekleding van de sofa begon te krabben..

‘Welnu, die jeuk is nooit verdwenen, godzijdank!’ ,riep de grijsaard begeesterd,
‘de jeuk bleef…maar ik leerde ervan te genieten, gewoon omdat ik mijn nietwetend-zijn kon aanvaarden!’

Ik was er stil van, begreep ik nu de strekking van zijn verhaal?
Eerlijk gezegd wist ik het niet…’Wat raadt u mij dan aan te doen?’

‘Niets, nooit meer krabben… weet u meneer Bulkwage, jeuk maakt dat je je levend voelt…begint elk leven niet met een vorm van jeuk?…begint niet iedere scheppingsdaad met gekriebel?…ik voel mij vitaler dan ooit!

Zo nam ik afscheid van professor Zeelbrandt, met zijn uitdagende advies om de komende week nooit meer te krabben, daarna zou ik voor vervolgsessies komen indien
wenselijk. Thuisgekomen nam ik impulsief onmiddellijk een handje vol placebotabletten om de opkomende angst voor het nooit meer krabben te temperen.

One thought on “Geschiedenis van mijn jeuk 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *