Horizonder


Mijn grootvader die ik nooit heb gekend,
was van moeders noch van vaders kant.
Hij droeg een hoed met daaronder verborgen
zijn grijze vlecht met indianenveer.

Hij gedroeg zich als verre voorouder
en schitterde afwezig in elke horizon
waar zijn blik rustte in de verte.
Dan zei hij:
“Luister, kleine zoon, de horizon ligt onder je voeten, daar…”

(Ik wist niet of hij ligt of licht zei,
het klonk mij allebei vertrouwd.)

“Daar ligt je oma, moeder aarde.
Zij baarde alle dingen en openbaringen.”

Mijn grootouders waren altijd samen,
beiden met getaand gezicht
van wind en zon,
droogte en vloed
als een landschap.
Je zag niet waar de een begon
en waar de ander ophield.

Opa rook naar rook
van zijn vredespijp.
Geen tabak, maar kruiden uit het veld:
salie, sandelhout, citroengras, kruizemunt.
Overal was hij in mijn buurt en vertelde
verhalen van de dieren.
Niet verhalen over dieren,
maar de verhalen die dieren elkaar vertellen.
Hij fluisterde vloeiend, zonder woorden,
maar in klank, gebaar en lichaamstaal.

Over het woestijnvosje dat zijn staart
in zijn nek legde vertelde hij:
“Je staart is dat wat jou je leven lang achtervolgt.
Ze beschermt je tegen het onnodige en overbodige,
en laat je hem hangen, dan wist hij alle sporen uit.
“Weet dat ik jouw staart ben.”

Er lag een vleugel op mijn pad
van een gaai,
als een teken van leven.
Meteen zag ik zijn ogen weer in de verre horizon
en voelde mijn voeten op het gezicht van oma.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *