Lege tank

Peer Leemacher liep vastberaden over de Zeemondsedijk richting Bocht.
Hij was te voet verder gegaan toen de tank was leeggereden.
Het bleek een nogal bosarm gebied te zijn.
Niet dat hij naar bos op zoek was, maar het viel hem meteen op, geen boom te bekennen.
Hoe zou dit landschap getypeerd worden, een rivierdijk zonder rivier?
In de omgeving waren ook al geen weilanden te zien.
In zijn blikveld trok die afwezigheid van groen hinderlijk de aandacht. Beneden de dijk zag hij bebouwing opdoemen.
Een te groot blauw bord gaf een naam aan “de Gemeente Bocht”
De Zeemondsedijk hield daar plotseling op, afgegraven, een steile trap af naar het algemeen peil.

Beneden lag een onlangs aangelegde rotonde, in het midden een berkje. De steunpaal was tien keer dikker was dan de boomstam.
Terwijl hij de boom verwerkte herinnerde hij zich de reden van zijn bezoek..
Het verband met dat iele boompje kon hij niet direct leggen.
Zijn vader, zou hier wonen, aldus de vertrouwelijke informatie uit het gekraakte medisch dossier.
Als kind verwonderde hij zich over het feit dat zijn vader biologisch was, Peerke begreep dat niet.
Zijn moeder kocht altijd biologische groenten en fruit?
Die biologische vader had hij tot op de dag van vandaag nog nooit gezien, zelfs geen foto.
Een leegte in de vorm van een vader kon hij niet vergeten, eerst kennen en dan vergeten.
Nu hij veertig was moest hij het weten, zijn moeder vond het maar niks.

Vanaf de dijk zag hij de dorpskern, een woonerf omsingeld door bedrijventerrein Kaalwedde.
Er waren meer bedrijven dan woonhuizen, hoelang zou het beleg duren?
Het adres had hij in zijn handpalm geschreven.
Een afspraak had hij niet willen maken.
Eerst maar kijken wat voor kat er in de boom zat.
Hij had zich voorgenomen aan te bellen bij de man van zijn leven en zich voorstellen als enquêteur.
Zou vader hem wegsturen dan zou hij om hulp vragen, om benzine voor zijn tank.
Gewoon om vader alvast een beetje te leren kennen.

Peer besluit de eerste de beste ingezetene de weg te vragen.
‘Ik ben niet van hier geboren weet u’, zegt de man met Mediterrane huidskleur weifelend.
Maar u woont wel hier?
Ja wel, al vijf jaren.
Kent u dit adres? Peer laat zijn handpalm lezen…
Ach, Weegstraat 5 , natuurlijk daar wonen wij zelf, roept de man.
Dirk raakt even in de war.
Was dit zijn vader, nee.
Wie zijn wij dan? vraagt Peer verder.
Alle asielzoekers…uitgeprocedeerd.
Breng me naar je huis, wil je.
Graag, ik stel jou voor aan Willem, hij heeft ons allemaal geadopteerd.

De deur stond open, in de gang een man
Hallo, ik ben Peer, aangenaam!
Ze schudden elkaar voor het eerst de rechterhand.
Dirk realiseert zich dat linkerhanden elkaar nooit schudden.
De eerste vraag van zijn vader zou Peer nooit vergeten;
“Waarom draag je een camouflagepak, je lijkt wel een commando?” “Klopt, mijn tank staat halverwege de Zeemondsedijk, leeggereden”
Binnen zat de rest van de familie, een internationaal gezelschap.

(om de privacy te beschermen zijn alle namen en omstandigheden gefingeerd)

One thought on “Lege tank

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *