Montuur

De wc-rolhouder klaagde graag…veel…vaak…en liefst hardop…zodat men kon meegenieten.
Hoewel hij feitelijk weinig reden tot klagen had, zijn leven liep immers op rolletjes. Toch was gezeur om niks zijn lust en leven.
’Mijn rol is uitgespeeld…voorgoed uitgespeeld’ ,declameerde hij dramatisch,
als een uitgerangeerde acteur zonder werk.
‘Ik ben zo leeg….ik heb mij leeggegeven…in iedere rol heb ik mij helemaal…leeg..gegeven…ook wanneer de rol mij totaal niet lag en de verkeerde kant opdraaide!’
De wc-borstel schaamde zich plaatsvervangend in het hoekje achter de pot voor het ergerlijke zelfbeklag. De toiletpot zelf keek meewarig omhoog door haar zwarte bril.
Het zware montuur gaf haar een streng uiterlijk.
Altijd had ze opgekeken naar die verheven functie van rolhouder.
Haar eigen nederige positie viel haar zwaar. Zij had veel meer redenen tot klagen.
Dat deed ze echter niet…ze murmelde het inwendig.
’Wat ik allemaal niet onder ogen heb moeten zien in mijn leven….en nog moet gaan zien…liefst zou ik mijn bril afdoen en nooit meer kijken!’
‘Het is toch werkelijk geen gezicht, al die…welk mens zou dat volhouden?’

De trekker schommelde een beetje heen en weer uit verveling en keek op het geneuzel van de twee neer. Wat kon hij anders dan wachten op die éne helpende hand die dat eeuwige gezanik weer voor even zou wegspoelen?
Onderwijl zong de stortbak een waterig liedje, zachtjes ruisend, soms begeleid door een druppelend ritme.
Hoog verheven, aan de plafondhemel hing het kale peertje gelukzalig te stralen
als een kleine godin.
Alleen de beste oren konden haar horen suizen, suizend licht.
Dat je geluk kon horen….suizende lichtsnelheid.

One thought on “Montuur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *