Mythologica van de fabel


De mens is een ark.
Geen ark van Noach, maar een ark vol fabeldieren.
Deze dieren vragen niet om gered te worden van de ondergang.
Integendeel, deze dieren redden de arkmens om niet voortijdig ten onder te gaan in de zee van mogelijkheden.
“Geschiedenis is de waarheid die tot leugen wordt, mythologie is een leugen die waar wordt,” zei Jean Cocteau.
Fabeldieren zijn mythologische betekenisdragers.

Het mensdier steekt de oceaan van het leven over.
Geboren op het veilige strand van de baarmoeder moet de mens veilig de levenszee oversteken naar het dodeneiland.
Het lichaam is zijn vaartuig, de wind van ervaren blaast in zijn zeilen.
Gaandeweg blijkt het vaartuig bevolkt met fabeldieren, dienstbaar aan de mens.
Ieder fabeldier vertegenwoordigt een aspect van de menselijke geest als een facet van een diamant.

De fabel geeft de wetmatigheden van het leven weer.
Sommigen noemen het wijsheid.
Ik spreek liever van werkelijkheden, in de praktisch zin: dat wat werkt.
Zo kan de mens zich laten leiden wanneer hij op een kruispunt van wegen staat, om de eigen koers te bepalen.
Het ironische van menselijk leven is dat het ontwijken van de dood — door omwegen naar het dodeneiland te plannen — het leven niet verder helpt.

Recht koers houden op het dodeneiland werkt het leven in de hand.
Wat overigens niet inhoudt dat je eerder zal aankomen dan wanneer je het eiland zou proberen te mijden.
Nog beter lijkt het om helemaal geen koers aan te houden: je zult moeiteloos je bestemming bereiken.
Het dodeneiland betreden is herboren worden voor wie wil aanmonsteren in een nieuwe ark.

Spirituele dood is een renaissance van de ziel.
Het idee kwijtraken dat je iets te verliezen hebt.
De ark blijft hetzelfde, de ziel is als nieuw.
Fabeldieren zingen in koor zeemansliederen om de ziel te vieren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *