Nergens

‘Jezus liep op water…ja en onze auto loopt op benzine’, zei mijn vader tegen de Jehovagetuige. De man stond met zijn zoontje in zondags pak, gestropt en strakgekapt
voor onze huisdeur. Ik kende het jongetje van zijn brave gezicht. Hij was al wat ouder en zat bij mij op de school met de bijbel. Zijn vader pruttelde nog wat over ‘het aanstaande koninkrijk’ terwijl de deur vastberaden voor zijn neus gesloten werd.
‘Stalen Jezus!’ ,mompelde mijn vader met een grimmige glimlach.
De maandag daarop zocht de jongen mij op het schoolplein.
Hij vroeg waarom ik op een christelijke school zat als ongelovige.
‘Wij zijn geen ongelovigen…mijn vader zegt dat wij gewoon niets zijn’, legde ik uit.
‘Niets?’, vroeg de jongen ongelovig.
‘Helemaal niets…zegt mijn vader’, bevestigde ik.
‘Maar dan geloof je toch nergens in?’, vroeg hij door.
‘….dan geloven wij toch in Nergens!’, probeerde ik nog…
‘…maar dat slaat toch nergens op, jullie zijn gewoon ongelovigen!’, vatte hij samen.
Om één of andere reden weigerde ik in te stemmen met zijn conclusie.
Thuis deed ik navraag, waarom ik naar een Bijbelschool ging.
Een duidelijk antwoord kreeg ik niet…ik kon nergens anders heen.
Achteraf denk ik dat ik beter naar ‘Nergens’ had kunnen gaan dan naar een school
die geloofde dat wij ongelovigen waren.
Mijn vader geloofde in ieder geval in zijn auto, die bracht ons overal en nergens.
Anders hadden we moeten lopen….op water.

One thought on “Nergens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *