Later?

Vreemd, hoe over de dunne huid van het eeuwige een rails is gelegd van een miljoenenjarige tijd. Elke biels duurt een seconde. Een megalomaan traject naar welke bestemming?
Op de rails is een treintje gezet met steeds zeven verschillende wagons,
elke wagon is een dag in de week.
Elke avond rijdt de trein door een tunnel van nacht. Dan moet de reiziger zich overdromen in een volgende wagon.
De meeste mensen worden in de trein geboren en maken de reis van hun leven in de wagon van de dag.
Ik ben echter al jong uit de trein van de tijd gevallen, wist nooit hoe laat het was, zonder dat te betreuren.
Ik zwierf vrij rond langs de rails en zag de trein altijd op tijd passeren. Mensen zwaaiden naar mij vanuit de dagen van de week en riepen:
‘Tot later!’.
Ik zwaai terug en roep: ‘Goede reis!’
In mij wil het maar nooit meer later worden.

Los

Liefde is te gek
om aan de riem te lopen,
daarom loopt ze los,
snuffelt ze aan elke hond…
voelt terloops even
hoe die vacht valt,
hoe het oog beaamt.

Ze is uitgelaten, de liefde,
uitgerend ligt ze
voor de haard
uit te hijgen,
klaar om te blijven
in welke levenswandel
er verder nog komt.

Rijzen

Receptuur voor het ongekende:

-Wees alleen beschikbaar voor wat je echt niet laten kunt.
-Denk je het niet te kunnen, doe het dan blind tegen beter weten in,
op zo’n wijze dat je niet meer weet wat je doet of hoe.
-Maak alleen datgene waar, waar niemand op zit te wachten,
waarvan je niet weet wat het voorstelt, of waar het voor is.
-Werk aan dat waarvan je niet weet wat het zou moeten worden,
niet weet of het waarde/betekenis heeft, laat staan dat je weet
wat voor waarde of betekenis het heeft.
-Voer het uit met de grootst mogelijke toewijding,
onthechte betrokkenheid wars van enige verdienste.
-Weg zijn is het geschenk, de weg zijn het onverdiende loon.
-Dit geheel luchtig mengen en voorgoed laten rijzen…

Proef ervan en je weet niet wat je meemaakt.

Oer

Hoe die kleine wolf jou ooit tam maakte weet je niet meer.
Was het je uitgelaten hart dat achter hem aan huppelde
zodra je hem zag…of was het zijn flossige staart die een leidende
rode draad werd in het leven? Harten zijn roedeldieren. De volle maan
laat het hart zingen, bezield janken, want dit bestaan is gewoon te mooi om hier te zijn.
Het wolfje domesticeert de zwerfmens, geeft hem een thuis in
zijn oerspronkelijke natuur, om te janken zo prachtig…oerhart.

Burger

Omdat ons lichtnet al jaren spontaan dimt en fluctueert komt de zoveelste electricien ons huis doormeten. Deze keer een heel aardige Hindoestaan uit Den Haag, een plantaardige welteverstaan. Hij is veganist, draagt vegetarische schoenen en dito broekriem en is praktiserend lid van de Hare Krishna-beweging.
‘Eet je wel planten dan?’ ,vraag ik, terwijl hij overbodige draadjes doorknipt.
‘Jazeker, ik volg een puur plantaardig dieet!’ ,verzekert hij mij enthousiast.
‘Dan heb ik slecht nieuws, ik lees nu net een boek over plantenleven waaruit blijkt dat onze groene vrienden 15 meer zintuigen hebben dan wij mensachtigen!’.
Hij moet lachen om de term ‘mensachtigen’ ,maar kijkt zorgelijk bij het idee dat planten intelligent zouden kunnen zijn. Er blijft weinig te eten over.
Hij neemt het roer van het gesprek graag van mij over en begint te vertellen dat er in Den Haag de beste vegaburgers te koop zijn, met rundersmaak, varken, kipsmaak, vis, kibbeling, gegrild, gebarbecued, in allerlei soorten. Het smaakt hem als echt vlees of zelfs beter.
‘Dan stem je zeker ook op de dierenpartij?’ ,vraag ik hem.
Nee dus, hij is gestopt met stemmen, de politiek luistert toch niet naar zijn ene stem.
‘Maar stem dan voor de dieren, want zij hebben geen stem!’ ,stel ik voor, ‘of wil je wachten tot er een plantenpartij is opgericht?’.
Hij neemt stoïcijns foto’s van onze gemankeerde bedrading en stoppenkast. Hij zal ons stroomprobleem doorgeven aan de volgende electricien. Onze electra is maar bijzaak,
er zit bij ons waarschijnlijk een draadje los, vermoedt hij.
Ik beloof hem bij zijn vertrek een veganistische burger te gaan eten, zonder salade…
Hij belooft te gaan stemmen…niet voor mij, maar voor de dieren.
Weet hij veel dat ik een dier ben geboren in het verkeerde lichaam, het lichaam van een burger? Of sterker nog: een vleesgeworden plant.

Kakkerlakafka

Ik, Koeka Racha groeide op in een veilig warm nest van welopgevoed ongedierte. Als nazaat van een trotse familie adellijke kakkerlakken uit het Carboon, een driehonderdmiljoen jaar oude beschaving. In de vochtwarme sfeer van onze kelderwoning koesterden wij ons kleinburgerlijk geluk. Op een alledaagse doordeweekse morgen riep mama Racha mij wakker: ‘Koeka! Opstaan, nu, hoor je me Koeka?!’. Om naar het insectengymnasium te gaan, ik had immers een tentamen entomologie…tijdens het ontwaken deed ik de gruwelijke ontdekking: het prachtige chitinepantser van mijn uitwendige skelet was verweekt en vleesroze verkleurd, met hier en daar wat vies haar erop. Bij nadere inspectie bleek mijn gehele kakkerlaklijf van gedaante veranderd. Het zweet brak mij uit toen ik mijzelf al huiverend in de door vocht verweerde badkamerspiegel aanschouwde: waar waren mijn fiere voelsprieten?…waar mijn fraai glanzend schilferig schild…ik was veranderd in een afschrikwekkend monsterlijk wezen…in een mensch…van vleesch en bloedch…ch.. Niemand mocht mij zo rozebevleesd betrappen…  ‘Koeka!, waar ben je?’ ,klonk het, ijlings schoot ik de kamelenharen kamerjas van Opa Racha aan, ze zouden mij verstoten of verdelgen als een ongewenste indringer.
Wij, vanuit het Carboon, keken hautain neer op deze inferieure soort, als een nog vrij recent verschijnsel, evolutionair gezien feitelijk een snotneus, bovendien een plaag voor de planeet. Inmiddels was ik ruimschoots te laat voor het tentamen. Mijn entomologische carrière kon ik sowieso wel op m’n buik schrijven.

Verstopt

Je voelt je geschaduwd door een zachte leegte op pootjes.

Soms kwispelt het nog van verheuging en verwachting.

Overal volgt het jou op de voet, zo bladstil en trouw.

Aandacht blijft waaks op welk teken van leven dan ook.

Vergeefs probeer je daar te krabben, waar je nooit bij kunt.

Je graaft maar raak, vergeten waar je je botje hebt verstopt.

Wat niet slaapt kun je nooit meer wakker maken.

Nat

Met de beste uitrusting, de beste hengel,
de sterkste lijn, de scherpste haak,
het lekkerste aas zitten vissen
aan de oever van de zandwoestijn.

Je oude opa had een lek bootje,
maar geen hengel en geen haak,
daarom voerde hij zijn oude karpers
stukjes brood uit de losse hand.

Naar welke vangst vist een lezer?
Niets om aan de haak te slaan.
Wie is hier een vis of een visser?
Hoe dan ook, lezen, niet happen

of wel, is ook goed, men wordt toch weer
teruggeworpen in de zee van mogelijk
heden, en wat een ontvangst, alles nat.
Niet meer weten wat nat is en wat niet.

Vrij zwemmend door deze regels heen.

Wanderlust

Overal zwerft nog haar van de dierbare.

Nomadische vlokken die over steppen

van tapijten en vloerkleden trekken.

Jaren van wanderlust vinden hierin rust.

Verzameld tot een hele dot dons

pluizen lentevogeltjes in de tuin er

pluisjes uit, nesteldraadjes…

eitjes in vachtwarmte.