Vaasje

Wij waren als volk niet meer dan een fragiel vaasje, oreerde de visionaire leider. Geen heilige graal waren we, maar een breekbaar leeg vaasje. Geld voor bloemen in het vaasje was er niet. We waren wel een mooi vaasje, dat was toch al mooi genoeg. Het rottende bloemenwater in het vaasje stonk wel akelig, maar van buiten waren we van een zeldzame schoonheid. Had niet elke beschaving ooit gepoogd om een fraai vaasje te worden? Musea stonden er immers vol mee. We moesten onszelf maar stevig vasthouden anders zou het vaasje kunnen breken. En mocht het onverhoopt toch sneuvelen dan zou het onze eigen schuld zijn. Dan bleven wij zelf met de scherven zitten. De leider had er alles aan gedaan om dat te voorkomen door dit inspirerende visioen te schetsen. Het was eigenlijk een oproep om ons vooral gedeisd te houden, om begrip te hebben voor de enorme zware taak die de leider op zich had genomen om alles aan de markt over te laten. De leider legde uit dat wij als kuddediervolk offers moesten brengen aan de wolf van de vrije markt. Alles moest wijken om ons denkbeeldige vaasje heel te houden. Latere beschavingen zouden ooit ons vaasje opgraven en zich verwonderd afvragen hoe zo’n verheven cultuur zomaar had kunnen verdwijnen.

One thought on “Vaasje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *