Wild


Het nieuwe opgespoten land moest worden ingericht. Eeuwen had het braak gelegen. Kinderen hadden er graag gespeeld, op ‘het Wilde Landje’.
Er werd door de gemeente een prijsvraag uitgeschreven:
“Wie kan dit nieuwe land het beste en op z’n mooist inrichten?”
Er kwamen vijfentwintig inzendingen binnen. Geen van de inzenders haalde een meerderheid van stemmen. Er werd geen eenduidige winnaar aangewezen.
Ze moesten het land maar samen gaan inrichten, vond de burgemeester.
Al snel kregen ze onenigheid. Het kinderspel was menens geworden.
Het hele project verzandde in tegenwerking. Geen winnaars, niemand richtte het in.
De natuur kreeg vrij spel en overwoekerde de zandvlakte met wildgroei.
Het landje verwilderde weer, alleen nu op een veel hoger nivo.
Natuur is een niemand, onverwoestbaar.

One thought on “Wild

  1. Dierbaar was mijn landje, daar in Buitenveldert. Buiten spelen betekende altijd naar het landje. Fikkie stoken, over het slootje springen, aardappels in de aluminiumfolie poffen boven een vuurtje. Kuilen graven, waterstromen veroorzaken. Alles was voorhanden. Het was ons landje. Moeders altijd boos. Op de vieze knieën in mijn broek of ik rook weer naar rook. Nu staat op dezelfde plek al meer dan 40 jaar een huizenblok. In deze buurt is helemaal geen ‘landje’ meer te bekennen. Arme kinderen denk ik dan. Geen avontuur meer om in de stad land te veroveren, om te spelen of te graven. Het is helaas iets van vroeger geworden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *