Wonderzoek

Mijn bebaarde oude vriend woont naast de Keukenhof, het is als het ware zijn achtertuin. Hij heeft vrij entree vanwege zijn bejaarde staat, ik geld als introducee.
Gewoontegetrouw lopen we door het tulpenparadijs. De meeste tulpen hangen erbij als leeggelopen ballonnetjes, slap aan bleke stelen. De vlag hangt ook, in top, uit te druipen van een winterse bui. Alleen op papier is het lente. Ons gesprek stroomt gewoon weer verder waar we gebleven zijn, terwijl we de plassen ontwijken.
‘Het leven is het vreemdste wat mij als mens ooit is overkomen’ zegt hij lachend, wijzend naar de treurtulpen.
‘Dit is ook weer vreemd om te zeggen want het suggereert dat ons ook nog iets anders dan het leven kan overkomen…’
‘Ja, dat zo’n woordje ‘leven’ alles omvat, noem maar eens iets wat daarbuiten valt…!’ ‘Een woordje, een stukje klank met een enorme pretentie’
‘Ik weet als dier niet eens wat een mens is, het lijkt mij eerder een mogelijkheid dan een voldongen feit’
‘Is de mens geen definiërend dier?’ Stelt hij olijk.
‘Die is leuk, dat is ook weer een definitie, een zelfbevestiging’
‘Kennelijk twijfelt de mens zo, dat hij zelfbevestiging denkt te vinden in ‘kloppende’ definities’ ‘Wat mankeert er aan twijfel?’
‘Zeker,moeten ons niet bevrijden van kloppende definities, denkbeeldige strohalmen?’

‘Twijfel is prima brandstof voor blijvende verwondering en onderzoek’

‘Wonderzoek?’
‘Is onderzoek zonder woorden niet veel directer?’
‘…………………….’ zwijgt hij wijzend naar de grond.

We kijken maar de sokken in zijn sandalen die volgezogen zijn met regenwater.
De sokken trekt hij uit, dan maar blootsvoets in de sandalen, het zonnetje breekt door.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *