Megavoor

Volgens het laatste nieuws
sneuvelde er binnen het taaldomein
op doortocht naar een gedicht,
een nietsvermoedende metafoor,
rijk, met de gouden lepel nog in de volle mond.

Ze kon haar mankgaande vergelijking
niet waarmaken.
Wat een beeldsprakig gedicht
had kunnen worden verongelukte.
Als een aangeschoten zeppelin
stortte de metafoor neer in het taalgebied,
haar waterstofvlammen zwaaiden vaarwel
als vaandels.

Of leek ze, beter gezegd niet meer
op een aangespoelde walvis
die haar laatste adem liet ontsnappen
op een episch verlaten kust liggend
tussen de doorweekte lettergrepen?

Of leek deze verloren metafoor
het meest op een boom
door vele woordenstormen ontworteld
die haar grip op de aardkorst moest opgeven?

Een gezonken scheepswrak had het
ook nog kunnen zijn, ware het niet
dat de vlag het lege laadruim niet dekte.
Of was het toch een ontspoorde trein
die onderweg wagonladingen
loze betekenissen verloor?

De vergeefse metafoor was dom
weg te veel van het goede.
En ze was nog wel zo frivool
komen aanzweven op de thermiek
van verstrooide aandacht…

Verstrooide aandacht als toverzaad
gezaaid op wiens dooie akkertje?

Deur

                                                                                  Opgedragen aan Ph. H Worthington
Ergens in het heelal
ging er oorbetoverend
die ene archaïsche deur open
die met dat oeroude
knerpende scharnier

Wonderzaam gebeuren,
want er was in de gehele ruimte
nimmer een muur gevonden
of het moest de dikste muur
van de kosmos zelf zijn
opgetrokken uit ruimte

Het openende voltrok zich tergend
door merg en been bleef het piepend
knerpende scharnier de ruimte vullen
in het oor van de oorsprong

Het geestesoog verbeeldde zich
een kosmische kluisdeur
waarachter het geheim
zich schuil hield

Wie had de zoekgeraakte sleutel
in het lege slot gebracht,
de code gebroken?

Wat behelste het geheim anders dan
dat alles nu openbaar was
zoals het altijd al was geweest?

‘Space as the no thing
right in your face,
a door of perception
in your aimless gaze’

Fragment from: ‘Aimless Gaze’ Ph. H. Worthington

Rauhfaser

“Het Syndroom van Rauhfaser”, zo luidde de officiële diagnose.
Acute allergische symptomen bij elke vorm van behang…
uiteindelijk resulterend in een rouwfase.
Waarom mocht een muur niet gewoon muur zijn
en er uitzien als een muur, desnoods ongestuct, rouw en ruw?
Dan was er nog dat klankbehang, die alomtegenwoordige terreur
van muzakpulp die elke stilte tergend traag verwurgde samen met
het borreltafelbehang, dat loze gezwatel om aan het woord te blijven
en verhulde dat men niets te melden had.
Zoals bij zovele syndromen kon je je afvragen:
Wat het eigenlijke probleem was, de kudde of het zwarte schaap?
Was het normale niet de ziekte en het abnormale een gezonde weerstand?
Maar niemand leek zich iets af te vragen.
Alsof er een behang van zwijgen…

Wunderkammer

De geestigste bovenkamer is de wunderkammer
maar dan één zonder enige collectie,
meer vanwege de veronderstelde muren,
het vermeende plafond en de denkbeeldige vloer.
Geest heeft immers geen pootjes om op te staan,
stel je voor…zo lichtvoetig is haar domein.

Zodra je er een muur meent te ontdekken
keert deze zich binnenstebuiten
zodat je je aan een buitenmuur lijkt te bevinden.
Meen je het plafond te ontwaren,
dan blijk je er zomaar boven te zweven.
En denk je de vloer te betreden
dan zak je zachtjes in een warm wak,
zwemmend door zuivere ruimte.

Dan heb je bij luxe bovenkamers ook nog rondom
een riant balkon, evenwel zonder balustrade.
In feite heeft iedere bovenkamer rondom zo’n balkon,
alleen niet iedereen weet de toegang te vinden,
hiervoor moet je bereid zijn om in blind vertrouwen
door de schijnbaar massieve muur heen te lopen.
Het bijzondere van het wunderkammerbalkon is
dat het geen uitzicht biedt op…
maar louter inzicht in het beginsel dat je bent
hetgeen vooraf gaat aan wat dan ook.

Leunzicht

Sinds de horizon vensterbank van de wereld was
kon men er van alles op kwijt, silhouetten van bomenrijen,
dampende fabrieksschoorstenen, regenwouden, noem maar op…
eenzame kerktorentjes, machteloos malende windmolens,
bergketens, vogelzwermen, kuddes schepen, wolkenkrabsteden,
laagvlaktes, hoogspanningsmasten, meanderende rivierdalen…
Zelfs verste verten pasten blijkbaar door het oog van een naald.

Als je naar de vensterbank toe liep merkte je pas hoe
breed en diep die was…er kwam geen einde aan…
Wonderlijk ook, hoe de objecten groter groeiden en er
steeds weer verse dingen in het zicht verschenen.
Alsof de dingen zich zelfstandig voortplantten…
Soms dacht je: wie heeft dit hier nu weer neergezet…
en wiens vensterbank is dit eigenlijk?

Er was geen ontkomen aan, waar je ook ging, overal
was je omsingeld, alsof het panorama jou omarmde.
Gelukkig onttrok het zware zwarte gordijn van de nacht
de vensterbank met enige regelmaat aan het zicht,
zodat de lege iris van elk geestesoog tot rust kon komen…
Het vreemde was…je miste toch iets om op te leunen.

Vensterbank

Zo, vandaag de horizon netjes platgeschaafd en vlakgeschuurd.
Was wel even een klus, maar die hinderlijke kromming is nu zo goed als weg.
De wereld een betere plek maken…daar is het ons om te doen.
We vorderen gestaag op ons pad.
Zo’n horizon is toch ergens de vensterbank van het landschap nietwaar,
dus dan wil je wel dat de dingen daar stevig kunnen staan,
niet wegglijden en over de rand vallen.
Vroeger dacht men nog dat de aarde rond was,
maar op dat front boeken we nu veel vooruitgang.
We ontmoeten veel weerstand van mensen die het wel mooi vinden
precies zo als het is, maar daar win je de oorlog niet mee.
De wereld kan altijd verbeterd.
Vorige jaar nog het laatste schuim uit de zee gezeefd,
al dat loze sop op die golven…wie zit daar op te wachten?
We blijven ambitieus, straks nog de bochten uit de rivieren halen
en het paradijs is een feit. We maken alles haaks voor onze nazaten.
.

Nawalm

Geschiedenis hoeft nooit
boodschappen te doen
voor verse ingrediënten

ze kookt van woede
de nog nawalmende
recente incidenten
tot een avondjournaal
als hoofdgerecht
steeds hetzelfde
treurige recept

zelfs het beste bestek
kan dit dagelijks gif
niet weg werken
hoe zorgvuldig ook bereid

het hoogste gerecht
veroordeelt de kok
immer achteraf
en bij verstek:
als onverteerbaar
wreed en laf

Het grote vergeten


Wie schreef bleef, dacht men vroeger vergeefs.
Slechts het onvergetelijke bleef na al wat ging…
Wie weet nog wat er voorgoed verdween?
De weemoed van het niet weten.
Een vergeten verlangen naar…
je weet niet wat.

Teksten worden geschreven om veilig te kunnen vergeten.
Nalezen kan altijd voor wie de ziel koestert.

Schrijven legaliseert ‘het grote vergeten’,
zo dat staat zwart op wit…onthou dat goed
of probeer het te vergeten.
Vergeten te schrijven is nog beter…
Het onvergetelijke heeft immers geen geheugen nodig…
het staat in de ziel gegrift en kan zich elk moment als actueel manifesteren,
als hetzelfde ei dat iedere keer weer opnieuw gelegd wordt
en waar steeds iets anders uit komt.

Het geschrevene is vaak een van zich afgeworpen beeldenstorm
en soms een vlinderjacht door het luchtledige op zoek naar iets…
zeldzaams, zelden is het een getuigenis van wat wezenlijk is.

Welnee nietwaar

Hij vertelde enthousiast over die ene goede film die hij onlangs….
Zijn vriend vroeg: hoe of die film dan wel heette… dat was de vraag.
Nou, iets van ‘Zus of Zo’ dacht hij….

Welnee, riep z’n vrouw uit de zijkamer die hun gesprek onbedoeld had meegeluisterd,
die film heet ‘Heel Anders’!

Nou, vond hij, het lijkt er wel op….
‘Zus of Zo’ bestaat immers ook uit letters, ja goed….wel uit iets andere letters
en in een andere volgorde, maar toch letters…letters zijn letters…vond hij.

Het alfabet schiep verwantschap nietwaar?
Dat moest je ruim zien.

Glyven

Het meest openbare geheimschrift
heb je altijd in de hand,
letterlijk handschrift van huidnerven
dermatoglyven geheten.

Nooit zijn deze ‘glyven’ ontcijferd.
Elk huidnerfstelsel is uniek,
zelfs bij eeneïige tweelingen,
een stille expressie van evolutie
die geen exacte herhaling toestaat.

Je vraagt je af wat voor muziek
er zou klinken,
als een pick-upnaald elke groef
zou aftasten…welke melodie van leven
in de huid geschreven.

Volgens de Navajo ontstaan vingernerven
wanneer ‘de Grote Geest’ zich
in een nieuw lichaam blaast.
Wie wil zoiets moois nu niet geloven,
al is het maar
om het waar te maken.