Schoeisel

toekomsten dragen versleten laarzen
van het utopisch gedreven marcheren   
de aardkorst kweekt nodeloos eelt

verledens schuifelen rond op pantoffels
slaapwandelend door oorzaak & gevolg   
als toeval dat met betekenissen speelt

het heden staat doelloos & blootvoets
stil bij de babyschoentjes van ‘t kindje
dat ieder moment weer geboren wordt

blijvend bij de verwachting, de verheuging
(het zal, als het al komt..eerst gaan kruipen)
dit verheugen en verwachten is nu het kind

babyschoentjes zijn slechts ‘n krappe mal
voor ‘t ongekende geluk zomaar te bestaan

overal naartoe te kunnen en niet te moeten   
is de aanbevolen route om heden te betreden

Alarmslaap

Er was opeens een enorme vraag
naar de Kolenmijnkanarie…
De vogel werd in grote getale gekweekt,
genetisch aangepast om ze tegen
alle levensbedreigende rampen
bestand te maken.
Keiharde vogels waren het geworden,
hufterproof, vuurvast & grofgebekt…
De oorspronkelijke alarmfunctie van de vogel
was tot een geruststelling omgebogen.
Precies wat de Neo-Postmoderne mens nodig had
om zich veilig te voelen en ongestoord
op de oude voet verder te gaan.

Erbarmzalig

gedichten
onverwachte berichten
talige vrachten
erbarmzalig onmachtig

in krochten opgedregde
halfzachte gedachten
onverwacht geducht
doorwrochte gedrochten

ongevraagd onbevoegde
bagage
in geveegde leegten
opgetuigd

ontwrichte inzigten
die tot niets
verplichten
om ontzwoegd
vreugden
te verheugen

wat is dichten
anders dan
ongericht vinden
wat onbeoogd
zich zocht?

Traject

trams rijden hier als etalages door de stad
gevuld met niet repliceerbare exemplaren
ten toon gesteld met geldig plaatsbewijs
altijd wel een halte die ze wil hebben
wat rest slaapt verder uit in de remise

de getuige-passant passeert dit
geheel in ijzer gegoten traject
de wagonvitrines schuiven
schoksgewijs aan alles voorbij
staat soms glazig stil
bij een vluchtheuvelhalte
waar één figurant de etalage verlaat
om te voet dolen tussen straatmeubilair
de hele stad is warempel als binnenhuis
ingericht, betegeld, met asfalt gestoffeerd,
alsof er aardschaamte heerst
voor natuurlijke bestaansgrond,
straatlantaarns doen hun best
om de zon te vervangen

in het wild staat het getuigen stil
bij al wat aandacht zuigt,
belevingswerelden
waar geen tram weet van heeft

‘t vogelveertje op de rails beeft

Ministry of Silly Talks

Vanwaar deze redeloze vreugde,
redeloze vreugde die vanuit ‘n hinderlaag
op de loer, ‘n schutkleurachtige hinderlaag
redeloos loert en klaar ligt om jou ieder moment
als ‘n roofdier redeloos te kunnen bespringen
ieder moment loerend te bespringen en dan
redeloos feestelijk te verslinden, loerloos

Komt het er soms op aan bewust naïef
prooi te zijn en quasi onverschillig & terloops
langs alle hinderlagen te flaneren
‘n niets-aan-de-handig liedje fluitend
met ‘n kwispelend staartje?

Welnee, natuurlijk heb je geen idee
hoe of wat, al gaat een en ander
wel vaak gepaard aan
‘n zekere sneuvelbereidheid

The Eternal Journal

Het eeuwige nieuws,
‘The Eternal Journal’
betreft ‘n aloude actualiteit:

Zuurstof genoeg om alle wezens te beademen.
Het wereldwater loopt haar kring in blijde verdamping.
Er waait afwisselend ‘n warme dan wel frisse wind.
Temperaturen zweven rond een balancerend gemiddelde.
De aarde blijkt vooralsnog bereid om ons overgewicht te dragen.
Kortom, ons is ruimte te over, onze zalige zon blijft tot nog toe stralen,
gewassen, zaden en vruchten schenken overvloed…
Natuur natuurt ons net zo lang als het voorlopige wil duren.
Tot dusver deze eerste en tevens laatste editie….
In het samenvattend artikel van de redactie valt te lezen:
Moeder Natuur is een onverwoestbaar voorname dame.
Wat is haar bestaan een bizar, bijzonder viriel wezen.
In wat voor ‘n fantastisch bestel leven we hier samen?
Wat een taart die we hier samen bakken zonder recept,
met alle evolutionaire ingrediënten. Wie eet ons op,
in hemelsnaam?

(Schilderij: Olphaert den Otter)

Molshopig

‘t sneeuwde zomaar goudgeel,
kruinen bladderden af
in neerzwevende tover

onze tuin ontbeerde
helaas & plots
een scharrelende egel

waar het vandaan kroop weet zich niet,
maar hier rondom & onder
werden vele egelleegten beleefd

wellicht verschool het zich
in wonderwuste humuslagen?

(‘t prikkelt zeer om egels te missen)

tot ons vannacht droomstof werd bezorgd
in de molshopige vorm van ‘n bergje dor blad
dat zich zacht ritselend voortschoof

het zei ritselend…niks…niks…niks mist…niks

sinds deze niksige inlichting
mist er niks geen ene egel meer

onder & rondom ritselt het fiks
van omberkleurige vermoedens

Gouden tijden

Wat wil je later worden…dat was de jaarlijkse vraag van je overjarige theetante.
Je was als kind kennelijk nog niks in haar zwaar opgemaakte ogen.
Wist jij veel, dus je zei maar wat: Utopisch Archeoloog. Je koesterde immers een nostalgisch verlangen naar wat er allemaal nog te gebeuren stond, gouden tijden met verborgen bodemschatten.
Je zou opgravingen doen in die goeie ouwe toekomst, stoffelijke resten en artefacten blootleggen. Om het ongeborene, het nog niet uitgevondene te pre-construeren.
Te voorzien hoe het allemaal precies zo moest gaan gebeuren, onafwendbaar.
Ach…Weet je nog, later toen alles nog beter zal worden? Dat zijn nog eens tijden die komen…en…weet je nog later, dan zullen we ons geheugen selectief kunnen wissen, onze herinneringen naar wens kunnen herschrijven en onze identiteiten kunnen samenstellen met louter wenselijkheden…en uiteindelijk ooit zullen we onze ‘eigen’ reservelichamen met de beste genen kunnen verwekken en inwisselen voor ons versleten exemplaar.
Al deze mogelijkheden manifesteren zich om helder in te zien dat we dat allemaal niet zijn.

Alleen binnen opperste verwarring kan verheldering optreden.

‘Utopische Archeologie heeft een grote toekomst voor de boeg,
een legendarische boeg van een schip dat nog niet gezonken is.’
F Wildesheim