Dog God

We hebben onze hond God genoemd. Ze waakt over ons.
‘God kom hier, geef een pootje God,
blijf God, lig dood God, trek niet zo anders laten we je los!’
Ze blafte niet en luisterde altijd heel aandachtig naar onze commando’s…niet één daarvan heeft ze ooit ten uitvoer gebracht. Uiteindelijk lieten we haar los. Als pup maakte ze al de dienst uit. Dan keek ze ons alleen maar stil aan
met die hemelse oogopslag
waarmee ze alle aandacht
naar zich toe zoog, waardoor je niet meer wist wie, wat of waar je was…
Vervolgens wees ze met haar uitgelaten snuit de gewenste weg
en wij, haar trouwe volgelingen
liepen gewillig achter haar aan. ‘Waarheen voert de weg
die wij moeten gaan?’
zongen wij in stille bewondering. Gaandeweg gingen we onafhankelijk van elkaar onze angsten en verlangens in haar flossige oortjes fluisteren. Daar kwamen we pas achter toen onze wensen zich begonnen te realiseren.
Tot op een dag God plots zoek was.
De tuindeur en het hek hadden open gestaan.
Wij riepen de hele buurt bij elkaar.
Informeerden bij alle buren:
‘Hebben jullie God ergens gezien, onze hond?’
Ze keken ons bevreemdend aan.
‘We hebben jullie eerlijk gezegd nog nooit met een hond gezien!’, zeiden ze enigszins in verlegenheid.
Waren wij dan de enigen die God zagen?, begonnen we ons af te vragen. Wat was het signalement dan van de hond? We raakten niet uitgepraat over haar maar waren niet in staat om een kloppendbeschrijving te geven.
Behulpzaam en goedgelovig als ze waren hielp de hele buurt ons op zoek naar God, hardop roepend.
Later, terwijl we in de tuin wat voorbarig aan het treuren waren over het mogelijke verlies stond ze opeens achter ons in de deuropening van de kamer.
God zag er uitgeslapen uit.
Boven in ons onopgemaakte dekbed vonden we een warme, nagloeiende holte waar God zich in had gegraven. God wat waren we blij dat hond nog bestond. We dankten haar op onze blote knieën. We wezen de buren op
onze hervonden hond.
Uit beleefdheid en medeleven deden ze alsof ze haar echt zagen lopen. Ze lachten mee om alle dingen die wij zeiden dat ze deed. Wij zagen oprechte ontroering in hun ogen.
Goede buren. Indien nodig wilden ze wel op God passen, geen punt.
We zijn altijd weg geweest van God, wat een hond.

Zonderland

de rivier reist
als een natuurlijke grens
zeewaarts
ze doorsnijdt ondeelbaar land
in twee helften
door simpel weg
het land
te doorstromen

stromen getuigt
van vloeibaar geluk

eenmaal in de oceaan
stroomt de grensrivier
nog steeds
maar nu oeverloos vrij
referentieloos,
zonder land

terugkijkend is de rivier
drooggevallen bedding

nooit waren hier aparte landen
gescheiden door een grens

de rivier blijkt een vloeibare droom
die oevers schept in de dalen

het oceanische merkt pas
verschil op als rivier

zoals de huid van de bergen
de hemelkusten kust

Het Ruysdaelt

Nabije verte golft teder
hemelhoge bladerweelde
Ruysdaelbos ademt wind…

wat is wat…wind, blad
hemel, licht, ruimte…
deze zee van zicht ?

wat het ook schijnt…
het ademt, het ruimt
het deint, verzuimt

het laat alles stranden
op ik weet niet
welk kustgebied

dat gebiedt te rusten
in gevonden zijn
door niemand

zonder handen

Het Schaamdier


Is de mens een misverstand van het denken of is denken het misverstand
een mens te zijn? Misverstanden planten zich voort.
Denken maakte zichzelf ooit wijs een bovensoort te zijn, het begrip mens als buitencategorie…
Het begrip mens begrijpt nergens iets van, begrippen kunnen immers niets begrijpen.
Het begrip denkt zich hoog verheven boven alle medewezens die zijn biotoop vormen.
Wezens die zijn eigen ecologische voorwaarden waarborgen om te kunnen voortbestaan.
De bijwerking van ‘het concept mens’ veronderstelt een menselijkheid die op aarde nog nooit gerealiseerd is, niet voor zijn eigen soort, laat staan voor zijn medediersoorten.
De bijsluiter van het medicijn ‘mens’ bestaat een eindeloze opsomming van verschrikkingen die geschiedenis heet. Voor wie schrijft de mens eigenlijk geschiedenis, voor zichzelf?
Om later na te lezen dat hij er niets van leert?
De term mens moet snel worden afgeschaft nu de voorwaarden voor het leven worden vernietigd.
Schaf ons af en schaar ons als schaamdieren onder supervisie van het onzichtbare plankton dat zich al eonen lang inzet voor het genereren van zuurstof. Plant elke dag een boom en hou je verder gedeisd als een wortel.

Home


Op reis door China is na een onduidelijk ongeval je geheugen gewist. Niet dat je iets mist, je weet niet eens wat.
Je ligt hier gedesoriënteerd in een ziekenhuisbed omringd door vriendelijk bezorgde Chinezen. Ze spreken Engels tegen je. Je voelt je geborgen in hun warme aandacht. Je mond spreekt nog Engels, al weet je niet of dit je moedertaal is, de woorden smaken je niet.
Je ogen herkennen het gezicht niet waar ze door oogspleetjes naar buiten kijken. Het ziet er uit als een masker… ‘savonds weerspiegel je in het vensterglas. Je lijkt het negatief van een foto, onafgedrukt en overbelicht. Die daar ogen lijken anonieme camera’s…koel registrerend.
Het geestesoog neemt een innerlijk leven waar, als een zon zonder landschap. Je binnenwereld is nog zonder indrukken, zonder ondertiteling… louter lijfelijke sensaties van vloeiende warmte die zich buitenhuids koelt aan de frisse ochtendlucht. Je adem voelt weldadig.
Je huid voelt zonlicht en klamme schaduw daar waar de zon niet kan raken. Je oren luisteren niet naar de naam van een vermiste man. Het voelt als een oningepakte verrassing deze beleving van het eerste en het eenmalige. Geuren ruiken naar verwachtingsvolle opwinding… niet wetend wat je meemaakt. Niet het land wordt hier bereisd maar de reiziger zelf wordt nu stap voor stap door de nieuwe omgeving betreden, gekoloniseerd door verse indrukken. De reiziger blijkt een niemandsland zonder inwoner. Het onbekende land zal zijn intrek nemen.
Je afkomst blijkt niet traceerbaar.
Het ongeval dat aan jou vooraf ging blijkt een brand te zijn geweest waar je documenten in de vlammen zijn verdwenen. Je longen hadden zuurstoftekort, vertelt de zuster
aan je bed. Ze leert jou geduldig de eerste Chinese karakters. Met haar vinger schrijft ze het teken voor ‘home’ in je handpalm. Je voelt je eigenlijk heel… ongedefinieerd.
Je krijgt als ongedocumenteerde Chinese papieren, dezelfde status als een vondeling. Je bent nu een volwassen wees…ter adoptie aangeboden door de Staat die jou Cheng heeft genoemd…als een vader. De mensen in het dorp nemen jou op in hun gemeenschap. Chinezen onder elkaar.

Romanleven

Niet iedereen schrijft, iedereen is echter wel een wandelende roman.
Niet ingenaaid, niet gebonden maar als losbladig feuilleton.
Elke dag valt als een blaadje tamelijk wondervol van de levensboom.
Gewone levens bestaan er namelijk niet, levend zijn bestaat uit louter buitengewoonheden. Romanfiguren uiten zich als spraakwater, in virtuwelige denkwolkjes.
Achter de ontgoochelde façade van het vermeend normale schuilen onvoorstelbare rare en toverachtige verhalen vol innerlijke weerberichten en dilemma’s.
Raak eens aan de praat met zo‘n willekeurige passant en merk dat deze niet zomaar een figurant is, maar het meest betekeniswevende personage in zijn eigen onuitgegeven roman…speelt zijn rol vol overtuiging, gelooft heilig zo  in het verhaal dat het taalmasker vastplakt aan zijn gezicht. Het ongeschreven leven is met geen pen te beschrijven. Dat verzin je niet.

Landaard

{CAPTION}

De Italiaanse laars is waterdicht
dankzij de begrenzing van zee

het dikkuitige rijke noorden
en dat mager arme zuiden
ze hinken samen op één been

er is een grondig verbond
tussen schoenzolen
en veroverd grondgebied

geografisch schoeisel
stapte door dit laarsland
tot de landkaart modieus
precies paste bij de landaard

Reisefieber

We konden nergens een reisverzekering afsluiten voor het gebied waar we naar toe wilden.
We waren het er ook nog niet over eens of we nu daar persé heen wilden of vooral weg van hier. Welbeschouwd hebben we het hier nog lang niet allemaal gezien, zei mijn reispartner.
Raken we eigenlijk wel ooit uitgekeken op wat hier allemaal is als alles permanent verandert, vroeg ze zich hardop af. Omdat we al het hoognodige gepakt hadden besloten we te vertrekken naar het gebied, dan maar zonder verzekering.
Die annuleringsverzekering sloot je immers af voor het geval dat je niet ging. Gaan was in dit geval dus een probaat middel. We draaiden onze voordeur voor langere tijd op het nachtslot. Hoe lang onze reis zou duren wisten we niet. Hier thuis zat niemand op ons te wachten. De paar kamerplanten hadden we in de tuin gezet, dan waren die er ook een keertje uit. Terwijl we de straat uit liepen opperde mijn reisgenoot :
Zeg, zou dat gebied eigenlijk nog wel bestaan?
Ach ja, zei ik , laten we daar voorlopig voor het gemak maar van uit gaan.
We kennen het alleen van horen zeggen en van oude vergeelde foto’s …. en misschien is het daar inmiddels zo veranderd dat we het niet eens meer terugherkennen?
Stel je voor dat het op hier lijkt, zei ik …dan zou deze hele reis voor niets zijn ondernomen….
Reislustig stapten we door richting het dichtstbijzijnde grensgebied.
Heb je ons paspoort bij je?
Altijd,zei ik, maar we worden nooit gecontroleerd omdat het open grenzen zijn, er is geen douane meer.
Maar zonder stempel in ons paspoort hebben we geen enkel bewijs dat we er ooit geweest zijn!
Waar geweest?
In het gebied natuurlijk!
Maar het gebied is alles behalve natuurlijk!
Weet ik, dat maakt dat gebied juist zo bijzonder, het is helemaal aangelegd…er is niets aan het toeval overgelaten.
Zijn we de grens al gepasseerd? , vroeg mijn metgezel na een tijd.
We baanden ons een pad door een dichtgegroeid gebied.
Weet je, misschien is de grens een rivier…dat zou fantastisch zijn…we zouden een vlot kunnen bouwen en verder reizen over de grens die stroomt.

Bijsluiter

Achteraf kun je zeggen:
zie je wel,
door dat medicijn
ben ik toen genezen
maar wie weet had je
zonder dat paardenmiddel
nooit last had gekregen
van alle bijgesloten bijwerkingen

Nu je heel bent
waarom zou je nog
verbanden leggen
rondom een been
dat nooit gebroken is?

Waarom het hoofd
omzwachtelen
als het de bedoeling is
dat wanen als vanen
vrijelijk wapperen
in de wind?

Wat is deze wereld anders
dan ‘n kaleidoscopische
bijwerking
van de meest vreemde ziekte
die gezondheid heet?

Is de mens geen
wandelende paddenstoel
met hallucinogenen?

Wee wie ons plukt en eet…