Zeefresten


Gedachten kunnen niet denken.

Onschuld: het vermogen om dingen telkens weer als eerste keer te beleven.

De denker te hebben gevonden is slechts een gedachte.

Elk denkraam heeft een ruitenwisser die alles wist.

De mens is een godenschepper, surrogaatgoden van taal.

Wetend vermogen blijft over als alles gewist is.

Oude beschaving: over elke schandvlek een grand foulard draperen.

Baarde Monopoly al deze huisjesmelkers?

Zijn de spaarvarkentjes aan de macht?

Je schamen omdat je je niet schaamt?

Neemt de stilte toe of de herrie af?

Echo

Vis van water was wederom
na eonen nat uitgezwommen,
ze was zo groot gegroeid,
als de zee van zijn zelf
overvloeide ze alle kusten.

Nu ging ze vervliegen, in een hemel
die tot dan toe in haar weerspiegelde.
Ze wist zich stilaan te verdampen
tot een immense Vogel van lucht…

Haar verluchtende vlucht was hemels,
ze was in de wolken en waar niet?
Niemand zag haar vleugelslagen,
onderwijl ademde iedere wezen
haar ijle aanwezigheid.

Ademloos zweefde Vogel van lucht
op vleugels van wind.
Nachtelijk streek ze neer in stil dal
waar ze haar windvleugels liet rusten

Vogel viel vederloos luchtig
samen met het dal,
stil als transparante plant.
Niemand nam haar waar,
tegelijk verbleef zij in elk oor.

als naruisende echo van wat
er ooit en immer geweest,
het wezen van geest

dag vis van water…
dag vogel van lucht…
dag geestige
die dit leest

De feitenkennis

Wij hebben een feitenkennis in onze kennissenkring, aardige man hoor daar niet van, maar hij bouwt zich een huis van feitjes of is het beter een bunker te noemen.
Een imposant gebouw moet ik toegeven, met een zeer riante bovenkamer…paleisachtige proporties.
Er ontbreekt alleen iets…
Er zit namelijk geen enkel raam in.
De feitenkennis leeft daar bij kunstlicht binnen zijn feitenmagazijn.
Hij beweert dat de muren van onomstotelijke feiten hem diep inzicht geven. Uitzicht heeft hij sowieso niet nodig, dat leidt maar af.

Ik opper soms dat die feiten hem verblinden, maar daar heeft meneer geen boodschap aan…ik neem een loopje met de feiten, zo verwijt hij mij.
Vraag de feitenkennis niet om je band te plakken, dat is maar banale praktijk in zijn ogen.
Wel weet hij alles van statistieken en hoeveel procent kans je hebt op een lekke band, op welk uur, op welke route, op welke dag. Hij meent zelfs dat je om een lekke band vraagt als je op zo’n fiets rondrijdt…dat had je volgens hem kunnen weten als je je tenminste op de feiten baseert.

Ik legde dit gegeven voor aan onze
mensenkennis, die schuin achter ons woont. Volgens haar is de feitenkennis een doorgewinterde rationalist die zich angstvallig vasthoudt aan de tastbare materie. Zo één voor wie visie een olifant is die het uitzicht bekemmert. Een houding die garant staat voor een percentagegewijs leven.

Regieaanwijzingen

nietemin….. nieteveel
nietedun……….. nietelang

nietegek…. nietestoer
nietelaag………… nietebang

nietewarm……… nietedik
nietekoud…. nietegroot

nietezeer……. nietemooi
nieteheet…………nietebloot

nietekort……….nietedoen
nietehoog…………..nietegoed

nietenat…….. nietesnel
nietedroog………. nietezoet

nieteoud………..nietelief
nietevol……… nietegraag

nietezout……. nieteblij
nieteklein…..nietevaag

nietevroeg……..nietetraag
nietebreed……nietegauw

nietefijn……..nietevrij
nieteweek…………nieteflauw

nietehard…………nieteslap
nietezwart…. nietelicht

nietevet……..nietebont
nietevaag…. nietedicht

nietezacht…….. nietedol
nieteleeg….. nietegaar

nieterauw………nietelaat
nietelauw………….. nieteraar

…………………………………

Ja, zo…hou dit vast,
niks meer aan doen.

Lolly

  • Er zijn op planeet aarde naar grove schatting 20 biljoen mieren of was het nou 20 biljard?
    Wie weet er hoeveel nullen een biljoen of biljard heeft?
    En wat kun je je daar dan ‘precies’ bij voorstellen? Precies, nul komma nul.
    Wat deze opschepperij met cijfers kan opduidelijken is dat er dus omgerekend voor elke mens op aarde 2.5 miljoen mieren rondlopen.
    Er zijn natuurlijk miereneukers die zich ook hierbij weinig kunnen voorstellen, voor hen maken we nog een andere afweging:
    De totale mierenpopulatie weegt meer dan alle zoogdieren en vogels bij elkaar. Daarin is dus ook de mens
    meegewogen, omdat de mens uiteraard ook een zuigend dier is.
    Of de vogels bij de weging vlogen staat niet vermeld.
    Het gaat hier om een schatting
    met een enorme foutmarge. Er is namelijk op de meeste lokaties geen meting gedaan. En tel maar eens een mier in een mierenhoop, hopeloos.
    Het gaat dus goed met de mier? Kunnen we concluderen of zeer grof schatten? Heeft de mier last van een mensenplaag of andersom?

    De mens houdt ervan te zuigen op getallen en andere cijfers alsof het lolly’s zijn, de smaak daarvan noemt hij kennis. Dit zuig ik niet uit mijn duim, maar dit is, bij deze statistisch, vastgesteld.

Zinkhol

Er kwam laatst een te diepe gedachte bovendrijven, ontzagwekkend.
Het bleek een enorme put te zijn, waarvan je de bodem niet kon zien.
Het viel niet mee deze gedachte onder ogen te zien, je moest oppassen
er niet in te vallen. Je maag keerde zich, over de rand kijkend er van om.
Wat een gedachte, onpeilbaar. Riep je iets in die put, geen echo weerklonk.
Bij mijn weten had ik deze gedachte niet bedacht.
Wie had deze gedachte dan in mijn hoofd gegraven, zoiets bedenk je toch niet?
En gegraven waarvoor… met welk doel?
Was het een waterput, een zinkhol, een goudmijn?
Of gewoon een gat in de ruimte, een valkuil? Een valstrik waar ik in moest vallen?
Het gat had een aanzuigende werking op mij, dus ik besloot het dicht te gooien met
elke gedachte die ik maar kon bedenken, allemachtig wat een Sysiphusarbeid,
om dit denkbeeldige gat te dichten. Later hoorde ik dat het de legendarische ‘ondempbare put’ betrof. Sinds ik, na uitputtende behandeling uit het paviljoen ontslagen ben, mijd ik elke diepere gedachte, manoeuvreer mij er met grote boog omheen. Wat mij weer met dat andere probleem confronteert: de immer wijkende einder, de lokkende horizon die geen einde kent. Nu blijf ik behoedzaam en nauwgezet in het midden tussen gat en einder.

Waarnamelijk

Overal op aarde liggen voetstappen van jou.

Als blijvend afwezig bewijs dat je er bent geweest.

Het afwezige is onuitwisbaar, al raap je elke voetafdruk op.

Niets kan ongedaan gemaakt, maar uitwissen laat ‘n spoor na.

En waarom zou iemand afwezig bewijs willen wissen?

Omdat niets onopgemerkt wil blijven, gehoord, gezien?

Omdat iets pas echt bestaat in waar genomen zijn?

Buitengaats

‘Een woestijn…maar dan één zonder zand en zonder bodem’, F Wildesheim.

Zo bezien lijkt het heelal slechts een achtergebleven gebied in vergelijking met de overrompelende soortenrijkdom die er op onze overbevolkte aardbol heerst.
‘Onze’ blauwe planeet lijkt een oase in een woestijn van ruimte waar niets wil groeien, behalve menselijke verbazing over het feit dat er ‘buitengaats’ niets groeit.
Het klimaat is daar buiten gewoon dodelijk.
Er woont ‘Melkwegtechnisch’ buiten de dampkring geen ene hond of enig ander wezen met of zonder ziel onder de arm, zelfs geen plant is er te vinden op de ontbrekende vensterbank van het heelal.
Wel is er overweldigend veel speelruimte tussen de hier en daar onbewoonbaar verklaarde planeten. Helaas zijn er alleen geen spelers te vinden die er naar hartelust kunnen spelen in die tuin van ruimte. Of je moet het heelal opvatten als een spel zonder spelers…als megalomane biljartzaal waar de ‘ballen’ elkaar nooit mogen raken.
Dan is het een ondoorgrondelijk spel waarin de planeten elkaar in balans moeten houden. Balans lijkt de enige prijs die er te winnen valt. Voor wie?
Voor iedereen die belang heeft bij deze uiterst verfijnde balans.
Leven is echt een buitenkansje, een winnend lot voor iedereen.
Pas dan kun je er over meepraten en het navertellen.

Geestelijk sporen

De onbereikbare bestemming stond op het perron van het Mentaal Spoorwegstation te wachten. Een gevoel van vergeefsheid maakte zich meester van hem…zijn gezicht leek al te zijn vertrokken…
De trein van gedachten kwam maar niet opdagen op dagen als deze.
Met enige regelmaat galmde er een koude elektronische stem door de stationshal:
“Het Openbaar Denkspoorstelsel vraagt alle aanwezige reisgenoten om enig geduld…er is met enige regelmaat al enige tijd vertraging op het spoor wegens werkzaam heden…” De stationsspeaker knetterde akelig na de mededeling alsof er kortsluiting in het systeem was.
De bestemming vroeg zich af wat werkzaam heden was…was het heden niet permanent werkzaam?
De bestemming verlangde zo naar een arriveren…daar had hij zulke mooie verhalen over gehoord: Het feestelijke gewoel en rumoer van lichamen op het perron, het feest der herkenning, de omhelzingen, het warme welkom op het eenzame perron dat daarna altijd weer zo gedenkwaardig verlaten werd. Zo mijmerde de onbereikbare bestemming dromerig voor zich uit over dat legendarische arriveren. Een soort weemoed naar een toekomst.
Maar de verwachte aankomst bleef uit.
Toen hij zich ten einde raad bij de stationschef van het Mentaal Station ging beklagen over die gedachtentrein die maar nooit kwam begon de denkspoorbeambte hartelijk lachend op hem in te praten:
“Maar beste man, vraagt u zich dan nooit af of u als bestemming überhaupt wel op reis moet? Kent u uw ware aard dan niet? Hebben die reisburo’s u wijsgemaakt dat u geestelijk moet sporen?…u zou toch moeten weten dat bestemmingen in wezen altijd op hun plaats blijven… onbereikbaar of niet…blijven is blijven, waar u zich ook bevindt!”

De bestemming wist niet meer waar hij het zoeken moest…viel stil in het onbereikbare en bleef waar hij steeds was geweest, het perron.
Spoorloos.