Bewijs

Het was je de laatste tijd al vaker opgevallen. Je was onopvallend geworden.
Plots was je je identiteit kwijt. Identiteit had je kennelijk in de ogen van anderen.
Je begroette bekende baasjes met hond….geen reactie, geen herkenning. Vervreemdende blik in de ogen. Zomaar was niet vanzelfsprekend hier in de urbane zone ,dat deed men alleen op het platteland. Natuurlijk begreep je later pas dat je je identiteitsbewijs niet bij je had. Dat bewijs op vier pootjes. Die speurneus met bijpassende kwispelinrichting, fraai bekleed met rood bont. Je identiteit liep altijd los en leidde jou over straat en leidde een heel eigen geurleven. Wie of wat was je nu nog zonder dat levende bewijs?
Alsof je daar liep zonder vergunning? Je besloot om voortaan de jouw bekende honden te begroeten en het aangelijnde baasje nam je er gedoogmatig bij, die liep toch meestal op z’n scherm te loeren. Datzelfde baasje liep voorheen regelmatig leeg als de honden elkaar tegen het lijf liepen. Ongevraagd kreeg je dan van alles te horen, vertrouwelijkheden, intimiteiten. De mens bleef nu eenmaal een raar beestje.
Gelukkig heb ik mijn intimiteiten alleen met mijn hond gedeeld. Het was altijd heerlijk om bij hem leeg te lopen. Hij kon goed openbare geheimen bewaren.
Je zou uiteraard zo maar weer een identiteit kunnen aannemen. De asiels zaten vol.
Je zou hele roedels identiteiten adopteren als je herkend zou willen worden op straat.

Vindlicht

De nacht omvat als een mijnschacht.

Een waken van raafzwarte pracht.

Graven legt geen nieuwe ader bloot,

geen erts van waarde om te delven,

geen edele grondstof om te smelten.

Geen andere ader dan: Er is geen dood.

Niets minder dan levensaders van licht.

Zijn als lichtmijn, bestaansgrond lumineus.

Wie of wat ziet dit in? Heus, geen ene hond.

N.O.S

{CAPTION}

De DSM-gids voor stigmatisering heeft een speciale onderscheiding
voor zij die niet te categoriseren zijn. Daarom voor hen, een speciale
categorie. Deze onderscheiding heet N.O.S (not otherwise specified)
Waarschijnlijk hebben deze mensen een cocktail van alle driehonderd-
vijfen-zestig stigmatiseringen. Het probleem van deze groep is dat ze
het meestal zelf nog niet door hebben dat ze aan deze stigmatisering
lijden. Medicatie is dan ook nog een farmaceutisch mijnenveld. De
CEO (Uitvoerend KantoorOpperhoofd) van DSM adviseert om bij wijze
van zelfmedicatie een mix van alle bestaande middelen preventief te
slikken op dagelijks basis, bij het onbijt, lunch en of diner met kaarslicht.
In de vorige eeuw had onze samenleving Monty Pythons Flying Circus
nodig om absurditeit aan te tonen. In deze nieuwe eeuw is absurditeit
zelf aan de macht gekomen. De krankzinnige nar zit nu op de troon.
De werkelijkheid is een satire in zich zelf, maar leuk is iets anders.

Meug

{CAPTION}

Photo:GüntherKohlrabe©️2019

Dit is nog maar het begin. Evolutie sluipt voort. Er zijn al walnoten met een driedeling gesignaleerd, klavertjes vijf, een hand met zes vingers, een hoofd dat op twee gedachten hinkt, ogen die driedubbel zien, multivoudige persoonlijk-heden, de DSM-gids heeft nu al 365 stigmatiseringen vastgesteld, voor elke dag een verse. Ieder z’n meug.

Voetjes

{CAPTION}

Onze verzameling voetjes is dus danig uitgedund. Dusdanig. Het overblijfsel aan voetjes leidt een zwerfarm bestaan. Geen dwaalzaam gestruin meer achter die hemelse neus aan. Geen dralend gelanterfant bij maanlicht rond een geliefde boomstam of een geurig rot hoekpaaltje. De voetjes die over zijn gebleven weten nog steeds niet waar ze het vinden moeten, het paradijs van bont. Onbestemd is hun bestemming. Wat voor vreemde schoenen zijn voeten eigenlijk? 1 paar voor een heel leven.

Putfabel

De eerste sterrenkundige zat diep in de put. Hij kwam steeds dieper in de put en merkte op dat hoe dieper hij groef, hoe helderder die ene ster te zien was. Omdat het licht van de omringende sterren niet langer zijn zicht verstoorde. Er kwamen wel eens mensen langs die hem uit de put wilde praten. Dan riepen ze in de diepte, maar van een gesprek kwam het niet, de echo verstoorde hun taal. De put lag als een standvastige plek in de aarde. Sterrenhemelen trokken voorbij zodat er steeds nieuwe sterren in het blikveld verschenen. De man in de put trok zo een visueel spoor in de sterrenhemel van de baan die de aarde beschreef. Boven de grond geloofde niemand hem als hij over het spoor in het hemelgewelf sprak. Hij ziet dingen die er niet zijn, zeiden de mensen van de vlakte. Het komt vast omdat hij zo diep in de put zit…

Papillen

Na het debâcle met het vertragingshorloge, alles ging veel te lang duren…had Felix Rausling de smaaktelescoop uitgevonden. Een zeer verfijnd instrument waarmee je objecten van grote afstand kon proeven.
Rausling was op het idee gekomen dat je door te proeven meer te weten kwam van een essentie dan door te kijken. Met 1 hapje mango wist je instant de essentie van de mango, essence…Met kijken kwam je geen stap verder. Natuurlijk wist je dan nog steeds niet wat je proefde, maar je wist wel iets wat duizend woorden niet konden duidelijk maken. Moeiteloos kon je daarna elke mango blindelings identificeren met ‘de tong der kennis’.
In zijn eerste proefsessie richtte Felix Rausling zijn Tongtelescoop op de maan. Dat hemelse lichaam had hem vanaf zijn vroegste jeugd betoverd…een van de mooiste vruchten der schepping. Hij legde zijn tong tegen de lepelvormige receptor richtte precies in het midden van de volle maan. Rausling meende dat dan de maansmaak op haar volst zou zijn. Het duurde een kwartier voor de smaak begon door te dringen in zijn vooraf goed gewassen papillen.
Rausling wist niet wat hij proefde… de maan smaakte heel vreemd en toch ook ergens in de verste verte van zijn smaakbelevingswereld heel vertrouwd. Wat een vrucht was dat. Felix moest de sessie zelfs afbreken omdat z’n papillen overprikkeld raakten door de oeroude smaak van de maan. Zoals het oog door de kleine pupil overvoerd kan raken zo wordt de tong door die nog veel kleinere papillen al snel verdoofd door die enorme wereld die binnensijpelt. Zelfs als je focust op 1 object. Rausling kwam na zijn eerste proefopstelling tot de voorlopige slotsom dat de wereld een beetje te alomvattend was en de zintuigen te beperkt en te eenzijdig. Hoe konden zintuigen ooit de wereld vatten, laat staan omvatten?
Hij besloot te gaan bouwen aan een receptor waar de mens in zou oplossen…een soort van bad, een warm bad waarin alle zintuigen samensmolten, synesthesie. Helaas is het nooit zover gekomen. Rausling loste zelf op in de wereld. De uitvinder was kennelijk uitgevonden. Volgens zijn eigen trage tijdmeting is hij nooit ouder geworden dan acht jaar.

(Schilderij: Rob Birza)

Col

Ik heb behalve het gezicht mijn huid vrijwel geheel laten vol tattooëren.
Het doet even pijn, maar geheel bedekt zijn voelt heel veilig.
De inkt werkt als camouflage die mij aan het zicht onttrekt.
Mijn blinde tattoomeester werkt met onzichtbare inkt,
want ik wil er natuurlijk niet mee te koop lopen.
Vandaar draag ik altijd een coltrui en kniekousen.
Niemand weet dat ik een wandelende iconografie ben.
Het gaat ook niemand iets aan. Ik doe het voor die blinde meester. Op de tast betekent hij mij met betekenissen. Zonder dat beteken ik niets.
Het is iets heel intiems, iets tussen mijn huid en het daglicht.
Dat niemand het ooit zal zien maakt het zo bijzonder en waardevol. Zeldzaam is al bijzonder, maar nooit vertoond…is pas echt uitzonderlijk.
Nu schijnt het alleen, heb ik van horen fluisteren, dat er massa’s van mijn soort rondlopen. Te herkennen aan hun coltrui. Ik zie dat als provocatie.
Soms voel ik mij als een kudde zwarte schapen.