Wolkenjeuk

Ik ben de lift……..
van verticale taal
……kom binnen…
…druk op ‘n knop
en ik stop op……..
iedere etage……..
die je maar wilt….
ik verbind niveaus
ze komen samen
in mijn schacht….
dat is verdieping…
waar je uitstapt….
op iedere etage…
krijgt taal ‘n heel
andere betekenis.
laatst was ik op….
het dakterras om..
wolken te krabben
hemelse jeuk is ‘n
teken van leven…
het is wonderlijk…
als eencellige……
zo één te zijn…….
met alle etages….
en zelf nergens….
ooit te arriveren…
…als stalen engel
zweef ik neutraal
……tussen hemel
en lage aarde…..
…….het neonlicht
…….schijnt immer
in deze cel……….
van hard glas……
..in nood kun je je
via de intercom…
met de onder-
houdsmonteur….
onderhouden……
…………als er een
schroefje los…….
…….of als ik even
te langdurig……..
stil sta bij de…….
dagelijkse op…..
en neergang……
van zaken……….
……..de monteur
motiveert mij……
…om mijn missie
voort te zetten….
……ter meerdere
eer en glorie van…
…de begane grond.

Geen vaas

Een hond is geen mens,
een mens is ook maar een dier
dat denkbeelden plakt op onmiddellijk beleven

Een dier dat zichzelf overal zoekt,
maar nergens geen hond kan vinden

Raak dan maar het spoor bijster en de tel kwijt
ga midden in het bloemenveldje liggen

Vandaag maar even geen wolken plukken
waar toch geen vaas voor is

Taalzaagsel

voeten verbergen zich in schoenen
in blind vertrouwen lopen ze
het idee horizon achterna
zoiets onbetreedbaars

anderszijds ontroert het hoe
klontjes suiker in thee
verdwijnen door beroering
vormverlies smaakt zoet

en dan de stofjes
die samen dansen
in deze zonnestraal
ze verlenen licht
even een lichaam

kijk tot slot hoe de zaadjes
van deze aardbei zich openbaar
verschuilen in rode buitenkant
zo evident

hoe lees je dit stilleven
van fraai afgezaagde metaforen
taalzaagsel gelekt uit een hoofd?

wat is een leeg hoofd
anders dan een bedding
voor de taalwaterval?

Winterloos

het is veel te vroeg
dat die merel hier
in deze warme midwinternacht
heldere koperklanken zingt
olla vogala… lalala…

het is veel te vroeg
om een lentenest te bouwen
ik lig me nog in m’n oude nest
te bezinnen over nesten
waar ik mij in werk

het is veel te vroeg
jaag die lente weg
die merel is van de wijs
waar wachten we nog op,
mijn lief, kom…

laat ons eieren bakken
als ontbijt en dan
gauw weer in bed
vanavond eten we
diepvries met ijs toe

Lievelingsgraf


Na de vijfde herschrijving van zijn debuutroman wierp hij het manuscript in een opwelling in de allesbrander.
Tot zijn vreugde vatte het geen vlam.
Het vuur doofde juist.
Half bewust had hij gedacht dat zijn boek deze irrationele vuurproef moest kunnen doorstaan.
Alsof het daarmee een goed boek zou worden.
Alsof de ongare inhoud moest worden afgebakken.

Hij wist natuurlijk wel beter, anders had hij het niet vijf keer herschreven.
Iedere herstelpoging maakt het alleen maar erger.
Stel je voor, een jazzimprovisator die vijf keer opnieuw naar de juiste noot gaat zitten zoeken en dat vervolgens zijn stijl noemt…

Zijn redacteur, die een goede neus voor de tijdgeest bezat, had hem er steeds toe aangezet.
“Het is prachtig, nu alleen nog schrappen. Kill your darlings.”
Na iedere slachting vond de redacteur dat de tekst was verbeterd, maar het kon nog kaler.
Het draaide uit op een massamoord van zijn lievelingen: een lievelingsgraf.
Hij had het warme manuscript voorzichtig uit de allesbrander getild, als een relikwie.
De redacteur was opgetogen geweest: het kon zo naar de drukker, geniaal!

In de literaire pers werd het onthaald als een mooi, kaal boekje.
Het werd geprezen om zijn stijl.
Dit moest iedereen gelezen hebben, stond in de recensies.
Van de vele lezers, die er toch moesten zijn, vernam hij niets.

Hij had het eerste exemplaar in handen gekregen en doorgelezen alsof het van een vreemde was.
Het bevreemdde hem dat hij er niets eigens in kon herkennen.
Het was niet zijn boek, niet zijn taal, niet zijn verhaal.
Het succes beschaamde hem.

Tot op de dag van vandaag wil hij niet vertellen hoe het boekje heette, noch onder welk pseudoniem het was verschenen.
Tegenover mij verklaarde hij, dat het nog het beste Lievelingsgraf had kunnen heten.
En zo iemand is dan al twintig jaar je buurman.

Dit korte verhaal is alles wat er nog van over is.

Fonetiek

dit hier heet
zaterdag te zijn

het voortduren klinkt als het woord tijd
tijd luistert naar haar steeds wisselende bijnaam
achtuurzesentwintig
nu al heet ze anders

(je vraagt je af: van waar af gemeten?)

wat buiten ruist, wordt wind genoemd
ik, die mijzelf niet nader aanduid,
woon binnen warmte van naamloze huid

wat is dit?

het zegt brood te zijn
het volgende geeft zich schaamteloos uit voor thee (zonder smaakje?)
dan maakt iets zich kenbaar als zijnde frambozenjam
de geur liep op de klank vooruit

farahambohozun

steeds opnieuw wordt de wereld der dingen
vervangen door fonetische labels

farahambohozun

een ontbijt van taal is niet te eten

liever naakt en vrij zwemmen
in de zintuiglijke stroom

Slijm


De slak is een fabelachtig dier.
Meer nog dan de schildpad leeft de slak zijn filosofische aard.
Niet dat de slak filosofeert, hij/zij leeft filosofie.

De slak is constant op doorreis en leeft het beste van twee werelden.
Thuis zijn en reizen zijn één.
Het slakkenthuis is non-lokaal.

Als hermafrodiet is een slak nooit op zoek naar een missende wederhelft.
De slak belichaamt beide seksen, als interseksueel.
Volkomen autonoom heeft hij/zij genoeg aan beide zelven.

Beleving vraagt tijd, genieten gaat langzaam.
Vertraging werkt als een microscoop voor de beleving.
Snelheid ziet essentiële details snel over het hoofd.
Het goddelijke zit hem in de details.
Evenals het duivelse, dus het is opletten geblazen.
Het slakkenbewustzijn ziet de dood als een ultieme vertraging, de beleving neemt omgekeerd evenredig toe.

Inzoomen op de vierkante centimeter opent ongekende werelden.
Daarmee dijt de slakkentijd uit.
De slakkengang rekt 10 seconden mensentijd moeiteloos op tot een minuut, een minuut tot een uur, enz.
Het is een misverstand dat leeftijd in jaren is uit te drukken, omdat de beleeftijd van dier tot dier verschilt.
Het zit ‘m in de snelheid en de intensiteit van de beleving.
Een snel geleefd mensenleven van honderd jaar kan jonger zijn dan een 33-jarige die traag geleefd heeft.

Het slijmen van de slak is een effectief sociaal smeermiddel.
Bedoeld o de ander niet te beschadigen en vooral om zichzelf niet te schaden.
Zo glijdt de slak moeiteloos over een scheermes, zonder letsel op te lopen.

De mensheid kan nog veel leren van de slak.
Traag beleven, thuisreizen, androgynie, leeftijdrekken.
En natuurlijk de sociale omgang, meer slijm graag.

Staartje


het snoertje
waar kan het naartoe?
doelgericht zwerft hij
achter het apparaat aan
als een kwispelend staartje

soms maakt hij voor het baasje
contact met de doos aan de muur
altijd weer die spanning
de doos luistert nooit naar hem
zij ontlaadt zich ongeremd

hij biedt wel weerstand
maar de stroom is te sterk
dienstbaar aan het apparaat
dat op bevel moet werken
het baasje doet niets
dan drukken op het knopje

Geen blad, geen steen


Geen blad kan het opbrengen identiek te zijn aan haar soortgenoten.
Geen steen, geen zandkorrel kan de discipline opbrengen hetzelfde te zijn,
laat staan dat gebeurtenissen zich exact zouden herhalen.
Zelfs de eeneiïgste tweeling is niet hetzelfde.
Alleen in een mensenhoofd schijnt gelijkvormigheid wenselijk.

Tot voor kort was hier geen naam voor.
Voortaan heet het: de evolutie van de uniciteit.
Hierna heet het weer anders, geheel in de traditie van het eenmalige.

Evolutie is de discipline om een overvloed aan variëteiten te creëren.