Fabel van Hoe, Waarom en Wat

Hoe moet je lachen?
Hoe moet je dansen?
Hoe moet je spreken?
Hoe moet je je gedragen?
Wat is de juiste manier van lachen, dansen, spreken?
Welk gedrag geeft de meeste opbrengst?
Kortom: Waar is Hoe?

Breng Hoe onmiddellijk hier en we zullen het weten.
Desnoods knevelen we Hoe en dwingen hem een bekentenis af te leggen.
Hoe Hoe ons al die tijd om de tuin heeft geleid is misleiding van het volk.
Wij hebben recht om te weten hoe het leven werkt en winst te vergroten.

Zodra we met Hoe hebben afgerekend dan pakken we tevens Waarom aan.
Waarom heeft het mysterie nu lang genoeg voor ons verborgen gehouden.
We zullen hem die geheime blauwdruk tot in alle details laten uittekenen en publiceren in de staatskrant.

Als laatste zullen we Wat aan een kruisverhoor onderwerpen.
Wat wij zijn, dat moet en zal boven water komen, voor eens en altijd.
Wij laten ons niet met een kluitje in het riet sturen met:
Wij zijn Dat wij zijn.
Met minder dan alles nemen wij geen genoegen.

Zo gebeurde het…

Hoe bezweek al voor de eerste vraag was gesteld.
Waarom verdampte in de grijpgrage handen van de nieuwsgierige beulen.
En Wat begon zo te stralen dat de verhoorlamp oploste in het licht, de ondervragers werden verblind.
Toen hun ogen gewend waren aan het droog glanzende licht zagen ze Zo.
Op Zo had niemand gerekend.
Zo was het en Zo is het.

Vraag mij niet hoe, wat of waarom.
Zo.

Lachs

‘s morgens gong de lachwekker af
lach er een visdame van zware zeden
met de slappe lach van een windei

dus ik dacht als het eerst om mij lacht
dan lach ik wel later het best
het lacht in de lijn van het onverwachte

wat schiet er in de lach, gaten van ernst?
wie liet zich ooit iets gelegen lachen
aan dit belacheloze bestaan

een lach is zelf niet leuk helaas
altijd die lachers op haar bezwete hand
belachelijk dwaas, door waan bepaald

wie betaalt trouwens het gelach
van brul&gier en met welk
bruto belachbaar inkomen?

onder ede van een edelachbare
pleiten de lachtoffers lachhartig
voor louter zoute kul

zo is er voor elk wat lachs
gemarineerd in de pekelzee
de lach als neusje van de zalm

Levenskunst 2

De verzamelde kunstliefhebbers raakten door de in witte wijn gebluste irritatie, wat oververhit.
Wat is zo bijzonder aan levenskunst, ik kan thuis ook op een stoel gaan zitten.
U zegt het, maar doet u het ook?
Dat doet er niet toe, wat is dan het verschil tussen kunst en leven?
Wie stelt vast dat er een verschil is of moet zijn?
Nou ja , je gaat toch niet iets gewoons tentoonstellen?
Dus u vindt dit gewoon?
Het stelt toch helemaal niets voor?
Wie stelt vast dat het iets gewoon is en iets anders moet voorstellen?
Dit zijn toch gewoon de nieuwe kleren van de keizer?
Hoe zou dat kunnen, deze man is al compleet naakt?
Geef mij één reden waarom dit kunst zou zijn.
Al uw vragen komen tot dusver voort uit valse aannames, wie beweert dat dit kunst is of geen kunst is?
Ok, wat is het dan wel, het is wel in een Gallery geëxposeerd?
Als deze levenskunst in een autoshowroom was tentoongesteld, was het dan opeens een vervoermiddel?

Het is dus niets, vatte de lila gastheer bondig samen, het stelt niets voor, geen statement, het pretendeert niets.
Dan hebben wij ons voor niets zo druk gemaakt.
Dat is op zich een scheppende daad, van niets iets maken.

Levenskunst 2014

Ik liep door de stad waar het volgens geruchten allemaal gebeurde.
De grachten waren inderdaad verstopt met vrachtverkeer, toeterende auto’s en relaxte verhuizers.
Even verderop stonden mensen in vrijtijdskleding op straat met witte wijn, een vernissage bij een gerenommeerde Gallery.
Dat vrije tijd een eigen kledinglijn voerde had mij al vaker verbaasd.
In de etalage stond een werk tentoongesteld, een ‘doorsnee’ man gezeten in een stoel.
Het bleek het enige werk in de Gallery.
“Levenskunst?” 2014 stond er op het bordje naast de stoel, verder geen verklaring.
Er hing een lacherige sfeer, grappen waren niet van de lucht. “het werk is zo vers, je kunt het zelfs buiten ruiken”

Deze kunst was niet te koop. Waren verzamelaars massaal voor niets naar dit baanbrekende werk komen kijken?
Veel witte wijn bood troost en verstrooiing.
De verantwoordelijke kunstenaar was nergens te vinden, dus alle pijlen richtten zich op de galleryhouder die voor de gelegenheid een lila maatpak droeg.

Is het dan een performance? vroeg een kunstkenner.
Nee, het is geen performance, het is levenskunst!
Waar is de kunstenaar, is hij zelf de kunstenaar?
Er is alleen kunst, geen kunstenaar, verklaarde de man in lila.
Jaja, zeker zoals er een schepping is maar dan zonder God?
U zegt het.
Waarom is het niet te koop dan, alles is te koop, er bestaat nog steeds slavenhandel dus waarom geen luxe slavernij om werkloos op een stoel te zitten. U zegt het.
En u zegt: U zegt het…?
Een rhetorisch zwijgen vulde de Gallery waardoor alle omstanders zich geroepen voelden zich ermee te bemoeien.
Waarom vragen we het niet aan het werk zelf? zo werd er geopperd.
Het werk zegt niets, zei de gastheer
Waarom niet, is het soms levenskunst om te zwijgen?
Nee hoor, maar het werk spreekt vanzelf.
Nou wat zegt het dan? Het kijkt voor zich uit…het zit…het zwijgt boekdelen…luistert het?
Dit werk luistert heel nauw, merkte de gastheer op.
Het werk trok de wenkbrauwen op.
Wie heeft u gemaakt, wie is de kunstenaar?
Het werk begon te blozen.
Het mag dan interactief zijn, maar het kan mij niet boeien.
Waarom bent u hier dan?
Ik kom hier voor echte kunst, heeft dit met levenskunst te maken, dat is toch geen leven?
Deze levenskunst is echter dan echt, het ademt, het leeft, in tegenstelling tot de kunst die dood is.

Het badwaterkind

het graf is weer begraven,
ze was al vaker leeggeroofd,
het mysterie verpatst voor wat snel geld

hersenen uitgedacht,
ogen uitgekeken,
nasuizende oren.

vraag niet wat de vraag is,
dit antwoord is het antwoord
alom en tegenwoordig bezongen
door gevederde medereizigers

het ei is heel, de vogel gevlogen.
luister maar, het oorgesuis is ruis van lange wiekslagen.

gravende handen worden over het hoofd gezien,
de enige buit, vuilgerande nagels en ontgoochelde ogen

het zoeken dat zich zoekt blijft onopgemerkt,
blind voor het vinden dat zich vindt, een echt badwaterkind

het hoofd, een gouden vogelkooi
om het spelende wezen in te lokken, elk lokaas is vergeefs

haar wezen valt nooit te vangen,
daarom zo onvervangbaar

ze komt als gunst op bezoek of niet,
nooit door verlangen

Betonkoffer


Ik ben een koffertje van beton, gewapend beton.
Gegoten uit één stuk voor de grote reis naar daar,
want hier ben ik zo zwaar, verderop schijnt het veel lichter,
ondraaglijk licht volgens sommigen, ze dragen zonnebrillen.
Ik kan mij te licht niet voorstellen, het kan mij niet licht genoeg.
Bagage houdt je hier op aarde, ballast om niet weg te zweven.
Men heeft hier beneden een zwaar leven, vandaar dat ik naar daar verlang.
Inhoud heb ik niet, ja betonijzer,kiezels, cement en wat zand

Natuurlijk vergis ik me,
(menselijk is vergissen)
Ik heb een koffertje dat ik onbedroefd hier achterlaat,
langs de straat voor de gelukkige vinder,
een liefhebber van zwaartekracht
Zware bagage kun je beter missen als je nergens heen hoeft.
Het zijn floreert met minder.
Wat je bent is geen bezit.