Onvermogen

Voorheen vonden we vijftig jaar geleden pas echt vroeger.
Nu is tien jaar geleden al vroeger. Dat komt door die versnelling waar ze een wet van hebben gemaakt. Nu moeten ze wel aan die wet voldoen, omdat ze zichzelf als willoze machines willen zien, als automaten overgeleverd aan een op hol geslagen systeem. Niemand schijnt te beseffen wie dat totalitaire systeem heeft ontworpen?
Ik word voor van alles uitgemaakt…door het slijk gehaald omdat ik slijk der aarde zou zijn, maar ik ben onschuldig, neutraal. Ik stink ook niet meer dan de neus die mij denkt te ruiken, misschien ruikt die neus zichzelf wel. En als ik mocht stinken dan komt dat omdat ze met hun vuile fikken aan mij gezeten hebben. Ik ben altijd dienstbaar geweest aan… als middel heb ik bemiddeld om hun doelen te verwezenlijken.
Ik kan alleen maar werken, zonder aanzien des persoons. Inzicht in hun intenties heb ik niet en zou ik ze kennen wat dan nog? Ik ben zwartgemaakt en witgewassen. Nu hebben ze mij zelf tot doel verheven…vermogen scheppen zonder waarde.
Mijn geluk was altijd te stromen. Ik ben ten prooi gevallen aan hun zinloze verzameldwang, gevangen in een meer. Hoe meer van hetzelfde hoe beter! Eindeloze nullen achter een dood cijfer.
De stroming is stilgevallen, zeker nu ik niet meer van hand tot hand ga. Er is geen uitwisseling meer. Ik ben gereduceerd tot een electronisch stroompje gekoppeld aan een kraakbare code. Het ontgelden heeft mij vervreemd van het menselijke verkeer.
Nog even en de toekomst is het nieuwe vroeger.

Smaaktekort

Opa van Geenen kwam niet vaak bij de dokter. Binnen onze familie leefde de overtuiging dat je pas gezond was als je nooit ‘een medicijnman’ zag. Probeerde hij deze schimmige traditie in leven te houden als ‘founding father’ ?

‘Hoe is het?’ ,vroeg dokter Meijer, die opeens een driedagenbaard had en een rare bril.
Opa had nog gedacht : ‘Vreemd, zo ken ik hem niet!’
‘Wat mag ik voor u betekenen?’ ,probeerde de medicus opnieuw.
‘Nou…ik heb smaakproblemen, ik smaak zo slecht de laatste tijd’
‘Hoe merkt u dat dan?’ vroeg de medicijnman terwijl hij zijn kin betastte.
‘Ik smaak ‘s nachts gewoon heel slecht, smaaktekort.’
‘Ach, u smaakt niet lekker door…heeft u ook last met in smaak vallen?’ informeerde de arts met een gezicht dat een binnenpretje probeerde te verhullen.
‘Ja hopeloos, ik slik al drie smaakpillen vlak voor het smaken gaan’ ,verklaarde Opa.
‘Doet u overdag wel eens een hazensmaakje?’ , grijnsde de arts breeduit.
‘Nee, volgens mijn betovergrootvader is dat een slechte smaakgewoonte waardoor je nog moeilijker in smaak valt!’
‘Dus…pillen helpen niet….’ resumeerde de dokter, ‘uw betovergrootvader brengt ook geen uitkomst, zou het kunnen dat u woordvindingsproblemen hebt?’,hij had Opa indringend aangekeken.
‘U bent toch dokter Meijer of heb ik het mis? ,vroeg Opa weifelend.
‘Nee, ik ben dokter Zandstra, dit is een groepspraktijk, elke dag een ander!’
‘Ach, vandaar, ik dacht al waar blijft dat kopje koffie dat dokter Meijer mij altijd aanbiedt?
‘Dokter Meijer houdt alleen op maandag spreekuur, maar ik wil wel koffie voor u halen als u trek heeft?’
‘Ja graag!’
‘Met suiker en melk?’
‘Nee, dubbelzwart graag’
‘Komt eraan…!’
…………………..
‘En hoe smaakt het?’
‘Heerlijk, doe er nog maar een, ik ben meteen over mijn slaap heen!’

Na opa’s dood vertelde dr.Zandstra dit verhaal aan ons. Opa was sindsdien wekelijks langsgekomen voor zijn medicinale dosis koffie. Een traditie was ter ziele, ingeruild voor een nieuwe.

Antinatuur

De meeste oorzaken raken verkoold door de bosbrand van de geschiedenis.
Een paar jaar na de brand is de zwartgeblakerde bosgrond alweer overwoekerd door een pril groen woud van zaailingen, zelfs de oude bospaden zijn er niet meer terug te vinden.
Historici kappen een nieuw pad door het opgeschoten groen, ze leiden hun volgers via dat pad langs de meest evidente oorzaken, zo raakt het pad keurig netjes platgetreden. Vervolgens denken de volgelingen dat dit het echte pad is waarop de geschiedenis zich ooit voortbewoog…

Andere historici bedenken achteraf een recept van oorzaken waarmee de taart van de geschiedenis zou zijn gebakken…maar er is natuurlijk nooit een recept geweest. Het is niets anders dan restverwerking, van onverwerkte resten.
Het menselijk ingrediënt van de taart bestaat uit beste bedoelingen en het bestrijden van die beste bedoelingen uiteraard ook weer met de beste bedoelingen.
Beste bedoelingen komen voort uit de overtuiging dat de natuur slecht is en verbeterd moet worden.
Je zou geschiedenis kunnen typeren als een oorlog tegen de natuur en tegen de menselijke natuur. De agressor is de mens zelf, tegen zichzelf.
Historici denken dat zij de geschiedenis schrijven, maar geschiedenis baart historici en niet andersom.

Niet normaal


Wie is nu eigenlijk Bor van Geenen? Geen hond weet wie hij is, misschien is hij wel een zij?. Er zijn wel meer hondjes die Kees heten, maar er is er maar één die Bor heet.

‘Buiten de hond hou ik het meest van boeken, binnen de hond is het te donker om te lezen!’
also sprach Groucho Marx, overigens geen familie van Karl, desbetreffende Karl verdiende overigens wel een kapitaal met zijn gelijknamige boek, maar dit nu even terzijde.
Als schrijvend pseudoniem heb ik mijn voornaam te danken aan een voornaam niet-menselijk dier, namelijk de eerder vernoemde hond Bor.
Van mijn moeders achterkant heet ik ‘Van Geenen’ hetgeen ik altijd een buiten gewoon fraaie naam heb gevonden, van binnen heb ik nooit een naam gehad…maar ook dit terzijde.
Mijn pseudoniem, -nom de plume in het Frans- had dus alleen nog geen voornaam, Frans leek mij geen optie, dat klonk mij te vrolijk.
Door mijn ontmoeting met mijn kwispelende inspirator wist ik het opeens; Bor van Geenen, zo heet ik en niet anders, ofschoon Anders ook wel een mooie naam is…maar ter zake!

Bor is niet zomaar een hond, hij spreekt voor zich, en wel… telepathisch.
Hier op de bovenfoto ziet u hem met bril, let wel; een leesbril…niet dat hij kan lezen… Professor Bor geeft namelijk lezingen.
‘Het leuke van telepathie is’ ,laat Bor weten, ‘is dat je gewoon lekker thuis op de poef college kunt geven’
Prof Bor bekleedt inmiddels een leerstoel, dit terwijl anderen bv. liever leren stoelen bekleden om televisie te bekijken, maar dit terzijde.
Dat dit een sterk verhaal is wil ik best toegeven, maar ik kan het niet wonderlijker voorstellen dan het al is.
Een veelgestelde vraag is: ‘Wat doceert Bor nu eigenlijk wanneer hij college geeft?’
Wel, wat hij doorgeeft kan van alles zijn, zoals de inhoud van ‘Openbaar Geheim’ laat zien, maar de feitelijke overdracht betreft de telepathie zelf… Bor doceert aan iedereen die zich op zijn kanaal weet af te stemmen. Soms gebeurt dat spontaan, zoals bij mij het geval was. Sommigen hebben een lijntje met God. Wel, zo heb ik een lijntje met Bor.
Ik krijg aan de lopende band teksten van hem door, het is werkelijk een medium op vier poten.
Nooit hoef ik zelf iets te verzinnen, het is alsof hij mij souffleert wat ik op moet schrijven.

Een andere brandende kwestie is: ‘Als Bor niet kan lezen, waarom draagt hij dan een leesbril?’
Het is gebleken dat gedachtenoverbrenging makkelijker gaat wanneer Bor een bril draagt, om het ‘kanaal’ te optimaliseren, het geeft een soort focus. Hopelijk is deze kwestie bij deze geblust.
Nu zijn er ook mensen die telepathie geklets in de ruimte vinden…
‘Inderdaad’ zeg ik dan, ‘ dat is precies wat telepathie is, maar dan nog…elk geklets in de ruimte, of het nu hoogwaardig is of nonsensicaal, het komt wel tot ons middels mentale teleportatie.
Vroeger had je het een muze genoemd, nu weten we wel beter: het is gewoon Bor, die hond is niet normaal, hij is paranormaal!
Dat schuif je niet zomaar terzijde…

Fokhond

Fokhond

dsc_0111

Ontroerend toch, hoe die bastaard elke dag weer met zijn onverwoestbare optimisme op zoek gaat naar het vrouwtje dat hij denkt te ruiken.

-Ja, honden zijn naïef tot op het bot, ze lopen achter een worst aan die er niet is.

-Geweldig toch dat hij zonder zijn geliefde ooit te hebben gezien zeker weet dat dit de moeder van zijn kinderen is, onvoorwaardelijke liefde voor een geur.

-Nou noem dat optimisme maar gerust voortplantingsdrift hoor.

-Stel je nu optimisme gelijk aan geilheid?

-Ja, waarom niet; ‘Optimisme is de ongefundeerde overtuiging dat het wenselijke in het verschiet ligt’

-Welnee, optimisme schept het wenselijke, het is willen wat er is en wat er nog niet is, ongeacht wat er is er iets van maken.

-Ja, dat klopt, Wildesheim had het niet beter kunnen zeggen!

-Waarom laat je je hond niet castreren, hij lijdt nodeloos aan die voortplantdrang.

-Welnee het maakt hem juist zo levendig.

-Beschaving is het voorkomen van nodeloos lijden.

-Ja zeg, niet geboren worden is dan zeker de beste preventie om lijden te voorkomen?

-Nu overdrijf je weer, kijk eens naar de rust van een onvruchtbare hond.

-Ja, die duffe doorgefokte Golden Retrievers bedoel je zeker?

-Ach, je bent gewoon bang dat jouw eigen optimisme gecastreerd wordt, die hond is maar een symbool.

-Natuurlijk, ik beken, ik overweeg er zelfs een teefje erbij te nemen.

-Onverwoestbare optimist!

-Zeker, tegen de vernietiging in elke dag een boompje planten, dat zou iedereen moeten doen, in plaats van regenwouden platbranden.

-Goed dan, ik doe mee, als het je lukt een vrouwtje te vinden neem ik een pup van je af.

-Prima, driehonderd euro, met certificaat 100% bastaard Wildesheimer kruising Birkenstock!

Euphoria

Walter Breuvink groeide op bij zijn psychiatrische vader. Zijn moeder werd gek van die man, zij zou het alleen wel redden, dacht Walter. Uit mededogen koos De jongen na de scheiding voor vader, het voelde als een roeping om hem bij te staan. Gaandeweg werd hem duidelijk dat helpen niet genoeg was, hij moest hem genezen.
Toen Walter het huis verliet om medicijnen te gaan studeren, bleef zijn vader onbedoeld druk op hem uitoefenen door zijn zoon om de dag op te bellen om zijn meeste verse waanideeën te spuien die Walter dan uit zijn hoofd probeerde te praten.
Walter was dus zeer gedreven om medicijnen te bestuderen en wilde zich tot apotheker specialiseren. Nieuwe medicatie ontwikkelen werd zijn obsessie, psychofarma. Het verlangen om zijn vader eindelijk gelukkig te zien dreef hem voort.
In het geheim nam hij tijdens zijn opleiding chemische preparaten mee naar huis, waaronder uiteraard ook verdovende middelen. Zijn studentenkeukentje leek op een laboratorium. De cocktails die hij samenstelde probeerde hij eerst op zichzelf uit. Een keer bleef hij 24 uur onder zeil, een iets te enthousiaste dosering.
Na vele experimenten vond hij een combinatie van uppers, tranquillizers, morfine en een synthetische variant van cocaïne. De werktitel van het middel was ‘Euphoria’. Walter besloot zijn vader te vertellen over het experiment.
Samen vonden ze de perfecte dosering. Vader veranderde in een euforische, opgewekte man die nu van de kleinste dingen kon genieten. Walter herkende zijn eigen vader niet meer terug, rustig, flegmatisch, bijna lui.
Wie was deze man? Hij belde nooit meer… was hij zijn zoon vergeten? De genezing leidde tot vervreemding. De zoon begon, gek genoeg zijn probleemvader te missen.
Om zich te troosten ging Walter Euphoria slikken dat buitengewoon verslavend bleek.
Euphoria zou een zeer succesvolle middel zijn geworden ware het niet dat het één bijwerking had; het maakte de gebruiker compleet ambitieloos, tevreden en ontspannen.
Wat heeft een economisch gedreven maatschappij aan mensen die gelukkig en relaxed zijn? De autoriteiten plaatsten het middel op de lijst van verboden middelen, harddrugs. Walter slaagde cum laude en werd later uit zijn ambt gezet.
Vader werd weer helemaal ‘de oude’.

Vanzelfsprekende dingen

Dingen hebben wel een lichaam maar meestal geen mond, geen adem. Ze zeggen niets hardop, ze spreken lichaamstaal. Hun onbewogenheid vraagt om beweging.
Vandaag smeekte de keukentafelstoel met heel zijn wezenloosheid om bezieling. Hij verveelde zich dood aan de keukentafel met zijn drie nutteloze broers.
Omdat ik geen tijd had om hem te bezielen zette ik als troost de dode boodschappentas op zijn zitting, bij wijze van gezelschap. Dat hij vaderlijke gevoelens koesterde voor die tas was mij al eerder opgevallen. De boodschappentas zat als een opgelaten kind bij hem op schoot, verlegen met de situatie. Om hun band te versterken besloot ik de oude kranten in de tas te doen, die zwaarte vond de stoel hartverwarmend. Gewicht voelt aan als aandacht, ik weet dat van de tafel die het ook heerlijk vindt als er een zware vaas met bloemen op haar wordt geplaatst. Ik hield de stoel bij de leuning vast zodat zijn koele rug wat warmer werd door mijn handen en mijn handen koeler. Warmteafgifte en het schenken van koelte is zeer intieme lichaamstaal.
De tas voelde zich heel wat nu ze gevuld was, ze keek opeens schamper naar de vuilnisbak die overigens eveneens goed gevuld was, weliswaar met afval maar toch…
Kennelijk vond zij dat het oude nieuws waar zij mee was opgevuld van een hoger nivo was dan het ongeletterde huisafval. De afvalzak had geen boodschap aan de verwaande tas. Zoals bekend is negeren ook communicatie. Er gaat een grote erkenning vanuit als men moeite doet om je niet te zien. Ik voelde waardering voor de ruimhartigheid van de afvalzak, hij is mij dierbaar. Om hem te belonen besloot ik hem te sluiten en weg te gooien, het hoogtepunt in het leven van een zak. Ach, wat genoot hij van het afhechten met dat wit geplastificeerde ijzerdraadje, zich verheugend op die gezellige reünie straks in de container.
Stel je toch eens voor een roman van alleen maar lichaamstaal, begeesterde dingen.
Het deed mij vandaag pijn om het oud papier weg te brengen, ook dingen kunnen je verwijtend aankijken. Soms moet je hard zijn, halfzachten zijn er al genoeg.

Karperhart

Het bruggetje overhuift de vijver.
Het hoofd is ergens in de wolken.
Ogen zwerven zacht langs de tienduizend dingen.
Onder de met bladeren bezaaide waterspiegel zweeft het hart als een karper,
roerloze vinnen dirigeren de stilte.
Ze eet al kussend waterplanten schoon.

Oren liggen op de bodem als schelpen te luisteren.
Wiens neus waait met alle winden mee, vervoerd door ongekende vleugjes?
Ook al heb je geen staart meer, het kwispelt wel.
In de vijverspiegel is geen hond te zien.
De karpermond vertelt alle geheimen door aan wie het maar wil horen:
‘… .. … … .. .. …….. .. … … .. …….. ….’

Tuingeit

Onze tuinman Gilbert lijkt een laks figuur. Hij gelooft heilig in ‘natuurlijk tuinieren’…
Waar een molshoop opduikt, daar plant hij een plantje; ‘Dat scheelt weer graafwerk’.
In water geven gelooft hij niet: ‘De plant wortelt beter als de wortels naar water op zoek moeten wroeten, diep in de aarde’

‘Wat ben je aan het uitbroeden?’ vraag ik hem.
‘Ik wacht op hemelwater, gods akker is geduldig’ verzucht hij leunend op de hark.
Niet met hem beginnen over onkruid wieden: ‘Wat is onkruid?’
Voor je het weet begint hij over geneeskrachtige kruiden, alles is wel ergens goed voor.
Snoeien doet hij wel, maar hij laat eerst de najaarsstormen het grove werk doen, de resten stapelt hij dan tot een houtwal. ‘Voor de egels is kreupelhout met herfstbladeren heerlijk’

‘Waar betalen we Harkema eigenlijk voor.’ vroeg mijn vrouw zich eens af.
‘Om voor ons te bemiddelen met Moeder Natuur, wij spreken haar taal niet.’

De ijzeren vingers van de hark aaien door het gras, maken een kruintje rond de molshopen en een golvende scheiding in het midden. Gilbert had ook dameskapper kunnen worden.
‘Het gazon is het mooist als je er vooral niet overheen loopt!’ mijmert hij hardop.
Aan grasmaaien doet hij niet; ‘Dat ragt de hele halm aan gort!’

Soms neemt hij de geit mee, zijn ‘happy little friend’
‘Een topgeit…lust alleen gras, maait precies op maat’
Gilbert harkt rustig verder naast het grazende geitje.
‘De hark is bedoeld om alle menselijke sporen uit de tuin te wissen, je moet de mens idealiter uit de tuin weren om het natuurlijk te houden’
‘Maar, dan voel ik me een bezoeker in mijn eigen tuin!’ werp ik tegen.
‘Dat moet ook, wij zijn maar te gast in deze ‘aardse hof’, grijnst hij zonder ironie.