Nat



Één pot nat waren we…
hangend aan de tafelrand.
In ieder werd een hele wereld
menigvuldig en weerspiegeld.

Ons leven leek er vanaf te hangen,
levend op de rand van het bestaan.
Maar wat er ook zou…vallen..spatten of verdampen, nooit waren we iets anders
dan één pot natheid.

Al dacht je eigenzinnig te verstarren tot ijskristal of pegel…je bleef wat je bleef. Je bleef van vocht,
hoe je ook vocht voor of tegen wat dan ook, je bleef veranderend van vorm eeuwig hetzelfde.

Soms was je de damp van een beslagen raam waar een kindervinger een zonnetje op tekent…

Geval

Zie je dat?

Wat?

Zie je hoe onzichtbaar die leegte is?

Nee, dat zie ik niet!

Zie je in dat je dat niet ziet?

Ja, dat zie ik moeiteloos.

Met wat zie je dat?

Met iets dat eveneens onzichtbaar is…

Hoe kan wat onzichtbaar is nu zien?

Dat weet ik niet, maar ontkennen dat het ziet lukt niet.

Waarom niet?

Dat ontkennen zou een bevestiging zijn.

In dit geval is onzichtbaarheid van bewijs
dus ’n bewijs van aanwezigheid.

Ja, omdat in dit geval niets het geval is.

Precies, niets is het geval.

Geen geval.

Onmiskenbaar!

Vaasboeket


Ja hallo, met wie zegt u?

Hallo daar, wij zijn van ‘VaasBoeketBV’ …wij mogen u een gratis aanbieding doen!

Hoe komt u aan mijn nummer?

Via de KamervanKoophandel….

Maar ik ben geen bedrijf mevrouw, hoe vaak moet ik dat nog duidelijk maken?

Nou dan heeft u dubbelgeluk zou ik zeggen…wij mogen u namelijk een gratis vaas aanbieden, met daarin een door ons geselecteerd boeket schitterende bloemen, waar u maandelijks een X-bedrag voor betaald…u leased het wekelijks bezorgde boeket als het ware zodat u altijd goed voor de dag komt bij uw klanten…u mag het boeket ook weggeven aan een potentiële klant.

Ja ho ho, mag ik even tussendoor zou ik zeggen…wat zijn dat dan voor bloemen als ik zeuren mag?

Schitterend gekweekte bloemen, ze verleppen niet, de kleuren vloeken niet en geen onkruid.

Ach, daar was ik al al bang voor, het geval wil dat ik juist erg van wilde veldbloemen hou en van wat men onkruid noemt, ik heb trouwens nog nooit kleuren zien vloeken…ik hou van verkleurende herfsttinten die zo mooi opkomen als iets verlept…

Ik hoor wat u zegt meneer, maar veldbloemen kun je niet in een vaas zetten, dat verlept meteen.

Ja, precies, dus ik laat ze liever in de koude grond staan, waarom zou je überhaupt wilde bloemen in een gratis vaas zetten….om ze te temmen?

Maar dan blijft uw vaas dus leeg en daar is ons bedrijf ‘VaasBoeket BV’ nu juist voor om die wekelijks vers op te vullen…

Welnee mevrouw u vergist zich, ik heb zelfs helemaal geen vaas, dus leger dan dat kan het niet…en ik wil ook geen vaas van u, al geeft u geld toe.

Maar wie wil er nu niet goed voor de dag komen, daar doet u zichzelf toch te kort…of doet u het dan voor uw klanten…mag ik u nog even attent maken op het belmenietregis….

In ’t olst

In ’t olst meijner begansingh
steemt die wamsel vanig wegh.
Venigh bamstol remen peilstors
bugreip daniem handwad hick segh?

Och barm gheij dormentane fleustringh
in die krams vol woertigheyt zo koel
Vazalmen brinzen feudelmagtigh
dat niem hanth wheet wattick bedhoel.

O, Fulmen brazen frale vraksels
deez’ hon sin kraamt so kaam erbreeth.
Huthsal nu togh duithlyk wheze
dathick nergen sookmaer ietsfan wheet!

Rombout Elverdinghe ca. 1680

Fries boeddhisme


Djouke Eysinga, grondlegger van het Friese Boeddhisme is na twintig jaar nog steeds de eerste en enige Friese boeddhist.
Hij vertaalde vele soetra’s in het algemeen beschaafd Fries, maar kon er geen uitgever voor vinden in Herbaijum.
Friezen zijn een nuchter volk, zij moeten niks hebben van wezensvreemde invloeden.
Inmengers van buitenaf hebben het door de eeuwen heen zwaar moeten bezuren.
Vandaar dat Djouke liever geen ruchtbaarheid gaf aan de weg naar het nirvana.
Eerst ging hij nog wel met zijn bedelnap langs de deuren. Maar het werd hem koel en klinkklaar duidelijk gemaakt dat hij gewoon moest werken voor zijn geld.
Eysinga had daar geen bezwaar tegen dus hij deed klusjes voor de buren in de buurt in ruil voor een maaltijd of slaapplaats. Wanneer hij ging uitleggen dat hij boeddhist was en wat dat inhield dan zeiden ze doodleuk dat dat toch helemaal niet erg was:
‘Jongen toch, dat kan toch beste overkomen, maar trek het je niet aan, komt vanzelf weer goed, als je er niks aan doet!’
Het dragen van zijn oranje monnikspij liet hij na een paar jaar ook maar achterwege.
Soms reciteerde hij nog de mantra…OM MANI PADME HUM…in de weilanden rond Herbaijum.
Tot zijn verrassing reageerden de koeien in het weiland daar goed op, ze liepen op hem toe en begonnen zijn handen te likken.
Zo kwam Djouke tot de slotsom dat enkel de koeien hem wilden volgen naar het Nirvana. De heilige koeien waren misschien wel de ware boeddhisten? Inmiddels draagt Eysinga geen enkel boeddhistisch kenmerk meer, net als de koeien gaat hij totaal op in het Friese landschap.

Gast

De envelop met notariële akten inzake de overdracht van ons landgoed deponeerde ik op het formica tafelblad. Het half uur bij de notaris had mij danig vermoeid. Mijn inwendige mens was wel toe aan een versnapering van enigerlei soort.
Als enige gast in het noordelijke gelegen horeca-provinciehuis serveerde de obereuse het door mij bestelde met een schijnbaar onschuldige aanmoediging:
“Met smaak!”
Ik at het bestelde achteloos op, turend naar mijn nagelriemen. Onderwijl begon ik mij af te vragen… met smaak?…
hoezo met smaak?…welke smaak?
Mag ik het soms ook zonder smaak opgegeten of moet ik zelf voor de smaak zorgen?
Ons soort mensen had toch van huis uit een goede smaak?
Door deze horecale breinstorm had ik daadwerkelijk niets van het bestelde geproefd …wat had ik nu net eigenlijk gegeten? Ik wist het bij God niet meer. Dus besloot ik om het nog maar eens te bestellen.
Even later werd mij nogmaals het bestelde voorgeschoteld onder begeleiding van diezelfde dwingende aanmoediging.
“Met Smaak!”

Ik had nog willen zeggen:
‘Nou, dat komt goed uit, dat ik mijn tong bij mij heb, anders had u er vast nog wel een voor mij!? ‘

Maar de oberesse was al weer naar de keuken om iets op te warmen.
Ik wilde er toch het fijne van weten en besloot het gewoon te vragen en wenkte haar.

‘Had u nog iets gehad willen hebben?’, vroeg de oberette.

Nog een raadsel erbij: ‘Gehad willen hebben?…’,

‘Nee, mevrouw’, zei ik, ‘iets wat ik al gehad heb wil ik niet nog eens gehad willen hebben’

Ze keek mij aan met een wazige blik van:
“deze gast is gek of goed bezig het te worden”

Dat laatste klopte aardig, want ze bleef mij doodleuk aanstaren, alsof ik aan haar iets uit te leggen had…
Uiteindelijk besloot ik tot een laatste poging:
‘Beste mevrouw de oberin, wat bedoelt u toch met… ‘Met smaak…?’

Ze ging meteen terug naar de keuken alsof het antwoord daar voorhanden lag.
Het duurde even tot de keukendeur openzwaaide en een beul van een kok richting mijn tafeltje bewoog.
Hij plaatste beide vette zwartbehaarde handen op mijn tafeltje om niet voorover te vallen, keek mij aan en vroeg:

“En meneer de Baron, heeft het u allemaal gesmaakt of waren er nog op of aanmerkingen…kleine…suggesties over de smaak…?”

“Nee hoor, het eh…smaakte goed, voortreffelijk zelfs!”, zei ik laf om er van af te zijn.

“Kan het bedienend grondpersoneel meneer de Baron verder nog ergens mee van dienst zijn”, vervolgde de beul als kok verkleed.

“Ik…had graag de rekening gehad willen hebben!”, zei ik meteen.

“Wat had meneer dan genoten?”

“Twee keer ‘het bestelde”, zei ik timide.

De kokende beul vertrok.
Even daarna kwam de oberin met de rekening op een schoteltje, op de bon lag het verplichte wilhelminapepermuntje.
“Met smaak!”, zei ze weer.
Ik dorst het niet aan om geen fooi te geven.
De kok gluurde door een kier van de keukendeur.

Tot overmaat van ramp wilde de oude Bentley van mijn overleden vader niet starten, het groot licht aan laten staan.

Snuit

De stokrooszaaddozen zijn juweeltjes van inpakkunst. De platronde zaadjes vormen samen een donut. Ze liggen als grammofoonplaatjes (singletjes) in een jukebox, wonderschoon. Er zaten minuscule gaatjes in de zaaddozen.
Bij nadere inspectie ontdekten we dat het snuitkevertjes waren.
De stokroossnuitkever. Er zijn wereldwijd 60.000 verschillende snuitkevers onderscheiden.
De snuitkever was ooit een exoot die waarschijnlijk met de VOC -schepen naar ons land emigreerde, kennelijk nieuwsgierig naar vreemde beschavingen? Ze spraken de taal niet, maar ze integreerden geruisloos in onze inheemse vegetatie.
De snuit in andermans zaden steken is hun voornaamste talent.
Van de stokroosjukebox is het bijzondere dat elke zaadplaatje een eigen kleur kan voortbrengen. Ook al groeit de hele zaaddoos aan een rode stokroos dan kunnen de zaden zowel, wit, geel, paars als roze worden.
Zo zorgt de jukebox voor variatie in het kleurenrepertoire.
Nu denk ik opeens: zou dat door die snuitkever komen die gaatjes in de zaadjes boort? Boort hij genetisch materiaal weg?
Het antwoord is zonneklaar:
Ik heb geen flauw idee!

Elke keer als ik mijn snuit in dit soort zaken steek ontdek ik dat ik niets weet.
Niets en dat maal 60.000.

Tempelkunst

Het is een fenomeen van de laatste jaren dat nieuwe musea mooier zijn dan de kunst die erin staat en hangt. Typisch voorbeeld hiervan is kunstpaviljoen ‘De Weuvelhof’ in Hekel aan zee.
Tussen de wisseltentoonstellingen door worden er bezoekersdagen georganiseerd zodat het publiek puur van het paviljoen zelf kan genieten.
‘Het leidt zo enorm af, al die rare objecten’, aldus de opgetogen curator.
Een leeg museum blijkt enorm aan te slaan bij het grote publiek.
‘De Verademing’ zo worden deze bezichtigingsdagen genoemd.
Wel graag reserveren voor een tijdslot want het loopt storm. Wie er snel bij is krijgt een diepgaande exegese te verwerken over het gebouw dat architectonisch valt onder ‘de
Nieuwe Ruimtelijkheid’, zo vertelde de rondleider ons. Buro Bickelaer van Stolkum tekende voor het ontwerp.
‘Tekenen is in dit geval nogal misleidend, wij stapelen letterlijk kubieke meters ruimte op elkaar…en als dat een beetje staat dan kijken we pas waar we die ruimteblokken mee gaan bekleden’, vertelt een trotse Buco van Stolkum in de brochure, ‘liefst met niets natuurlijk, maar zo ver zijn we nog niet, al zijn onze experimentele muren van water en wanden van wind veelbelovend’