Somming

Het somt zich op…de Karekiet in het riet, een verfrommelde familiefoto, het veldmuisje in het Trilgras, ezelsoor in het boek, de ver ingezaagde stoelpoot, pap die klontert, de broek die niet meer past, het drooggevallen slootje, een aan flarden gewaaide vlag, een nooit verstuurde liefdesbrief…

…opsomming ontroert… liefst analfabetisch viert ze het feest der herkenning…het feest van erkenning, dat het er is geweest…

…de afgesleten lepel, het verkleurde klokhuis, de auto die zelden start, een gerafeld hazenoor, ‘n verdord poëziealbumblaadje, de kassabon met statiegeldtegoed. Het mooie sleuteltje dat nergens op past, de flakkerende schaduw van je kat bij kaarslicht…

…opsomming viert de veelvormigheden van verschijnselen die ons als badwater omringen. We zwemmen erin en wellicht verdrinken als we niet opsommen ….daarom…

…het kruintje in de vacht, buurmans gouden tand, een wolk avondmuggen, de grijsgedraaide grammofoonplaat, het knapperend haardvuur, de uitgevallen bezemharen, de weifelende erwt op de stoeprand, het onbevlekte laken in de wind, de uitgedroogde viltstift…

…de opsomming streeft naar volledigheid, want elke opsomming weet:
Er is meer dan de som der delen…

Zandkorrels in de sok, het hervonden pennendopje, de te botte puntenslijper, de dooie mus, een afgeprijsde slavink, een lekke paraplu, de weggezakte stoeptegel, hondenhaar in een vogelnest, de opgeheven brievenbus, de nooit ontdekte diersoort…

…tegen beter weten in begint het gewoon op te sommen, met een blinde moed van Sysiphus volhouden in een eindeloos pogen…om…om wat?

Te klein gekochte schoenen, het stoplicht dat op rood blijft, het eelt op de wijsvinger, het vergeelde gras in de vorm van een tuinslang, het muggenlijkje op het bloemetjesbehang, de flacon stinkende parfum, door de geit opgegeten bloesem, die ene steen op de weg, de lijst zonder schilderij…

opsommen…een vergeefse poging en daarom zo bewonderenswaardig, zo glorieus heldhaftig zinloos, nooit zal het compleet zijn…Ik bedoel zo compleet als… ja als wat? Wat is compleet? Als ruimte die van nature alles omvat? Een omhelzing van wat dan ook…een oneindig lange liefdesbrief…dit uitdijende heelal…het eenzame sproetje op de linkerwang…de traan in het vissenoog…

Tuis

Die digter het ‘n huis
van woorde gebou,
mure van skadutaal…
vensters van stil beskouglas…
met die nag as dak…
‘n maanlamp as skemerlig…

Die digter het eens gesê:
‘Slegs in my gedigte kan ek woon’

Egter hoe ‘n skoon gedig
die digter ook skryf
geen mens kan woon
in die woorde nie.

Die lewend gedig
is nie van woorde nie,
sy is doof en stom…

Tuisruim is oral
waar innerlyk lig skyn
waar nagstille leemte
door die plafon groei

Egte leefkuns is rym
sonder woorde te mors
op die bodemlose wese

Noordpool

Als jonge man in wording associeerde ik homoseksualiteit met het Noordpoolgebied. Dit is een heel logisch verband als je de achtergrond kent. Als beginnend roker vond ik mijn toevlucht in de Alaska-sigaret. Van ‘echte’ sigaretten ging ik blaffen als een hond.
De rook met menthol gaf mij een idee van de frisse atmosfeer van de Noordpool. Op het pakje stond een stoere IJsbeer. Bovendien waren het filtersigaretten. Mijn vrienden rookten zware shag met een leeuw op het tabakszakje. Het begon ermee dat ik in hun ogen een watje was. Alleen vrouwen rookten menthol met filter. Het eindigde ermee dat ik zeker een homo moest zijn…stoere ijsbeer of niet. Ik voelde het niet als aanval, waarom zou je je dan verdedigen? Zo werd ik ook wel eens voor hond of varken uitgemaakt. In mijn beleving waren dit fijne dieren waar ik best bij wilde horen. Roken is inmiddels een obsolete bezigheid. Ik zou er alleen nog eens een opsteken als er een varkentje op het pakje zou staan, onweerstaanbaar. Hetzelfde sentiment heeft zich nu gericht op alcoholvrij bier en het niet hebben van tattoo’s. Een echte man drinkt echt bier. Samen dronken worden schept een band die wordt bezegeld door een tatoewaasje met een spelfout.

Riem


Je hebt geen opleiding genoten. Ben je daardoor zo breed ontwikkeld,
dat je nu een broekriem met elastiek erin draagt, bij wijze van maatstaf?
Dankzij het feit dat je van niets wist kon nieuwsgierigheid tot ongekende hoogte opbloeien. Je hebt geen vak geleerd vandaar dat je van vele markten bent thuisgeraakt. Eenmaal thuis hanteer je wel vaste maatstaven en strikte criteria voor ieder fenomeen of specifieke situatie. Elke ‘vaste’ maatstaf heeft flexibele hulpstukken om het criterium toepasbaar te maken.
In je opgeruimde geest ligt een enorm assortiment aan maatstaven te wachten op gebruik. Soms maak je ter plekke een passende maatstaf als het een uitzonderlijk voorval betreft. Dit komt vaker voor dan soms, eigenlijk vrijwel altijd.
Het enige criterium is van nature universeel en instelbaar op elke denkbare maatvoering, zoiets als een broekriem met elastiek erin. Uiteindelijk draait het allemaal om verhoudingen en proportionaliteit.
Nu zijn er mensen die jouw maatstaven nogal relatief vinden. Daar geef je ze graag en ruimhartig gelijk in. Zelfs zijn er bij die jouw wijdse criterium uiterst rekbaar vinden en derhalve nietszeggend.
Ook dit laatste geeft je ruiterlijk toe, evenwel gepaard gaand aan de constatering dat het dan toch maar is vastgesteld dat iets nietszeggend is en dat het daarmee niet onopgemerkt is gebleven.
Nietszeggendheid vormt immers de maatstaf en achtergrond van welke betekenis dan ook. Zonder nulpunt geen maat.
Het leven is niet hard. Evolutie is uiterst rekbaar en flexibel, vandaar dat maatstaven dat ook moeten zijn.
Zo krijg je rekbaar begrip en plooibaar inzicht. De wet van evolutie is niet keihard, ze is te beschrijven als
het volgen van de beste gewoonten, met die vrijheid om zelfs de beste gewoonte aan te passen als de situatie dat vereist.

Please


Ontsporen als gewoontespoor
Please, don’t try this at home!

Geschiedenis is gewoon
een hele slechte gewoonte.

Een zeer misplaatste viering
van herhaling…op herhaling.

En maar herhalen dat
de geschiedenis
zich nooit niet herhaalt

Als een vervelende machine
die mechanisch en ongewenst
hetzelfde product reproduceert

Een verhaal van verslaving
met maar een goede reden
duurzaam onverwerkt verleden

F.Wildesheim

Oue siel?

Jou soulsiel is so kaal
die sal werklik nooit
nie grys hare kry nie

Hierdie soulsiel is eteries
van ‘no size fits all’
is nuwe soos die son

Ewig lig sal nooit nie
‘n leeftyd kry nie

Alleen dees dood lyflyk
bereik aftelbare jaartyd
as die asem stop

Soulsiel is suiwer sonlig
die sagt skijn in elk wesenbeesie

Sonskijn laat die sintuie bloei
in hierdie wonderlik liggaam

Sonlig straal dwars door al die
lyfwesentjies hulle klein ogies

Dit kyk jou aan als bome, plante…
voëls,insekte,mikrobes, bakteries

Die heel dekselse skepselskepping
lyk soos ‘n sielverhuising van sonlig

De zaak Franz K.

Verdachte Franz K. werd voorgeleid door de openbaar aanklager van het hooggerechtshof, departement Verjaarde strafzaken. De Openbaar Aanklager nam het woord:

“De verdachte wordt tenlastegelegd zijn verjaardag met voorbedachte rade te hebben laten verjaren en dat wel over een periode van 30 jaar…”

“Wat is daarop uw antwoord, meneer K.?”

“ Edelachtbaar Hof….Ik zou Franz K. niet zijn als ik deze feiten zou ontkennen, toch ben ik genoodzaakt de gehele tenlastelegging te ontkennen…mijn lichaam mag dan weliswaar geboren zijn, het inwonend bewustzijn is dat echter niet…Sedert 30 jaar vier ik het dagelijks het eeuwige op elk beschikbaar moment en niet het tijdelijke verjaren van het onderhavige lichamelijke voertuig…”

De rechter had het verweer met zichtbare ergernis aangehoord en wreef de verdachte K. zijn schuld wegens nalatigheid nog eens uitvoerig in:
“U hebt, lees ik hier, dertig jaar lang uw medemens feestvieringen ontnomen door u te onttrekken aan de wettelijk vastgestelde fysieke twaalfmaandelijkse verjaringstermijn! Evenseens…stelselmatig geweigerd om diverse onuitgenodigde gasten te trakteren op koffie met gebak of anderszins vertier…daarbij opzettelijk geen kado’s willen ontvangen hetgeen een klap in het gelaat is van iedere gulle gever…”

Op deemoedige toon nam K. het woord.
“Het spijt mij edelachtbare, maar ik moet bezwaar aantekenen tegen de wettelijke verplichting die het verjarende burgerlichaam dwingt om dit periodiek te vieren en te befeesten…”

De rechter onderbrak het verweer en schudde wijselijk zijn grijze hoofd en oordeelde:

“Verdachte K. luistert u eens goed, die wet is er niet voor niets, bovendien met meerderheid van stemmen aangenomen. Wie bent u om de grondwet van dit land zo flagrant te ondermijnen? Let evenwel op uw woorden en neem in acht dat we u op heterdaad betrapt hebben op uw geboortedag, geheel in solitair in afzondering in het bos om elke denkbare gast te vermijden.
De rechtbank acht de gepleegde feiten als bewezen. De straf die de rechtbank u oplegt is een door u te organiseren feest in het hoofdstedelijke voetbalstadion zodat alle onuitgenodigden van de afgelopen dertig jaar gecompenseerd kunnen worden, des uur van de viering is vastgesteld op een hele week. De strafmaat moet worden begrepen als een genoegdoening aan de gedupeerden voor gederfde feestelijkheden…”

Verdachte Franz K. bleef stil na dit verpletterende vonnis… maar hernam zich:
“Wat als ik weiger… wordt de strafeis dan omgezet in onvoorlopige hechtenis?”

“Absoluut!” ,dreigde de rechter.

“In dat geval, zit ik graag mijn straf uit…echter…op strikte voorwaarde dat ik geen bezoek mag ontvangen…” ,stelde K. vrijpostig voor.

De rechter greep naar zijn hoofd en verzuchtte:
“Het Hof gaat in Hoger Beroep…u bent nog niet jarig, verdachte K!”
Waarop K. geboeid werd afgevoerd naar zijn cel.