Afvalrace

De stad lag er bij als een juweel, als een lelijk protserig sieraad. Niet dat ik niet van protserig hou, voor een juweel vind ik dat wel passend, maar een stad zou zich toch wat moeten intomen ten behoeve van haar inwoners. Als je je hier niet in vol ornaat op straat begaf, stak je al gauw af als een zwerver tegen de achtergrond van exuberante luxe. Ook op doordeweekse dagen liep je hier in je zondagse pak. Er ging een drukkende dwang uit van die geëtaleerde rijkdom. Het was geen probleem zolang de rijkdom van de bewoner toenam. Voor  degenen die niet meer konden voldoen aan hoge status was het een bittere pil om geleidelijk aan in afval te veranderen. Afval vertrok naar de voorsteden, naar de hemelsbrede periferie van lager wal. In het begin voelde men nog dagelijks de geleden nederlaag, maar zodra men zich erin ontspande werd er weer ruimte gevoeld, de ontspanning van aanvaarding. Zonder die drukkende dwang van de stad zou men die leefruimte nooit hebben ontdekt. Wie de mens wilde bevrijden deed er goed aan hem eerst in langdurige hechtenis te nemen. Achteraf kon  je dan zeggen dat de deur altijd al open was.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *