Amorf

In de nacht van de waakslaap verlies je elk besef voor afmetingen. Hoe groot of klein ben je? Ten opzichte van wat? Geen referentie meer. Ergens verblijf je tussen nauwelijks iets en oneindig. Dat geldt ook voor de vorm van het lichaam. Alleen de aanraking met iets lijkt een begin of eindpunt van het lijf te bepalen. Maar waar de huid ruimte raakt houdt het nergens op. Het lijf lijkt een amorfe klomp zonder bepaalde afmeting. Wat er zich binnenin afspeelt lijkt nog het meest op een sensitief aquarium waar gevoelsvissen in rondzwemmen, prikkeling, stuwing, golvingen. Een warm duister waar lichtgevende wezens in opgloeien. Toch voelt het niet als water maar eerder als ruimte. Met ogen dicht lijk ik in niets op een mens . Een vat waar alle denkbeeldige tegenstrijdigheden vreedzaam samensmelten. Weinig verschil met een amoebe of een pantoffeldier. Bij het ontwaken lijk je weer in de vorm te worden gegoten. Alsof je een duikerpak aantrekt voor een nieuwe excursie in de bovenwaterwereld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *