Analfabetisch College


Vrienden van Pollice Grosso, die hem liefkozend ‘Zwamneus’ noemden, hadden hun vrees geuit dat zijn orale kunst verloren zou gaan wanneer hij het niet zou overdragen.
Pollice zelf was ervan overtuigd dat er altijd weer nieuwe kletskousen en zwamneuzen zouden opstaan, als paddestoelen uit onzichtbare sporen.
Vanwaar dat blinde vertrouwen?
“Omdat er een onstelpbare behoefte is aan ondertiteling van de film van ons bestaan, zonder ondertiteling kan niemand het verhaal volgen, hoeveel boeken verschijnen er niet jaarlijks?” vroeg Pollice.
“Ongeveer twintigduizend leesboeken” berekende Aldo van uitgeverij ‘Il Bomba Pigro’
“En ondanks al die dodeletterboeken hebben jullie toch nog honger naar levende orale verhalen?” vroeg Pollice verwonderd.
Zijn vrienden bedoelden het goed en moesten erkennen dat hun vrees voortkwam uit het feit dat ze zijn goddeljke gezwets, geneuzel, gezwam en gezwatel niet zouden willen missen.
Na enig aandringen en onder overvloedige invloed van Prosecco stemde hun Zwamneus erin toe zijn kunst over te dragen.

“Goed dan, zullen we meteen beginnen?” Pollice wreef in zijn zwaarbehaarde handen alsof hij zich warmde aan een gloeiende vuur.
“Hoe moet je een verhaal beginnen?” zo luidde de eerste vraag.

De analfabete hoogleraar stak van wal;
“Kijk goed in je en om je heen en luister.
Een verhaal heeft geen onderwerp nodig om over te gaan, het onderwerploze is het mooiste onderwerp, elk ander onderwerp is ook goed!
Het verhaal gaat altijd en overal door, ook al lijkt het nergens over te gaan, over de spaties tussen de woorden,
de leegte tussen de regels, de stilte na en voor de storm.
Zoek dus nooit naar een onderwerp, begin gewoon maar te praten, het kan namelijk niet nergens over gaan.
Nergens bestaat niet en niets is zonder betekenis zelfs niets heeft betekenis, een betekenis die de doorslag geeft.
Niets bestaat niet en daarmee is ze het meest alomvattende bestaan wat je je niet kan voorstellen, schitterend dankzij afwezigheid.
Wij zouden geen moment zonder kunnen bestaan”.

Hier liet Pollice een lange stilte vallen, niet dat ie zo lang was of kort, dat was eigenlijk niet te bepalen.
Het was een stilte waar tijdbesef even wegviel, een stilte middenin de storm.
Zo, de kop van het eerste college was eraf, nu aan de slag, geen daden maar woorden.
De volgende keer zouden de vrienden de beurt krijgen om om te laten horen dat ze een verhaal kunnen beginnen.

“Verhalen is meestal praten om niet de handelen, om handelen overbodig te maken, om de noodzaak van handelen te voorkomen.” besloot Pollice het college.
“Wie het daar niet mee eens is, gaat zwijgend op in het directe handelen, de rest is gezwam”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *