Atrium


Mijn vrouw en ik waren onlangs ter oriëntatie op bezoek in ‘De Open Inrichting’.
Halverwege de oprijlaan trad een man ons van uit de rhododendronstruiken tegemoet die ons aanbood rond te leiden in het paviljoen. Hoge lichte ruimtes, veel glas, brede gangen met louter open deuren. De man vertelde onder het rondleiden dat hij een cactus in zijn hoofd had. Ik maakte nog een flauwe grap, dat ik het een prikkelende gedachte vond, maar dat leek hem te ontgaan. De man keek even verwonderd naar het plafond alsof daar iets vloog en vervolgde onverstoorbaar zijn route. Of wij hem maar wilde volgen naar het Atrium.
“Deze cactus in mijn bovenkamer hoef ik nooit water te geven…een makkelijke en dankbare plant…de condens in mijn woestijnachtige brein is immers vochtig genoeg”, verklaarde hij met een oprechte blik.
“Ik heb ooit zeer exotische bovenkamerplanten gekoesterd, maar deze zijn stuk voor stuk bezweken van de dorst…nu vliegen er daarboven (wijzend naar zijn slaap)
slechts zwarte gedachtenvliegen die zich aan de cactusnaalden vastpriemen…Zo onthou ik dingen…de gedachtenvliegen zijn de verkenners van mijn ‘umwelt’…via mijn neusgaten verlaten de vliegen mijn hoofd om ‘dingen’ te detecteren, zodat ik ze kan thuisbrengen…”
Mijn vrouw keek mij bedenkelijk aan en vroeg voorzichtig:
“Bent u de directeur van deze open inrichting”.
“Welnee, ik ben hier patiënt…er is hier geen directeur…wij zijn hier allemaal patiënten”
“Maar er zijn hier toch ook psychiaters en verplegend personeel”, vroeg ik.
“Ook zij zijn zonder uitzondering patiënten”, verklaarde cactusman opgewekt, “niemand wordt toch zomaar psychiater of hulpverlener zonder zelf patiënt te zijn…”
Opgelucht keken we elkaar aan. “Waar kunnen we ons inschrijven ?”, vroeg ik in een opwelling. Onze cactusman begon te lachen om zoveel onbegrip en zei:
“Inschrijven is helemaal niet nodig, u kunt hier ten alle tijden naar binnen lopen, blijven slapen zo u wilt…elke patiënt staat hier voor u open…ze vertellen u zonder censuur alles wat in hen omgaat.. het gaat er toch immers simpelweg om gehoord en gezien te worden…”.
We waren sprakeloos en vroegen ons af, wat er in hemelsnaam in ons omging…? Gelukkig konden we ter plekke blijven slapen, in een van de vele tuinkamers grenzend aan het fruitbomenbos.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.