Herbarium

Het herinnersel lijkt wel een herbarium,
dode vergane bladeren in een herfstbos.
Het is steevast herfst in het geheugenwoud.

Recepten van ooit genoten maaltijden?
souvenirs van nooit bezochte continenten?
Plannen voor een reis naar ‘n wijkende horizon?

Recepten kun je nu eenmaal moeizaam eten
en Boeddha is geen exotische tuinkabouter
achter een onbereikbare horizon van later.

Laat ze vliegen deze vastgeprikte geestvlinders.
Laat ze wegfladderen richting waar dan ook.
Lees dit op z’n best als een dichtsel over licht

maar liefst daar waar het te donker is om te lezen.
Want alleen duister werpt helder zicht op dat
wat in zichzelf schijnt, als een inktzwarte lamp.

Koekoek

Heel lang geleden toen de maan nog een baard had en de zon een snor.
Heel lang geleden…en geloof me dat deed van au. Jazeker, zomaar voor onze zalige toekomstige zonden. Je dankte bij voorbaat de koekoek op je blote knieën. Want zalig de onwetenden die hemelen erven, dat waren nog eens harige tijden. Echter toen…viel die mooie baard uit en ook die snor verkaalde gestaag. Elke haar viel vredig neder op aarde en men geloofde het verder wel. Wel…nog steeds zoeken er menselijke dieren naar die uitgevallen haren, om er heilige bezems van te maken. Om er hun vuile straatjes mee schoon te vegen, het uitvolkorenvolk der zeloten.

Schaaldieren

Mensen zijn schaaldieren, ze plaatsen zich graag in de hoogste schaal, vergeleken met andere dieren de kroon der schepping. Ze achten zich hoog verheven boven de mieren, minachten de hoogverheven gieren als laffe aaseters. Op intergalactische schaal zijn wij eerder microben. Op planetaire schaal de rotte appel in de schaal.
Wat doen goede microben? Ze breken stoffelijke resten netjes af tot verse behapbare grondstoffen, bouwstof voor nieuw leven. Ze faciliteren het leven. Natuurlijk zijn er ook ziekteverwekkende microben, die de rotte appel op het spoor zijn gekomen. Het klinkt vreemd in de oren dat microben ethischer handelen dan mensen. Toch handelen microben uit puur eigenbelang, dat eigenbelang is het voeden van de eigen natuur. Het toont hoe dom de slimme mens is door dat eigenbelang te ontkennen. Onbegrepen eigenbelang.

Alhier

Beleven heeft een soort maximum snelheid. Iets intens ondergaan gaat langzaam, rustig. Wie te snel gaat ontgaat veel details. Het universum is een oceanisch weefsel van details. Door de angst iets te missen mis je veel, onderweg naar het volgende mis je alles wat hier al is. Vertraging werkt als microscoop op de voortjagende tijd. Stilstaan werkt als bloemknop, elk moment ontvouwt het leven zich met talloze blaadjes van mogelijk heden. Zo trekt het aandacht. Met het bezoek aan de bloem wordt de werkelijkheid bevrucht. Zintuigen hebben stilstaan nodig om te kunnen versmelten. Iets ondergaan verwijst naar ondergang. De vraag ‘hoe is het je vergaan’ verwijst naar vergaan, je vergaat in de directe ervaring. Ver gaan door hier in op te gaan. Nectar van de bloem. Wat voor honing verzamelen wij…of is dat bijkomstig? Bijvangst?

Tube

Er kwam opeens een nieuwe behoefte op de markt.
Het spul zat in een tube. Het was overal goed voor en kon geen kwaad.
Men kon het gerust uitsmeren over het tafelblad, op iemands neus, op het zebrapad,
op het behang, op het beeldscherm. Een uitkomst voor elk oppervlak.
Daarna inmasseren tot het smeersel helemaal was ingetrokken.
De onbedoelde bijwerking was dat je er zachte handen van kreeg.

Zwemzak

De natuur is analfabeet. Wat niet zeggen wil dat ze nietszeggend is, integendeel.
Ze drukt zich uit op talloze wijzen, in talloze kleuren, smaken, geuren, vormen.
Natuur benut de totale vrijheid van alle uitingsmogelijkheden.
In een wereld waar niemand luistert kan alles gezegd worden, stelde F.Wildesheim al eens vast, maar om dat vrijheid te noemen is een misverstand. Het misverstaan van de juiste verhoudingen: de natuur op de eerste plaats en de mens als laatste gast.
Het mooiste voorbeeld van een analfabeet is de octopus die zijn hersencellen in zijn gehele lijf heeft waardoor hij elk moment van vorm kan veranderen en van kleur, dankzij zijn flexibele pixelhuid. Zijn huid lijkt een vloeibaar beeldscherm waarmee elke vorm en kleur kan worden aangenomen. Hij werkt zonder woorden samen met andere dieren. Hoe armoedig steekt de menselijke taal daarbij af. De octopus is het oudste dier dat alle rampen op de planeet heeft overleefd, kortom hij heeft het langst op school gezeten, de levensschool. Zijn communicatie is onmiddellijk, hij belichaamt de expressie direct. Ik zou mijn zwemzak zo ruilen voor zo’n geavanceerd vloeiend lijf.
Naamloos gaat de natuur haar gang, met geen ander plan dan zelfregulerende wildgroei. Een vogel heet niet, een boom draagt geen naam. Geen muis is Duits, geen
paard is een Spanjaard. Geen schepje wormaarde bezit een nationaliteit. Menselijke taal is betekenisloos voor de natuur, ze verstaat dat niet. Steek een verhaal af tegen je hond en hij trekt z’n kop schuin van onbegrip. Maak een gebaar in lichaamstaal en hij leest jou als een open boek. Naamloos gaat het mensdier ten onder aan gesimuleerde doofheid, doof voor zijn eigen ingeschapen natuur.

Steenwezen

Stenen spraken jou van jongsaf aan, ongevraagd. Wezens van steen. Je vond ze vanzelfsprekend. Hun taal was zo direct fysiek. Ze benaderden jouw handen, met het stille verzoek om te worden opgeraapt, meegenomen naar huis. Alsof ze onderdak zochten voor hun ziel zo hard als graniet. Je koesterde kiezels als intieme vrienden.
Van jongsaf aan vertelden ze aan jou hun oerverhalen. Hoe ze ooit vloeibaar waren als rivieren van vuur, stolden tot bergmassieven. Hoe ze als bergtoppen in ravijnen waren gedonderd en stroomversnellingen maakten in de dalen. Zo raakte je vertrouwd met het stenen bewustzijn. Steen drukte zich vanzelfsprekend uit in gewicht, in hardheid, in onverzettelijkheid, robuust en betrouwbaar, in gladheid en ruwheid. Stenen vertrouwden jou blindelings hun geheimen toe en je gaf ze jouw geheimen in bewaring. Je ging ervan uit dat stenen met iedereen contact maakten, maar dat bleek al gauw niet zo. Je leerde in gezelschap te zwijgen als een bemost rotsblok over het wezen van steen. Dat stenen bewust zijn wilde niemand weten. Dat ze meeluisteren, getuige zijn van alle menselijke schijnbewegingen. Ze wisten dat vermogen goed te verbergen in hun natuurlijke ‘staat van het donkere licht’. Stenen zaten vol humor, relativerend en stoïcijns bleven ze onder elke schepping of vernietiging. Hun droge aanblik verlichtte jouw perceptie als het bestaan even moeizaam leek. Hun hardheid maakte jou zacht, ze leerden je te stromen.

Roeiriem

Wat doe jij nou?
Ik…roei…tenminste… dat probeer ik.
Maar je hebt geen eens riemen.
Ja…nee, ik probeer te roeien zonder riemen.
Hoe roei je dan…met je handen soms?
Ja, kijk, ik peddel, dat gaat overigens best redelijk hoor!
Maar…luister, ik wil niet vervelend zijn hoor, maar…eh waar is je boot?
Ja, nu je het zo zegt…….misschien gezonken of zo?
Heb je eigenlijk ooit wel een boot gehad?
Nou, om eerlijk te zijn kan ik mij inderdaad geen boot herinneren…
Maar wat is het verschil dan met zwemmen?
Zou goed kunnen, misschien heb ik al die tijd wel gewoon gezwommen…?
Zeg…nogmaals, ik wil je niet storen in je bezigheid, maar ….ik zie hier ook geen water…
Wat zit je mij nou te vertellen…dat ik hier droog aan het zwemmen ben?
Weet ik niet, want je hebt zelfs geen zwembroek aan.

Gaiamus domesticus

Het verhaal dat de mens zichzelf graag wijsmaakt is dat hij het dier en de plant heeft gedomesticeerd. Dat gegeven heeft het begrip ‘thuis’ gegenereerd. Thuis, waar mijn eten groeit, waar mijn kudde graast. Moeder aarde ging onderwijl  in een potje wonen, zo ontstond de kamerplant. De wolf liet zich temmen tot schoothond, de tijger tot huiskat.
Je kunt evengoed beweren dat de hond, de kat en de plant de mens hebben gedomesticeerd en evolutionair slim gebruik hebben gemaakt van de mens.
Wat is de moderne mens zelf anders dan een kasplant in de kantoortuin? Moeder Aarde zit gerieflijk in een bloempot op de vensterbank, Gaia, godin van de aarde achter dubbel glas. Ik schaar mijzelf graag onder de huismussen die gezellig doortjilpen tot ze op een mooie dag op hun rug in een handpalm liggen om wie dan ook blij te maken.
Mussengetjilp is een onbegrepen evangelie, dat heel simpel zegt: dit is het paradijs, dit is het wonderbaarlijke ‘gewone’, je leeft dit buitengewone leven, dit miskennen schept een hel. Zij zijn de gevederde grijze engeltjes van godin Gaia die vanuit de vensterbank ziet dat het goed is.