De oude beuk

Strompelend over de wortelstronken in het smalle gangpad van de treinwagon
bereikte ik de stiltecoupé waar ik de oude beuk aan trof met een geruit, bevederd hoedje op en een horlogeketting in de vestzak van zijn mosgroene bast. Zijn stam was gehavend, alsof die ooit door de bliksem getroffen… de beuk glimlachte verontschuldigend. Voor ik het wist had mijn mond, ‘waar gaat de reis naartoe?’
gevraagd. Meteen kwam de gedachte op….wat een domme vraag eigenlijk…hoe kan een reis ergens naartoe gaan? Gelukkig had de beuk enigszins kreunend geantwoord:
‘Ik ga een dagje naar het strand… mijn moeder ligt daar…”
“Begraven?” ,informeerde ik meelevend.
“Nee, ze is daar gewoon gaan liggen.”
“Mist u haar? “
De oude beuk nam langzaam zijn geruite hoedje af om zijn gebutste hoofdhuid te tonen.
“Ik zie het, zei ik en vroeg mij af wat dit gebaar te betekenen had.
“Ze was weliswaar geen beuk…” , vervolgde hij, “maar wel van de beste wind” ,
hij keek er veelbetekenend bij.
“Westenwind?” ,probeerde ik om na te gaan of ik het goed had verstaan.
“Welnee, Noorderwind natuurlijk…daar kwam ze vandaan…om mij zuidwaarts te zaaien”
“En uw vader… leeft die nog?”
“Welzeker” knikte de beuk, “maar hij smelt gestaag weg, die ouwe gletscher…”
“Aangenaam kennis te maken” ,zei ik, “maar bij ‘t volgende station moet ik er uit…”
“Waar ging u ook alweer naartoe?” , vroeg hij op de valreep.
De vraag overviel me…voor ik het wist had mijn mond alweer gesproken:
“Ik ga nergens naartoe, maar ik moet zo nodig”.

Namens de woordvoerder

Namens de bomen kan ik zeggen
dat zij zelfs met de kennis van nu
nog gestaag tot in de hemel groeien

Namens de vogels: het heeft niet
aan de zon gelegen, ook de maan
heeft elke medewerking verleend

Namens de nabestaanden weet ik
even niet wat ik erover zeggen moet,
traanvocht vervormt hier het script

Namens de daadkrachtige plegers
verklaar ik bij deze dat wij niet wisten
wat we deden, nalaten leek geen optie

Namens alle wee & deemoedigen jammer
ik uit plichtsbesef met de wolven mee,
dit staat gedrukt in mijn taakomschrijving

Namens de afwezige autoriteiten is…….
dit stuk is met dekkende inkt onleesbaar
gemaakt…………..te gevoelige informatie

Namens de autocue kan ik mededelen dat
ondergetekende niet juridisch aansprakelijk
is voor persverklaringen, excuses hiervoor

Namens de lieve hemel, mag ik melden dat
er is ruim plaats voor ieder wezen, al luidt
het advies geen enkele bagage mee te nemen

Namens ‘t stille getuigen is dit wat er gebeurt:
al worden woorden gevoerd, eet ze nooit op,
ze leiden om de tuin van het onverklaarbare

Namens ‘t onverklaarbare: plaats overal sierlijk
vraagtekens bij, vooral bij u zelf, want hoe kan
het…Immers, zijn wij niet onverklaarbaar hier?

Volgens

Volgens dichters waren sterren sproeten
op het vergezicht van God, de volle maan
‘n moedervlekje, onze geest ‘t kuiltje in haar kin

Volgens theologen was God echter
‘n autodidact met behoorlijk overgewicht
en meervoudig begaafd in toverkunst

Volgens wolken was God weer
‘n hemel om in te verdwijnen en zomaar
vanuit niets weer in te verschijnen

Volgens natuurkundigen mocht God niet
dobbelen en vonden het vals spel toen God
door toeval chronisch gokverslaafd bleek

Volgens bijen was God veeleer ‘n bloemkelk
om dronken als een tor op te gaan in ‘t nectar
van Nirvana, dat bevrijdde elke bij

Volgens beurshandelaren was God grof geld
zijn vrije markt een aards paradijs om in
te speculeren dat hebzucht goed was

Volgens de astronaut was er in de ruimte
geen God te vinden, hij vond afwezig bewijs
het bewijs van afwezigheid, hij blij

Volgens de vlo was God een kat,
haar vacht was een blijvende thuisreis
in het fluwelig warmteparadijs

Volgens digitalen was algoritme
‘n DataGod op wiens meedogenloze getallen
men moest dansen, 220 beats per minute

Volgens mijn moeder was het lot haar God,
‘n leven lang werken en dan kapot,
uitgewerkt bleef alles toevallig heel

Volgens de filosoof was God dood,
kennelijk wel ooit geboren en overleden,
kon dus ieder moment herboren worden

Volgens het kind was spelen goddelijk,
spelend met spelregels van evolutie,
‘n spelend geheel dat wint aan stroom

Volgens de vis is de oceaan een God
die niet te vinden is, waar de vis
ook zoekt, nergens geen oceaan

Alleen de zon heeft geen idee van God,
ze straalt slechts, onophoudelijk subliem,
ongeacht aan wat of wie, geeft ze zich weg

Wondervol

Het bestaan of niet bestaan van goden lijkt nog altijd een dilemma voor de neo-postmoderne mensheid…maar wat maakt het eigenlijk uit?
Zou er geen God bestaan, zou dat ons niet in een nog wonderlijker situatie plaatsen? Het impliceert dat Niets deze kosmische manifestatie voortbracht…noem het:
‘de God van Geen’.
Geeft ‘n goddeloze oorsprong een betere verklaring of maakt dat het bestaan juist miraculeuzer? ‘Niets’ als bron vergroot het mysterie alleen maar, zou ik zeggen…
Stel dat een aanwijsbaar ‘Iets’ de oorzaak zou zijn van ons bestaan dan zou dat nog
een zekere logica hebben. Maar wanneer een ‘Niets’ onze kosmos tevoorschijn toverde
dan zou dat ‘een wonder boven wonder’ betekenen. Iets laten ontstaan uit niets
is immers slechts voorbehouden aan toverkunst en dan ook nog eens zonder tovenaar. Een alomafwezige…de God van Geen, zou alle dingen hebben vormgegeven
met een ondeelbare geenheid, geniaal geenvoudig.

Vergelijk het met Niemand die uit het Niets een duurzaam feest organiseert
inclusief alle wezens plus alle exo en infrastructuur, belichting etcetera…
Een feest dat eonen lang kan voortduren. Als het feest begint verdwijnt Niemand
via de achterdeur en geniet alom afwezig van het feest.
Niemand zou dan de God van Geen zijn geweest…goddelijk toch?