‘Dit’

Ach, waar praten eigenlijk over?
Men vraagt mij wel eens af wie of wat ik ben?
Wie of wat denkt men wel dat ik ben om daar antwoord op te geven?
Het enige echte antwoord kan echt alleen maar Zijn zijn.
Men heeft ‘dit’ sinds het talig worden van het menselijke dier al van voor van alles uitgemaakt. De meest uitzinnige namen en aannamen, over wie of wat dit zou zijn. Aanbeden en vervloekt…Fame or shame, it is all the same.
In mensentaal gesproken; ik ben geen persoon, ik kan dus geen ik zijn.
Ik heb geen lichaam omdat ik alle lichamen ben inclusief hemellichamen en lichamen die nog niet geboren zijn. Ongeacht of het dierenlichamen zijn, bomen of planten, microben, atomen, golvende lichtdeeltjes…wat al niet!
Het zijn omvat al wat er is en wat er niet is, al wat nooit zal wederkeren is of nog zal ontstaan. ‘Ik’ kan dus nooit God zijn, want God is slechts een dood concept, een naam.
Onvoorstelbaar begoochelend is die taal, de naamgeving suggereert een ik dat die naam draagt. Het éne lijkt het ander op te roepen, met het accent op lijkt.
Men dicht ‘dit’ eigenschappen toe en gedrag, maar er is niemand die deze eigenschappen bezit of kan claimen. Zijn heeft geen enkele status omdat het vooraf gaat aan alle staten. Daardoor is dit zijn in alle staten gelijktijdig.
Dit verklaart ook de snelheid van het zijn, er is niets sneller dan gelijktijdigheid. Zijn kent geen wie of wat. God mag weten waarom ze ‘dit’ ‘Natuur’ noemen. Die naam is zo absurd omdat er niets anders dan ‘dit’ bestaat.
Niets valt buiten ‘dit’, daarmee vervalt de hele betekenis van het woord in het niet.
Begrijp goed, hier spreekt geen taal, hier spreekt alleen zijn en niet zijn, in dialoog. Ach, waar praten we eigenlijk over?

Allemachtig

Hond ziet baas als straffende god?
Wanneer hond zelf tegen een paaltje aanloopt onderwerpt hond zich aan baas, alsof baas op afstand een straf heeft uitgedeeld.
Hond ziet baas als helende god?
Hond bezeert zijn poot in het vuur van het spel, mankt op drie poten naar baas die zijn zere poot masseert en zegt dat het weer helemaal goed is. Hond hervat weer vief het spel alsof er niets gebeurd is.

Voorgeschiedenis:
Hond groeide op bij boer, boer schopt wel eens lastige pup met z’n klomp.
In de hondentraining komt hond nooit rechtstreeks op baas af om voor hem te zitten.
Hond loopt altijd met een ontwijkende kwartcirkel naar baas en komt op een afstandje naast baas zitten, hond maakt omtrekkende bewegingen.

Zien we hier het ontstaan van religie bij een niet-menselijk dier?
Is ontstaan van religie te begrijpen vanuit het placebo/nocebo-effect?
Vertrouwen werkt, wantrouwen verstoort.

Hoe dan ook is het menselijke dier de schepper van het god-concept, dus machtiger dan het godsbeeld van de almachtige.

Kunstkritiek

Vandaag was het zover, de opening van zijn eerste expositie in het centrum van de kunstwereld, Wenen. Hij gloeide van trots om zijn werk aan de kenners te tonen. Eindelijk zou officiële erkenning hem deelachtig worden. Hij verlangde zo naar dat warme bad, na al die jaren van ploeteren in eenzaamheid om zich de schildertechniek eigen te maken. Het laatste jaar voelde het alsof hij dagelijks werkte aan een monumentaal oeuvre. Als hij wat werk wist te verkopen of een rijke mecenas tegenkwam die zijn werk wilde financieren zou hij meteen groter gaan werken, grotere formaten, enorme panoramische vergezichten wilde hij maken om de mensheid een nieuw perspectief te bieden. Schoonheid scheppen die het vuil van wereld af zou wassen. Hij moest en zou een verpletterende indruk achterlaten.
Tot twee maal toe had de Weense Kunstacademie hem als student afgewezen. Hij was in razernij ontstoken, in staat om alles te vernietigen. Hij had laatst op het punt gestaan om al zijn schilderijen in stukken te snijden toen er plots op de deur werd geklopt. Het was buurman Herr Schwartz die hem kwam troosten met een schnapps.
Buurman Schwartz ging altijd even kijken wanneer hij de jonge kunstenaar weer eens stampvoetend tirades hoorde houden. Onder de peilende blik van Schwartz’ diepbruine ogen kwam de getergde weer tot bedaren. Hij hield echt van kunst. Wat moest hij anders als dit hem niet gegund werd?

Het blinde weten

Goed nieuws voor sceptici.
Het placebo werkt ook bij mensen die zeggen er niet in te geloven.
Doorgewinterde materialisten geloven alleen in de werkzame stof van een medicijn.
Zit er geen enkele werkzame stof in dan mag dat volgens hun niet werken, dat hoort niet in een mechanistische visie. Ze gooien met het placebo graag het kind met het badwater weg. Ze plaatsen zichzelf buiten het proces. Gelukkig blijft het kind in leven, diep verborgen in het onderbewuste. Stel dat de werking van het placebo gebaseerd is op vertrouwen. Je gelooft dat het middel en de arts goed is en je gelooft dat het goed komt. Je vertrouwt op je lichaam en haar zelfgenezend vermogen.
Het zelfgenezend vermogen van het lichaam is een volkomen onderbewust proces,
de hersenen maken allerlei stoffen aan die nodig zijn, wij hebben daar geen weet van.
Wat de scepticus typeert is de angst om bedrogen te worden. Hij leeft in een angstmodus van wantrouwen, in die bewapening voelt hij zich sterk tegen wat hem lijkt te bedreigen. Angst is het totale tegendeel van blind vertrouwen.
Zich overgeven aan onderbewuste processen is wel het laatste wat de scepticus zich wenst.
Nu is gebleken dat placebo evengoed werkzaam is bij mensen die er niet in geloven.
Wat ook naar voren komt is dat het placebo-effect altijd werkzaam is, ook bij reguliere medicijnen met werkzame stoffen. Het onderbewuste is veel wijzer dan wij ooit denken te zijn. Alle creativiteit komt uit het onderbewustzijn.
Helaas kun je dat alleen weten als je je daar bewust helemaal aan overgeeft.

Het onderbewuste is het verborgen geneesmiddel tegen scepticisme.

Taal en vuur

‘Wat is taal?’ vraagt de mondholte die uitgespaard is in het hoofd.
‘Taal, dat is een beschrijving van vuur op papier…’ , schrijft de hand hier op virtueel papier.

-het eerste vlamvatten…bruin verkleurend papier, de walm, lichtgrijze rook, de geur,
de warmgele vlammen, het zwartblakeren, in het zwart lees je nog even het negatief van het geschrevene…de holte in het hoofd hoest-

Het enige echte vuur is natuurlijk wanneer het beschreven papier werkelijk in de brand gaat, het vuur waar de schrijvende hand zich echt aan brandt.

Taal kan het echte vuur niet vervangen. In het meest gunstige geval heeft de hand zich echt een keer gebrand, zodat het hoofd het geschrevene met de directe ervaring kan verbinden.
In de meeste gevallen wordt taal nooit verbonden met de directe ervaring waar ze in het gunstigste geval naar verwijst.De meeste taal verwijst naar zichzelf, een vicieuze cirkel van misverstand, onbegrip en vermaak.

Schillen

img_20161105_214806
Daar stonden we dan pal voor de ingang van de ‘Bananenbunker’ hartje Berlijn. Hunkerend naar de private collectie in deze kunsttempel van verzamelaar Boros.
Het voormalig ‘Koude Oorlog-regime’ bewaarde hier zijn bananen, een perfecte koelcel. De burgerkameraden buiten de bunker zagen destijds natuurlijk nooit een Cubaanse banaan. Oost-Duitse humor, zwart als verdroogde bananaschillen.
Zo zagen wij nu af van de legendarische collectie binnen deze schuilbunker omdat wij een maand vooraf geen entreevisum hadden aangevraagd. We hadden het kunnen weten, dat het in deze neo-post-moderne wereld louter om toegangsbewijs gaat, accessability.

De enorme kei die ons de toegang versperde bleek dus het enige kunstwerk dat een onvergetelijke indruk op ons zou maken. Een geweldig conceptueel werk: buitengesloten door een zwerfkei uit de ijstijd, de kei voelde nog steeds ijskoud aan.
Die nacht droomde ik in ons Hotel ‘Unter den Linden’ dat de bunkerdeur alsnog voor ons open ging en dat we naar binnen moesten klauteren over de kei. Binnen vond ik niemand om mijn aanwezigheid aan te bewijzen.
Het geurde daar ergens naar…nieuwsgierig snuivend zwierf ik door een eindeloos gangenstelsel.

De bovenkamer als bunker, een labyrint van gedachtengangen.
Wat meestal niet wordt vermeld is dat wij nooit bij de Borosbunker zijn geweest.
Dit geschrevene is een letterkundige wereld, ze is prachtig als je haar letterlijk neemt.
Tegelijk weet je dat je niets letterlijk moet nemen, zo wil het vrije zijn dat…
Het had gekund als wij hadden bestaan, helaas….of moet ik zeggen gelukkig bestaan wij niet…of zal ik zeggen; nog niet. We zouden hooguit ooit kunnen gaan bestaan. Nu zijn wij slechts romanpersonages uit een wereldomvattende roman die nooit geschreven is, die onschrijfbaar is.
De enige echte roman wordt onmiddellijk geleefd en direct beleefd, de geschreven versie is een surrogaat.