Bananendoos

De man in de straat begon mij steeds meer op te vallen. Zijn vertraagde behoedzame gang trok aandacht. Op zekere dag trof ik hem buiten in stilstand naast het hondenplantsoen. Ik liep bij gebrek aan mijn voormalige hond zomaar weer eens buiten. Hij leek verstard en keek met toegeknepen ogen naar de hemel. Ik posteerde mij naast hem waar hij mij even later verbaasd ontdekte.
‘Ziet u iets daarboven’ , vroeg ik hem.
‘Nou, ik meende iets te horen…de eerste zwaluw…ik zie steeds slechter’, vertrouwde hij mij toe…ik moet steeds meer op mijn oren afgaan’.
‘Zou een bril niet helpen?’, probeerde ik.
‘Nee, ik zal langzaam aan blind worden, dat is de prognose…’, zei hij gelaten.    
Ik zonk even mee in zijn gelatenheid en betreurde mijn ongepaste advies.  Voor de spanning snijdbaar werd vroeg hij: ‘Houdt u soms van lezen?’  
Hij bleek als een bezetene te lezen, las alles wat hij kon voor dat het te laat was.    
Elk gelezen boek was een overwinning op zijn dreigende blindheid.    
Of ik zijn uitgelezen boeken misschien wilde hebben.
‘Kom maar langs als je wilt, je weet waar ik woon’.  
Omdat hij vriendelijk bleef aandringen maakten we een afspraak.
Ik belde aan. Hij deed, gehuld in een Japanse Kimono open.    
Ongezien wenkte hij mij naar binnen.    
‘’Kom ik eigenlijk wel gelegen’ ,vroeg ik opgelaten.
‘Nee kom, ik loop er thuis altijd zo bij…niemand die me ziet’ ,zei hij geeuwend.
Zijn huis bleek vrijwel leeg. Er stonden twee stoelen en een tafel.
Geen schilderij aan de muur, waarom zou je ook je muur versieren met iets wat je toch niet kon zien? Alle overbodige huisraad verwijderde hij consequent, daar kon je je alleen maar aan stoten of over struikelen.    
Het licht deed hij ook steeds minder vaak aan om zich alvast op een tastend bestaan voor te bereiden. Zijn boeken las hij aan tafel onder een leeslamp met een sterk vergrootglas.    
Hij leidde mij naar een zijkamertje dat vol stond met manshoge stapels bananendozen gevuld met boeken.    
‘Zoek maar wat uit en neem mee alsjeblieft, anders het groeit hier nog dicht!’
Toen ik met een doos boeken vertrok brandde er nog één vraag in mij;
‘Wat als u niet meer kunt lezen?’ De vraag kwam niet over mijn lippen.
Ik vreesde zijn kale antwoord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.