Binnen

Op verzoek van mijn man geef ik hier mijn kijk op de geschiedenis van onze zoon.
Bor houdt nu eenmaal van tegenstrijdige verhalen die naast elkaar kunnen bestaan.

‘De ene rivier van het grote verhaal bestaat uit de duizend stroompjes uit talloze bronnen, regendruppels dus, uit de hemel gevallen’
Ik ben dus de moeder van Alwin. Bor ontmoette ik toen hij als vrouw verkleed rond liep op een besloten avond voor feministen. Hij zag er goed uit in zijn broekpak. Pas toen we door de stad naar huis liepen ontpopte hij zich als man. Die streek nam me meteen voor hem in. Ik kreeg meteen ‘de vlinders’. Een man die zo nieuwsgierig was naar het vrouwelijke dat hij letterlijk in hun huid kroop, dat ontroerde mij. Niet veel later woonden we samen en waren we in verwachting. Alles samen. Bor leefde zo mee dat hij augurken ging eten.
Die hele affaire over de aangifte van Alwin is feitelijk heel simpel: Bor kon gewoon geen aangifte doen van de geboorte, omdat ik zelf indertijd nog illegaal was. Ik zou het land zijn uitgezet.
Later toen Bor het aan Alwin wilde uitleggen werd Al zo boos dat hij zijn ‘vader’ heeft aangegeven. Achteraf begreep Al pas dat hij zich met een officiële identiteit nooit zo zou hebben ontwikkeld. Nu zwemt hij in een zee van alle mogelijke identiteiten.
Waar ik vandaan kom daar deed niemand ooit aangifte, geen instanties te bekennen.
Al werd ontembaar, hij klom tegen muren op, tegen gevels aan om ergens naar binnen te kijken, glipte musea, dierentuinen en zwembaden binnen zonder toegangsbewijs, pas later kwam hij op het idee om toegangsbewijzen te vervaardigen.
Hij wilde de koninklijke, officiële weg bewandelen. ‘Niet van echt te onderscheiden is gewoon echt.’
En Al is echt goed, hij heeft ook voor mijn verblijfspapieren gezorgd. Ik ben binnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *