Breng dat oog even

Mijn oog viel eruit.
Net toen ik mijn lezing wilde beginnen.
Ik raakte al lang niet meer in paniek, het gebeurde wel vaker.
Het oog past ook niet meer zo goed in de kas.
De spieren zijn verslapt.
Ik had natuurlijk mijn oogspieroefeningen moeten doen, ben nooit een sportman geweest…
Leven kun je niet trainen.
Aanvaarding is meer mijn tak van sport.

De toehoorders waren geschokt door het stuiterende oog van gehard composiet.
Vroeger waren die dingen van glas; dat was koud, vooral in de winter.
Composiet nam makkelijker je lichaamswarmte over en het brak niet meteen.
Het oog rolde tussen het publiek door, dat achteruit deinsde voor het nagemaakte zintuig dat alle kanten op leek te kijken.
De mensen voelden zich bekeken.
Vol afschuw staarden ze naar mijn linker oogholte, waar ik mee knipoogde.
De droge lucht prikte in mijn oogkas.
Omdat ik niet goed diepte kan schatten, vroeg ik vanachter het spreekgestoelte beleefd doch dringend: “Breng dat oog even.”

Niemand durfde, er werd veelbetekenend heen en weer gekeken…
Het duurde lang tot een klein meisje de knikker opraapte en hem mij kwam brengen.
Onder de kraan van het toilet spoelde ik het oog even af.
Het keek mij verwonderd aan.
Ik ben nooit gehecht geraakt aan dat oog, het was een maskering voor de buitenwereld.
Wel beter dan die zwarte ooglap.
Hoewel mijn vrouw dat interessant vond staan, heb ik er van afgezien.
Ik had het een rare opmerking gevonden met dat woord ‘interessant’ erin.
Zo raar dat ik het woord heb opgezocht.
Etymologisch betekent het: tussen het zijn…

Van een lezing is het niet meer gekomen, het oog had alles in zich opgenomen.
Niemand kon nog aan iets anders denken.
Het oog had interesse gewekt, liggend tussen het zijn.
Achteraf bleek het de meest geruchtmakende lezing die ik nooit gaf.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.