Trouw

‘Hermetisch vertrouwen is de baas waarvan ik de trouwe hond ben’
F. Wildesheim

Van alle mensen die ik heb ontmoet is Wildesheim wel de trouwste hond ooit. In zijn aanwezigheid voelde ik mij totaal uitgelaten en nu ik mij hem herinner gebeurt het me weer.
‘Met de kennis van nu kunnen we vooraf al weten dat het achteraf bezien nooit anders had kunnen gebeuren dan het is gegaan’.
Dit besef schenkt een hermetisch vertrouwen in de loop der dingen.
‘Vertrouwen is misschien wel het grootste geschenk wat doorgegeven kan worden van wezen op wezen’.
Vertrouwen is de zon van de ziel en viert het hier zijn door op overal te schijnen.
Vertrouwen lijkt een risico te nemen om alles kwijt te raken, maar wat voor risico is dat voor wie niets te verliezen heeft?

‘De mens is een hond die een baas nodig heeft, die baas is vertrouwen’

Papier

Stel:

de eerste en enige leugen zou het concept van bezit zijn

deze leugen doorzien zou dan de eerste en enige waarheid zijn

niet een waarheid die iets poneert, maar slechts één die onthult

logisch gevolg is de ontmaskering van het eigenaarschap

achter het masker zou een leeg vergezicht schuilgaan

het hele mentale bouwwerk ‘van mij’ zou een ruïne blijken

de juridische orde zou dan zo waardevol zijn als oud papier

we kunnen allemaal weten dat bezit een aangename leugen is

en we weten ook, ergens wel, hoe het met indianen is afgelopen,

met aboriginals, met alle vrije volken met een natuurcultuur

dat ze meedogenloos zijn vermalen in de juridische papiermolen

de witte boord is het onschuldige kenmerk van de machtige leugen

het handlangerschap van de onmacht om de leugen te erkennen

het is een openbaar geheim, goed verborgen in het evidente

Veelal

Ach weet je, al met al is dit toch wel een van de betere…over heelallen gesproken….zoniet het beste en dichtstbijzijnde heelal in de naaste omgeving… afgezien van wat achterstallig onderhoud.

Hoeveel kritiek je er ook op kunt hebben en tal van verbeterpunten,
dit heelal heeft toch een uitstekende bestaansgrond vergeleken bij die pompeuze Extra-Galactische heelallen.

Andere heelallen doen het soms zonder zwaartekracht, daar moet je toch niet aan denken…je zweeft
daar de hele tijd weg van waar je naartoe denkt te willen.

Weer een ander heelal moet het stellen zonder ruimte, je stoot je werkelijk overal aan…behoorlijk benauwend, daar kan ik rustig van getuigen.

Of die ene waar geen eeuwigheid bestaat …nooit nergens tijd voor en maar voortjakkeren…en dan dat heelal zonder spatje licht…dat had ik helemaal gauw gezien.

Nee, dit is allemaal helemaal zo gek nog niet. We mogen eigenlijk wel in onze handjes knijpen…al zou een
gebruiksaanwijzing en hier en daar wat ondertiteling wel behulpzaam kunnen zijn, tenminste…als ik het voor het zeggen had.

Prioriteit

Vandaag ga ik maar eens een gat graven met m’n dikke voorpoten.
Zomaar ergens in de grond, een gazonnetje kan trouwens ook.
De aarde krabben, misschien heeft ze wel jeuk?
Gewoon lekker graven, klonten klauwen en dan m’n neus erin stoppen,
in dat gat, er een hapje van nemen en dat dan lekker uitspugen
en dan verder….Gewoon gezellig even samen met de aardbol,
een onderonsje met de grond… En als ik wat proef dan kijk ik even
verwonderd in het rond of er nog iets is om te beleven.
Maar er is niks beters te doen dan graven, je staart slaat de maat.

Zoethoudertje

Hersentjes proberen nu eenmaal overal chocola van te maken. Chocola met de bijsmaak van betekenis. Als die bijsmaak geproefd wordt geeft het chocobrein zichzelf een beloning, een gelukshormoon. Een vorm van zelffelicitatie. Het hoofd is een eigenaardig soort chocoladefabriek. Zelfs van de meest onmogelijke ingrediënten fabriceert het brein nog iets wat vagelijk naar betekenis smaakt. Er komt geen cacaoboon aan te pas.
Het doet denken aan de befaamde Koetjesreep die geen snufje cacao bevat. Maar de Delftsblauwe wikkel maakt alles goed. Zonder die fabriek smaakt alles naar mysterie, je weet niet wat je proeft.

Vergezucht

tijdens het lezen komt de wind op bezoek
de tuindeur staat voor je kat op een kier

je leest net in ‘n gedichtboek over “Gods
vergezicht… dat vertrekt…geen spier…”

met een vlaag bolt de vitrage op…plots
waait je muffe kamer vol tintelfrisse lucht

je leest: “G. geeft mooi niet thuis en laat
zich nooit niet kennen, je bent er ingeluisd

en jij maar bellen aan elke deur, in elke straat
G. woont overal, het genie is net verhuisd…”

je legt het boek weg en slaakt een zucht
van verlichting. G’s ademhalingswegen

zijn ondoorgrondelijk en ‘n zeldzame zegen,
onlosmakelijk verbonden met ieders longen

elk hartslag wordt door zuurstof overbrugd,
elk wezen van dezelfde wind doordrongen.

Stralend blind

Een schaduw bestudeert alle boeken over de zon, ze moet wel indirect onderzoeken.
De zon zelf kent ze niet direct.
Zou schaduw de zon ontmoeten…
dan verdween ze voorgoed in dat onvermijdelijke licht.

De zon daarentegen heeft nog nooit een schaduw gezien,
ze kent het bestaan van schaduwen niet.
Hoe zou ze het bestaan van schaduw moeten erkennen… waar dan?
Overal waar zon haar licht schijnt verdwijnt tegelijkertijd elke zich verschuilende schaduw,
snel als het licht.

Ook de legendarische nacht, het thuisland van de schaduwen kent de zon niet.
Nergens ziet zij nacht, ze straalt permanent rondom, lumineus.
Dit zou de onwetendheid van de zon zijn, de blinde vlek van wetend licht.

Taalgevoel

Triëst is de befaamde Italiaanse kustplaats
die waarschijnlijk alleen in het Nederlands
een nogal treurige gevoelswaarde oproept.

Dit is slechts een onschuldig voorbeeld
van hoe taal onbedoeld verwarring zaait
en volkomen irrationele verbanden legt.

Vanwege de overeenkomstige architectuur
noemt men Triëst ook wel: ‘het Wenen aan Zee’.

Hetgeen nog eens ten overvloede bevestigt
dat het daar wel echt om te huilen moet zijn.

Week

Maandag heeft soms wat koudwatervrees,
de week is dan nog niet lekker op temperatuur.
Meer een dag om voorzichtig in pootje te baaien.

Het begin van de week is sowieso nog te ondiep
om in te zwemmen. Geleidelijk loopt de week vol.
Halverwege dinsdag klotst het tegen de kozijnen.

Alles staat in de week of beweegt zich drijvend
voort met de stroom. De week lijkt een aquarium.
Woensdags kun je al naar de overkant zwemmen.

Donderdag stijgt ‘t water hoger en zink je dieper,
Je verdrinkt liters water om het peil te verlagen.
Op vrijdag moet je duiken om de bodem te raken.

Zaterdag stroomt het golvend over de rand.
Zondagmiddag sijpelt het water steevast weg.
Waar zit het lek?…welke gek trekt de stop eruit?

Zondagnacht staat de week leeg, drooggevallen
een brede beek vol gladgeslepen kiezelstenen.
Als kind sta je daar nog altijd te staren naar ‘t grind

in die tijdloze bedding ben je…verdwenen.

Poreus

Nuance is een zachtaardig monster,
met een allesverpulverende kracht.
Elke harde aanname of vaste overtuiging
wordt sereen en terloops gesloopt.

Ze gaat daarbij te werk als water,
dringt door in poreuze oppervlakkigheden
van welk denkbeeld dan ook.
Elke hardvochtige generalisatie raakt doorweekt,
en verdampt spontaan tot een ijle vergeefsheid.

Gelijktijdig druppelt nuance tot gekmakens toe
op het hoofd van een denkbeeldige denker
tot deze opgeeft en bekent het niet te weten.

Nuance verandert het meest gepantserde
in een ontgoocheld wrak, de bodem ligt vol.
Niet dat ze daarop uit is, het is ‘n helende bijwerking.

Volg de wegen van water en zie nuance in werking.
Natuurlijk dringt ze moeiteloos door in denkdingen
omdat ze zo leeg zijn, opgeblazen met ruimte.

Nuance ruimt, zodat het sublieme er kan verblijven.
Als tropische vissen in een gezonken scheepswrak.