Volgens

Volgens dichters waren sterren sproeten
op het vergezicht van God, de volle maan
‘n moedervlekje, onze geest ‘t kuiltje in haar kin

Volgens theologen was God echter
‘n autodidact met behoorlijk overgewicht
en meervoudig begaafd in toverkunst

Volgens wolken was God weer
‘n hemel om in te verdwijnen en zomaar
vanuit niets weer in te verschijnen

Volgens natuurkundigen mocht God niet
dobbelen en vonden het vals spel toen God
door toeval chronisch gokverslaafd bleek

Volgens bijen was God veeleer ‘n bloemkelk
om dronken als een tor op te gaan in ‘t nectar
van Nirvana, dat bevrijdde elke bij

Volgens beurshandelaren was God grof geld
zijn vrije markt een aards paradijs om in
te speculeren dat hebzucht goed was

Volgens de astronaut was er in de ruimte
geen God te vinden, hij vond afwezig bewijs
het bewijs van afwezigheid, hij blij

Volgens de vlo was God een kat,
haar vacht was een blijvende thuisreis
in het fluwelig warmteparadijs

Volgens digitalen was algoritme
‘n DataGod op wiens meedogenloze getallen
men moest dansen, 220 beats per minute

Volgens mijn moeder was het lot haar God,
‘n leven lang werken en dan kapot,
uitgewerkt bleef alles toevallig heel

Volgens de filosoof was God dood,
kennelijk wel ooit geboren en overleden,
kon dus ieder moment herboren worden

Volgens het kind was spelen goddelijk,
spelend met spelregels van evolutie,
‘n spelend geheel dat wint aan stroom

Volgens de vis is de oceaan een God
die niet te vinden is, waar de vis
ook zoekt, nergens geen oceaan

Alleen de zon heeft geen idee van God,
ze straalt slechts, onophoudelijk subliem,
ongeacht aan wat of wie, geeft ze zich weg

Opstand der dode dingen

De dingen saboteren zich, ze ondermijnen zich
onder hun huid, voeren ‘n guerrilla tegen ons bezit
dat zij zijn. Meubilair van onze bovenkamers.

Opstandig verbleken ze in de onverwoestbare zon,
boekruggen, kunststoffen, gordijnen, schilderijen,
hun huiden vormen het behang van ons bestaan.

Brutaal ontkleuren ze zich tegenover hun eigenaars.
Uit protest tegen verwaarlozing, tegen ontheuging.
We vergeten ze te waarderen, te onderhouden.

Wat zou het ze deren…zou je denken, maar fanatiek
strijdt het verzet, door stil kapot te gaan, te breken,
te verpulveren als droog rubber, te verschilferen,

te schimmelen, scheuren, barsten, deuken, butsen,
schaven, krassen, craqueleren, ze roesten zich rot
tot ze onherkenbaar gehavend worden ontheemd

Zo sneuvelen de dingen zich een weg naar aandacht
en waardering. Als men ze later bij verrassing opgraaft
noemt de antiquair hun strijd: ‘het patina van de tijd’

Grijs

Volgens de boeken was het brein grijs,
als een in beton gegoten wijsheid
maar het kind kon het nergens vinden
deze veelgeprezen hersengrijsheid

binnen het hoofd zag het wijdse ruimte
in alle kleuren verlicht door een zon
die zich zelf niet zien kon

het zag alleen het stralende
en de weerschijn ervan
op de zeven planeten
die rond deze zon cirkelden
in onafzienbaar ruime banen

rond elke planeet cirkelden weer
zeven manen en rond elke maan
weer zeven en zo door…
hoe kleiner hoe groter

soms loste een maan zich op
in de stille zon, om zich daarna
als wat dan ook te manifesteren

dat wilde het kind ook, oplossen
en dan als wat dan ook…
steeds opnieuw…

nog steeds beweegt alles zich
rond deze roerloze zon die
alles aanraakt met haar stralen
doordringt met tastende warmte,
en diep onderhuids proeft

een belevende poëzie
van wat dan ook

Achteraf

Dit verborgen talent is een openbaar geheim.
Dit talent betreft het geniale vermogen
om niet te accepteren wat er op dit moment is.
Wat er geniaal aan is is dat met dit ‘achterafoordeel’
oprecht niet gezien wordt wat er hier beschikbaar is,
laat staan wat er allemaal mogelijk is.
Dat is knap, hele werelden worden ontkend, weggevaagd,
zeeën van mogelijkheden worden drooggelegd.
Je bent in het verkeerde land geboren,
op de verkeerde planeet, bij de verkeerde ouders,
in het verkeerde lichaam, met het verkeerde geslacht,
de verkeerde genen, verkeerde talenten.
Zoals elk denken komt ook dit denken achteraf.
Het verraadt dat, met de kennis van nu,
achteraf dus, het idee is ontwikkeld dat men
vooraf liever iets anders had willen verwachten.
Er mag dan geen God met een baard zijn,
maar zijn wereldvreemde grondpersoneel
bevolkt nog steeds deze wondervolle aardbol.
Heb je ooit een boom gezien die liever een geit wou zijn?
Een appel die verdrietig is omdat ze geen peer mag wezen?
Een bloem met de verkeerde geur, de verkeerde kleur
die liever een hommel was geweest?
Ach, was ik maar een mens…dacht een God zonder baard,
achteraf.

Collateraal

Collaterale schade…zo heette dit opgeblazen eufemisme.
Het retorische stof van ‘beren op de weg’
daalde langzaam neer.
In een tergend trage implosie was
het virtuele omhulsel opgelost,
de duurzaam verstikte ruimte
kon weer naar zuurstof happen.

Nog dagen later dreef er een rookgordijn,
het was wachten op frisse wind.
Toen die eenmaal opstak en het decor schoon blies
stonk het nog steeds naar duur verkochte huiden,
huiden van nooit geschoten beren.
Beren die zogenaamd wreed
elke begaanbare weg hadden versperd.

Hunkerde men nu naar nog meer lege hulzen?
De magazijnen van verweer bleven gevuld.
Er leken echte gaten te zitten in het witte doek,
trofeeën van demagogisch geweld,
die waste je er niet zomaar uit.
Sommigen gebruikten het doek als vlag
om tot overgave te bewegen.
Even verderop werd filmdoek op straat verbrand
vanwege onwelkome beelden die vluchtig
op haar bleven rondspoken.
Vriendelijk vuur.

Kuddes

Ik is niet een iemand
veeleer een hele kudde
zelfs loslopende kuddes
van velerlei & allerhand

ik is niemands herder
niemand hoed hier want
hoedt u voor de herders
laat u hoeden door niets

kuddes zwermen vrij uit
over eeuwige omvelden
ze grazen behoedzaam
elke bestaansgrond af

geest heeft vele magen
ze verteert hulsels & kaf
tot het wezen zich bloot
geeft in leven en dood

het ene in alle delen
begint gestaag te dagen
dat het ene meer is
dan de som der velen

volgens oude sagen
zijn kuddes de helden
ze dragen ons leven
bemesten de velden

Velds

hier ligt het…

onder het maaiveld
tussen de halmen
in de luchtkamers van
veldmuizen en mollen

hier ligt het….

waar torretjes, kevers,
vlinders, hazenlegers
kortom ‘t Kruipend
Gedierte des Velds

hier ligt het begin

‘t beginsel waar dauw
mistig in gaat liggen
waar hemelwater loopt
naar het laagste punt

hier ligt het begin

het begin der hemelen
zo laag bij de gronds
waar wezens oefenen
in engelachtig wezen

voor ‘t hemelen begint

Bovenal

Normaal neem je de droomlift,
Buiten Dienst….knippert het paneel
dan maar de virtuele trap betreden
de koud metalen leuning zoekt
warmte en houvast in je slapende hand

wankelen de treden omhoog of omlaag?
weten je voeten wel dat ze nergens
heen moeten? …ze dansen hun eigen gang
op ‘n oud toekomstmuziekje van L.W.
(Ludwig Wittgenstein) die hier zijn idee
van een droomhuis ontwerpt en bouwt.

Zijn geest staat blijvend in de steigers.
W. uitvinder van de denkbeeldige trap
die men eenmaal boven gekomen liefst
weg moet gooien (al het overbodige is loos)

het is een hele de klim, boven tref je W. aan
op – de hoogste verdieping – waar hij zijn
bovenkamer steriel wit aan ‘t stuccen is.
Hier staat hij dan, de logica-sjamaan
“zu schweigen wovon mann nicht sprechen kann“

dit verwonderde jou als kind bovenal:
……De Hoogste Verdieping……..
dat hoger ook tegelijk dieper is.

Ludwig gooit nu stoïcijns zwijgend
die hele godganse trap, trede voor tree
naar beneden, in ‘de hoogste diepte ooit’
Daarom blijkt geen enkele reden.

zwijgend als ‘n witgestucte muur
schrijft W. met ‘n potloodstompje:
Er gaat Niets boven Al

Haven

in de haven liggen vele schepen
in de week, als keiharde ideeën
zijn ze helaas te onbevaarbaar
op de smeltzame zee van zijn

ze moeten eigenlijk ontwateren
in de winter, op het droge
om ze onzinkbaar afgedicht
fraai op te kalefateren…echter

‘s nachts aan de wakende kade
maken handen trossen los
ze lichten ankers om onbemand
af te drijven naar poolgebieden

waar vereende handen bouwen
aan het massieve machtige schip
van ijs, dat eenmaal klaar op reis
gaat richting evenaar, om zich

aldaar ongehavend te ervaren