Bijster

mijn laatste vader
deed op het laatst
al zijn belevenissen
voor de laatste keer

hij at zijn laatste zalm,
het laatste gebakje,
de allerlaatste peer,
zijn laatste enzovoort

het deed hem denken
aan al zijn eerste keren,
zijn eerste pleister
op zijn eerste wond,

zijn eerste liefde die
hem de allerliefste vond
er bleef bijster weinig over
van zijn laatste woord

niets is onuitwisbaar

Val

chronologisch
leven wij immer,
immer dit laatste
samen met al wat
nu leeft en sneeft

leven is immer
dit laatste moment
in dit zachte ravijn,
deze vrije val
van levend zijn

het laatste valt
van het scherpst
van de snede,
bodemloos heeft
geen beneden

het blijft vallen
in verbazing dat
dit maar duurt,
bewust van wat
ons zo natuurt

Achterkant

Mijn zoon van acht stond naast mijn bed vannacht.
Wat is de achterkant van de maan in hemelsnaam?

Dat is Terra Incognita, mummelde ik slaperig,
ze is onze planeet van het niet weten.

We zien de achterkant van de maan niet,
dat niet zien heet de achterkant…

Nou, dat zie ik niet hoor, zegt hij.
Zie je wel, dan zie het precies goed.

Maar wat heb je daar aan, aan een achterkant die je niet ziet?
Nou, daar heb je net zoveel aan als aan de voorkant die uit schijn bestaat.

Ik zie wel meer niet, ik zie meer niet dan wel.
Alles wat je niet ziet is in feite de achterkant van de maan.

Maar als je de maan van achteren benadert? , ging hij verder.
Dan verdwijnt haar schijn uit het zicht… en is heel haar voorkant weg.

En als je de maan van binnenuit benadert? , probeerde mijn zoon nog..
Dat is veruit de beste benadering, fluisterde ik wegdommelend.

Vastberaden zweefde hij weg, moeiteloos dwars door de schijnbaar
zo harde materie van ons huis.

Witte nacht

iemand vroeg:

heeft niemand ooit gezegd

dat je een grappig gezicht hebt?

nu zei iemand het, verpakt in een vraag

ik heb geen gezicht voor mijzelf

blindgeboren

dus ook geen herinnergezicht

het is immer witte nacht in mij

soms tast ik mijn wang af

op zoek naar zicht

lees mijn jeugdpuistjes in braille

vertaal het mysterie

Straattaal

Ongevraagde verklaringen van het straatmeubilair:

Het komt gewoon door schermverslaving & aandachtstekort,
keuvelt de scheefgereden lantaarnpaal met een air…

Nou, het is eerder te wijten aan achterstallig onderhoud,
verzucht de met onkruid overwoekerde vluchtheuvel

Welnee, ageert het tot gruis vernielde bushokje,
het komt omdat teveel luxe consumenten hospitaliseert

Onzin, oreert het bijna weggesleten zebrapad,
het is simpelweg ‘n inslijten van slechte gewoonten

De echte oorzaak zit natuurlijk in het voor eigen rechter
spelen, sombert het vergeefs knipperende stoplicht

Ach, jammert de overvolle prullenbak , het komt omdat
niemand zich meer leegmaakt van het overbodige

Wat zegt de straat er zelf over… de klinkers, de tegels?
De enige echte oorzaak is dat de poëzie op straat ligt

Zonder poëzie hadden we niets om op te leven , niets
om over te lopen van vervoering, vervoermiddel bij uitstek

Want, kijk wat hier ligt…deze stoeprand van keiharde lyriek,
onmondig gelaten, ‘t meest veronachtzaamde van alle straten

Onderduik

Geboren worden is in winterslaap gaan.
Het vlezige lichaam…slechts ‘n tijdelijk
onderduikadres, een verzwaard te strak
duikerspak om aardse slaapwandelingen
mee te maken door het woud der zintuigen.
Zonder duikpak stegen we fluks hemelwaarts.
Wie zich zijn lichte wezen lucide herinnert
wordt vakkundig & fanatiek voor gek versleten.
Evident, zoals elk huis puur bestaat uit ruimte,
maar wie heeft ruimte ooit kunnen zien?

Gewis

ach, uitwisbare indruk
zo vergetelijk spoorloos,
weerloos ten onder in
dit zeker niet weten

dit gene weet zelfs
niet wat is vergeten,
hoewel benul ervan
zich blijvend aanwezigt

gelijk behangselpapier
dat is afgebladderd
van ‘n afwezige muur
weet niks zich zo puur

Vetbol


Het antwoordapparaat zocht naar een iemand
die wilde inspreken

De vogel zocht naar ‘n takje om haar vetbolbekje
aan af te vegen

De curator zocht naar een argument waarom
het goede kunst zou zijn

De chauffeur zocht geruime tijd vergeefs naar
zijn tweede versnelling

De hond zocht naar zijn baasje die hem weer
eens niet kon bij houden

De dichter zocht naar de bestlopende zin
van zijn hele leven

De psychologe zocht naar liefde waarmee
ze van het leven kon leren houden

De vlieg zocht naar een vliegenmepper om
verstoppertje mee te spelen

De manager zocht naar een uitgang om uit
de kantoortuin te ontsnappen

De computer zocht naar informatie tussen
de reclameboodschappen

De plant zocht naar wat daglicht om naartoe
te kunnen groeien

Ze zochten…en ze vonden allemaal iets anders
om zich mee te behelpen

Photography: © Djhioupy KingsPress 2021

Niemand

Luister, zegt niemand,
de taal is nog niet uitgevonden,
woorden bestaan nog niet

Er is niets dat een naam draagt
roep maar in de woestijn: Niets!
Niemand luistert naar geen naam

Er bestaat letterlijk geen letter
op geen papier, het zegt
allemaal Niets en zelfs dat niet

Het heeft geen enkele zin,
alleen zintuigen zeggen alles
in één verstilde beleving

Niemand leeft dit zintuiglijke
voluit, zonder onderbreking
vloeit dit ongeschreven leven

Inkt

‘n wereld licht op,
maagdelijk witte pagina
voor onze huisdeur

als ‘n zwarte inktvlek
in de nieuwste sneeuw
spat ons huisdier gek

we lopen wit rond
volgen onze inktspat,
eerste winterhond

de vlek waart door
de pagina, kwispelt
kwistig zonder spoor

we gooien typex
naar die wilde vlek
maar onuitwisbaar