Oersprong

met het oor van de sprong
hoor je pas hoe witstil begin begon
dat niets vanzelf spreekt, spreekt voor zich

al je ogen als zaden begraven in aarde
waar ze tastend staren in het sediment
van stapels voormalige horizonten

soms ontkiemen ogen tot ooit gezien licht
dat immer schijnt te zeggen: je bent al één
huidige natrilling van die oersprong

het jongste piept zoals het oudste licht eens zong

Aarzel

de gelegenheid is altijd al gegeven
en aarzelt gestaag in alle richtingen
een schuchtere verkenning van…?

Het talmt verlegen, vlijmscherp alert
met voelsprieten van lege geest
tot het zich plots heeft voltrokken

het onvoltooide straalt nog als ooit
tevoren met die schittering van dat
wat ontbreekt en naadloos vervult

blijvend onaf & volkomen aarzelbaar
deze wereld van onvoldongen feiten
die zich vredig neerleggen bij zichzelf

Kleireis

wanneer klei op reis gaat
naar nieuwe werelden
pakt ze geen koffers
ze laat zich pakken

vertrekt niet naar een station
om daar een trein te nemen
ze blijft zonder plattegrond
om te zijn waar ze is

klei reist zonder paspoort
zonder plaatsbewijs
door rondom tegen leegten
aan te leunen
ruimte is haar horizon

klei zoekt geen vormen elders
ze kan zich vinden in elke vorm
in het nooit vertrekken
ligt haar eeuwige aankomst

vandaag lijkt ze op een mens
van klei die met lemen handen
een vers boetseert dat als
reisloos souvenir dient

Azen

aan de oever van gene zijde
vist de oude dood naar het leven
aast gretig op ons vlees

zijn leefnet is onze dood
al wat ons omringt dient als aas
dat haakt in ons leven

we eten niet, maar snoepen stil
en knagen mazen in het net
we hongeren deze visser uit

voor wat is deze hengelaar
een begeerde prooi?

(Anoniem, uit het Chinees vertaald ca 500 v. Chr.)

Altaar

de huisgod fladdert
als een mot rond
de flakkerende kaarsvlam

vol vertrouwen neemt ze plaats
op de net gedoofde pit
als was het een troon

uitgeblust zit ze sereen
in opstijgende kaarswalm
vindt ze rust in het duister

Hertaling:

de moderne zot bladert
als een God op zijn mobiel
tot de accu leeg is

vertwijfeld plakt zijn blik vast
aan het uitgedoofde scherm
als was het een gesloten poort

onthutst starend naar het lege beeld
tot het besef gloort…er is
geen poort, alles is altijd al binnen

Schemervis

Je zit bij je schaduw op de fiets
moeiteloos licht glijdt het beeld
als een schemervis over de stenen
van de straat

een torenflat wist ons weg
als een enorme gum
er wordt niets meer betekend
op de stenen van de straat

alleen in het innerlicht van verbeelding
zwemmen nog schaduwen in nachtaarde
onder de straat van stenen

Rotonde


Balletjes kunnen alleen maar raar rollen,
gewoon voorspelbaar rollen zit er niet in.

Oorspronkelijke natuur dobbelt
als een gokverslaafde, niets te verliezen.

Levenswegen kunnen elk moment
onverwachte wendingen nemen,
ondanks het harnas van de gewoonte.

Elke seconde ‘n verse rotonde
met nog nooit gebruikte afslagen,
naar nog niet eerder geleefde mogelijkheden.

Ondoorgrondelijk zijn goddelijke wegen
die nooit zijn aangelegd, ze ontstaan door te gaan.

Het onberekenbare rekent alles meteen goed
als het onvoorstelbare zich manifesteert.

Zonderland

de rivier reist
als een natuurlijke grens
zeewaarts
ze doorsnijdt ondeelbaar land
in twee helften
door simpel weg
het land
te doorstromen

stromen getuigt
van vloeibaar geluk

eenmaal in de oceaan
stroomt de grensrivier
nog steeds
maar nu oeverloos vrij
referentieloos,
zonder land

terugkijkend is de rivier
drooggevallen bedding

nooit waren hier aparte landen
gescheiden door een grens

de rivier blijkt een vloeibare droom
die oevers schept in de dalen

het oceanische merkt pas
verschil op als rivier

zoals de huid van de bergen
de hemelkusten kust

Het Ruysdaelt

Nabije verte golft teder
hemelhoge bladerweelde
Ruysdaelbos ademt wind…

wat is wat…wind, blad
hemel, licht, ruimte…
deze zee van zicht ?

wat het ook schijnt…
het ademt, het ruimt
het deint, verzuimt

het laat alles stranden
op ik weet niet
welk kustgebied

dat gebiedt te rusten
in gevonden zijn
door niemand

zonder handen

Bijsluiter

Achteraf kun je zeggen:
zie je wel,
door dat medicijn
ben ik toen genezen
maar wie weet had je
zonder dat paardenmiddel
nooit last had gekregen
van alle bijgesloten bijwerkingen

Nu je heel bent
waarom zou je nog
verbanden leggen
rondom een been
dat nooit gebroken is?

Waarom het hoofd
omzwachtelen
als het de bedoeling is
dat wanen als vanen
vrijelijk wapperen
in de wind?

Wat is deze wereld anders
dan ‘n kaleidoscopische
bijwerking
van de meest vreemde ziekte
die gezondheid heet?

Is de mens geen
wandelende paddenstoel
met hallucinogenen?

Wee wie ons plukt en eet…