Zon

Zon is in staat
om zonder handen
al wat huid heeft te strelen,
te warmen, te voeden.

Noem iets wat geen huid heeft?
Alles heeft huid…elke cel, bladeren, stenen, zelfs ruimte, ruimte draagt
de dunste huid… van duisternis.

Handen van licht strelen tot bestaan.
Dit noemt zich: het huidige licht.
Wijs nu eens iets aan dat niet huidig is…

Hoe wijs je stilte aan?

Als alles daar al op wijst?

Mysterie

Men kan veel beweren over ‘het mysterie’. Bijvoorbeeld dat je er niets over kunt zeggen. Of dat ze in het geheel niet bestaat… een uitspraak waarmee de ontkenner zichzelf ontkent. De ontkenning zelf is een bewijs van aanwezigheid.
Alles wat men het mysterie toedicht is een beperking. Nooit zal zij zich verdedigen tegen valse of terechte aantijgingen, hoe goedbedoeld of cynisch ook. Zij zal hooguit instemmen bij wijze van ‘Ook!’ Zij stemt overal mee in. Ze beaamt alles. Wat is dan het mysterie? Zonder een woord te verspillen geeft ze een prachtig antwoord in de vorm dit leven zelf. Als alles wat er is nog geen afdoende antwoord is dan zal niets ooit bevredigend zijn voor ‘men’. Het mysterie van Ook.

Uitje

We wilden nog even ergens heen, gewoon even eruit, naar het aangeharkte natuurreservaat, de weg erheen was versperd. Een routewijziging mondde uit in een file die ons huiswaarts dwong, het was al rond etenstijd, niets eetbaars in huis. We pakten de fiets om iets buiten de deur te eten in het nabijgelegen lintdorp.Toko Bokito, gewoonlijk onze favoriet bleek gesloten, door naar Thai Thai een straat verder, wegens omstandigheden dicht… onze laatste troef: Roti Maribu…pui afgeplakt… faillissement of beursgang? Zo verzeilden we in Pizzaria Pisa. Op elke lege formicatafel stonden enorme scheve torens als zoutvaatjes. De Egyptische menukaart showde zowat alle denkbare fastfoodgerechten in full color, waaronder de huiveringwekkende  ‘Kapsalon’
De zoutvaatjes bleken overbodig, flauw was het niet. We konden voortaan ook gewoon bestellen zei de scooterkoerier. Dat leek ons wel wat: gewoon.

Plicht

Het waren duistere tijden daar in het oude avondland. Uit het land van de ongewenste mogelijkheden werd daarom een positieve denker ingevlogen. Een denker van formaat, zo positief dat hij zich alleen met het licht wilde inlaten. Hij weigerde halstarrig om de diep donkere nacht onder ogen te zien. Daarom sloot hij demonstratief zijn oogleden zodra de zon onderging en raadde iedereen aan hetzelfde te doen. Positiviteit is niets minder dan een plicht, zo onderwees hij. Wie hem de ogen wilde openen voor de magische betovering van de nacht kreeg te horen dat je je niet moest laten bevuilen door de duisternis die de geest vergiftigt met negativiteit. Hij kneep zijn ogen nog harder dicht, zo hard dat hij sterretjes zag.

Code

{CAPTION}

Taal is een geheime code voor wie deze taal niet machtig is.
Het lijkt op een code terwijl er niets versleuteld is. Er is geen slot. Zelfs als de code niets betekent lijkt ze toch iets te verbergen, een geheim. Maar ze verbergt niets, ze betekent niets. Er is geen geheim, alles is openbaar. Deze code vraagt niet om gekraakt te worden. De hardste noot om te kraken blijkt leeg. De meest perfecte plek om ‘geen geheim’ in te bewaren. Niet verder vertellen: er is geen geheim…

Pulk

Je nagel kan het begin op het rolletje plakband niet vinden,
nergens een uiteinde…maar je blijft niet pulken naar een begin.
Laat de scherven liggen waar ze vielen. Er wordt hier niets geplakt.
Gaande weg wordt dit schervenpad een duizelingwekkend mozaïek,
door duizenden toeristenvoeten geplet op weg naar het onvoltooide.
Wat men er ook maar in wenst te zien, precies dat stelt het voor.

Later?

Vreemd, hoe over de dunne huid van het eeuwige een rails is gelegd van een miljoenenjarige tijd. Elke biels duurt een seconde. Een megalomaan traject naar welke bestemming?
Op de rails is een treintje gezet met steeds zeven verschillende wagons,
elke wagon is een dag in de week.
Elke avond rijdt de trein door een tunnel van nacht. Dan moet de reiziger zich overdromen in een volgende wagon.
De meeste mensen worden in de trein geboren en maken de reis van hun leven in de wagon van de dag.
Ik ben echter al jong uit de trein van de tijd gevallen, wist nooit hoe laat het was, zonder dat te betreuren.
Ik zwierf vrij rond langs de rails en zag de trein altijd op tijd passeren. Mensen zwaaiden naar mij vanuit de dagen van de week en riepen:
‘Tot later!’.
Ik zwaai terug en roep: ‘Goede reis!’
In mij wil het maar nooit meer later worden.

Rijzen

Receptuur voor het ongekende:

-Wees alleen beschikbaar voor wat je echt niet laten kunt.
-Denk je het niet te kunnen, doe het dan blind tegen beter weten in,
op zo’n wijze dat je niet meer weet wat je doet of hoe.
-Maak alleen datgene waar, waar niemand op zit te wachten,
waarvan je niet weet wat het voorstelt, of waar het voor is.
-Werk aan dat waarvan je niet weet wat het zou moeten worden,
niet weet of het waarde/betekenis heeft, laat staan dat je weet
wat voor waarde of betekenis het heeft.
-Voer het uit met de grootst mogelijke toewijding,
onthechte betrokkenheid wars van enige verdienste.
-Weg zijn is het geschenk, de weg zijn het onverdiende loon.
-Dit geheel luchtig mengen en voorgoed laten rijzen…

Proef ervan en je weet niet wat je meemaakt.

Oer

Hoe die kleine wolf jou ooit tam maakte weet je niet meer.
Was het je uitgelaten hart dat achter hem aan huppelde
zodra je hem zag…of was het zijn flossige staart die een leidende
rode draad werd in het leven? Harten zijn roedeldieren. De volle maan
laat het hart zingen, bezield janken, want dit bestaan is gewoon te mooi om hier te zijn.
Het wolfje domesticeert de zwerfmens, geeft hem een thuis in
zijn oerspronkelijke natuur, om te janken zo prachtig…oerhart.

Burger

Omdat ons lichtnet al jaren spontaan dimt en fluctueert komt de zoveelste electricien ons huis doormeten. Deze keer een heel aardige Hindoestaan uit Den Haag, een plantaardige welteverstaan. Hij is veganist, draagt vegetarische schoenen en dito broekriem en is praktiserend lid van de Hare Krishna-beweging.
‘Eet je wel planten dan?’ ,vraag ik, terwijl hij overbodige draadjes doorknipt.
‘Jazeker, ik volg een puur plantaardig dieet!’ ,verzekert hij mij enthousiast.
‘Dan heb ik slecht nieuws, ik lees nu net een boek over plantenleven waaruit blijkt dat onze groene vrienden 15 meer zintuigen hebben dan wij mensachtigen!’.
Hij moet lachen om de term ‘mensachtigen’ ,maar kijkt zorgelijk bij het idee dat planten intelligent zouden kunnen zijn. Er blijft weinig te eten over.
Hij neemt het roer van het gesprek graag van mij over en begint te vertellen dat er in Den Haag de beste vegaburgers te koop zijn, met rundersmaak, varken, kipsmaak, vis, kibbeling, gegrild, gebarbecued, in allerlei soorten. Het smaakt hem als echt vlees of zelfs beter.
‘Dan stem je zeker ook op de dierenpartij?’ ,vraag ik hem.
Nee dus, hij is gestopt met stemmen, de politiek luistert toch niet naar zijn ene stem.
‘Maar stem dan voor de dieren, want zij hebben geen stem!’ ,stel ik voor, ‘of wil je wachten tot er een plantenpartij is opgericht?’.
Hij neemt stoïcijns foto’s van onze gemankeerde bedrading en stoppenkast. Hij zal ons stroomprobleem doorgeven aan de volgende electricien. Onze electra is maar bijzaak,
er zit bij ons waarschijnlijk een draadje los, vermoedt hij.
Ik beloof hem bij zijn vertrek een veganistische burger te gaan eten, zonder salade…
Hij belooft te gaan stemmen…niet voor mij, maar voor de dieren.
Weet hij veel dat ik een dier ben geboren in het verkeerde lichaam, het lichaam van een burger? Of sterker nog: een vleesgeworden plant.