Eonen

‘Eeuwigheid is geen stok achter de deur, tijd is pas een aanjager’, zo moet ‘de maffia van de ziel’ hebben gedacht om het leven vòòr de dood te manipuleren door een deadline in te stellen. Het laatste taboe en tevens het meest openbare geheim is: dat de dood niet bestaat. Wie het taboe doorbreekt wacht gelukkig de doodstraf. Precies deze enige zekerheid die de mens dacht te hebben blijkt alsnog een illusie. Het maakt de moderne, postmoderne, neo-postmoderne mens een beetje zielig vanwege zijn ultieme pretentie om volkomen zielloos te zijn. Zijn meest vaste overtuiging blijkt niet meer dan een voorbarige aanname. Een aanname die wellicht ook wel goed uitkwam. Zo was je overal in een klap voorgoed overal van af, wishfull thinking. Onverwoestbaar heeft de wereldziel alle levensvormen door tijdloze eonen heen geïmpregneerd, gemarineerd in een zee van bezieling. Niets persoonlijks overigens. Bescheiden universeel. De dood sterft van het leven. Zelfs stenen zijn bezield. Luister maar eens in de nacht, dan kun je de planeten horen bulderen van het lachen. Ze lachen zich werkelijk dood, al eonen lang. Zelfs de meest hartstochtelijke ontkenning van bezieling is doordrenkt van bezieling, alsof het leven ervan af hangt. Onbedoeld geestig.

Kaft

Het is een prachtige gebruiksaanwijzing, mooi ingebonden, linnen kaft, goud op snee.
Een juweeltje van boekdrukkunst, vijftalig: Frans ,Duits ,Engels ,Spaans en Nederlands.
Gebruiksaanwijzing, staat erop in diepdruk. Nog nooit gelezen zo te zien, de rug is nog ongebroken. Je weet niet hoe je eraan komt. Soms probeer je nogmaals te ontdekken waar het over gaat, voor welk apparaat? Na een paar zinnen geef je het al op, het zegt je niets, raadseltaal.
“Voeg niets toe, doe er niets aan af”
“Verander niets, verbeter niets”
“Zoek niet en verberg niets…het valt vanzelf op z’n plek, op de vindplaats!”
Je doet het boekje voorzichtig weer dicht. Je wilt de rug niet breken. Het zegt: doe dit en dat, zus en zo ,maar in hemelsnaam met wat? Je zet het netjes terug in de kast. Even later vindt je jezelf terug op de vindplaats.

Stads

Zondagochtend in alle vroegte verzamelden de gebouwen zich traditiegetrouw op het plein. De stenen stad zou vergaderen over ‘de Veelzijdigheid van Stedelijk Vlees’.
Het monument in het midden van het plein zou de vergadering voorzitten. Straten en steegjes lagen leeg tussen de huizenblokken als drooggevallen rivieren en beekjes. Alle ramen van de gebouwen hadden zich naar het monument gekeerd als bladeren naar het zonlicht. De vergadering kon nu plechtig worden geopend ware het niet dat de bezonken rust van steen werd overspoeld door een stroomvloed van oververhitte mensenlichamen die de verkeersaderen onder druk zetten. De openbare vergaderruimte was wreed verstoord. De voorzitter verdaagde de bijeenkomst tot nader orde. Plaveisel en asfalt verdronk onder de vloed van mensen. Gebouwen hielden hun deuren echter hermetisch gesloten, zware gordijnen schoven zich voor hun ramen. De stad kon geen mensen meer zien. De stad leek voorbestemd om vegetarisch te worden. Alleen mensenlichamen van tofu of pure soya zouden de stad nog kunnen betreden. Er zou mogelijk een geheel nieuwe mensverwerkende bedrijfstak ontstaan. Het zou gedaan zijn met die veelzijdigheid, stedelijk gezien dan.

Pupil

De pupil is een zwart gat, met een blik van oneindig

tuurt het in alle pupillen met het donkerste licht.

Het is toch werkelijk geen gezicht, dat vergezicht?
En op wat staart het zich blind? Op een kometenstaart?

Welnee, deze pupil zuigt alles rustig in zich op
als een uitgehongerd kosmisch oog, gulzig.

Elk licht dat op haar netvlies valt wordt voorgoed

nooit weer gezien, in geval van zwaartekracht.

Deze sterrenstofzuiger in het land der blinden
heeft eonen lang geduldig geposeerd voor de camera.

En dit is nog maar één koning, maar hoeveel ogen
uit die duizelingwekkende pauwenstaart van sterren

kijken ons al eeuwig onderzoekend aan?
Wie niet weg is is gezien en wie weg is ook!

Grond

Ik kende een kennis die ik verder nooit heb leren kennen. Hij was een schoonmaker die heel snel werkte om zijn magere uurloon te verhogen. Dezelfde man kocht, zo hoorde ik later, een goedkoop huis zonder grond, omgeven door wegen, het was al gauw te klein…hij besloot er ondergrondse kamers onder te graven, kamers zonder ramen, uitzichtloos…maar zijn vloeroppervlak van het huis nam enorm toe, zodat hij aan kinderen kon beginnen. Het zwanger worden lukte alleen niet meteen, ze besloten tot reageerbuisbevruchting. Zijn vrouw kreeg een vierling. Hij groef nog even door. In het dorp werden ze de familie Mol genoemd. Toen zijn vier dochters groot waren brak hij muren van hun kamertjes door, om er een bowlingbaan te beginnen. Het was een groot succes onder de grond. Ik heb deze kennis nooit meer gezien. Wat ik hier over hem schrijf weet ik slechts van horen zeggen, oppervlakkige kennis. Zo heb ik veel van dit soort kennissen nooit echt gekend maar hun verhalen klonteren in mij samen tot een hele vage kennis.

Slagen

Het hoge slagingspercentage begon gaandeweg zorgen te baren. Worden klaargestoomd volgens een beproefde succesformule. Het gold als voorrecht om een paradepaardje te mogen worden voor het instituut? Ter meerdere glorie van…
Degenen die als voorbeeld werden gesteld maakten diepe indruk…de indruk van onbezielde automaten. Wie wilde dat niet?…opgenomen worden binnen eervolle gelederen en trots moeten gaan voelen, trots en eer. Sluipenderwijs begon dat slagen te benauwen, het aanpassen aan het beeld dat ze van jou aan het modelleren waren, dagelijks kneedwerk, wegpoetsen van oneffenheden, polijsten. Men zou je ter verantwoording roepen, zodra je van dat beeld zou afwijken. Na het afgedwongen succes mocht je daarna jaar in jaar uit datzelfde kunstje herhalen. Het beeld zou in eerste plaats een merk worden, een beeldmerk in plaats van een mens, in ruil voor priviléges, applaus en eer. De openbare schandpaal was nooit ver verwijderd van de sokkel waarop men eer betoonde, misschien waren ze wel identiek. Er rigoureus uitstappen wekte geen bewondering. Het sociale diepvriesmechanisme van isolatie en negatie was onmiddellijk in werking getreden. De diagnose achteraf was nog een hele klus voor de betrokken zielkundigen…de patiënt zou lijden aan ‘slaagangst’ in combinatie met ‘het syndroom van de ondankbare hond, in een bos achtergelaten aan een boom aangelijnd.
Het trof de ondankbare hond hoe menselijk dieren dan waren? Waarom waren die zo zeldzaam aangenaam in de omgang. Hoe kwam de dierlijke mens er ooit bij om het onmenselijke als maatstaf te gaan nemen voor het wenselijke? Met de automaat als rolmodel?

Lentetijd

Vandaag gaat de lentetijd in. Spijker de wijzers vast aan de wijzerplaat!
De klok staat dus 24 uur stil. Het schijnt voor onze eigen bestwil te zijn.
Niemand weet hoe het besluit gevallen is. Het voordeel zou zijn dat er geen nadelen aan kleven… 24 uur zwijgt de tijd, daarna kunnen de spijkers er weer uit…of niet, kijkt
u zelf maar hoe laat u het wilt laten zijn. Over invoering van herfsttijd wordt nog nagedacht, ter zijner tijd hoort u hoe laat het dan zal zijn. Tot die tijd: hameren maar!

Hek

Sta je wel aan de goede kant van het hek? Heeft een rivier geen rechten?
Heeft een bos geen juridische status? Heeft een vervuilde zee geen recht op rechtsbijstand? De lichamelijke integriteit en waardigheid van dieren is juridisch slecht gewaarborgd. Bij insecten denkt men al snel aan ongedierte, vooral waard om grondig te worden uitgeroeid. Het hek is zelf de ziekte, een illusie waarmee we ons denken te beschermen. Bescherming is wat ons het meest bedreigt.

Laatst

Mijn vader liep op zijn laatste benen. Hij deed alle dingen voor het laatst…een laatste peer…een laatste gebakje…een laatste vis. We bezochten ook zijn laatste museum.
Oud, met een glazen oog, schuifelde hij onzeker aan mijn hand langs de meesterwerken, met zijn hoedje op. Ik probeerde hem op ‘Breughels Toren van Babel’ te attenderen, maar hij zag waarschijnlijk al niets meer van de details. Hij keek niet meer op van een meesterwerkje meer of minder…tot wij al voortsloffend langs een zwartleren museumbank schoven. Opeens leefde hij helemaal op.
‘Hee, kijk nou… een bank…!’
Alsof het om het meest exclusieve topstuk uit de museumcollectie ging.
‘Zullen we even gaan zitten?’ ,wilde ik voorstellen, maar hij zat al…met zijn elleboog op de leuning zijn hoofd ondersteunend. Ik keek even rond of ik mijn vrouw ergens zag tussen de bezoekers. Toen ik weer opzij keek zag ik hem slapen, met diepe zuchten.
Mijn vader was zelf een museum met een heel particuliere collectie beelden in zijn bovenkamer. De zwartlederen bank was het laatste kunstwerk dat mijn vader in zijn collectie opnam. Het maakte zijn verzameling compleet. Niet lang daarna overleed hij, uitverzameld. Vaak denk ik aan hem als ik een zwartleren bank zie, daarna zie ik de Toren van Babel voor mijn geestesoog gebouwd worden. Die bouw blijft eindeloos voortduren.

Roerijzer

Vele mensen vragen zich al jaren af: ‘Wat heeft een helicopter te maken met een suikerklontje?’ Die vraag is zowel begrijpelijk als heel legitiem. Iedere belastingplichtige burger zal zich dat vroeg of laat afvragen. Welnu, een helicopter geeft panoramisch overzicht. Afstand maakt het geziene schijnbaar tot object. Hoe meer afstand, hoe ruimer het gebied in beeld komt. Het suikerklontje biedt een totaal andere benadering van het geheel. Ze lost erin op om het te leren kennen. Het klontje gaat helemaal op in de directe ervaring van het gebied. Alle afstand verdwijnt. Ze wordt alles door in het subjectieve te verdwijnen. De helicopter staat voor de objectieve ervaring die je hebt. Het suikerklontje staat voor de subjectieve ervaring dat je bent. Het verschil tussen hebben en zijn. Bij het hebben is er een iemand bij betrokken. In het zijn is er slechts een vage sensatie van zoetheid.
Wat wel handig is: 1) een lepeltje dat af en toe roert. 2) gooi nooit een suikerklontje in de tank van een heli.