Wigboldisme

Herman Wigbold was de gebeeldhouwde godheid die heel mijn jeugd met zijn alziend oog monitorde vanaf de voorpagina van ‘Het Vrije Volk’. De hoofdredacteur als God.
Net als mijn vader kamde Herman zijn opstandige haardos na de koudwater-arbeidersdouche golvend naar achteren, de bokkepruik diende in het gelid gebracht, haar als helm in de strijd om verheffing in het arbeidersparadijs.
Ook mijn kop gaat nog elke dag gebukt onder het fonteintje voor een nederige arbeidersdouche. Kou doet de hersens jeuken, laat ze niet in slaap sussen door het kapitalistische warme bad. Luxe corrumpeert.
Het Vrije Volk is verdwenen en daarmee de vorsende blik van God Herman. Al kan ik niet ontkennen dat er ergens diep in de oppervlakte van de scheerspiegel een Wigbold waakt over mij. Als handarbeider, klavierspeler werk ik dagelijks aan de achtergrondmuziek van dit arbeidersepos, deze multidimensionale film waarin iedereen als figurant de rol van zijn leven speelt.

Wat bleek

Je smeerde ooit balsem op je huid, mede daarom zie je er waarschijnlijk nu zo uit.
Tschamba Fii heette de zonnebrandbalsem, een laagje kleverige olie waar je meteen bruin van werd. Het spul bleef de hele zomerse dag aan je huid kleven. Op de flacon stond een exotisch roodbruin mannetje met hoed. Je werd er instant bruin van tot je ‘s avonds onder de douche die bronzen huid er weer afspoelde. Je weet nog goed die ene keer…na een dagje strand wilde je het aanklevende zand van je afspoelen. Aan het doucheplafond hing alleen aan het dunne draadje een eenzaam peertje te flikkeren. De witte bol van melkglas die er om heen hoorde was kennelijk gesneuveld tijdens de laatste badkameroorlog? Hoe sneuvelt zoiets? Niets verontrustends dus, er lagen wel vaker electriciteitssnoeren van de langzaamwasser en de centrifuge in het kabbelende vocht van de badkamervloer als moeder aan de was was.
Mijn vader kon het toch wel weten, die stond in de zaak beneden electrische apparatuur te verkopen, witgoed. Onder het douchen had je kennelijk gespetterd…moet je ook nooit doen onder een douche weet ik nu.
Plots! Stond je met een doffe plof daar in het pikkedonker met glas op de natte vloer.
Het peertje was ontploft. Naakt en nat in een nacht met glasscherven.
Heelhuids wist je de cel te verlaten waar je na het afdrogen ontdekte dat je weer net zo bleek was als voorheen. Alleen de handdoek was hier en daar bruin.
Ik ben er van overtuigd dat deze scherven mij het nodige geluk hebben gebracht.
Op onnodig geluk zit natuurlijk niemand te wachten.

Fabel van Koe en Haas

Het verschil tussen Hoe en Dat…
Als er niet aan Dat is voldaan komt het Hoe te vervallen. Niemand weet Hoe de koe ‘n haas vangt. Dat komt omdat we best weten we Dat koeien nooit hazen vangen.
Zelfs al zou de koe dolgraag hazen bejagen, dan nog heeft de koe geen kans te slagen. Vanuit de koe is er geen Hoe. Er is hooguit een kans van één op onmogelijk dat er een haas vrijwillig en of per ongeluk bij de koe gaat liggen, zo’n voorval noemen we genade. Er valt niets te vangen. Dus, ben je een koe of denk je een koe te zijn, die om wat voor reden ook, zoiets ultiems als een haas meent te moeten najagen. Ga bewust naïef liggen in grazig weiland…liefst bij een leeg leger, blijf stil, ga niet loeien…wie weet? Vergeet te wachten en waarom wie hier ligt…meer kun je niet laten.

Geheelonthouder

Iedereen had het maar over ‘Het’,
wat was ‘Het’ in hemelsnaam?
Hij kon zich ‘Het’ niet herinneren
noch of hij ooit een geheugen had gehad.
Laat staan dat hij wist welke herinneringen
daar wel of niet in waren opgeslagen…gewist?
Ook wist hij niet of het wel de juiste
dan wel de verkeerde herinneringen waren.
Zelfs bij confrontatie met het feitenrelaas
bleef ‘Het’ helaas blanco in zijn bovenkamer.
Hij was kennelijk vergeten om het goed
te onthouden, dat kon hij wel met zekerheid zeggen.
Volgens hem lag ‘Het’ allemaal besloten
in dat ene woord ‘onthouden’…dat moest je breed zien.
Betekende dat niet dat je ergens van af zag
en misschien wel overal van af wilde zien?
Misschien was hij wel geheelonthouder,
dat was hij eventueel wel bereid te erkennen.
Als tegemoetkoming was hij tenslotte bereid
om te verklaren: “Sorry dat ‘Het’ mij zo spijt.”

Tijdblind

We zien klokken, pendules, wekkers, horloges, zandlopers, zonnewijzers, we horen ze wegtikken, strak opgewonden voortjakkeren, dat wel…maar de tijd zelf heeft niemand ooit gezien.
Hoe ervaart een blinde de tijd? Voelt hij soms aan de wijzers dat hij geen tijdsbesef heeft, tastend naar voortdurend bewijs? Schijnbaar zijn wijzers tijdelijke daders, er is alleen geen daad, alleen het onstoffelijke overschot van schaduw kruipt voort,
op de vlucht voor het licht, maar om dat nu…tijd te noemen…?
Hoe vaak wekkers ook rinkelend ontwaken, alarmen afgaan, sirenes loeien. Er is geen tijd die we kunnen verliezen, alleen uitgestrekte gelegenheid. Biologische klokken verstrijken organisch. Elk hart leeft z’n eigen cadans. Niet één hart klopt dezelfde strakke maat, alleen in liefde dansen harten synchroon of vullen elkaar om de beurt aan, gewoon, omdat het klopt.

8

Er zijn mensen die vragen: “Zeg die zoon van acht van jou…die wordt ook niet veel ouder hè? En heeft die jongen trouwens geen naam?”
Dan verklaar ik waarom mijn zoon nooit ouder wordt dan acht. Op zijn achtste verjaardag vroeg hij zich af waarom mensen een leeftijd zouden moeten hebben.
Ik had zijn taart opgetuigd door heel veel kaarsjes in een lemniscaatvorm te plaatsen.
Ik had geen pasklaar antwoord op zijn vraag en kon geen andere reden bedenken dan dat het feitelijk slechts een voorlopige afspraak is. Hij vond mijn antwoord wel bevredigend genoeg en stelde voor dat als het dan toch alleen maar een afspraak is dat we dan net zo goed voorlopig konden afspreken om geen afspraak maken? Dat keek mij alleszins redelijk. Sindsdien herweegt hij elke afspraak en noem ik hem mijn ‘Zoon van Acht’. Het voorlopige duurt inmiddels moeiteloos voort.
De kaarsjes weigerde hij overigens uit te blazen. Hij stond erop ze te laten opbranden,
het was tenslotte zijn verjaardag.

Veel

Vind je het leven leuk? , vroeg ik aan mijn zoon van acht.
Ja, heel leuk, zei hij, maar ik vind het wel een beetje veel.
Wat vind je nu het leukste om te doen? , vroeg ik verder.
Nou, eigenlijk is niks doen het leukste, als alles al zo veel is.
Dus je hebt eigenlijk al genoeg aan alles?
Ja, meer dan genoeg.
Niks aan te doen.

Framing

Onze verkiezing is een voortzetting van de oorlog tegen de burger maar met ander middelen. Wij bedienen de verontwaardigde kudde van schijnbare individuen door hen hard en onomwonden te vertellen wat zij het liefst willen horen.Ons wetenschappelijk partijburo heeft bewezen dat kundig opgewekte volkswoede de stookkosten enorm drukt, dit is leidend voor ons energiebeleid. Verder willen wij in het kader van volksgezondheidheid hyperventilatie gaan bestrijden met airconditioning. En het milieu. Hoezo?… wij komen uit een heel goed milieu. Wij schromen niet om schaamteloos elk middel te heiligen zolang het maar dubieus genoeg is.
Wij herbronnen diepgaand onze partijbeginselen met borreltafelgelul.
De eerste levensbehoeften van anderen mogen van ons worden afgeschaft. Onze vrijheid bestaat eruit die van anderen in te perken.
Elk gerucht en roddel melken wij uit op het plein van de demagogie tot tastbare feiten. Wij wensen niet geframed te worden als de partij die alles en iedereen framed. Als wij al framen, dan doen wij dat puur in het landsbelang. Wij komen op voor alle trotse xenofoben die zich gediscrimineerd voelen. Feitelijk zijn wij een emancipatiebeweging die opkomt voor de rechten van de xenofoob.

Stip

De leider kon het allemaal niet zo goed volgen. Hij dwaalde maar wat rond waardoor het leek alsof hij zaken aan het verkennen was. Zonder overzicht, zonder richtingsgevoel tuurde hij in elke verte, hopend op hulp…een teken…een stip aan de horizon. Zijn kudde volgers zagen dat getuur van hem aan voor een visie en gingen op hem af in steeds grote getale. De leider werd hun stip, zonder horizon. De stoet volgelingen trok een menigte meelopers aan. Ze begonnen de leider te benauwen…een menigte kan ook vertrappen. Feitelijk loopt hij weg voor zijn volgers die nog steeds denken dat hij ze ergens naar toe leidt. In wezen duwt de kudde meelopers de leider voort. Het feit dat ze steeds weer dezelfde dingen tegen komen geeft ze het bevredigende gevoel dat er een patroon in zit, wat houvast geeft en herkenning. Dat het patroon ook een spoor van vernieling is lijkt maar bijzaak.
Het onnozele schaap dat een kudde ontheemde herders hoedt?

Maatstaaf


In Kassel, Duitsland ligt het kunstwerk van Walther De Maria. Een koperen staaf van een kilometer lengte de grond ingebracht…Der ‘Vertikaler Kilometer’ , is het een beeldhouwwerk of wat? Op de grond zie je alleen het uiteinde liggen als een glimmend koperen muntstuk. Voor wat deze staaf een maatstaf vormt weet niemand. Het zou heel goed de maateenheid van onze onwetendheid kunnen zijn. Geeft het de kilometer diepte onder onze voeten aan waar wij niets van weten?Niets, behalve wat oppervlakkigheden, weten we van het leven dat zich daar afspeelt, niets van de grondstoffen, mineralen, grotten, onderaardse rivieren…wortels, schimmels, bacterieën… Het is overweldigend, voor een onzichtbaar ‘beeld’, om bij het uiteinde van deze kilometer te staan. Je hebt er geen weerwoord op, het is overweldigend.

Het enige wat je verbeelding nog kan proberen is het ‘beeld’ relativeren door te bedenken dat er echt alleen maar een ingemetseld plat muntje ligt. Dit werkt slechts voor een paar seconden…en dan doet het er niet meer toe. De vertikale kilometer heeft zich voorgoed in je geest geboord   om nooit meer te vertrekken. Deze denkbeeldige staaf kun je niet verwijderen. Je kunt hem denkbeeldig proberen te verwijderen, hetgeen hem alleen nog sterker maakt.
Bij elk muntje denk je voortaan aan die diepe staaf. En dan te bedenken dat ik er zelf niet eens fysiek bij heb gestaan. Kun je nagaan wat een kracht dit beeld in zich heeft.