De feitenkennis

Wij hebben een feitenkennis in onze kennissenkring, aardige man hoor daar niet van, maar hij bouwt zich een huis van feitjes of is het beter een bunker te noemen.
Een imposant gebouw moet ik toegeven, met een zeer riante bovenkamer…paleisachtige proporties.
Er ontbreekt alleen iets…
Er zit namelijk geen enkel raam in.
De feitenkennis leeft daar bij kunstlicht binnen zijn feitenmagazijn.
Hij beweert dat de muren van onomstotelijke feiten hem diep inzicht geven. Uitzicht heeft hij sowieso niet nodig, dat leidt maar af.

Ik opper soms dat die feiten hem verblinden, maar daar heeft meneer geen boodschap aan…ik neem een loopje met de feiten, zo verwijt hij mij.
Vraag de feitenkennis niet om je band te plakken, dat is maar banale praktijk in zijn ogen.
Wel weet hij alles van statistieken en hoeveel procent kans je hebt op een lekke band, op welk uur, op welke route, op welke dag. Hij meent zelfs dat je om een lekke band vraagt als je op zo’n fiets rondrijdt…dat had je volgens hem kunnen weten als je je tenminste op de feiten baseert.

Ik legde dit gegeven voor aan onze
mensenkennis, die schuin achter ons woont. Volgens haar is de feitenkennis een doorgewinterde rationalist die zich angstvallig vasthoudt aan de tastbare materie. Zo één voor wie visie een olifant is die het uitzicht bekemmert. Een houding die garant staat voor een percentagegewijs leven.

Lolly

  • Er zijn op planeet aarde naar grove schatting 20 biljoen mieren of was het nou 20 biljard?
    Wie weet er hoeveel nullen een biljoen of biljard heeft?
    En wat kun je je daar dan ‘precies’ bij voorstellen? Precies, nul komma nul.
    Wat deze opschepperij met cijfers kan opduidelijken is dat er dus omgerekend voor elke mens op aarde 2.5 miljoen mieren rondlopen.
    Er zijn natuurlijk miereneukers die zich ook hierbij weinig kunnen voorstellen, voor hen maken we nog een andere afweging:
    De totale mierenpopulatie weegt meer dan alle zoogdieren en vogels bij elkaar. Daarin is dus ook de mens
    meegewogen, omdat de mens uiteraard ook een zuigend dier is.
    Of de vogels bij de weging vlogen staat niet vermeld.
    Het gaat hier om een schatting
    met een enorme foutmarge. Er is namelijk op de meeste lokaties geen meting gedaan. En tel maar eens een mier in een mierenhoop, hopeloos.
    Het gaat dus goed met de mier? Kunnen we concluderen of zeer grof schatten? Heeft de mier last van een mensenplaag of andersom?

    De mens houdt ervan te zuigen op getallen en andere cijfers alsof het lolly’s zijn, de smaak daarvan noemt hij kennis. Dit zuig ik niet uit mijn duim, maar dit is, bij deze statistisch, vastgesteld.

Zinkhol

Er kwam laatst een te diepe gedachte bovendrijven, ontzagwekkend.
Het bleek een enorme put te zijn, waarvan je de bodem niet kon zien.
Het viel niet mee deze gedachte onder ogen te zien, je moest oppassen
er niet in te vallen. Je maag keerde zich, over de rand kijkend er van om.
Wat een gedachte, onpeilbaar. Riep je iets in die put, geen echo weerklonk.
Bij mijn weten had ik deze gedachte niet bedacht.
Wie had deze gedachte dan in mijn hoofd gegraven, zoiets bedenk je toch niet?
En gegraven waarvoor… met welk doel?
Was het een waterput, een zinkhol, een goudmijn?
Of gewoon een gat in de ruimte, een valkuil? Een valstrik waar ik in moest vallen?
Het gat had een aanzuigende werking op mij, dus ik besloot het dicht te gooien met
elke gedachte die ik maar kon bedenken, allemachtig wat een Sysiphusarbeid,
om dit denkbeeldige gat te dichten. Later hoorde ik dat het de legendarische ‘ondempbare put’ betrof. Sinds ik, na uitputtende behandeling uit het paviljoen ontslagen ben, mijd ik elke diepere gedachte, manoeuvreer mij er met grote boog omheen. Wat mij weer met dat andere probleem confronteert: de immer wijkende einder, de lokkende horizon die geen einde kent. Nu blijf ik behoedzaam en nauwgezet in het midden tussen gat en einder.

Waarnamelijk

Overal op aarde liggen voetstappen van jou.

Als blijvend afwezig bewijs dat je er bent geweest.

Het afwezige is onuitwisbaar, al raap je elke voetafdruk op.

Niets kan ongedaan gemaakt, maar uitwissen laat ‘n spoor na.

En waarom zou iemand afwezig bewijs willen wissen?

Omdat niets onopgemerkt wil blijven, gehoord, gezien?

Omdat iets pas echt bestaat in waar genomen zijn?

Buitengaats

‘Een woestijn…maar dan één zonder zand en zonder bodem’, F Wildesheim.

Zo bezien lijkt het heelal slechts een achtergebleven gebied in vergelijking met de overrompelende soortenrijkdom die er op onze overbevolkte aardbol heerst.
‘Onze’ blauwe planeet lijkt een oase in een woestijn van ruimte waar niets wil groeien, behalve menselijke verbazing over het feit dat er ‘buitengaats’ niets groeit.
Het klimaat is daar buiten gewoon dodelijk.
Er woont ‘Melkwegtechnisch’ buiten de dampkring geen ene hond of enig ander wezen met of zonder ziel onder de arm, zelfs geen plant is er te vinden op de ontbrekende vensterbank van het heelal.
Wel is er overweldigend veel speelruimte tussen de hier en daar onbewoonbaar verklaarde planeten. Helaas zijn er alleen geen spelers te vinden die er naar hartelust kunnen spelen in die tuin van ruimte. Of je moet het heelal opvatten als een spel zonder spelers…als megalomane biljartzaal waar de ‘ballen’ elkaar nooit mogen raken.
Dan is het een ondoorgrondelijk spel waarin de planeten elkaar in balans moeten houden. Balans lijkt de enige prijs die er te winnen valt. Voor wie?
Voor iedereen die belang heeft bij deze uiterst verfijnde balans.
Leven is echt een buitenkansje, een winnend lot voor iedereen.
Pas dan kun je er over meepraten en het navertellen.

Geestelijk sporen

De onbereikbare bestemming stond op het perron van het Mentaal Spoorwegstation te wachten. Een gevoel van vergeefsheid maakte zich meester van hem…zijn gezicht leek al te zijn vertrokken…
De trein van gedachten kwam maar niet opdagen op dagen als deze.
Met enige regelmaat galmde er een koude elektronische stem door de stationshal:
“Het Openbaar Denkspoorstelsel vraagt alle aanwezige reisgenoten om enig geduld…er is met enige regelmaat al enige tijd vertraging op het spoor wegens werkzaam heden…” De stationsspeaker knetterde akelig na de mededeling alsof er kortsluiting in het systeem was.
De bestemming vroeg zich af wat werkzaam heden was…was het heden niet permanent werkzaam?
De bestemming verlangde zo naar een arriveren…daar had hij zulke mooie verhalen over gehoord: Het feestelijke gewoel en rumoer van lichamen op het perron, het feest der herkenning, de omhelzingen, het warme welkom op het eenzame perron dat daarna altijd weer zo gedenkwaardig verlaten werd. Zo mijmerde de onbereikbare bestemming dromerig voor zich uit over dat legendarische arriveren. Een soort weemoed naar een toekomst.
Maar de verwachte aankomst bleef uit.
Toen hij zich ten einde raad bij de stationschef van het Mentaal Station ging beklagen over die gedachtentrein die maar nooit kwam begon de denkspoorbeambte hartelijk lachend op hem in te praten:
“Maar beste man, vraagt u zich dan nooit af of u als bestemming überhaupt wel op reis moet? Kent u uw ware aard dan niet? Hebben die reisburo’s u wijsgemaakt dat u geestelijk moet sporen?…u zou toch moeten weten dat bestemmingen in wezen altijd op hun plaats blijven… onbereikbaar of niet…blijven is blijven, waar u zich ook bevindt!”

De bestemming wist niet meer waar hij het zoeken moest…viel stil in het onbereikbare en bleef waar hij steeds was geweest, het perron.
Spoorloos.

Uitgevist

Ze hebben nu alles tot op de bodem uitgevist.
Niemand maakt er een geheim van
dat er geen geheimen meer zijn.
Alles is onthuld en theoretisch verklaard.
Schuilkelders, onderduikadressen zijn etalages geworden.
De kluis van privacy is openbaar als een vuilnisbelt.
Het ondoorgrondelijke is nu transparant, doorzien en begrepen.
De mensheid heeft het allemaal wel gezien, gewogen en gemeten tot ze ver achter de komma zeker wist dat alles meetbaar was.
Wat ooit anoniem was wordt met naam en toenaam terechtgesteld.
Intimiteiten zijn kijkcijferkanonnen.

Alleen de vis van water weet wel beter…ziet alles…laat zich nimmer zien.
Ze zwemt vrij en is nergens niet.
Afmetingen kent ze niet, niet te schatten of ze weegt.
Vang haar zonder hengel,
door aas voor haar te zijn…
als je geluk hebt
lust ze jou rauw.

Kinetisch ritueel

Er gebeurden vreemde dingen in het Randstedelijk Museum als men even niet keek.
Zo leek het tenminste. De kunstwerken aan de witgepleisterde museumwanden hadden zich spontaan te verplaatst. Eerst werden ze verwisseld van plaats, dan hingen ze opeens weer aan een hoek te bungelen of hingen omgekeerd te pronken met hun achterkant. Het waren steeds de suppoosten die als eerste de zalen betraden en de nieuwe opstelling ontdekten. Het gebeurde ‘s nachts als er niemand was, behalve dan de beveiligers die terplekke steekproeven deden en verder hun tijd doodden met het monitoren van de beveiligingscamera’s.
Zij werden dan ook hoofdverdachten in deze museale zaak, maar de verplaatsingen waren zo omvangrijk dat het hele beveiligingsburo verdacht werd van medeplichtigheid.
De schilderijen werden overigens niet beschadigd. Nu traden ook objecten uit vitrines naar buiten. Plots stonden ze boven op het glas, voor iedereen aan te raken en mee te nemen. Sommige objecten namen plaats op de monumentale trap.
Paragnosten spraken van teleportatie en telekinese. Maar de objectief ingestelde kunstwereld had geen boodschap aan dat soort waanzin, het moest mensenwerk zijn.
De recherche vatte de zaak ernstig op toen bleek dat de beveiligers het onmogelijk gedaan konden hebben. Hun alibi betekende ook meteen het faillissement van hun bedrijf, want het bleek dat ze hele nachten hadden zitten klaverjassen in hun controlekamers zonder in het museum aanwezig te zijn. Zonder steekproeven waarbij ze hun keurmerk ‘nietsaandehand’ konden vaststellen.
Later onderzoek wees uit dat afwezigheid bij de meeste beveiligingsbedrijven eerder gangbare praktijk is dan een uitzondering.
Men zette er extra beveiligingscamera’s op om objectief te registreren wat er zich afspeelde, wanneer en vooral hoe. Maar de opgenomen camerabeelden toonden niets bizonders in de verlaten zalen. Pas als men de volgende dag zelf ging kijken bleken er weer wonderlijke verplaatsingen te hebben plaatsgevonden…
De sculpturen verzamelden zich in een kring rond een enorme stapel sokkels waar ze zelf ooit op hadden gestaan. Het leek wel een rituele initiatie, alsdus een verbijsterde curator.
Nu werden de camera’s verdacht van collaboratie, ze zouden slechts een stilstaand beeld tonen. De nieuwe beveiligers werden ontslagen omdat ze niets meer onder controle leken te hebben. Nader onderzoek concludeerde dat de camera’s onschuldig waren. De museumdirecteur werd wanhopig toen ook de draaideur na het toegangsloket steevast blokkeerde zodra er een bezoeker in gevangen zat.
Bij het ontzetten van de geshockte kunstbezoeker ging de draaideur alleen naar buiten toe open zodat die alsnog buiten gezet werd. Alsof de draaideur zich openlijk verzette tegen het voyeurisme van de kunstliefhebbers.
Het museum ging voor onbepaalde tijd dicht in afwachting van de terugkeer van het gebeurtenisloze.
Het mysterie werd door talrijke observanten bestudeerd maar nooit opgelost.
Wilde de kunst zelf iets zeggen? Maakte deze dans van objecten niet het hele museumconcept en het conceptuele belachelijk en relatief?
Voelden de werken zich onveilig?
Speels was het in elk geval wel…zou dat het ‘paranormale’ statement zijn?
Wilden de werken zich wellicht ook eens van een andere kant laten zien?
Was dit toch het begin van een nieuwe stroming: Telekinetische kunst?

Lees verder

Onder het mom

Gelezen in een ernstige recensie:

“De serieuze acteur speelt in deze film een komische rol…”

Hij speelde eerst dat hij serieus was en zo vaak dat hij voor
een serieus acteur werd aangezien, waardoor hij steeds weer
voor serieuze rollen werd…geframed door de herhaling.
Nu speelt hij opeens een komische rol die men moeilijk serieus
kan nemen omdat men de acteur alleen kent van ernstige personages.
Zelfs, of juist, als hij zijn komische rol heel serieus speelt is het moeilijk
om geloofwaardig komisch te zijn, echt leuk wordt het meestal niet.
In beginsel speelt de mens alsof hij een acteur is.
En daar aan voorafgaand: speelt het dier alsof het een mens is.

Hoe serieus kun je blijven als er in dit spel zoveel van rol verwisseld
kan worden? Identiteit is blijkbaar een relatief rollenspel, vloeibaar
als water, stromend van de ene vorm in de volgende.
Is het dan niet verbijsterend hoe rolvast de meeste mensen zijn?

Zolang het zich als spel voordoet bestaat er geen probleem.
Serieuze problemen ontstaan pas als de maskers, hardgebakken
in de oven van de ernst, aan het gezicht blijven vastplakken,
dan ontspoort het spel in dodelijke ernst.
Het mombakkes is vormvast en eenduidig.

Aanraaktaal

De jonge lieve hond heeft grote oren,
ze luistert zo goed & graag
maar doet niet wat je zegt
behalve als je vraagt
naar de bekende weg,
dan loopt ze volgens eigen plan vooruit
en als ze dan toevallig komt,
dat je voor de vorm nog even fluit.
Zo richt een baas zichzelf af.
Bevelen achteraf reken je ook goed.

Je koestert haar weerbarstig temperament
vanwege die heel eigen wilde agenda (analfabetisch),
waar hele andere geurgedreven prioriteiten spelen…zoals:

1) valt er, waar dan ook, nog iets kauwbaars
in te pikken om te bikken of kapot te bijten dat het kraakt?
2) hoe krijg ik de baas zo gek dat ie
aan mijn knuffelprooi gaat trekken?
3) valt er hier nog ergens een leeg gat op te graven?
4) zijn er in dit windje nog geheime geurberichten op te snuiven?
5) zijn er nog vliegen te vangen bij gebrek aan grote prooien?

Pas als ik mijn wijsvingers in haar oren stop en kriebel,
luistert ze
wordt ze als was.

Ze verstaat aanraaktaal,
nu verslapt ze in overgave,

haar weerbarst dooit
onvoorwaardelijk
als haar kop
zich in mijn handen geeft.

Daarna begint ze verwoed mijn wijsvingers aflikken.
Om te proeven hoe goed luisteren smaakt?