Fabel van de muur

Sinds de val van de Berlijnse muur dertig jaar geleden kwam er wereldwijd 22.000 kilometer aan grensmuur bij. Het slechten van die ene ‘slechte muur’ is een zaadje gebleken. De aarde was kennelijk vruchtbaar om er muren op te laten groeien. Wie gaat ze ooit nog oogsten? Muren zijn het probleem niet, de afwezigheid van poorten wel, maar dat is een open deur. Wat zijn poorten anders dan onzichtbare muren van ruimte.
Pas al men de muur van ruimte ontdekt zal de absurditeit van dit alles worden gezien. De mens is het wonderlijkste fabeldier.

Balts

In de moderne dansvoorstelling ‘ Spasmodus’ van danscollectief ‘Movemental’ leken de dansers uit hun vleselijke lichaam te willen ontsnappen. De dansers zaten duidelijk niet lekker in hun vel, gevangen in een zak vol bloed en botjes. Lichamen maakten de meest verwrongen bizarre gebaren. De ledematen keerden zich manisch buitensteboven, achterstebinnen en onderstevoren. Keken we hier naar dans of naar een verbeten en vergeefse strijd tegen het eigen lichaam? Zagen we een verwoede vluchtpoging uit het lichaam om daarna eindelijk echt te kunnen vliegen? Menig choreograaf erkent dat danskunst feitelijk een surrogaat voor vliegen is. Zonder vogels, vlinders, insecten had de mens waarschijnlijk nooit het verlangen opgevat om te willen vliegen. De zwaartekracht ontlopen. Vogels kunnen heel mooi dansen. Baltsgedrag, zo heet de vogeldans, erotische verleiding. Baltsende vogels hebben nooit les gehad in hun danskunst, nooit geoefend, nooit een beweging bedacht. Nooit voeren vogels een door een andere vogel bedachte choreografie uit. Alles komt spontaan van binnenuit. Totale overgave aan hun natuurlijke staat maakt elke beweging subliem en vanzelfsprekend. Liet deze moderne mensendans niet vooral zien hoe ver de moderne mens vervreemd was van zijn natuurlijke staat? Zo vervreemd van de ziel dat alleen het afstoten van dat vleugelloze zware lichaam het bestaan van de ziel kan aantonen? Een paardenmiddel om te ontdekken dat je van ziel bent en een lichaam hebt. Het zag er zo bedacht uit, zo heel goed bedacht, tot in de perfectie. Na de voorstelling in de buitenlucht floot een vogel…voor z’n malle moers kont weg.

Staaktalent

Zwervers, vluchtelingen en psychiatrisch patiënten staken al jaren op straat. Je hoort hun ijzingwekkende zwijgen dat niemand naar ze luistert. Demonstratief liggen ze in de kantlijn van het grote succesverhaal. Zij hebben geen taal nodig. Ze belichamen de schending van al hun mensenrechten, verwaarloosd, genegeerd. Hun bestaansrecht wordt gelegaliseerd ontkend. Hun onzichtbare horde groeit gestaag en onmerkbaar leggen zij de hele economische machinerie stil. Het voltrekt zich geruisloos. Onderhuids is natuurlijk iedereen een potentiëel voortvluchtige zwerver met het vermogen om knettergek te worden. Een universeel aangeboren talent dat floreert bij gebrek aan reflectie. Een van de voortekenen van die gekte is de aanname: Dat zal ons nooit overkomen. We doen net alsof ze niet bestaan. De staat van ontkenning is legaal.

Verhaalmaag

Het laatste verhaal klopte aan op de bovenkamerdeur van de schrijver. De deur was altijd open…wist het verhaal veel! De schrijver hoorde het maar al te goed, toch liet hij het laatste verhaal vergeefs aankloppen. Door het sleutelgat begon het verhaal zich ongevraagd te vertellen: “Ik ben het laatste verhaal…het verhaal dat sterft in de lezer, het verhaal dat helemaal is binnengekomen en verteerd. De meeste verhalen dringen nooit zo ver door tot in de maag van de lezer, laat staan dat het aan verteren toe komt…”
Hier zweeg het verhaal even, om op adem te komen. Het leek de schrijver een sterk verhaal. Toch weigerde iets in hem de deur te openen. Open doen zou het einde van het schrijven betekenen. Het laatste verhaal heeft niets te zeggen en dat is niet niks, meende hij. Het verhaal probeerde door het sleutelgat de schrijver te ontwaren, waar zat hij? Waarom gaf hij niet thuis? , zo vroeg ze zich af. Was hij wel thuis? Wat had ze te verliezen als ze niemand kon vinden die haar wilde opschrijven? Ze begon voorzichtig de deur te forceren om binnen te komen. Omdat de deur niet op slot was viel ze de bovenkamer binnen. Ze keek verwilderd om zich heen. Er was niemand aanwezig. Verder was er ook niets, geen meubilair, geen bureau, geen schrijfgerei. Was de schrijver met de noorderzon vertrokken? Was hij niet thuis? Was er hier eigenlijk ooit wel een schrijver geweest?
Of was de schrijver zelf een vluchtig verhaal? Een verhaal dat niemand meer las?
Dit was het uitgelezen moment voor het laatste verhaal om de bovenkamer te verlaten,
vluchtig…

Patisserie

Je had ooit een vogel van steen. Ze was handtam en sliep in je broekzak. Als je haar over de etalageruit van de patisserie liet knersen floot ze een glashelder liedje. Als ze wilde vliegen gooide je haar door de kamer dan landde ze zacht op je bed. Niemand mocht weten dat je een vogel had van steen. Ze sliep onder je hoofdkussen als een koud kaal eitje. Daar smoeste je geheimen in haar verborgen oor. Op een dag liet je haar vrij vliegen over het grindpad. Ze had zo’n goede schutkleur dat je haar niet meer terug kon vinden. Net toen je haar naam wilde fluiten was de buurkat op het pad verschenen. Wijselijk hield je je mond, net als de vogel zweeg je als steen. Daarna zou je altijd etalageruiten met vogelzang in verband brengen. Je wist best wat er zoal te koop was, maar je wilde nooit iets. Je wilde nooit iets anders dan vogel zijn. Een licht zinnig wezen.

Staart

Hoe vervoer je de ziel?
Simpelweg, door in vervoering te raken.

Door wat? Door om het even wat.
Vervoering gaat nergens heen.
Het draait erom dat je weg bent.
Het lijf als voertuig voor de ziel?
Alsof het lichaam de ziel vervoert.
Het is natuurlijk precies andersom.
De ene ziel vervoert alle lichamen.
ze brengt lichamen in vervoering.
De ziel voert ze door alle domeinen
en die domeinen houden niet op
als het lichaam het begeeft.
Wat lichamen ook aanraken,
ze raken alleen zichzelf aan.
De ziel is onaangedaan getuige van
geraakt worden door alle aanrakingen.
Zo maakt de ziel alles mee,
hemelse en helse aanrakingen.
en alles daar tussen in.
Dankzij herhaling verschijnt
sublieme verveling en gaat ziel
op zoek naar zichzelf
bijt zichzelf in de staart
als getuigend zijn.

21 gram

De ondraagbare onweegbaarheid van het bestaan;
Wat geen gewicht heeft is niet te tillen. F.Wildesheim

21 gram bepaalde een weegschaal ooit.
De ziel was gewogen en 21 gram te licht bevonden.
De afmeting van ‘de ziel’ werd echter niet meegerekend.
In aanmerking genomen dat ziel geen omtrek heeft
weegt het in verhouding verwaarloosbaar weinig.
Met grenzeloosheid raken alle verhoudingen zoek.
Wat is 21 gram ten opzichte van het onmetelijke?
Nu zijn wel meer oerzaken niet meetbaar.
Daarmee is de ziel in goed gezelschap
van de onweegbare fenomenen,
want wat weegt warmte?
Wat weegt zwaartekracht?
Wat weegt stilte?
Wat weegt geur?
Wat weegt duisternis?
Wat weegt smaak?
Wat weegt een schaduw?
Wat weegt een gedachte?
Wat weegt liefde?
Wat weegt ruimte?
Wat weegt licht?
Wat weegt het bewuste?

Trouwens over het onweegbare gesproken:
zodra dingen zweven, uit zichzelf leviteren…
bezitten ze dan een negatief gewicht?
Kan een wolk min 2 kilogram wegen?

Musiversum

Accoorden zijn vreemde planeten,
ze bestaan minimaal uit drie harmonen
die samen resoneren als symfonen.
Elk toonsymfoon fungeert als thuishaven.
Rond de drie harmonen zweven vier dissonen,
die elk moment kunnen oplossen in het accoord.
Klankgalactisch gezien speelt dit spel van golflengte
zich af door alle vierentwintig toondomeinen,
Twaalf grote en twaalf kleine, majeur en mineur.
Per harmoniversum zijn er zeven accoordplaneten
die zweven rond het thuisaccoord, lees moederplaneet.
Elk van de drie toon harmonen kan zich elk moment plots
verheffen of verlagen waardoor het planetaire symfoon
alle geklonken tonen migreert naar een ander toondomein.
Tot zover deze futiele maar al duizelingwekkende kosmos
van toonmogelijkheden. Uiteraard zijn er ook nog planeten
met vier, vijf, zes tot twaalf harmonen maar dat zou te ver
voeren. Dan kom je te dicht bij het zwarte gat waar tonen
nooit meer uit kunnen ontsnappen. Niet dat ik er iets van
snap, begrijp mij goed. Ik weet dat wat er speelt, het begin-
sel. Maar mysterie snap je niet; muziek heeft mij ontsnapt.

Stapel

{CAPTION}

Sommige kunstenaars zijn letterlijk stapelgek. Dat wil zeggen: ze zijn gek op stapelen. Het aantal kunstenaars dat stapelt stapelt zich de laatste jaren op. Er komen er steeds meer aan de top door energiek door te stapelen. Aan inspiratie nooit gebrek. Als ze het even niet meer weten dan bestellen ze gewoon minimaal duizend stuks – van om het even wat – en ze beginnen te stapelen. De hele handel inpakken kan natuurlijk ook nog, maar dat is weer een andere stroming. Het publiek laat zich niet zo makkelijk inpakken, het gaat tegenwoordig liever uit haar dak met stapelkunst. Vaak draalt het publiek verweesd rond de enorme stapel van het een of ander met een blik van: ‘het moet toch niet gekker worden’.
Initiator van de stapelgekte is waarschijnlijk kunstpaus Andy Warhol geweest. Die begon nietszeggende beelden op te stapelen met het conceptuele concept: als 1 beeld niets zegt, dan zeggen 100 dezelfde beelden heel vaak niets, waarmee de aandacht wordt vastgehouden. De macht van het getal lijkt hier veelzeggend omdat het de aandacht trekt en vast houdt. Dat de aandacht wellicht verstandsverbijstering is rekent de kunstpaus ook goed.
Het hele verschijnsel lijkt op iemand die aan het woord blijft om aan het woord te blijven ook al heeft de spreker niets te melden.
Ik heb het soupblik van Campbell eerlijk gezegd nooit een kunstblik waardig geacht. Het hier te noemen is eigenlijk al te veel eer. Na een stapelervaring kun je het beste even een lange kunstpauze inlassen.