Craquelé

Dat materiaal moe wordt van het zijn is een gegeven. Langzaam vergaan roept doorgaans niet veel waardering op. In de schilderkunst is het te wijten aan gebrekkige materiaalkennis. Onkunde dus, maar wel een soort onkunde die een bijzondere bijvangst oplevert. Het valt de meesterschilder niet te verwijten want de moeheid van de materie toont zich pas na vele eeuwen. De ooit zo gave huid van de perfectie barst.
Zoals ik het zie voegt het craquelé op het werk van bv. Vermeer een onbedoelde schoonheid toe. De haarvaatjes geven het werk een extra laag kwetsbaarheid.
Er is een verband tussen kwetsbaarheid en schoonheid. Kwetsbaar en zeldzaam zijn schept waarde. Wie goed kijkt ziet dat alle tienduizend dingen door een laag kwetsbaarheid worden bedekt. Japanners waarderen dit en beheersen de vermoeidheid van de materie. Zo drukken zij de subtiliteit van het bestaan uit door bewust te laten barsten. Een barst drukt heelheid uit. Volmaakt zijn vereist een barst.
De Japanse Raku-gestookte theekom verenigt het kwetsbare met het zeldzame.
De kom is uniek van vorm, vaak niet perfect maar juist organisch en eigen aardig.
Het glazuur is door het vuur van unieke lukrake barstjes voorzien. Zeldzaam en kwetsbaar. In de rituele theeceremonie wordt bij een speciale gelegenheid de kwetsbaarheid bevestigd door de zeldzame kom na het drinken van de thee kapot te gooien. De kom keert terug naar de aarde. Vergelijk het met de zandmandala’s waar Tibetaanse monniken weken aan werken tot alle kleuren zand zorgvuldig tot een volmaakte vorm zijn samengestrooid. Als de cirkel af is dan komt de Lama met zijn bezem en veegt het figuur aandachtig terug, de vergetelheid in. De cirkel is rond, het wegvegen maakt de cirkel heel.

Frits

Er is weer eens een oude prentbriefkaart van F. Grönloh opgedoken.
Er staat weinig significants op, behalve zijn dierbare handschrift:

‘…Lieve Ossi, Ik heb hier één wel zeer
wonderlijken kerel ontmoet, enen Bor,
heeft praatjes voor tien en toont my
den kunst van ‘t lanterfanten, noemt
zichzelve: ‘Lanterfantast’ van het
zuiverste water. Veel aangelengde
natuur hier, gelukkig geen lolplaatsen,
de gevulde koeken waren oudbakken…’

Groeten aan allen, Frits.

De sepia-bruine prentkaart toont een landschap zonder menselijke aanwezigheid.
‘Typisch coulissenlandschap’, staat achterop gedrukt.
Gepost ergens in de Achterhoek volgens het poststempel.
Het roept veel vragen op bij Nescio’s hagiografen die zich als verhongerde
wolven op deze rommelmarktvondst hebben gestort. Namens hen trouwens – even tussendoor- een dringende oproep waakzaam te blijven op elke prentbriefkaart ondertekend met: Frits.
Elk fragmentje kan immers bijdragen aan de vergroting van de mythe: Nescio.
Mysterie is kennelijk ook een monster dat bijgevoerd dient te worden.
De pittoreske figuur Bor blijkt geheel nieuw voor de literatuurwetenschap.
De enige mogelijke connectie is een versje in het poëziealbum van zijn
dochtertje Bobbelebops dat over het wel en wee van de lanterfantast zou gaan…?
Helaas is daar alleen een mondelinge overlevering van bekend, het Liber Amoricum
zelf is zoekgeraakt… de reconstructie hiervan valt hieronder te lezen.
Opgedoken uit het coulissenlandschap zal de onderhavige ‘Bor’ er ook wel weer in verdwenen zijn. Dit Achterhoekse uitstapje van Nescio was ons tot dusver onbekend.
De kans dat dit een geheel nieuwe kijk op ‘de chroniqueur van het minste geringste’
zal geven is nagenoeg verwaarloosbaar klein.

Nix aan de hand, zegt Lanterfant.
De zon komt op voor niemand al.
Geluk komt zelden in de krant.
Lees dus het nieuws, in geen geval.
Flaneer een dagje over ‘t strand,
wordt door ‘n weemoed overmand,
waarvan men de bron nooit weten zal.
Nix aan de hand, aldus Lanterfant.

Put that in your pipe and smoke it Pinocchio

{CAPTION}

Don’t mistake me for Pinocchio
that nosegrowing good guy
made of wood, that boring dude.
I’m not that kind of type, oh no!

Put that in your pipe and smoke it Pinocchio.
Put it in your pipe and smoke the blow. 2x

Well now, here I am…the iron liar
I set every single truth on fire
Life seems so fairy rude to you?
who believes the iron liar…though who?

Just, put that in your pipe and smoke it Pinocchio
Put that in your pipe and smoke the blow 3x

This very fire is a truth for hire
to burn down the fearfull fences
melting down the useless defences
You should ignite it if you could,
you should

Well, put it in your pipe and smoke it Pinocchio
Put that in your pipe and smoke, Lets go! 4x

So heat up the fire for the iron liar
telling tales from the thumb
like his friend Humpty Dump
Telling tales is a burning desire

Well, put that in your pipe and smoke it, Pinocchio
Put it in your pipe and smoke the blow! (Ad infinitum)

Van het debuutalbum ‘Iron Liar’ van de gelijknamige Britse band

Sigaarfabel

‘Wie heeft ooit alle macht aan die geldwolf gegeven?’ jammerde het kaalgeplukte schaap terwijl ze in de modder aan het dode paard stond te trekken. Vergeefs zochten haar ogen naar een helpende hand, maar de kudde graasde, in zichzelf gekeerd.
‘Het paard van onze Staat zou ons toch beschermen en voor eerlijke verdeling zorgen?’
‘Er waren toch herders aangesteld die zorg zouden dragen voor de hele kudde’.
De kudde zweeg. Ze wilden liever kolen en geiten sparen, dan kregen ze korting, zegeltjes en een kat in de zak kado of met andere woorden: de fameuze sigaar uit eigen doos.
‘Waar is dat zwarte vervilte schaap eigenlijk gebleven dat ons hier steeds voor heeft gewaarschuwd?‘ ,blaatte het kale schaap. De kudde stond als aan de grond genageld stil. De wolf floot tussen zijn tanden een oud onschuldig herdersliedje terwijl hij tegen een nooit gedempte put aanleunde.

De Wilde Westen


De bevolking leed massaal aan de onrust (dis-ease), uiterst besmettelijk. Zo aanstekelijk dat men onmiddellijk wapens en munitie ging hamsteren (to kill the disease).
Was men niet bang? vroeg de journalist aan de ambassadeur.
Bang voor nog meer sociale onrust? Er waren immers al meer wapenvergunningen verstrekt dan er mensen in het land woonden. Was de ambassadeur niet bang dat
die overkill aan wapens gebruikt zou worden? drong de bezorgde journalist voorzichtig aan.
Welnee, het volk zou de wapens nooit tegen zichzelf gebruiken, antwoordde de afgezant genoegzaam.
Je zag de journalist afhaken. Waren er niet al dagelijks ‘shootings’ in het land? Hij vermeed de meest evidente vraag te vragen: Tegen wie zouden die wapens dan wel gebruikt worden?
Je zag hem denken: Hoe kon je voor zo’n bevriende natie je broeders hoeder zijn? Had je met zulke vrienden nog wel vijanden nodig? Was zo’n natie niet de beste vijand voor zichzelf? Voor landen in een collectieve psychose bestond geen natie-psychiatrie. Wat is een land zonder reflectie? Het veroordeelt zichzelf tot Wild-Westtaferelen.

(Illustratie: Glen Baxter)

Tooi

Het regent in opperhoofd ‘Eigen Prooi’
Zijn schedel van hemel, zo lek als een zeef,
binnendruppelende berichten van ‘Grote Geest’

Witte wolkenveren sieren zijn oppertooi.
Donderwolk buldert concentrische zegeningen,
een stenen ziel drinkt zich klaterbeekjes in.

Zijn zoon ‘Uitgestorven Bizon’ is ermee gestopt
indiaan te zijn, het reservaat in zich opgeheven.
Knipt gaten in afrasteringen, zaagt grenspalen

om, verbrandt contracten, eigendomsbewijzen,
vredespijpen…Geeft alles weg wat van niemand is.
Het enige gezond verstand is begrepen misverstand.

Donderwolk leeggeregend heeft de geest gegeven.

Huts

Mijn jongenslichaam was onbedoeld steeds het grootste van de klas. Het stak met kop en schouders boven mijn leeftijdsgenoten uit. Rond mijn tiende werden mijn kleine ouders ongerust, misschien had ik een groeistoornis. Babyschoentjes waren al moeilijk te vinden geweest. Mijn lijf groeide te snel uit mijn kleren… vonden ze.
Onze kettingrokende huisarts vond dat ook niet gezond dus wilde hij mij aan het onderzoeksprogramma van het Dijkzigt-Ziekenhuis Rotterdam onderwerpen. Ik wist niet welke buitensporige groei mij nog te wachten stond, dus ik verzette mij niet. Een hele ochtend ging ik door de medische molen. Bloedonderzoek, stofwisseling, hormonenhuishouding, röntgenfoto’s van botgroei, hand en schedelmetingen, inclusief de stupide hamertik op de knie…ja hoor, hij deed het!
Het hoogtepunt kwam volkomen onverwacht toen een leuke jonge verpleegster met een ring van ovale balletjes kwam aanlopen, van groot naar klein.
Of ik voor de voortgang van het onderzoek mijn onderbroek wilde laten zakken zodat zij handmatig de juiste afmeting van mijn testikels kon navoelen. Eerst die ene….zorgvuldig bevoelen, op eventuele afwijkingen, dan de overeenkomstige balmaat erbij opzoeken aan de rammelende ring. Daarna die andere…Het kriebelde inmiddels achter mijn oogbollen, daar waar je nooit kunt krabben. Niet eerder werd ik aangenaam onthutst door zo’n belangstellende zuster. Niemand had ooit enige warme belangstelling getoond voor het verborgen leven van mijn balzak, laat staan voor de inhoud. Het waren er twee, als ik mij niet vergiste… maar ik kon ze nu al niet meer uit elkaar houden. De handmatige meting leek een eeuwigheid te duren die achteraf toch veel te kort leek. Aangenaam onthutst bleef ik achter, volkomen de tel kwijt. Die onthutsing is sindsdien nooit meer echt weggegaan. In mijn kinderlijke fantasie deed ze de hele dag niets anders… De uitslag stelde mij zeer teleur. Er was niets aan de hand. Verder onderzoek was niet nodig. Ik zou haar nooit meer zien.

Gaap


Mensen vragen jou wel eens waar jij je opleiding voor creativiteit hebt genoten?
Nu beken je met je hand op het hart dat je nog nooit van welke opleiding dan ook heb genoten. Het genotsaspect wist het onderwijs succesvol buiten het curriculum te houden. Genot dat deed maar in je vrije tijd, zoiets.
Hoe je het dan toch nog tot schepper heb geschopt? Het Openbaar Geheim onthult:
In het diepste geheim ben je opgeleid door een diepgaande verveling. De volwassen wereld trof jou als saai en stompzinnig, mechanische herhaling van hetzelfde voorspelbare patroon. Onder schooltijd vond je het vaak erg jammer dat je niet dood ging van verveling, doodgaan leek jou een stuk opwindender. Je leed chronisch aan de gaaphonger.
Het onderwijs kwam neer op de gedwongen ondertekening van een eenzijdige afspraak: “Zo is het leven nu eenmaal, zo doen wij de dingen, en zo blijven wij ze doen tot wij erbij neervallen, ook al weten we dat het niet werkt”. Wanneer je je handtekening onder dat contract zette was je een geslaagd burger. De school liet jou je kostbare speeltijd stierlijk verveeld uit het raam kijken, naar buiten waar het echte leven zich afspeelde. Buiten waar je vuurtjes kon stoken. Wat kon je allemaal niet in as leggen, dacht je vol gloed. Ook buiten school om kon je je vervelen, maar daar was er niets wat jou dwong iets te doen, iets te maken of iets te worden. Je ontdekte dat als je je maar lang genoeg vrijelijk kon vervelen dat er dan vanzelf iets gebeurde… Je hand tekende opeens zomaar in het zand iets wat ergens op leek wat je niet kende. Je mond floot vanzelf een liedje die je nog nooit had gehoord, je voeten maakten soms onbedoelde huppeltjes van genot. Je handen begonnen dingen te maken, zonder doel te prutsen tot het soms een vorm aannam die beviel…het beviel je omdat het nergens op leek, iets ongekends. Onder je handen zag je iets ontstaan uit niets. Creatio ex nihilo. De zee van mogelijk heden, waaronder het onmogelijke, lag aan je voeten. F. Wildesheim verwoordde het zo:

Verveling, ontstaansbron aller wezens en dingen.
Het begon al in den beginne, er was totaal niks aan.
God verveelde zich kapot in een wereldloos bestaan
en schiep het scheppen, als een puur goddelijk genot.
Zo maakt God zichzelve ongedaan, want scheppingen
gaan hun eigen leven leiden, het vrije toeval is hun lot.

Staal


Verhalen die je nooit hebt gelezen laten soms een onuitwisbare indruk achter.
Voor mij is dat ‘Archie de Man van Staal’ geweest. Hij leidt nog altijd een obscuur bestaan in het labyrint van mijn geheugen. Soms loop ik hem zomaar tegen het lijf in de gedachte gangen, onverwacht. En altijd moet ik om hem lachen, wat raadselachtig is want het was geen humoristische strip. Het verwende vriendje van mij had stapels stripblaadjes waaronder ook deze ijzeren held. Ik zag ze terloops wel eens in maar mocht er nooit eentje lenen. Als we met zijn autootjes speelden mocht ik alleen met de afgeragde exemplaren die hij zorgvuldig voor mij uitzocht. Als tegenprestatie nam ik soms een essentiëel legoblokje van hem mee naar huis, waar ik het plat sloeg op mijn vaders aambeeld. Maar terug naar de held.
Archie zag er vierkantachtig uit, gesmeed uit platgewalst plaatstaal. Het waren ijzersterke verhalen. Archie kon bergen verzetten, ijzer met zijn vierkante knuisten breken, krokodillen doodknijpen als mijn aangewakkerde fantasie het zich goed herinnert. Archie was door en door goed, met een ijzeren wil en discipline. In mijn kindergeest associeerde ik hem met ‘Stalin’ ,wat later meer een ijzervreter bleek te zijn geweest. Aan Archie’s identiteit kon niemand twijfelen want zijn naam prijkte in hoofdletters op zijn borstplaat. De meeste van zijn tegenstanders konden waarschijnlijk niet lezen anders waren ze natuurlijk meteen gevlucht voor de onoverwinnelijke. Elk probleem was simpel voor de man van staal. Alles kon met geweld worden opgelost. Heerlijk simpel. Nu zijn er tegenwoordig heel wat stripfiguren die het tot president weten te schoppen omdat ze de meest complexe problematiek terugredeneren tot ‘appeltje eitje’. Met een ijzeren logica.