Open gedicht


Wonderhond Bor,
wij waren honden onder elkaar,
verstonden ons in een oogwenk.
hij leende mij zijn naam uit
als dekmantel
‘Bor van Geenen’.
onder die naam lieten we
op deze aardse jachtvelden
geurvlaggen na op alle muren
en pispaaltjes bij wijze van grafitti.
ruiken is geuren lezen.
de wereld walmt van verhalen,
van lichaamstalige poëzie.
nooit vergeten we zijn gedicht
in het nog gave gazon
van het Amsterdamse bos:
Bor liet zijn lichaamstaal spreken,
groef daar ‘in no time’ een gat
waar hij zelf precies in paste,
verwoed alsof hij daar een schat
vermoedde, het gat ligt er nog,
in onze warme herinnering
een gat dat nooit wordt gedicht.

Rul

Je werd tot verharde weg opgeleid,
eerst met klinkers of kinderhoofdjes
en uiteindelijk geasfalteerd
om het menselijk verkeer goed te laten walmen

Maar in wezen bleef je onveranderbaar,
een rul zandpad, lukraak
naïef als een hazepaadje
tussen grassige halmen

Je enige ambitie, te worden overwoekerd
door bladgroene broeders en zusters,
de plantaardigen, zij spraken taal van adem
waar zachte hazen in sliepen

En dat menselijk verkeer, ach het zou wat…
als je eenmaal wist hoe de hazen liepen

De wind vertelt al wat leven geeft,
zij wijst wegen door ruime mazen

2262


Twee-en-twintighonderd
twee-en-zestig openbare
geheimen werden belicht
in de levensloop der jaren
al wat heeft verwonderd,
vreemde, bijzondere rare
dingen kwamen in zicht
zelfs meest onbestaanbare
fenomenen zonder gewicht
ook halvegare exemplaren
niets, niemand uitgezonderd
verwondering blijft verbazen
om dit verbijsterende leven
talloos onmeetbare dwaze
zaken door niemand beschreven
domeinen, magazijnen van zijn,
taalslingers als een routekaart,
een ode aan wezen en schijn
uitnodiging om ‘t gebied te leven
elk vergeefs zoeken te staken
nergens meer naar te streven
tot het geheim zich openbaart
binnenin dit wonder ontwaken
dat met alles en niets is verweven
het heelal is de kers op de taart
laat het u voortreffelijk smaken
mag het aan verhemelten kleven
de melkweg of een kometenstaart
het wonder viert zich maar voort
van het laagste tot hoog verheven
het totaal is meer dan alles waard
hier begint het einde van het woord
dit geheim heeft zich ontschreven

Illustratie: Emilia Dziubak “Feinsmecker”

Tunnel

Er stond een spiksplinternieuwe dag voor de deur. Het had zijn licht nog aan… was net door de tunnel van de slaap gereden, die lange zwarte tunnel dwars door het hooggebergte van de nacht. De aanleg ervan had lang geduurd…jaren lang boren om de lichtdagen met elkaar te verbinden. Nu was het klaar, één rondlopend traject. Men kon nu door driehonderdvierenzestig tunnels het hele jaar rondrijden. Dat had de mens toch maar mooi geflikt.
Er was geen chauffeur die zei dat je moest instappen. Je dacht nog even: kan die dag niet zonder mij vertrekken? Voor je het wist zat je in de dag en was je onderweg. Je keek je ogen uit, wat een uitzicht rondom, wat een reis. En iedereen ging mee, zelfs alle doden, waar je ook keek daar zag je ze…ieder één, wat een onderneming. Het leek wel vakantie. Je las op een muur het gedicht, op weg naar de volgende slaaptunnel, het gedicht van nachtburgemeester J. Deelder…

’Het Heelal’

Hoe verder
je keek

hoe groter
het leek

Konijn

In de wachtkamer van de huisarts hangt een postergedicht van Kees Stip.
Het schetst de mensheid als patiënt die in de wachtkamer zit tot de dokter tijd heeft om te genezen. Patiënt betekent geduld, de wachtkamer is om geduld te oefenen.
De dichter wrijft het in tot je een ons weegt. De zalf van het geduld zal de pijn verzachten.

De mensheid heeft mijn hart
ze vergt mijn volle krachten
er zijn er nu al vijf miljard
dus jij moet even wachten

Zo dichtte dokter Stip ooit.

Inmiddels zijn er al meer
dan acht miljard bespeurd
de mens gaat als konijn tekeer
je komt nooit aan de beurt

Als wachten veel erger is
dan klagen over de kwaal
bespaar dan op ergernis
en verlaat het wachtlokaal

Herbarium

Herinnersel lijkt wel een herbarium,
dode vergane bladeren in een herfstbos.
Het is steevast herfst in het geheugenwoud.

Recepten van ooit genoten maaltijden?
souvenirs van vergeefs bezochte continenten?
Plannen voor reizen naar ‘n wijkende horizonten?

Recepten kun je nu eenmaal moeizaam eten
en Boeddha is geen exotische tuinkabouter
achter een onbereikbare horizon van later.

Laat ze vliegen deze vastgeprikte geestvlinders.
Laat ze wegfladderen richting waar dan ook.
Lees dit op z’n best als een dichtsel over licht

maar liefst daar waar het te donker is om te lezen.
Want alleen duister werpt helder zicht op dat
wat in zichzelf schijnt, als een inktzwarte lamp.

Tube

Er kwam opeens een nieuwe behoefte op de markt.
Het spul zat in een tube. Het was overal goed voor en kon geen kwaad.
Men kon het gerust uitsmeren over het tafelblad, op iemands neus, op het zebrapad,
op het behang, op het beeldscherm. Een uitkomst voor elk oppervlak.
Daarna inmasseren tot het smeersel helemaal was ingetrokken.
De onbedoelde bijwerking was dat je er zachte handen van kreeg.

As

Je kreeg het langzamerhand koud.
Dat kwam natuurlijk door dat woord winter.
Gelukkig had je het woord kachel nog ergens staan,
zo’n gietijzeren woord.
Je deed het deurtje open,
gooide er wat woordjes hout in van aanmaakblokletters.
Nu moest je even zoeken naar het woord vuur,
je kon er even niet op komen, waar had je het gelaten?
Te lang niet gebruikt.
Je vond het in een doosje
als een drie lettergrepige lucifer.
Het houtwoord vatte meteen vlam,
op papier dan.
Dit vuur is slechts van taal,
het papier wil er niet van branden.
Verwondering hierover gloeit na
als smeulende as van een vuur
dat er nooit was.

Laks

Je hebt je deze week nog niet één moment verveeld. Weer te laks geweest. Meneer had zeker iets beters te doen. Schrijf het nu meteen in je agenda. Voortaan je verantwoordelijkheid dragen, als een veel te wijde broek. En zorg wel dat je niets in huis hebt en niets te melden. Wellicht kun je het nog inhalen. Achterstallig onderhoud.