Gras

Het hek is voorgoed van de dam.
Alle brave schapen zijn gevlogen,
als wolkjes in blauwe hemellucht.

Wat moet je nog met die oude ram?
In dit droge ligt al het vermogen.
Daarvan is deze ruimte de vrucht.

Ontloop met zorg de kudde herders.
Ze leuren met hun vuile vachten,
alsof het de zuiverste zijde is.

Leef stil kaalgeschoren verder,
blaat geen mooie dooie gedachten,
blijf onverwoestbaar als het gras.

Onteigening

geestig hart
altijd klaar voor onteigening
de geest gegeven

verfrommeld inpakpapier
van taal leek nodig?

het evidente omhullen,
louter om te kunnen onthullen?

hartelijke onteigening maakt vrij
geeft zich leeg, verwacht niets terug

zo overstroomt leven zich wezenloos

geestig wezen

Steen

mijn vriendin steen is blind
te hard geweven is haar vlees

haar stilte…een en al oor
in haar slaapt lucide nacht

leen haar wat zintuigen
om naar aardzwaarte te tasten

haar schaduw koelt bodem
ze proeft vochtige aarde

bekend is dat waar ‘n zintuig mist
andere zintuigen zich scherpen

laat staan voor wie ze allen mist
die kent het kennen als geen ander

de steen kent mij onzintuiglijk
ze kent wat kent in mij steengoed

het ruikt hier naar gedicht zegt ze
met haar lichaamstaal in gewicht

Ukkel

{CAPTION}

Dit is vast de eerste Ukkel die u ziet

en meteen dan ook de allerbeste.

Betere Ukkels dan deze zijn er niet.

De Ukkel is gelukkig, geen mens,

geen dier, geen plant, geen steen.

Van deze Ukkel is er slechts één.

Wat zou het dan voor wezen wezen?

‘n wees is ‘t niet, kwam immers zonder

ouders ter wereld, als zeldzaam wonder.

De Ukkel heeft geen verleden

en leeft in huidig heden

anders dan sufsukkels vroeger deden.

Voor toekomst heeft Ukkel geen tijd,

‘later is een bloem die nooit bloeit’,

aldus Ukkel die zwemt in eigen aardigheid.

Ukkel is vrij van zwaartekracht

en zo vloeibaar als bananenlimonade,

geeft licht in de donkerste nacht.

Een Ukkel voedt zich met droomspul

geoogst uit vers mensgedommel,

al etend gonst het als een hommel.

U vraagt waar houdt Ukkel zich op?

Zelden zie je Ukkel in een notendop,

nog minder vaak in een envelop.

Meestal kom je Ukkel zomaar ergens

tegen, onverwacht bij zonsopgangen,

bij vollemaanslicht of op appelwangen,

schuilend achter vergezicht of als

schaduwrand rond krekelgezangen,

soms glijdend van een giraffehals.

Maar waar je Ukkel ook vindt, geniet,

want die eerste keer zal meestal ook

de laatste zijn dat je Ukkel ziet.

Puur geluk voor wie Ukkel ooit vindt,

met zijn hoedje zonder sproeten,

lijkt het meest een ongeboren kind.

Doe Ukkel de hartelijkste groeten

namens mij, mocht het u lukken

dit zeldzame geluk te ontmoeten.

Het eenmalige komt nooit weerom,

blijft eeuwig eenmalig als de Fluks

die u niet kent, juist..daar zit de Kruks!

Fluke

This dog is my God
Fluke is her name
she is my lucky shot
wherever we stray
our souls are the same
walking along the Milky Ways

my God Fluke is a dog
she’s like a red flame
shining through the fog
she’s wagging my tail
since the day she came
and kept me on the trail

I’m a God to my dog
she made me tame
barking prayers to me
for a walk in the park
or whispering in my ear
‘Hairy-Tales in the dark’

so it is carved in my bark:
like an open book
this Gospel of Fluke

Rupert Riley

Lucide

Het is als water
dat zich verbergt in water

ruik je dat…
een geur van stilte?

het is als de lucht
die zich verbergt in hemel

proef je dit…
deze smaak van ruimte?

het is als dit licht
dat zich verbergt in licht

het kent zich als dit
lucide blind zicht

Ode aan grijs

{CAPTION}

Grijs is het gebied van de gemengde gevoelens. Het totaal van alle gevoelsbelevingen.

Grijs is het vat vol schijnbare tegenstrijdigheden die paarsgewijs buiten deze zinnen samen dansen.

Neutraal is het grijze brein dat onpartijdig het verenigende midden al dansend stroom laat winnen.

Grijs is die witte raaf onder de kleuren. Die met zijn schaduwveren de dingen van diepte voorziet.

Grijs is het verhaal van eindeloze nuances en diversiteit, het rijk van vruchtbare overvloed.

Met zijn snavel gedoopt in grijs schreef de raaf dit op wit voor het harde zwart.

Bladgodin

Spiegels kent ze niet,
alleen de kikkercirkels
in het vijvervel van kroos
die het zicht doen rimpelen.

Haar gelaat schijnt gonzig
als geweven van zonnewind,
bladstille schaduwgeur gedoopt
in vluchtige zindervogelzang.

Handpalmen vingerwortelig
groezelend van godenbagger,
zij zaaien wonderzaadvreugde
jeukend van kiemkracht.

Badend in deze bloemzee
oogst ze overrijpe ruimten
hemelhoogst opgetast
als goudblauwig zomerhooisel.

Bladgroengodin Scheurwortel
tiert zo welig haar wildgroeigeest,
voortplantaardig ontspruit ze zich
waar dan ook, het toverlover feest.

(Ode aan ‘Lanny’ Max Porter)

Droonbeeld

{CAPTION}

Dronend boven Holland
ziet het bereden filerivieren
braaf traag door omheind
laagland gaan
gekapte populieren nergens
langs de snelle wegen staan
omzoomd door bedrijventerreinen
zijn Gods wegen verwonderlijk lelijk
en zelden aangenaam.