Badfant

{CAPTION}Het wassen van de olifant. Matthijs Röling

wat een geluk

om je olifantje te kunnen wassen

in plaats van dat metaforische varkentje

je gaat naar de rivieroever

met je vrienden en je grootste grijze vriend

nooit had je zoveel vriend ineens

‘Niet te hard boenen daar,

waar ik niet bij kan’ ,zegt de grijze

‘dat kietelt zo ondraaglijk goddelijk’

als dank speelt hij trompet

voor al wat naakt is

Zon

Zon is in staat
om zonder handen
al wat huid heeft te strelen,
te warmen, te voeden.

Noem iets wat geen huid heeft?
Alles heeft huid…elke cel, bladeren, stenen, zelfs ruimte, ruimte draagt
de dunste huid… van duisternis.

Handen van licht strelen tot bestaan.
Dit noemt zich: het huidige licht.
Wijs nu eens iets aan dat niet huidig is…

Hoe wijs je stilte aan?

Als alles daar al op wijst?

O.H.

Je hond snuffelt nu in vervoering
over eeuwige jachtvelden
alle hemelse geuren…op.

Nooit zei hij iets, maar wat
heeft hij ons veel verteld
in blik, gebaar en daad…

met een blaf als uitroepteken!

Zonder woorden alles zeggen
wat nodig is, is een gave
zo zeldzaam & puur.

Hij was bepaald geen ouwehoer.
In dat opzicht leek de hond heel
niet op zijn baasje.

Geestig

{CAPTION}

(Citaat uit Volkskrant, over Poetry International.)

De magie van het net niet helemaal begrijpen.

Juist het niet helemaal begrijpen geeft betekenis.

Dat mysterie is de kracht wat mij betreft, dus

nee, het is niet moeilijk als je ervoor open staat.

Niet begrijpen is natuurlijk heel makkelijk.

We mogen gerust stellen dat het gehele universum

pure poëzie is dankzij ons niet begrijpen.

Poëzie verwijst uiteindelijk naar het mysterie

dat wij zelf zijn, de magische wereld van de geest.

Een kosmische grap, buiten gewoon geestig!

Je begrijpt het pas als je het niet snapt.

Lek

Waarom zie je mij vaak lopen
onder deze lekke paraplu,
ook al schijnt de maan zo vol.

Het is om te beschermen
tegen die dagelijkse plensbui
van loze, overtollige woorden.

Zo ontstaat een woorddroge oase.

“Maar dat lek dan…waarom maak je dat niet?”
zo vraagt men zich mij wel eens af.

Het lek vertelt doodleuk: “Welnee, juist door
dat kleine gat lekte dit gedicht naar binnen,
als onzichtbare inkt die mijn handschrift stuurt”

Wie wil zo’n gat nu dichten?

Pulk

Je nagel kan het begin op het rolletje plakband niet vinden,
nergens een uiteinde…maar je blijft niet pulken naar een begin.
Laat de scherven liggen waar ze vielen. Er wordt hier niets geplakt.
Gaande weg wordt dit schervenpad een duizelingwekkend mozaïek,
door duizenden toeristenvoeten geplet op weg naar het onvoltooide.
Wat men er ook maar in wenst te zien, precies dat stelt het voor.

At

Alles smaakt anders nu
je niet meer mee eet
en wat at je niet?

Samen konden we
de hele wereld aan,
die was om op te vreten.

Een hele kluif.

Op smaak gebracht
door lukrake strooptochten,
gekruid met talloze geursporen.

Het smaakt niet meer
samen.

Los

Liefde is te gek
om aan de riem te lopen,
daarom loopt ze los,
snuffelt ze aan elke hond…
voelt terloops even
hoe die vacht valt,
hoe het oog beaamt.

Ze is uitgelaten, de liefde,
uitgerend ligt ze
voor de haard
uit te hijgen,
klaar om te blijven
in welke levenswandel
er verder nog komt.

Rijzen

Receptuur voor het ongekende:

-Wees alleen beschikbaar voor wat je echt niet laten kunt.
-Denk je het niet te kunnen, doe het dan blind tegen beter weten in,
op zo’n wijze dat je niet meer weet wat je doet of hoe.
-Maak alleen datgene waar, waar niemand op zit te wachten,
waarvan je niet weet wat het voorstelt, of waar het voor is.
-Werk aan dat waarvan je niet weet wat het zou moeten worden,
niet weet of het waarde/betekenis heeft, laat staan dat je weet
wat voor waarde of betekenis het heeft.
-Voer het uit met de grootst mogelijke toewijding,
onthechte betrokkenheid wars van enige verdienste.
-Weg zijn is het geschenk, de weg zijn het onverdiende loon.
-Dit geheel luchtig mengen en voorgoed laten rijzen…

Proef ervan en je weet niet wat je meemaakt.

Oer

Hoe die kleine wolf jou ooit tam maakte weet je niet meer.
Was het je uitgelaten hart dat achter hem aan huppelde
zodra je hem zag…of was het zijn flossige staart die een leidende
rode draad werd in het leven? Harten zijn roedeldieren. De volle maan
laat het hart zingen, bezield janken, want dit bestaan is gewoon te mooi om hier te zijn.
Het wolfje domesticeert de zwerfmens, geeft hem een thuis in
zijn oerspronkelijke natuur, om te janken zo prachtig…oerhart.