Heimbaar

Geachte heimbare opening,

Deze openbaar geheime woorden
waren niets dan lauwe schaduwen,
loos gewauwel over ultiem licht.
Verduisterende taal die het zicht
op de intiemste stilte verhinderde.
Het vulde deze hemelse ruimte
met vergeefs schemergezemel
dat alom verzuimde ook maar iets
te betekenen, zelf minder dan niets.
Het onbeschrijflijke is nu ontschreven,
als eendagsvliegjes van eeuwig leven.
Vergeefs zijn is een geschenk
in zichzelf, wellicht een wenk
om alles op te geven wat beknelt,
alleen het onberekenbare telt,
het onweegbare, zo onmetelijk.
Grensloos licht weegt geluk.

Plas

{CAPTION}

Wie had dat kunnen bedenken, dat de wijdse hemel in de platte plas zou gaan liggen samen met de stammen van het bos? Verlangden de stammen zo naar het gevallen blad dat ze zich overgaven aan het nat?

Het enige wat ontbrak…die verzopen dorstige herfsthond likkend aan de plas alsof het zijn drinkbak was. In de herfst zag je hem amper in het vlammend dode gebladerte, in de verte een weerklank van kaal vaag geblaf.

Oplichting

Welke pixels er ook oplichten,

het scherm blijft duurzaam leeg.

Permanente oplichtingspraktijken

in bovenkamers, op schermen.

Blijf kijken, niet kopen.

Zie datgene dat registreert,

wat al het aanwezige scant,

betaal nooit 1 cent voor wat

gratis is en nergens te koop.

Natuur is zichzelf genoeg

in zeldzame overvloed.

Staart

Hoe vervoer je de ziel?
Simpelweg, door in vervoering te raken.

Door wat? Door om het even wat.
Vervoering gaat nergens heen.
Het draait erom dat je weg bent.
Het lijf als voertuig voor de ziel?
Alsof het lichaam de ziel vervoert.
Het is natuurlijk precies andersom.
De ene ziel vervoert alle lichamen.
ze brengt lichamen in vervoering.
De ziel voert ze door alle domeinen
en die domeinen houden niet op
als het lichaam het begeeft.
Wat lichamen ook aanraken,
ze raken alleen zichzelf aan.
De ziel is onaangedaan getuige van
geraakt worden door alle aanrakingen.
Zo maakt de ziel alles mee,
hemelse en helse aanrakingen.
en alles daar tussen in.
Dankzij herhaling verschijnt
sublieme verveling en gaat ziel
op zoek naar zichzelf
bijt zichzelf in de staart
als getuigend zijn.

21 gram

De ondraagbare onweegbaarheid van het bestaan;
Wat geen gewicht heeft is niet te tillen. F.Wildesheim

21 gram bepaalde een weegschaal ooit.
De ziel was gewogen en 21 gram te licht bevonden.
De afmeting van ‘de ziel’ werd echter niet meegerekend.
In aanmerking genomen dat ziel geen omtrek heeft
weegt het in verhouding verwaarloosbaar weinig.
Met grenzeloosheid raken alle verhoudingen zoek.
Wat is 21 gram ten opzichte van het onmetelijke?
Nu zijn wel meer oerzaken niet meetbaar.
Daarmee is de ziel in goed gezelschap
van de onweegbare fenomenen,
want wat weegt warmte?
Wat weegt zwaartekracht?
Wat weegt stilte?
Wat weegt geur?
Wat weegt duisternis?
Wat weegt smaak?
Wat weegt een schaduw?
Wat weegt een gedachte?
Wat weegt liefde?
Wat weegt ruimte?
Wat weegt licht?
Wat weegt het bewuste?

Trouwens over het onweegbare gesproken:
zodra dingen zweven, uit zichzelf leviteren…
bezitten ze dan een negatief gewicht?
Kan een wolk min 2 kilogram wegen?

Varaan

Mensen vragen mij wel eens in gemoede af,
als ik zielsblij blaf naar de volle maan
of door de struiken kruip als een varaan…

Ben je wel snik, krankjorum of goed maf?
Ik zeg dan dat het zijn zo openbaar geniet,
vrij uit druipend als een lekke vergiet…

Als nat water dat speelt ‘n fontein te zijn.
Maar dat neemt men niet zomaar aan.
Men heeft toch geen brein van marsepein?

Ze vragen jouw vergunning om te bestaan.
Ben je wel lekker bij je knettergekke hoofd,
hebben ze jou thuis wel goed gaar gestoofd?

Heb je ze wel alletwee op een rij of niet,
ben je stapeldwaas of lichtelijk kierewiet?
Waarom dans je rond als een hondsdol rund?

Gewoon omdat je het gelukkige niet laten kunt.

(Illustratie:Kensuke Koike)

Herfstbrevet

het ritselt nog even
schilferend
voor haar eerste

en laatste
duikvlucht
zonder herfstbrevet

dit blad verlangt
nooit terug
naar haar tak

ze hunkert liever
stilletjes naar
bitterzoet

verrotten
tot molm
stervend als sap

in wortelnerven
die 1 verse jaarring
in de stam verwerven

laat ze ongeteld die ringen
laat het maar ontelbaar heel

schilferig klinkt dit herfstgebed
dat blaadjes mooi schor zingen

Vindlicht

De nacht omvat als een mijnschacht.

Een waken van raafzwarte pracht.

Graven legt geen nieuwe ader bloot,

geen erts van waarde om te delven,

geen edele grondstof om te smelten.

Geen andere ader dan: Er is geen dood.

Niets minder dan levensaders van licht.

Zijn als lichtmijn, bestaansgrond lumineus.

Wie of wat ziet dit in? Heus, geen ene hond.

Gras

Het hek is voorgoed van de dam.
Alle brave schapen zijn gevlogen,
als wolkjes in blauwe hemellucht.

Wat moet je nog met die oude ram?
In dit droge ligt al het vermogen.
Daarvan is deze ruimte de vrucht.

Ontloop met zorg de kudde herders.
Ze leuren met hun vuile vachten,
alsof het de zuiverste zijde is.

Leef stil kaalgeschoren verder,
blaat geen mooie dooie gedachten,
blijf onverwoestbaar als het gras.