Containerbegrip

God is een containerbegrip.
Een bonte verzameling van definities.
Godsbeelden.

Een van die definities is: God is een werkwoord.
Werk aan de winkel dus.
Werken, handelen, doen.
Godsdiensoorlogen hebben dat goed begrepen, oorlog is het toppunt van actie.
Het zijn oorlogen tussen definities.
Het is het geloof in definities dat de slachtingen aanricht.

Ik zag dit godshuis in Hoorn — hoorn des overvloedsch — waar de Action haar intrek heeft genomen.
(De Action is een winkel met afbraakprijzen voor overbodige ramsjproducten.)
God is een werkwoord, het lijkt een sympathiek concept.
De wereld gaat echter ten onder aan de goede bedoelingen, de slechte bedoelingen niet te na gesproken.
Goede bedoelingen zijn vaak op foutieve aannames gebaseerd, waardoor ze slecht uitwerken.

De wereld wordt aan de lopende band verbeterd, toch wordt de wereld er niet beter op.
Of je moet langer leven als een fundamentele verbetering zien.
Het ideaal lijkt te zijn: eeuwig leven ongeacht de kwaliteit.
Het is een beetje de ziekte van deze tijd: kwantiteit boven alles.

Een simpel vraagstuk als voedselverdeling hebben we nog altijd niet opgelost.
Veertig procent van ons voedsel wordt als vuilnis vernietigd.
Veelal goedkoop geproduceerd in derdewereldlanden.
Dit soort massavernietiging maakt meer slachtoffers dan wapens.

Ik zag een Vlaming op tv die werd gearresteerd toen hij in een vuilcontainer stond vol met brood en banketbakkerswaar.
Zo sprokkelde hij al jaren zijn dagelijks brood bij elkaar.
Hij was blij met de arrestatie en de rechtszaak die tegen hem gevoerd werd.
Nu was er eindelijk aandacht voor dit afvalprobleem waar hij al jaren tegen ageerde.
De zachte Vlaming zat twee nachten in de cel omdat hij afval had gestolen van de supermarkt.

God is een containerbegrip vol weggegooid geestelijk voedsel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *