De pleitbezorger

Als pleitbezorger van het vluchtige oeuvre van Pollice Grosso heb ik veel kritiek mogen ontvangen voor mijn magere pogingen om een glimps van deze versluierde figuur te laten zien.
Men verwijt mij; onvolledigheid, slordigheid, onwaarheden en een platte schrijfstijl.
Ik wil mij hier graag mee verdedigen door te zeggen:
dit soort kritiek is volkomen terecht.
Het treft mij echter niet, want het betreft de aard van de zaak, het kan niet anders.
Pollice zal de eerste zijn om dit te beamen.
In zijn eigen woorden;
“het gesproken woord is de levende muziek, het boek is een dode partituur”

Schrijven is schrappen, een begraafplaats van lievelingen,
dus altijd onvolledig.
Het hoogst haalbare is je lievelingen tussen de regels door leven in te laten blazen door de lezer, maar dat is een zeldzaam talent wat mij niet gegeven is.

Wat betreft slordigheid; het leven is slordig, kijk eens naar de natuur, die chaos van een herfstbos en toch liggen alle blaadjes harmonisch op elkaar.
Het rommelige maakt een tekst levendig.
Pollice springt van de tak op de hak en weer terug, fladdert even rond voor een mugje en landt een stukje verder weer op hetzelfde takje.

Onwaarheden? Schrijven is net zo lang liegen totdat het gedrukt staat.
Staat het eenmaal gedrukt dan moet het zichzelf waarmaken, een goed verhaal lukt dat, een slecht verhaal is geen verhaal.
En dan mijn platte schrijfstijl.
Die erken ik volledig.
Mijn beschrijvingen beogen niets meer te zijn dan een plattegrond van het labyrint Grosso, de lezer moet zelf op pad.
“Stijl is niets anders dan het gestolde onvermogen van de schrijver”
“eigenheid of authenticiteit is die hoogst particuliere afwijking die een vorm vindt in taalkundige
eigenaardigheden, die niet iedereen zal verstaan die niet een soortgelijke afwijking koestert”

“Het verhaal bestaat uit de koestering van afwijkingen”

Vanzelfsprekend blijft er in de tekst slechts een schim over van de levendige legende Grosso.
Vergelijk het met muziek zegt Pollice;
“de muziek gaat verloren door het vastleggen in een partituur, de levensadem is eruit verdwenen”
Alleen een tovenaar kan die dode noten doen herleven.
Gelukkig is iedereen als tovenaar geboren, helaas weten slechts weinigen dat.
Wie dus al lezend muziek hoort, weet dat het toveren is begonnen.
Gebeurt het niet dan is het een slecht verhaal of
je mist de bijpassende afwijking.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *