De verdelende erfenis

Je oudste broer werd slechts twee weken oud.
Hij bezweek aan ondervoeding in de hongerwinter.
Na de oorlog lagen de aardappels te rotten in de kelder van je opa,van moeders kant.
Je moeder dwaalde na de oorlog verweesd rond in de stad.
Volslagen in de war, nam ze haar oude vader in huis.
Je opa verdronk zich later in een ondiepe vijver van het stadspark,
je 14-jarige broertje vond hem daar drijvend in spijt.
Als tweede eerstgeborene kreeg hij de naam
en de rol van zijn verhongerde broer op zijn schouders.
Hij haatte zijn moeder onbewust voor dat onbedoelde onvermogen,
hij was bedrogen.
Twaalf jaar later kwam je onbedoeld ter wereld,
nagekomen als een onbeloofde belofte.
Het mocht nooit meer oorlog worden, dat moest je beloven,
zo werd je vernoemd naar de bevrijder Roosevelt,
je zus heet naar zijn vrouw Eleonor.
Het levensmotto van Eleonor luidde:
‘Doe elke dag iets waar je bang voor bent.’

Elke keer als moeder stoofpeertjes at kwamen de tranen
om het laatste avondmaal na de kleine begrafenis.
Je broer veranderde later plotseling zijn naam,
het mocht niet meer baten.
Deze onzichtbare erfenis had ons al verdeeld,
de huiselijke oorlog duurde voort, onderhuids.
Je jeugd voelde als een dreiging dat er ooit vrede zou komen.

Nu is een bevrijding van louter hier zijn, doelloos nagloeiend.

One thought on “De verdelende erfenis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *