De staf van Tebaldi

Voor het college begon waren de vrienden al druk bezig te oefenen hoe je aan het woord kon blijven.
Er werd veel drank ingezet, de favoriete strategie was bijschenken zodat je publiek zwijgzaam blijft drinken.
De schenker hield het hoogste woord tot hij zelf een slokje nam.
Pollice zag het derde college vrolijk tegemoet, nog even en de toehoorders waren zo lam als een kudde schaapjes.
Het was nog geen tijd, Pollice had er echter zin in en stampte met met een oude herderstaf op de houten vloer van de zolder en het was stil.
De studenten ‘Orale verhaalkunde’ keken hem verwonderd aan terwijl hij het woord nam en niet meer losliet.
‘Kijk, wanneer het lastig is om aan het woord te blijven kun je gebruik maken van een attribuut’
Pollice toonde een vreemdgevormde stok en verklaarde op bezwerende toon:
‘Dit hier is de herdersstaf van Gioco Tebaldi, de oudste verteller die ik ooit heb ontmoet, hij gaf mij deze staf en vele ongevraagde adviezen die mij nog steeds als leiddraad dienen.
Deze staf heeft meer verhalen aangehoord dan ik ooit zal kunnen vertellen, van generatie op generatie is deze staf al doorgegeven van verteller aan verteller, de staf zit dus vol verhalen, legendes, mythen en fabels’

‘Let wel, alles kan als attribuut dienen om het verhaal kracht bij te zetten, het ene werkt alleen iets krachtiger dan het andere,bhet ding werkt als het ware als een bewijs uit de tastbare werkelijkheid voor de ontastbare werkelijkheid van het verhaal.’

‘Om de kracht van deze staf te ervaren laat ik hem jullie even vasthouden en vertellen’
Er ging een lichte huivering door de zolder.
Lucello keek sceptisch en geamuseerd bij dit staaltje van magisch denken en trok zijn wenkbrauwen op.
‘Lucello, mag ik jou als eerste de staf overhandigen’ zonder het antwoord af te wachten gaf Pollice de stok aan zijn vriend.
Luciano schrok een beetje, maar merkte dat hij onmiddellijk ongewild begon te fabuleren;

‘wanneer een fysiek attribuut niet helpt, dan kunnen we een zeer geconcentreerd taalattribuut inzetten om de impasse op te lossen’
‘ Om een voorbeeld te geven citeer ik graag onze ten onrechte onbekende dichter Giorgio Caproni, het heet:
‘een briefje alvorens niet weg te gaan’

Mocht ik niet terugkomen,
Weet dan dat ik nooit vertrokken ben.
Mijn gereis
Was uitsluitend hier
Blijven, waar ik nooit ben geweest.

Luciano gaf verbijsterd de staf door aan Mario de postbode, die naadloos het betoog overnam;

‘Dit is nu een treffend voorbeeld van een narratief bouillonblokje, het vat iets onzegbaars samen, je kunt je vinger er niet opleggen, maar de vage smaak van betekenis laat je nooit meer los’
‘De wegen van het verhaal zijn ondoorgrondelijk…’
Pollice gebaarde om de spraakmakende om de staf weer door te geven.
Na het woord ondoorgrondelijk liet Mario de staf uit zijn handen vallen.
Pollice schrok omdat hij het geschenk van Tebaldi koesterde als een schat, een levende bron van inspiratie.
Hij schudde de staf voorzichtig en hield hem aan zijn oor om te luisteren of hij het nog deed.
Het gezelschap hield de adem in…tot Pollice fluisterend verlossende woorden sprak:
‘De wegen van het verhaal zijn ondoorgrondelijk en wonderbaarlijk, met de lijm van betekenis is ze in staat om alles wat los en vast zit onlosmakelijk te verbinden’
Pollice haalde opgelucht adem en wikkelde de staf in een zijden doek.

Eenmaal thuis had Luciano Lucello nog nageplozen wie Caproni was, of hij bestond en of het gedicht zo bestond zoals hij het, zonder het te kennen, had geciteerd.
Het was alsof de wetenschappelijk bodem onder zijn bestaan wegzakte, natuurlijk was dat slechts schijn, er had nooit een bodem in gezeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *